Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Look up keyword
Like this
1Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
hoofdstuk 6

hoofdstuk 6

Ratings: (0)|Views: 53 |Likes:
Published by ierpier

More info:

Published by: ierpier on Aug 30, 2012
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as DOCX, PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

08/30/2012

pdf

text

original

 
“Een ster?” Ik wil bijna vragen of ze het zeker weet, of ze het meent, maar ik slik mijn woorden in. Ik weet datIsis het meent, en zoek even naar woorden. “Wat heeft dat te betekenen?” Vraag ik uiteindelijk. Ik struikel
lichtelijk over mijn woorden, maar afgezien van dat ben ik tevreden met de manier dat de woorden uit mijnmond komen. Ik kijk rond en mijn ogen glijden over de man naast mij, over Ves, en uiteindelijk blijven ze
hangen bij Isis. Deze volgt mijn blik voordat ze antwoord geeft. “Wanneer een s
ter sterft wordt de ziel ruimte ingeslingerd. Het kan eeuwen duren voordat de ziel, per toeval, aarde bereikt. Wanneer dit gebeurt kan erhetzelfde gebeuren als bij een Animis. Een ster heeft zich aan jouw ziel gebonden, waardoor een bron vankracht ontst
ond binnenin jou.” Ik vind het nog steeds moeilijk te geloven dat ik een grote kracht zou bezitten.“Ik heb nooit iets gemerkt.” Ik probeer kalm te klinken, maar mijn stem is een combinatie van nervositeit en
nieuwsgierigheid. Ik denk terug aan de jaren in de toren, als ik echt zulke kracht bezat had ik misschien kunnen
ontsnappen. Isis lijkt mijn gedachten te kunnen lezen en gebaart naar mijn pols. “Vanaf het moment dat je de
toren binnenwandelde heb je een polsband om gekregen. Deze neutraliseert nagenoeg alle kracht die je ziel
bezit.” Ze richt zich schuin tot Ves. “Jij, als Animis, zult ook meer kracht dan voorheen bezitten nu je verlostbent van dat ding.” Zegt ze terloops en zonder veel interesse, voordat ze zich terug richt tot mij. “Heb je
herinneringen aan iets vóórdat je in de toren kwam dat er iets vreemds gebeurde? Iets wat je nooit hebt
kunnen verklaren?” Bijna onmiddellijk herinner ik mij het incident met de man. Het incident dat mij in eerste
instantie in de toren deed belanden. Ik kijk op in haar scherpe, blauwe ogen en voel een sterke afkeer tegen
het vertellen wat er precies gebeurde die dag. Ik wend mijn ogen een beetje af. “Ja, ik herinner me wel iets.”
Zeg ik vaagjes en richt mijn ogen terug naar haar. Ik merk dat ik iets nerveuzer adem en hoop dat ze niet vraagtwat er die dag gebeurde. Het moment is gespannen terwijl Isis mij zwijgend aan blijft kijken, maar na een paarseconden leunt ze naar achteren en adem ik opgelucht uit. Hoewel ze me minder ingespannen en beoordelendaan kijkt dan voorheen, houdt ze haar ogen nog steeds op mijn gericht. Er valt een stilte, hoeveel vragen ik ookheb, iets weerhoudt mij ervan ze op het moment te stellen.
De stilte wordt verbroken door de heldere stem van Ves. “Als Leah geen Animis is, waarom zat ze da
n in de
toren? Wisten ze niet wat ze werkelijk is? Dat zou ons een tactische voorsprong geven.” Ik verbaas mij erover
hoe zakelijk zijn stem klinkt, maar nog meer dan dat klinkt hij vastberaden. Zijn gele ogen staren in die van Isis,een antwoord afdwingend. Ves kan soms dingen zeggen met alleen zijn ogen die ik met geen duizend woordenkan beschrijven, terwijl hij soms zo onleesbaar kan zijn dat ik niet eens weet of hij blij of verdrietig is. Isisantwoordt, voorafgaand door een minachtende blik en een sch
amper lachje. “Ze wisten het. Sterker nog, als zijhet niet geweten hadden had ik het ook niet geweten.” Een bijna onbespeurbare, maar zeker aanwezige, zure
ondertoon kruipt even onder haar stem. Ik vermoed over de milde afhankelijkheid. Als ik iets over Isis te weten
ben gekomen is het dat ze haar onafhankelijkheid hoog in het vaandel heeft staan. “Waarschijnlijk wisten ze
het al na het incident met de man op de straat. Ze-
.” Ze stopt haar zin wanneer ze mijn blik ziet. Ik verbijt
mezelf, ik dacht mijn schok over dat ze al wist wat er die dag gebeurd was goed verstopt te hebben. Blijkbaar
niet. Isis trekt één wenkbrauw bijna spottend op. “Ik heb je dossier gezien.” Ze ziet mijn vragende blik en tilthaar hand op. “Later.” Het is geen belofte, het is een bevel dat ik mijn mond moet houden. “Ze sloten je op inde toren om je te controleren totdat ze een manier vonden om je krachten te gebruiken.” Ze lacht opnieuwschamper. “Mensen kunnen een mogelijkheid tot zo’n grote kracht niet weerstaan. Gelukkig is nietsmakkelijker uit te buiten dan hebzucht.” Ik weet niet of het de manier waarop de mensen mij wilde gebruiken,
of de toon van Isis is, maar ik raak lichtelijk geïrriteerd door het verhaal. Voordat ik er echt over na kan denkenstelt Ves de volgende vraag alw
eer. “Waarom zou een medewerker van de toren jóu helpen?” Hij leunt naar
voren, de ogen van Isis niet loslatend. Deze schijnt niet onder de indruk te zijn van Ves zijn starende blik en
neemt haar tijd voordat ze antwoord geeft. “Er is iets wat ze jullie ni
et vertellen in de toren. De grootste zwaktevan het systeem; Alleen Animi kunnen een Animis herkennen. Voor mensen zien een Animis en een mens er
hetzelfde uit. Een Animis zal echter zijn ‘soortgenoot’ direct herkennen. Hierdoor zijn er Animi nodig om Ani
mis
op te speuren.” Bijna direct realiseer ik me wat dat moet betekenen, maar voordat ik het kan opmerken is Vesme voor. “Het zijn Animi die ervoor zorgen dat wij in de toren komen?! Die ons verraden?!” Zijn stem trilt en hij
lijkt zowel boos als geschokt
. Isis blijft hem onveranderlijk aanstaren, niet onder de indruk van Ves. “Ja. Ze
komen uit de toren, als je je goed gedraagt wanneer je eruit komt krijg je 2 keuzes: de mijnen in, of werken
 
voor het systeem.” Ves leunt naar achteren en staart naar het pla
fond. Dit keer hoef ik niet te raden wat hijdenkt, want ik weet dat we hetzelfde denken. Hoe kan iemand die in de toren is geweest ervoor kiezen omanderen de toren in te gooien? Diep in mij weet ik het antwoord wel, maar ik wil het niet geloven. We zwijgeneen moment, het enige geluid komt van het knisperende vuur, dat af en toe op laait wanneer de man naast mij
erin prikt. Ik schrik er bijna van wanneer de scherpe stem van Isis weer door de ruimte galmt. “Veel van die
Animi staan nog altijd te springen om iets tegen de toren uit te kunnen halen, dus toen een medewerker vanhet Animi registratie bureau je dossier in handen kreeg, herkende ze je waarde en speelde mij het dossier
door.”
 
“Waarom pas na al die jaren?” Vraag ik vertwijfeld. “Waarom wist je het niet eerder?” Isis trekt éénwenkbrauw op. “Dat is niet belangrijk.” Haar toon geeft aan dat ik niet door moet vragen en haar blik verstarteen beetje. Ik vermoed dat ze het niet op prijs stelt dat ik haar wijs op iets wat haar fout zou kunnen zijn. “Je
be
nt hier nu en we hebben je krachten nodig om de Animis uit de toren te breken.” Ik leun een beetje naarvoren, geïnteresseerd in wat het plan van Isis precies in houdt. “Hoe?” Ik heb de vraag nog niet gesteld of Isis
werpt mij een kille blik toe en gebaart
naar het vuur. “Nou, laat eens zien wat je kunt.” In eerste instantie raak
ik geïrriteerd over het feit dat Isis weigert mijn vragen te beantwoorden. Maar dan realiseer ik me dat Isiswaarschijnlijk zelf ook nog geen plan heeft. Ik kijk naar het vuur en vraag mij stilzwijgend af of ze niet al weetwat ik blijkbaar zou moeten kunnen als ze mijn dossier heeft gelezen, maar zeg niks. Ik vraag me, dit keer
hardop, af wat de bedoeling is. “Wat moet ik doen?” Ik probeer zakelijk te klinken, maar een onzekere
vraagtoon sluipt in mijn stem. Hoe moet ik een kracht beheersen waarvan ik nauwelijks iets gemerkt heb? Isis
werpt mij een bijna minachtende blik. “Nou er is niet echt een gebruiksaanwijzing voor geschreven. Waaromprobeer je niet gewoon iets?” Het klinkt nie
t als een oprechte suggestie, meer als een opmerking puur om mijte irriteren. Ik negeer mijn irritatie grotendeels en richt mij op het vuur. Niet wetend wat ik moet doen maak ikeen zwaaibeweging met mijn arm. Afgezien van dat ik de man naast mij bijna een bloedneus sla, heeft hetweinig effect. Isis maakt een honend geluidje en ik hoor Ves een zacht, bijna grommend geluid maken. Het isverleidelijk om mijn armen simpelweg over elkaar te slaan en te weigeren iets te doen voordat Isis stopt, maarik besluit mij over deze in mijn ogen kinderachtige verleiding heen te zetten en probeer haar gedrag zo goed enzo kwaad als het gaat te negeren.De man naast mij, wiens naam ik nog steeds niet ken, geeft me een bemoedigend klopje op mijn arm voordathij opstaat en naar een van de grotere tenten loopt. Ik kijk hem langer na dan nodig in een semi-onbewustepoging tijd te rekken en richt mijn aandacht terug op het vuur. Isis staart onafgebroken naar mij en Ves haaltzijn ogen niet van Isis. Als het iemand anders was geweest had ik hier mogelijk een conclusie uit getrokken.Maar Ves is niet iemand anders. Ves is Ves. Ik sluit mijn ogen en probeer mezelf te kalmeren. Presteren onderdruk is niet een van mijn grootste talenten. Dit keer strek ik mijn beide armen naar voren naar het vuur toe,even denk ik het vuur een stukje te zien oplaaien, maar verder gebeurt er niets. Ik probeer het nog een keer, enconcludeer dat het vuur zich net zo weinig van mij aantrekt als onze oudste kat wanneer ik vroeg of hij opschoot kwam zitten. Ik kijk opzettelijk niet naar Isis, maar Ves zijn ogen kruisen de mijne even. Hij geeft me eenkort knikje en een zeldzame glimlach. Ik adem nerveus uit en staar naar het vuur. Net wanneer ik een nieuwepoging wil doen galmt een felle schreeuw door de grot. Geluid van stampende voeten. Geluiden onregelmatigtempo van rennen, tegengehouden worden, struikelen en opstaan gaan gepaard met geluiden die op eenworsteling duiden. Ik schiet omhoog van mijn plek en zie de anderen dat ook doen. Isis heeft een pistool iniedere hand en ziet er bijzonder angstaanjagend uit, hoewel ze kalm op het geluid af loopt. Ves sprint als eenwolf naar het geluid toe, zijn krachtige passen bijna onhoorbaar. De grote bruine man is uit zijn tent gekomenen sprint ook op het geluid af.Plotseling verschijnen ze voor het einde van de gang. Een groep van vier van hen. Hun geweren blikkeren in hetlicht van de zaklampen waarmee ze door de grot schijnen. Eentje gaat over mij heen en blijft vervolgens op mijhangen. Ik versteen en herken ze direct als bewakers van de toren. Voordat ik een goed zicht op ze krijg galmende knallen door de tunnel. twee van de mannen vallen tot te grond voordat een brute stem door de grot galmt.
“Stop of de jongen sterft!” Hij stapt naar voren en sleurt ee
n figuur de grot in waarvan ik maar moet aannemen
 
dat het een jongen is. De zak over zijn hoofd getrokken maakt hem onherkenbaar, maar ik heb zo’n idee dat Isis
precies weet wie het is. Even bespeur ik een korte twijfel die ik nog nooit bij haar heb gezien, voordat ze haar
pistolen weer opricht. “Je doet maar. Maar zodra je die trekker over haalt lig je sneller met een kogel in je leverdan je je kunt voorstellen. Het zal wel even duren voordat je sterft dan, erg vervelende manier om te sterven.”
Isis spreekt kalm, dreigend en zonder enige twijfel en het is moeilijk te geloven dat ik een twijfel bespeurdeeerder. Ik zie Isis haar vinger duidelijk spannen op de trekker. Even denk ik dat ze schiet, maar de knal blijft uit.
“Laat hem gaan.” Zegt ze dwingend en ik kan het niet helpen om een lichte verbazing te voelen. “Ik dacht hetniet.” Lacht een andere man schamper, en voordat ik zelfs maar kan reageren heeft hij zijn arm om Ves zijn hals
geslagen en een pistool tegen zijn hoofd gedrukt. Ves gromt en worstelt, maar wanneer de man zijn pistool
dreigend tegen zijn hals drukt houdt hij zich redelijk stil. “ Wat is het? Denk je dat je niet snel genoeg bent?”
Zegt de tweede man pesterig, zijn stem hijgend van de inspanning en het in bedwang houden van Ves.
“Pistolen
 
op de grond dame, of je vriendjes sterven.” Isis geeft geen kik en houdt haar pistolen gericht op demannen. “Je doet maar.” Haar stem galmt bijna kil door de ruimte voordat ze haar trekkers over haalt.
 Het lijkt in minder dan een seconde te gebeuren. Ik verlies alle mogelijkheid tot nadenken wanneer een stootadrenaline zich meester maakt van mijn lichaam. De mannen verwachten de schoten die ze plotseling op zichgericht krijgen niet, en reageren niet direct. Ves maakt hier gebruik van door zichzelf met alle kracht naarachteren te gooien en de bewaker een kopstoot tegen zijn hoofd te geven. Dit geeft hem de kans om zich omte draaien, maar de bewaker herstelt zich en richt zijn pistool op Ves. Zijn vinger krult om de trekker en ikreageer bijna instinctie
f. “Nee!” Ik stoot mijn arm naar voren in een wanhopige, zinloze, poging hem Ves uit de
weg te duwen. Een enorme steekvlam verblindt mijn zicht en doet me mijn evenwicht bijna verliezen. Het vuurvliegt bijna naar het slagveld en doet bewakers en Animi uit elkaar stuiven. Het vuur lijkt op lucht te branden enverspreid zich meters uit, een bewaker verzwelgend en de andere in een hoek drijvend. Ik voel de hitte en furiedoor mijn armen stromen en voel het tintelen in mijn vingers. Ik zwaai met mijn armen in een poging het vuurte bedwingen, maar hoe meer het groeit, hoe meer ik de minieme controle die ik even leek te hebben verlies.Hoe wanhopiger ik het probeer te stoppen, hoe groter het vuur groeit. Ves, Isis en de bewakers zijn verzwolgendoor het vuur en ik wordt vervuld met een paniekerig gevoel dat ze iets overkomt. Ik stap naar achteren enprobeer overzicht te krijgen wanneer ik struikel over een losliggende steen en op de grond klap.Gedesoriënteerd blijf ik even liggen, half verwachtend om verzwolgen te worden door het vuur dat ik zelf aanheb gewakkerd. Wanneer ik me realiseer dat dit niet probeer ik op te staan, ik wordt verrast door eenoverweldigende spierpijn in mijn armen en klauter go goed en kwaad als het gaat omhoog. Er hangt een zwarterook in de grot, maar afgezien hiervan lijkt de schade redelijk beperkt. Dat wil zeggen, de schade tot het kamp.Het vuur is verdwenen en de rook begint al weg te trekken. Mijn hart maakt een klein opgelucht sprongetjewanneer ik gehoest hoor, en het volgende moment zie ik Ves uit de rook opdagen. Hij wrijft met zijn handen in
zijn ogen, maar lijkt in orde te zijn. “Ves!” Roep ik, en ren naar hem toe. Zonder na te denken sla ik mijn armenom hem heen. “Ik dacht dat ik je vermoord had.” Adem ik uit en probeer mez
elf te kalmeren. Ik merk dat Vesniet weet hoe hij moet reageren en stap snel naar achteren om ongemakkelijke momenten te voorkomen. Isisverschijnt achter hem uit de rook. Ze heeft een schijnbaar bewusteloze bewaker vast en sleept hem mee. Zijnhanden achter zijn rug gebonden, al betwijfel ik of de man nog enigszins zou kunnen tegenstribbelen. Serieuzebrandwonden zijn zichtbaar op zijn armen en gezicht. Bijna krijg ik medelijden met de man als ik eraan denkwat Isis met hem zal gaan doen wanneer hij wakker wordt. Daarbij voel ik me schuldig voor het feit dat ik decontrole over het vuur verloren ben. In tegenstelling tot de man lijkt Isis vrijwel onaangeraakt door het vuur; Ze
hoest niet of wrijft niet in haar ogen en loopt met grote passen richting mij. “
De controle laat nog iets te
wensen over.” Zegt ze koeltjes en sleept de man vrijwel moeiteloos mee naar de tent. Haar opmerking zou me
normaal misschien irriteren, maar ik ben veel te opgelucht om me er echt aan te storen.Een grote schim doemt op uit de rook en mijn hart maakt een angstig sprongetje voordat ik me realiseer dathet de grote maar zachtaardige man is. Hij lijkt een jongen te helpen met lopen. Behalve zijn postuur (net ietsgroter dan ik, geen opvallende bouw.) kan ik weinig aan hem afleiden, laat staan hem herkennen. Totdat zijn

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->