Levensbericht van Mr. Jacob Leonard de Bruyn Kops.
‘Niet om het weten als zoodanig was het hem te doen, maar om de toepassing van hetweten op het leven. Altijd had hij met al wat hij bestudeerde onmiddellijk de menschenop het oog, wien dat ten goede moest komen’ .… ‘Altijd was het een bepaald belang eneen bepaald practisch doel, hetwelk hem dreef en leidde bij zijn studiën, zijn schrijven enspreken.’ Aldus schreef Dr. J. Offerhaus in zijn levensbericht van Prof. Petrus Hofstede deGroot
.Deze woorden troffen mij, als ook geheel op onzen de Bruyn Kops toepasselijk. Ikwensch ze eenigszins beschouwd te zien als motto voor het levensbericht dat ik thansaan hem ga wijden, en waarbij ik iets uitvoeriger op de strekking zijner menigvuldigegeschriften wensch te wijzen, dan geschiedde in het ‘In Memoriam’, korte weken na zijnoverlijden in ‘De Economist’ van October 1887 aan hem gewijd.Voor het eigenlijk levensbericht moge het mij vergund zijn een ruim gebruik te makenvan hetgeen kort na zijn overlijden over hem werd geschreven
.Jacob Leonard de Bruyn Kops, geboren te Haarlem, den 22sten December 1822, werd in1840 student in de rechten te Leiden. Tengevolge van een ongeval, dat hem in het beginvan zijn studententijd trof, moest hij zijne studiën een tijd lang afbreken en ter genezingruim een jaar ten huize zijner ouders te Haarlem vertoeven. Hij promoveerde dan ookeerst den 21sten Mei 1847, na publieke verdediging eener goede dissertatie,
‘de origineac juribus pristini concilii urbani in civitatibus quibusdam patriae nostrae.’
Hij zette zich inzijne vaderstad als advocaat neder. Kennelijk trokken hem echter de economischestudiën meer aan dan de juridische.Als eerste rijpe vrucht dier studiën verscheen in 1850 het zoo bekende boekje: ‘Beginselen van Staathuishoudkunde, door Mr. J.L. de Bruyn Kops.’ Kops telde nauwelijks28 jaren, toen hij ons dit, door eenvoud en bevattelijkheid uitmuntende werkje, juistdaarom o.a. door een man als Thorbecke hoogelijk geprezen
, en daarmede het eersteecht Nederlandsche handboek over die wetenschap schonk.Hoe grooten bijval dit boek vond, bleek uit de omstandigheid dat zeer spoedig eentweede druk noodig was. Dat het zich weldra een blijvende plaats als handboek voor deleer der staathuishoudkunde had weten te veroveren, bleek uit de omstandigheid, ietszeldzaams in Nederland met werken van dien aard, dat telkens nieuwe drukken noodigwaren. De vijfde, herziene en vermeerderde uitgave, welker inhoud bijna dubbel zoogroot was als die der eerste, zag in 1873 het licht.
1
Levensberichten der afgestorven medeleden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1887, bl.249.
2
Behalve aan mijne stukken in ‘Economist’ en ‘Ned. Spectator’ 1887, No. 94, worde herinnerd aan P.N. Muller'swarm woord in ‘de Gids’ van November, aan de woorden in ‘Eigen Haard’ van 5 November, in ‘deVerzekeringsbode’ van 8 October, in het ‘Bulletin de l'Institut International de Statistique’ van Februari 1888,aan de hulde op de algemeene vergadering der Vereeniging voor de Statistiek van 23 Juni 1888 aan Kops'nagedachtenis gebracht. Zie ook nog ‘Economist’, Nov. '87, p. 1043.
3
Nog klinken mij Thorbecke's woorden in de ooren: ‘Ik heb het aan mijne vrouw te lezen gegeven en zij heeftalles begrepen. Ik zeg dit, voegde hij er bij, als eene hulde aan Kops' klare wijze van voorstelling.’ Gepubliceerd op: www.nachtwakersstaat.nlpag. 1 van 15Januari 2008
bron:
Leave a Comment