Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Save to My Library
Look up keyword
Like this
1Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
Sammenvattingen Cellen

Sammenvattingen Cellen

Ratings: (0)|Views: 889|Likes:
Published by Lotte

More info:

Published by: Lotte on Sep 30, 2012
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as DOC, PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

11/30/2012

pdf

text

original

 
Sammenvattingen cellenAlgemene begrippen
(die tussendoor even langskwamen)Pathogeen = biologische ziekteverwekkerIn vitro = in kweekCytosol = alles in de cel behalve organellenCytoplasma = alles in de cel inclusief organellenIn lumen = binnen het membraan
HC 2: De cel
Een menselijke cel kan in afmeting verschillen van micrometers (lymfocyt 7 µm)tot 1,5 meter (zenuwcel). Het cytoplasma van de cel wordt afgesloten door middelvan een enkel celmembraan, bestaand uit een
lipide bi-layer
. Eiwitten in hetmembraan verzorgen de in- en export en zijn de sensors van de cel. Hetcelmembraan bevat
fosfolipiden
,
cholesterol
,
transporteiwitten
en
receptoreiwitten
.De
sluitlijst
tussen de celmembranen zorgt voor stevigheid. Een
desmosoom
tussen cellen is een manier van hechten tussen cellen.
Gap-junction
is een soorttunneltje dat gevormd kan worden tussen cellen voor directe communicatie.Het
cytoskelet
kan worden onderverdeeld in
actinefilamenten
(ongeveer 7 nmdik) voor de beweging van de cel,
intermediaire filamenten
(ongeveer 10 nmdik) voor de structuur van de cel en de
mictrotubili
(20 nm) als de ‘ spoorrails’van de cel.De cel bevat verschillende
organellen
die van elkaar worden gescheiden doormembranen. Alleen de kern, de mitochondrion en het autofagosoom bevatten een
dubbel membraan
, de rest bevat een enkel lipide bi-layer.De
kern
bevat een dubbel membraan waarvan het buitenste membraan bezet ismet ribosomen en continu is met het RER. In de
nucleolus
in de kern wordenribosomen samengesteld. Het gespiraliseerde DNA aan de kernwand heet het
heterochromatine
. Op de lichte gebieden waar de transcriptie plaatsvindtbevindt zich de
euchromatine
. Via
kernporiën
kan de cel moleculen uitwisselenmet het cytoplasma. Transport door een kernporie wordt gereguleerd door eeneiwitcomplex. De
nucleaire lamina
is een eiwitcomplex aan het binnenstemembraan van de kern waar andere eiwitten in verankerd zitten.Het
ruw endoplasmatisch reticulum (RER)
heeft een enkel membraan en iscontinu met het buitenste membraan van kern. Het heeft een ruwe structuur doorde vele
ribosomen
die op het membraan zitten. Eiwitten die naar het lumen of membraan van een organel moeten, worden aan het RER op deze ribosomengesynthetiseerd en komen dan in het lumen of membraan van het RER terecht. Inhet RER vinden ook posttranslationele modificaties en kwaliteitscontrole van dezeeiwitten plaats.Het
glad endoplasmatisch reticulum (SER)
bestaat uit een netwerk van buisjesmet 1 membraan en is op sommige plaatsen verbonden met het RER. Het SERbevat enzymen voor steroid-hormoon-producerende cellen en ontgifting.
Transistional elements
zijn gemodificeerde stukjes RER, waarvan de ene kantnog bezet is met ribosomen en van de andere kant blaasjes afsnoeren naar hetGolgi-apparaat.
 
Het
Golgi-apparaat
is een complex van meerdere cysternen met een enkelmembraan. In deze cysteren worden de posttranslationele modificaties doorgezeten de eiwitten worden gesorteerd op plaats van bestemming. De eiwitten uit hetRER gaan door het Golgi van de cis- naar de transkant. Aan het
trans-Golgi-netwerk (TGN)
worden eiwitten en enzymen geselecteerd en getransporteerd.Ook vormen zich hier onrijpe
secreetkorrels (secretiegranula)
.Eiwitten en enzymen uit het Golgi die niet direct naar het plasmamemrbaan gaankomen in het
endosoom
terecht. Het endosoom is een organel met 1 membraan,waar constant blaasjes mee versmelten en van afsnoeren. Het is een soortsorteerpunt van de cel. Het is betrokken bij de endocytose, de exocytose en hetterugbrengen van plasmamembraanmoleculen. Een
multi vesicular body
is eenvorm van een endosoom waarin meerdere blaasjes in één zijn samengevoegt.Via het endosoom kunnen stoffen van het plasmamembraan en van het TGN in het
lysosoom
terecht komen. Het lysosoom is een organel met een enkel membraan,waar stoffen worden afgebroken. Het is eigenlijk de maag van de cel. Er zijn ookveel enzymen aanwezig om deze afbraak te verzorgen.
Peroxisomen
zijn ronde organellen met een enkel membraan en zijn teherkennen aan een kristalstructuur, dit zijn eiwitten in kristallen. Het peroxisoombevat enzymen die een rol spelen bij de vetstofwisseling. Ook speelt hetperoxisoom een belangrijke rol bij het wegvangen van zuurstofradicalen.
Autofagosomen
zijn organellen die grote eiwitclusters en ´versleten´organellenopnemen en naar lysosomen vervoeren.Het
mitochondrium
is een organel met een dubbel membraan, met instulpingenvoor een groter membraanoppervlak. Hierin vindt voornamelijk de synthese vanATP plaats. Het mitochondrium heeft eigen DNA, RNA en ribosomen.MicroscopieAfmetingen:
 Alberts 1-6
Lichtmicroscoop:-Oplossend vermogen/resolutie 200 nm-Je kan levende cellen bekijken-Cellen kleuren met ‘gewone’ kleurstoffen-Cellen labelen met antilichamen en fluerescerende kleurstoffen-Preparaatdikte 0,2 tot 40 µmElektronenmicroscoop:-Oplossend vermogen 0,2 nm-Je kunt geen levende cellen bekijken-Cellen kleuren met zware metalen-Cellen labelen met antilichamen met metaalbolletjes (goud)-Preparaatditke 20 tot 200 nmVerschil tussen prokaryoten en eukaryoten
ProkaryotenEukaryoten
Afmetingen (in 1-1010-100PlasmamembraanJaJaInterne Nee, maar het kan welJa
 
EiwitsyntheseJaJaDNAJaJaKernNeeJaRibosomenJaJaDe prokaryotische cel heeft meer plasmamembraan in verhouding tot zijn volume.Als een prokaryoot met een factor 10 in omvang zou toenemen zou de verhoudingoppervlakte/inhoud veranderen met een factor 0,1. Een cel kan een te kleinmembraanoppervlak compenseren met interne membranen en plooiing eninstulping.
HC 3-11: DNA en chromosomen, DNA-replicatie en –reparatie, van DNAnaar eiwit en genexpressie
DNA en chromosomen
Chromosomen
bestaan voor de helft uit
DNA
en voor de andere helft uit eiwitten.DNA heeft een polariteit+ het heeft een
-kant, eindigend met een fosfaatgroep,en een
3’
-kant, eindigend met een OH-groep (van de suikergroep). In de stam vanDNA zitten covalente bindingen, tussen basenparen zijn waterstofbruggengevormd. Het vormen van waterstofbruggen tussen twee baseparen heet ook wel
hybridiseren
.In het bekende
Griffith-experiment
werden muizen ingespoten met verschillendeversies van dezelfde bacterie. Bij de pathogene vorm van de bacterie ging de muisdood, bij een andere, niet schadelijke vorm van de bacterie ging de muis niet dood,bij een door hitte verzwakte vorm van de pathogene bacterie ging de muis nietdood, maar bij het injecteren met de niet schadelijke vorm van de bacterie en deverzwakte vorm van de bacterie samen ging de muis wel dood. In die laatste dodemuis werd enkel de normale, dodelijke versie van de bacterie gevonden. Hierbij iser dus DNA ‘opgenomen’ door een andere cel. Het veranderen van het genoomdoor introductie heet
transformatie
. Het
genoom
betreft al het erfelijk materiaalin een organimse (ook het mitochondriale DNA)Bij het
Avery-Macleod-experiment
werd gekeken bij toevoeging van welk deelvan de pathogene versie van de bacterie aan de niet-schadelijke vorm van debacterie er een pathogene bacterie zou onstaan. Dit bleek alleen het geval te zijnbij toevoeging van DNA van de pathogene bacterie. Men kon hieruit dusconcluderen dat de genetische informatie lag opgeslagen in DNA.Dit werd nog extra bevestigd door het
Hershey & Case-experiment
. Hierbij werdDNA van een virus gelabeled met een isomeer van fosfor en eiwit van het virusmet een zwavelisomeer. Dit virus werd gevoegd bij een bacterie (E. Coli) zodat hetde bacteriecellen zou kunnen infecteren. Na verwijdering van de virussen bleek dater wel fosfor, maar geen zwavel aanwezig was in de bacteriecellen. Dit bevestigdehet vermoeden dat de genetische informatie is opgeslagen op DNA.
(Alberts p.174-176)
DNA is een
desoxynucleotide
. Een didesoxynucleotide zou in DNA niet kunnenbestaan, want dit kan niet verlengen. Sommige virussen remmen de DNA-synthesevia dit principe.
Desoxyribonucleosidetrifosfaat (dNTP)
is de naam van een nucleotide voordatdeze hecht aan een DNA-keten. Bij deze binding splitsen de fosfaten af, waarbij deenergie vrijkomt voor de binding van DNA.

You're Reading a Free Preview

Download
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->