Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Look up keyword
Like this
2Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
Nieuwsbrief 1 - Leergang Pensioenrecht 2012-2013 KUL

Nieuwsbrief 1 - Leergang Pensioenrecht 2012-2013 KUL

Ratings: (0)|Views: 846|Likes:
Published by pensiontalk
Nieuwsbrief 1 - Leergang Pensioenrecht 2012-2013 KUL
Nieuwsbrief 1 - Leergang Pensioenrecht 2012-2013 KUL

More info:

Published by: pensiontalk on Sep 19, 2012
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

07/10/2013

pdf

text

original

 
Faculteit Rechtsgeleerdheid – KU Leuven
LEERGANG PENSIOENRECHT
 
NIEUWSBRIEFNr.
1
 academiejaar 2012 - 2013
Prof. dr. Yves Stevens en Evy Van Genechten
- 1/11 -
Leergang Pensioenrecht 2012-2013
INHOUDSTAFEL
1. Hof van Justitie: gelijkstelling kinderopvoeding voor de berekening van het rustpensioen ........................ 2
 
2. Hof van Cassatie: in aanmerkingneming inkomen partner bij gewaarborgd minimumpensioen ................... 2
 
3. Lagere rechtspraak ............................................................................................................................. 3
 
3.1. Huwelijksvermogensrecht en groepsverzekering ............................................................................3
 
3.2. Herkwalificatie premies bedrijfsleidersverzekering .......................................................................... 3
 
4. Buitenlandse rechtspraak ..................................................................................................................... 3
 
4.1. Discrimination indirecte en raison du sexe ..................................................................................... 3
 
4.2. Pension de retraite anticipée: congé de maternité et discrimination indirecte ....................................4
 
5. Belgische rechtsleer ............................................................................................................................ 4
 
5.1. Decava: ondernemingen in herstructureringen en ondernemingen in moeilijkheden ..........................4
 
5.2. Langer werken: werkgelegenheidsplan 45+ en leeftijdspiramide bij collectief ontslag ........................4
 
5.3. Tweedepijlerpensioenen: soms toch nog 16,5% op 60 en 61 jaar? ..................................................4
 
5.4. Pensioenhervorming: Programmawet creëert onduidelijkheid ..........................................................5
 
5.5. Alle pensioentoezeggingen moeten geëxternaliseerd worden ..........................................................5
 
5.6. Pensioenkapitaal bij uitkering op 60 en 61 jaar hoger belast: nog niet meteen van toepassing ...........5
 
5.7. Vervroegd pensioen: tweede reeks overgangsmaatregelen gepubliceerd ..........................................5
 
5.8. FSMA publiceert jaarverslag .........................................................................................................5
 
6. Buitenlandse rechtsleer ....................................................................................................................... 5
 
6.1. Conditions d’ouverture du droit à la retraite anticipée à 60 ans .......................................................5
 
6.2. Affiliation à l’Agirc et discrimination indirecte fondée sur le sexe ...................................................... 6
 
7. Gelezen in het Belgisch Staatsblad ........................................................................................................6
 
7.1. Databank aanvullende pensioenen ................................................................................................6
 
7.2. Vierdagenweek en halftijds werken vanaf 50 of 55 jaar in de openbare sector ..................................6
 
7.3. Overgangsmaatregelen vervroegd pensioen werknemers ................................................................7
 
C
UMUL OVERLEVINGSPENSIOEN
-
RUSTPENSIOEN
:
OPVOLGING BIJ LATERE VERHOGING OVERLEVINGSPENSIOEN
?
 ...... 10
Pensioenopinies: gelijkgestelde periodes … ook splitten? 
............................................................. 11
Interesse in de pensioenmaterie?Tijd voor specialisatie?Schrijf nu in voor de bijzondere
leergang pensioenrecht2012-2013
Alle info en inschrijvingwww.law.kuleuven.be/leergangpensioenrecht/ Het aantal inschrijvingen is beperkt tot 35
 
 
 
- 2/11 -
Leergang Pensioenrecht 2012-2013
1.
 
H
OF VAN
J
USTITIE
:
 GELIJKSTELLINGKINDEROPVOEDING VOOR DEBEREKENING VAN HETRUSTPENSIOEN
 
Een Duitse vrouw is, na tot 30 juni 1980 inDuitsland te hebben gewoond, gewerkt en onder depensioenverzekering premie te hebben betaald,naar België verhuisd. Hier heeft zij verder tot 30oktober 1980 een werkloosheidsuitkering ontvangen.Ze is in België eveneens van 2 kinderen bevallen.Op 1 juli 1986 heeft zij zich met haar familie weerofficieel opnieuw in Duitsland gevestigd, waar zijeen geregelde beroepsactiviteit heeft hervat.De Deutsche Rentenversicherung Nordbayern (DRN)weigerde om de tijdvakken van kinderopvoeding,vervuld in België, te erkennen en mee te tellen in depensioenverzekering. Dit omdat de opvoeding vande kinderen in het buitenland had plaatsgevonden.DRN stelde dat de vereiste band met hetberoepsleven in Duitsland niet behouden isgebleven door een arbeidsverhouding van haar of van haar echtgenoot.Het Hof van Justitie heeft zich gebogen over devraag of het recht op vrij verkeer van personen zomoet worden uitgelegd dat het voor het bevoegdeorgaan van een eerste lidstaat de verplichtingmeebrengt om voor de toekenning van eenouderdomspensioen de tijdvakken vankinderopvoeding die in een tweede lidstaat zijnvervuld in aanmerking te nemen als tijdvakken dieop zijn nationale grondgebied zijn vervuld door eenpersoon die op het ogenblik van de geboorte vanhaar kinderen niet meer in deze eerste lidstaatwerkte en tijdelijk haar woonplaats naar hetgrondgebied van de tweede lidstaat had verlegdzonder daar evenwel werkzaamheden in loondienstof als zelfstandige te hebben verricht.Het Hof stelt dat ervan uitgegaan moet worden dater een voldoende nauwe band bestaat tussen detijdvakken van kinderopvoeding in de tweedelidstaat en de wegens beroepswerkzaamheden ineerste lidstaat vervulde verzekeringstijdvakken, alseen persoon uitsluitend in één en dezelfde lidstaatheeft gewerkt en premies heeft betaald.De Duitse wetgeving leidt ertoe dat een persoon dietijdens de opvoeding van haar kinderen of onmiddellijk voor de geboorte ervan geentijdvakken van verplichte bijdragebetaling heeftvervuld die verband houden met eenberoepsactiviteit, voor de bepaling van de hoogtevan haar pensioen, niet het recht heeft omkinderopvoedingstijdvakken in aanmerking te latennemen, op de enkele grond dat zij tijdelijk haarwoonplaats naar een andere lidstaat heeft verlegd,ook al heeft zij in die tweede lidstaat geen enkeleberoepsactiviteit verricht. Bijgevolg wordt eenonderdaan van een lidstaat minder gunstigbehandeld dan wanneer deze geen gebruik zouhebben gemaakt van het vrij verkeer. Het Hof stelttenslotte dat deze wetgeving strijdig is met artikel21 VWEU (vrij verkeer van personen).HvJ 19 juli 2012, C-552/10, Doris Reichel-Albert vs.Deutsche Rentenversicherung Nordbayern.
2.
 
H
OF VAN
C
ASSATIE
:
INAANMERKINGNEMING INKOMENPARTNER BIJ GEWAARBORGDMINIMUMPENSIOEN
 
Bij het gewaarborgd minimumpensioen in deoverheidssector, wordt er rekening gehouden methet inkomen uit beroepsactiviteit van de echtgenoot.Dit wordt afgetrokken van het toegekendesupplement. Deze bepaling heeft als doel rekeningte houden met de grotere financiële draagkrachtvan personen die samen de vaste kosten vanlevensonderhoud dragen. Er bestaat echter geensoortgelijke bepaling ten aanzien van ongehuwdesamenwonende gepensioneerden, die samen devaste kosten van levensonderhoud dragen. Volgens het Hof van Cassatie vloeit de aangevoerdediscriminatie wegens een onverantwoord verschil inbehandeling tussen gehuwd en ongehuwdsamenwonenden niet voort uit het aangevoerdeartikel 125, §2 van de wet van 26 juni 1992. Dezezou voortvloeien uit het feit dat de wetgever nietheeft voorzien in een bijzondere bepaling tenaanzien van de ongehuwd samenwonenden.
 
 
- 3/11 -
Leergang Pensioenrecht 2012-2013
Bijgevolg faalt het aangehaalde middel en bestaater geen aanleiding om een prejudiciële vraag aanhet Grondwettelijk Hof te stellen.Cass. 4 juni 2012, nr. C.10.0474.N/3.
3.
 
L
AGERE RECHTSPRAAK
 
3.1. Huwelijksvermogensrecht engroepsverzekering
De groepsverzekering
in casu 
is geen eigenlijkelevensverzekering waarin enkel een uitbetaling bijoverlijden wordt voorzien, maar een gemengdeverzekering die als een spaaroperatie moet wordenaanzien. Bijgevolg dient toepassing gemaakt van debasisregels van het huwelijksvermogensrecht, in hetbijzonder van het vermoeden vangemeenschappelijkheid. In het gemeenschappelijk stelsel wordt uitgegaan van het beginsel dat hetarbeidsinkomen van een echtgenoot in hetgemeenschappelijk vermogen valt. De bijdragenvoor de groepsverzekering, zowel deze betaald doorde werkgever als deze betaald door de werknemer,zijn onderdeel van het globale loon. De tijdens hethuwelijk verworven rechten in het kader van eengroepsverzekering, die meer en meer wordengeïnspireerd door de zorg om een aanvullendinkomen te voorzien, zonder rekening te houdenmet de ontbinding van het stelsel, vallen in hetgemeenschappelijk vermogen. Het feit dat deverzekering slechts onder beperkte voorwaardenafkoopbaar is, zoals vele groepsverzekeringen, doethieraan geen afbreuk.Rb. Antwerpen 22 december 2011, RABG 2012, nr.12, 825.
3.2. Herkwalificatie premiesbedrijfsleidersverzekering
De onzekerheid die vereist wordt door de artikelen 1en 97 van de wet op delandverzekeringsovereenkomsten bestaat zowel uitde onwetendheid welke gebeurtenis aanleiding zalgeven tot de prestatie, wanneer deze prestatie zichzal voordoen als in het bedrag van de prestatie diein functie zal zijn van de gestorte bedragen en dewinstdeelnames die worden toegekend op de datumdat de gebeurtenis zich voordoet.De fiscale administratie herkwalificeert bijgevolgonterecht een contract betreffende eenbedrijfsleidersverzekering in een beleggingscontractals een aantal elementen aanwezig zijn in hetcontract, namelijk:-
 
De storting van een vast of een variabelbedrag,
in 
 
casu 
een initiële premie van 10.000euro en vervolgens jaarlijkse premies van5.000 euro;-
 
De tegenprestatie opgenomen in het contract,namelijk de storting van een bedrag gelijk aande opgebouwde reserve vermeerderd met dewinstdeelname;-
 
Een onzeker element, alleen afhangend van demenselijke levensduur, namelijk het overlijdenof de 65
e
verjaardag van de bedrijfsleiderzodat, naar gelang het geval, de verzekerde of de begunstigde er geen belang bij heeft datéén van de feiten zich voordoet.Door deze herkwalificatie werd de reserve, die werdaangelegd door de betaling van premies, belast alseen verdoken reserve.Luik 11 mei 2011,
FJF 
2012, nr. 6, 699.
4.
 
B
UITENLANDSE RECHTSPRAAK
 
4.1. Discrimination indirecte en raison dusexe
Une discrimination indirecte en raison du sexe estconstituée dans le cas où une disposition, un critèreou une pratique apparemment neutre estsusceptible d’entraîner un désavantage particulierpour une proportion nettement plus élevée depersonnes d’un sexe par rapport à d’autrespersonnes, à moins que cette disposition, ce critèreou cette pratique ne soit objectivement justifié parun objectif légitime et que les moyens de réalisercet objectif soient appropriés et nécessaires.N’est pas justifié le refus d’affiliation à l’Agirc(l’Association générale des institutions de retraitedes cadres), au détriment des fonctionsessentiellement féminines d’assistants du servicesocial, de délégués à la tutelle et de conseillers enéconomie sociale de la MSA (Mutualité socialagricole), dont il n’est pas contesté qu’elles sont très

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->