Levensberigt van Mr. Jan Ackersdijck.
Op den 13 Julij 1861 overleed te Utrecht ons medelid Mr. J. Ackersdijck; en reeds zijn inonderscheidene tijdschriften kortere of langere levensberigten van hem verschenen
.Bovendien is een zijner leerlingen bezig de bouwstoffen te verzamelen voor eenafzonderlijk en uitgebreider geschrift hem betreffende. Maar toch mag ook in dezeMaatschappi j
niet van hem gezwegen worden. De overledene behoorde tot dezulken,van wie het boven anderen wenschelijk is, dat reeds door hunne tijdgenooten uitverschillende oogpunten een getrouw beeld geschetst en aan het nageslachtovergeleverd worde, omdat zij minder door geschriften dan door hun persoon invloedoefenden.De geschriften van Ackersdijck zijn betrekkelijk weinige, en echter is zijn invloedonmiskenbaar groot geweest. Indien er thans, meer dan vóór een dertigtal jaren, onderonze landgenooten gevonden worden, bij wie een ernstige opvatting derstaatswetenschappen bestaat, en die het heil der maatschappij van geenerleikunstenarijen verwachten, maar alleen van eene volkomen eerlijke toepassing van diebeginselen, welke door studie en nadenkende waarneming als geldig erkend zijn; het isAckersdijck vooral geweest, die daartoe krachtig heeft bijgedragen; meer echter door hetgesproken woord dan door geschriften, en allermeest door zijn voorbeeld.Het kan niet van belang ontbloot zijn om na te gaan, hoe en onder welkeomstandigheden zulk een man zich gevormd heeft tot hetgeen hij voor ons land geweestis; en gaarne voldoe ik aan de uitnoodiging van het Bestuur dezer Maatschappij om heteen en ander mede te deelen omtrent den levensloop van hem, aan wien ik mij, metvelen, zoo veel verpligt gevoel. Mr. Jan Ackersdijck werd den 22 October 1790 te 's Hertogenbosch geboren, alwaar hijzijne zestien eerste levensjaren doorbragt in den kring der oude regenten-familien derGeneraliteit, tot welke beide zijne ouders, Mr. Willem Cornelis Ackersdijck en MariaElisabeth Bowier, behoorden.Zijn vader was een geacht lid van dien kring, maar hij was meer dan dat. Velenherinneren zich nog met liefde en achting den beminnelijken grijsaard, zoo als hij,laatstelijk te Rotterdam woonachtig, tot op meer dan tachtigjarigen leeftijd nog altijd temidden zijner boeken leefde, en steeds bereid was om, voor allen die tot hem kwamen,den schat zijner geleerde aanteekeningen te openen. Die ingenomenheid met studie wasbij hem niet slechts een vrucht des ouderdoms. Van zijne vroege jeugd af warenletterkundige nasporingen zijn lust en leven geweest, waaraan hij, ook bij drukkemaatschappelijke bezigheden, elk uitgespaard oogenblik had besteed. Een tijd langwaren die bezigheden vele geweest. Nevens eene drukke praktijk als Advokaat, had hijhet Secretariaat van 's Hertogenbosch en onderscheidene Landsbedieningenwaargenomen. Niemand, die grondiger de Stad en Meijerij van 's Hertogenbosch kende,en die dus ook meer geschikt was om tot raadsman te zijn in al wat het bestuur van dat
1
Utrechtsche Courant, 23 Julij 1861, ook overgedrukt in de Utrechtsche Volks-almanak voor 1862, bl. 153-162;Nederlandsche Spectator, 27 Julij 1861; Tijdschrift voor Staathuishoudkunde en Statistiek, d. 21 bl. 169-184,van Mr. B.W.A.E. Sloet tot Oldhuis; Jaarboek van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen voor 1861, bl.120-128, van Mr. H.J. Koenen; Utrechtsche Studenten Almanak 1862, bl. 171-212, van Mr. O. van Rees.
2
Ackersdijck werd Lid van Letterkunde in 1832.Gepubliceerd op: www.nachtwakersstaat.nlpag. 1 van 12Januari 2008
bron:
Leave a Comment