Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Look up keyword
Like this
4Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
hoofdstuk 8

hoofdstuk 8

Ratings: (0)|Views: 45 |Likes:
Published by ierpier

More info:

Published by: ierpier on Nov 07, 2012
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as DOCX, PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

09/28/2013

pdf

text

original

 
“Hoe hebben ze ons gevonden?!” Het is geen vraag, het is een uitroep van verontwaardiging en woede. Isis
ijsbeert van links naar rechts voor ons langs, terwijl ik en de rest van de rebellen als een schuldige schoolklas opeen rijtje staan, haar volgend met onze ogen. Josh opent zijn mond in een dappere poging iets te zeggen, maar
voordat hij één klank kan produceren schelt Isis haar stem alweer door de grot. “Er is nog nooit één bewakergeweest hier, en nu is het dorp er ineens van vergeven?!” Haar ogen sch
ieten naar Josh en houden zijn blik
vast. “Waarom heb je het niet eerder opgemerkt?” Ze sist het bijna, en Josh doet een stapje naar achteren.
Toch probeert hij een antwoord te geven, maar opnieuw wordt hij onderbroken door Isis, die blijkbaar niet vanplan is om naar iemand te luisteren. Ze stampt verder en gaat dan recht voor Cesar staan. Zo dichtbij dat hun
neuzen elkaar zouden kunnen raken. “Jij was het zeker.” Ze fluistert het bijna, maar het weergalmt en in de
doodste stilte is het voor iedereen duide
lijk te horen. Ze draait zich op haar hakken om en stampt weg. “Ik wistwel dat ik je niet kon vertrouwen.” Ze draait zich opnieuw om, haar ogen angstaanjagender brandend dan ikooit eerder heb gezien. “Komt zomaar aanwandelen, weigert te zeggen waar hij vandaan komt.” Ze snuift enstampt opnieuw naar hem toe. “Ik wist dat je ons zou verraden.” De haat in haar stem is onmiskenbaar, maar
Cesar lijkt er vrijwel niet door geraakt. Hoewel hij een beetje met zijn mondhoeken trekt en zijn vuisten balt,blijft hij kalm vooruit staren. Dit lijkt Isis alleen maar woedender te maken, en ze beweegt haar hand naar hetpistool aan haar riem.
“Stop!” De stem van Carmen galmt door de stem en ze stapt naar voren. Isis kijkt vanuit haar ooghoeken naar
haar, maar houdt haar
blik gericht op Cesar. “Houd je erbuiten Carmen.” Sist ze en klemt haar vingers om haar
pistool heen. Cesar pakt Carmen bij haar hand en lijkt haar naar achteren te trekken, maar ze rukt zich los.
“Nee.” Zegt ze, haar bruine ogen vastberaden in die van Isis starend. “Dat je Cesar niet aardig vind, daar kan ik
nog mee leven, maar dat je zijn leven zuur maakt, dat je hem beschuldigd van dit soort dingen zonder enig
bewijs, ik ga niet staan toekijken en dat toelaten.” Ze slaat haar armen over elkaar, en kijkt
Isis aan, alsof zehaar uitdaagt. De Carmen die ik nu zie staat in schril contrast met de Carmen die ik diezelfde dag zag, die mijtroostte over mijn ruzie met Ves. De zachtaardige, bijna moederlijke Carmen is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een Carmen met een felheid die ik niet eerder bij haar heb gezien. Alsof ze niet alleen Cesar,
maar ook zichzelf verdedigd. “Cesar heeft niets misdaan, er is geen verrader in ons midden, en als er eenaanwezig zou zijn, dan is het niet Cesar.” Isis vernauwt haar
blik, maar dan speelt een bijna spottende grijns om
haar mond. “Maar jij bent dan ook niet echt de meest betrouwbare bron van informatie, Carmen. Aangezien jij’s nachts in je tentje naar het tentdoek staart en droomt over de práchtige ogen van Cesar.” De
spot in haarstem is onmiskenbaar en Carmen valt stil. Even zwijgen we allemaal, voordat Romeo zijn keel schraapt. Zijn
stem kalm en rustgevend na de felle stem van Isis. “Laten we geen overhaaste conclusies trekken, het is
belangrijk dat we samen blijven als een groep. De bewakers zijn er nu, dat betekent dat we onze plannen
wellicht zullen veranderen.” Hij werpt een blik op Isis, de hem een scherpe blik toe werpt. Isis snuift en kijkt ons
allemaal aan, voordat ze lichtelijk kalmeert en haar handen voor
haar borst kruist. “Omdat íemand ervoor heeftgezorgd dat de bewakers ons op het spoor zijn.” –ze werpt een blik op Cesar, “Moeten we snel handelen,
voordat ze lucht krijgen van onze verblijfplaats, of erger, van onze plannen. Morgen vertrekken we naar de
toren. Morgen zal de toren branden.” Ik open mijn mond om te protesteren, maar Josh is mij voor. “Leah is hiernet, ze is nog niet klaar om de toren binnen te gaan, Carmen is nog niet klaar met de wapens, Cesar…”“Dan zou ik er maar snel voor zorgen dat iedereen wél klaar is morgen.” Onderbreekt Isis hem, zijn protestafkappend voordat hij er goed en wel mee was begonnen. Ze richt zich tot mij. “Je weet wat het plan is.” Ze
trekt één wenkbrauw op wanneer ik niet direct antwoord geef, en ik knik snel. Isis knikt kortaf en stampt weg,
na een paar passen draait ze zich om. “Morgen.” Zegt ze nog eens ter verduidelijking, voordat ze naar haar tent
stampt.Niemand van ons weet precies wat we moeten doen, dus we blijven staan en proberen te verwerken wat ergebeurd is, en te begrijpen wat er nu aan de hand is. Ik hoor Carmen diep inademen, alsof ze moed verzamelt.
 
Wanneer ik naar haar kijk merk ik dat ze er een beetje opgelaten uit ziet en de blik van Cesar ontwijkt. “Ik ganaar mijn tent. Dingen afmaken.” Ze lijk
t opgelucht dat ze een reden heeft om weg te kunnen, en loopt snel Isisachterna. Ik kijk kort naar Cesar, die haar even lijkt te willen volgen, maar uiteindelijk besluit om bij het vuur tegaan zitten. Mijn ogen kruisen die van Ves, en ik wend mijn ogen af wanneer ik merk dat hij naar me aan hetstaren is. Niet op de wanneer waarop hij me voorheen bekeek (alsof hij me aan het bestuderen was). Daar wasik inmiddels allang aan gewend. Maar deze blik voelt ongemakkelijk, een verwijtende blik. Ik realiseer me meteen scherpe steek dat ik Ves niet meer heb gesproken sinds de ruzie vanochtend, en vraag me stilzwijgend af of ik iets tegen hem moet zeggen. Ik open mijn mond, maar realiseer me dat ik nog steeds boos op hem ben(ergens onder de mengeling van gevoelens die mij verwarren), en dat ik eigenlijk niks tegen hem te zeggen heb.Ik wend mijn hoofd af naar Josh en pak zijn hand losjes vast. Een laffe actie, wegrennen voor mijn problemen,maar Josh is makkelijk, geruststellend, en eerlijk gezegd is dat alles wat ik op dit moment nodig heb.
Josh lijkt mijn stille hint te begrijpen en draait zich naar mij toe. “We hebben nog een uurtje of twee voor hetdiner, nog iets specifieks van plan?” Vraagt hij terwijl zijn vingers afwezig van mijn handpalm naar mijn
vingertoppen glijden. Ik voel de vreemde drang om een meisjesachtig giecheltje uit te brengen, maaronderdruk het. Ik ben nooit iemand geweest die giechelt, en ik ben nog altijd van plan om dat zo te houden.
“Nee.” Ik schud mijn hoofd. Vanuit zijn ooghoeken kan
ik Ves zien, die inmiddels is gaan zitten bij het vuur en in
gedachten verzonken lijkt. Josh volgt mijn blik en pakt mijn hand iets steviger vast. “Ik heb je nog nietrondgeleid.”
 We brengen de volgende twee uur bijzonder nutteloos door. Ik en Josh dwalen door de mijn, spelen meerderepotjes boter kaas en eieren (allemaal gewonnen door mij) en halen herinneringen op aan de weinige leukemomenten die we samen hebben meegemaakt in de toren. Ik sta net op het punt om een bijzonder amusanteherinnering op de halen aan een spontane dansactie van Josh midden in onze kamer, wanneer Ves plotselingvoor mijn neus staat. Hij zwijgt even en ik denk een scherpe flits van irritatie te zien, maar dan verstarren zijn
ogen weer tot een onleesbare blik. “Het eten is klaar.”
Zijn stem is net zo koel als zijn ogen, maar de bijnaonmerkbare grom is reeds aanwezig. Hij draait zich om en stampt weg zonder op mij te wachten. Ik blijf evenstil staan, lichtelijk aangeslagen door de verandering in gedrag van Ves. Josh merkt niet dat ik achterblijf totdathij een paar meter van mij weg is. Hij draait zich om en kijkt mij vragend aan. Snel verban ik de gedachten uitmijn hoofd en ren achter Josh aan.Iedereen zit al rond het vuur, een aanzicht waaraan ik ondertussen begin te wennen. Er hangt een spanning inde lucht, we weten allemaal dat dit de laatste avond is vóór we vertrekken dat we samen bij het vuur kunnenzitten. Niemand weet hoeveel van ons morgenavond bij dit vuur zitten, hoe het morgen zal verlopen. Ik herhaaltegen mezelf dat het plan goed is uitgedacht, en dat als we het plan goed uitvoeren we het allemaal zoudenmoeten overleven. Daarbij ben ik in het grootste gevaar, ik ben immers degene die de toren in gaat. Een andergevoel blijft ook aan me knagen. Het gevoel dat er iets niet is afgemaakt, dat ik nog iets moet doen, en ik weetwat het is. Ik moet met Ves praten, iets doen, iets uitleggen. Even twijfel ik en zoek oogcontact met Ves, maarwanneer ik zie dat hij het opzettelijk ontwijkt negeer ik de drang om tegen hem te praten en ga naast Josh
zitten. Josh kijkt opzij en glimlacht naar mij voordat hij zich tot Romeo richt. “Wat heb je vandaag voor heerlijkemaaltijd bereid Romeo?” Hij probeert over de rand van de stomende pan te kijken die Romeo in zijn handenheeft. “Soep.” Antwoord Romeo met een grijns en overhandigt mij en Josh beide een bord. Ik kan het niet
helpen om een lichte teleurstelling te voelen, na al die jaren waterige soep in de toren had ik op eenfatsoenlijke maaltijd gehoopt. Ik constateer echter al snel dat de soep niet zoals de waterige soep in de torenis: Het is een dikke soep die verwacht veel op erwtensoep lijkt. Ik vis iets met mijn lepel uit mijn soep en
 
constateer tot mijn vreugde dat het een soepballetje is. “Soep met ballen!” Lach ik, veel harder
dan ik eigenlijkzou moeten, maar de spanning lijkt alles uit te vergroten. Ik hoor Josh naast mij lachen en zie vervolgens eenextra soepballetje met een plons in mijn soep landen. Ik kijk vanuit mijn ooghoeken naar Josh en het is meerdan de warme soep die mij verwarmt.De spanning hangt de rest van de maaltijd in de lucht, een stilte creërend. Carmen is een stuk stiller dannormaal en lijkt een beetje afwezig, Cesar lijkt nog dieper in gedachten verzonken dan ik van hem gewend benen Isis geeft iedereen die zijn mond open durft te trekken een chagrijnige blik. Josh is de enige die met enigeregelmaat probeert gesprekken te beginnen, maar geen ervan komt echt op gang.Isis is de eerste die op staat en zonder iets te zeggen naar haar tent loopt. Ik werp Carmen een vragende bliktoe, maar deze haalt als reactie slechts haar schouders op. Ze roert in haar soep die ze nog maar half op heeftgegeten. Zelf merk ik dat ik ook minder behoefte heb om te praten dan normaal, dus ik lepel mijn soepzwijgend naar binnen.De rest van de avond verloopt gespannen en in stilte. Ik besluit op tijd terug te keren naar mijn tent en eengoede nachtrust mee te pakken. Ik merk echter al snel dat het moeilijk is te slapen wanneer je lichaam bijnatrilt van de spanning. In het duister van de nacht, met niets anders om mijn aandacht op te richten vechtenmijn gevoelens tegen elkaar, mijn ideeën over wat ik van plan ben. De toren in brand steken, het is de droomvan iedere Animis, om de gevangenis te zien branden. Maar het is niet juist, het is een aanslag, en het isgevaarlijk. Wanneer ik mijn ogen sluit denk ik aan de dag van de opstand in de toren. Het lijkt maandengeleden, terwijl het slechts een paar dagen is dat de rook de hallen van de toren vulden. Toen ik de levenlozelichamen van de Animi zag hangen. De jongen met de zwarte haren en zijn roodharige vriend, wiens namen iknooit heb leren kennen. En Jamie, lieve, onschuldige Jamie die niets liever wilde dan zingen, en nu levenloos inde toren hangt.Isis had aangezet tot de opstand, wetend dat ze geen schijn van kans hadden. Alles in mij schreeuwt om Isistegen te spreken, om mijn eigen plan te trekken. Ergens in mij borrelt een haat voor Isis, maar ik weet dat zemijn enige kans is. De enige kans voor de Animi om eindelijk vrij te zijn. Ik open mijn ogen weer en staar naarhet tentdoek. Ik kan de contouren nog herkennen, maar de kleuren zijn weggevallen in de duisternis. Af en toeflikkert het licht, een onregelmatige schaduw werpend op de grond. Ik sla mijn slaapzak dichter om mij heen ineen poging warmer te worden. Wanneer de stress van de dag en de warmte van het vuur beiden zijnverdwenen, merk ik hoe koud het is in de tent. Ik luister naar de regelmatige ademhaling van Ves naast mij, hetis vertrouwd, herinnert me aan alle nachten in de toren dat de ademhaling van Ves het enige geluid was.Gelukkige herinneringen zijn het niet, maar ze zijn zeker, en dat is een houvast. Een gevoel van weemoed trektdoor mij heen bij de gedachtes aan hoe ik mijn vriendschap met Ves heb verspeeld. Ik frummel met deslaapzak, kras er met mijn nagels overheen en luister naar het zachte geluid. Ik probeer het geflikker van degaslamp te voorspellen en draai mijn haren om mijn vingers. Niks lijkt me genoeg te kunnen afleiden of me inslaap te kunnen krijgen.Ik lig nog altijd wakker wanneer ik de vage geluiden van stemmen hoor, vervolgens voetstappen naar mijn tent.Ik schiet omhoog en strek mijn arm uit, eerst om Ves te wekken, maar ik bedenk mij en begin te zoeken naarhet dichtstbijzijnde wapen. Voordat ik iets anders heb gevonden dan een schoen hoor ik de rits van de tent
open gaan. “Ves!” Probeer ik te sissen, maar mijn stem neigt meer naar een paniekerig, onhoorbaar, gilletje.

Activity (4)

You've already reviewed this. Edit your review.
1 hundred reads
ierpier liked this
ierpier liked this
ierpier liked this

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->