[p. 11]
Inleiding
Het tweede werk van Herakles
Aan het voorwoord van zijn
Philosophische Untersuchungen
liet Ludwig Wittgenstein eenmotto voorafgaan van de negentiende-eeuwse Oostenrijkse toneelschrijver en satiricus Nestroy: ‘Ueberhaupt hat der Fortschritt das an sich, daß er viel größer ausschaut, als er wirklich ist.’ Dit motto, aldus de inleiding tot de Nederlandse vertaling, slaat eigenlijk nergensop, want Wittgenstein heeft het in de
Philosophische Untersuchungen
nooit over historischezaken of processen, laat staan over vooruitgang. Zijn filosofie sluit ook uit dat over eenverschijnsel als vooruitgang iets zinnigs kan worden beweerd. Daarom, schrijft de inleider,‘blijft het min of meer raadselachtig, waarom Wittgenstein tot de keuze van juist dit citaatgekomen is’.
1
Die raadselachtigheid kleeft steeds aan de manier, waarop de idee van vooruitgang indeze eeuw weer opduikt. Vooruitgang, zo hoort men voortdurend, is een verouderde idee,gebaseerd op een metafysische geschiedopvatting waar reeds lang mee is afgerekend.Vooruitgang, zo luidt de gangbare mening, was het geloof van de negentiende eeuw, eengeloof dat toen al aan kritiek blootstond, maar dat definitief gevonnist werd met het uitbrekenvan de Eerste Wereldoorlog, een gebeurtenis die het optimistische Westen de schellen van deogen deed vallen.
2
Vooruitgang, zo wordt telkens opnieuw geconstateerd, is de fossiele brandstof die de grote verhalen van de geschiedenis en de rampzalig gebleken ideologieënlang gaande heeft gehouden, een brandstof die nu eindelijk is uitgeput. Of, zoals Gerard Revehet eens kernachtig samenvatte: ‘Vooruitgang bestaat niet, en dat is maar goed ook, wantzoals het is, is het al erg genoeg.’
3
Het is dan ook merkwaardig dat filosofen van de twintigste[p. 12]eeuw onophoudelijk bezig zijn geweest om een geloof of een idee af te zweren, die volgens de
communis opinio
van hun vakgebied eigenlijk al sinds jaren achterhaald is. Een aanzienlijk deel van de wijsgerige arbeid van deze eeuw heeft aldus veel weg van het geploeter waarvoor Herakles zich gesteld zag toen hij de koppen van de vreselijke Hydra moest afslaan, terwijl bekend was dat ze onmiddellijk weer aan zouden groeien. De naam van het veelkoppigemonster is Vooruitgang: de mythologische lading van dit begrip doet niet onder voor die vanhet gedrocht dat Herakles onder handen nam. Maar de laatste had meer succes dan defilosofie in haar worsteling met Vooruitgang, want nog altijd is het de vraag of het wijsgerigwerk inmiddels voltooid is. Moet Nestroy's motto niet eerder worden omgedraaid,
hat der Fortschritt nicht das an sich, daß er viel kleiner ausschaut, als er wirklich ist
?Zo richt een omvangrijk deel van vooral het continentale denken van deze eeuw zich opwat onze door technologie beheerste cultuur wordt genoemd. In de invloedrijke filosofie vande latere Heidegger, maar niet minder in die van zulke uiteenlopende auteurs als LewisMumford, Hans Jonas, Hannah Arendt en Arnold Gehlen klinkt als onafgebroken grondtooneen fundamentele kritiek mee op het westerse vooruitgangsdenken, op een voortschrijdendetechnologie die vanuit een even fataal als kortzichtig geloof het bestaan, de cultuur of hetleven allengs meer veronachtzaamt en bedreigt.Ook in de traditie van de Frankfurter Schule, en dan in de eerste plaats sinds hetverschijnen van Horkheimers en Adorno's
Dialektik der Aufklärung
(1947), vormt de kritiek op ‘het destructieve van de vooruitgang’, op
le prix du progrès
, een zelden ontbrekend bestanddeel.
4
Belangrijke naoorlogse denkers als Marcuse en Habermas hebben veelaandacht besteed aan een als instrumenteel of technisch gekarakteriseerde rationaliteit; in hunanalyse daarvan worden ontwikkelingen doorgelicht en aan de kaak gesteld die bij nader inzien maar al te vaak als het geraamte van een impliciete vooruitgangsideologie kunnenworden herkend.Bij een filosoof als Foucault komt dat in nog sterkere mate[p. 13]naar voren. Zijn werk kan begrepen worden als een niet-aflatend gevecht met het monster datVooruitgang heet. Enerzijds brengt zijn historisch werk vanuit talloze invalshoeken destructuren aan het licht waarmee de als vooruitgang begrepen ontwikkeling van onze cultuur ontmaskerd wordt als een juist toenemende disciplinering en beheersing van het menselijk bestaan. Anderzijds beklemtoont hij als historicus telkens de breuken in het verleden enneemt hij de discontinuïteit tussen verschillende periodes tot vertrekpunt van dergelijkeontmaskeringen.In andere regionen van de filosofie waart dezelfde hydra van de vooruitgang rond, bijvoorbeeld in de debatten die vanaf Thomas Kuhns baanbrekende
The Structure of Scientific Revolutions
(1962) in de wetenschapsfilosofie zijn gevoerd. Weliswaar gingen dezediscussies het meest expliciet over de vermeende rationaliteit waarmee wetenschap zichontwikkelde, maar onder de oppervlakte speelde voortdurend de vraag mee, in hoeverre dieontwikkeling als een vorm van vooruitgang kon worden opgevat, als een steeds verder voortschrijden in kennis. Uitgerekend hierin school het engagement waarmee deze strijd werdaangegaan.Het misschien wel meest opvallende gebied waarin vooruitgangsideeën zich even
Leave a Comment
pdf is beschadigd ...helaas