Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more ➡
Download
Standard view
Full view
of .
Add note
Save to My Library
Sync to mobile
Look up keyword
Like this
2Activity
×
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
Animis hoofdstuk 10

Animis hoofdstuk 10

Ratings: (0)|Views: 238|Likes:
Published by ierpier

More info:

Published by: ierpier on Dec 15, 2012
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, DOCX, TXT or read online from Scribd
See More
See less

12/15/2012

pdf

text

original

 
 Mijn hele lichaam schreeuwt om me om te draaien, alsof vluchten van de toren mijn natuur is. Zelfsmijn verstand vertelt me om nu op te houden met het dwaze plan en ver, ver weg te rennen. Ik weetniet wat me naar voren drijft. Misschien is het een haat voor de toren, misschien de vrees om nooitecht vrij te kunnen zijn. Mijn hart klopt in mijn keel en ik probeer niet rond te kijken. Ik herken degangen waardoor we lopen niet, dit deel van de toren is slechts voor het personeel bestemd, maarhet beknellende gevoel hangt al sterk in de lucht. Ik bal mijn vuisten en ontspan ze weer, voel dehandboeien lichtelijk in mijn polsen snijden. Het kost mij al mijn zelfbeheersing om ze niet los terukken. Mijn blik houd ik strak naar voren gericht. Ik probeer alle geluiden buiten te sluiten, maarmijn oren lijken hypersensitief te zijn geworden. Ieder miniem geluidje oppikkend. Mijn eigenvoetstappen, de ademhaling van mijn gids, het gebrom en gefluister van de bewakers. De spottendelachjes. Ze staren naar me, sommigen grijzen, anderen kijken bijna met blikken van medelijden, wantiedereen weet wat er met ontsnapten gebeurt. Mijn ademhaling versnelt zonder mijn toestemmingen ik geef een overdreven schrikreactie wanneer een bewaker tegen mijn arm stoot. Plotseling staan
we stil voor een stalen deur. Opnieuw krijg ik een priemende blik van een bewaker. “Naam ennummer?” Bromt hij. Ik schrik en kijk vanuit mijn ooghoeken naar de bewaker. De toren kent mijn
krachten, ze weten waartoe ik in staat ben, wat als ze besluiten dat ik te gevaarlijk ben om ooit te
toren nog in te kunnen? “Leah West, nummer 306” Antwoordt mijn begeleider, zijn stem bijna
onhoorbaar trillend. Ik bijt op mijn lip en hoop vurig dat ze me als ongevaarlijk beschouwen. Debewaker draait zich om en begint wat in de tikken op een apparaat dat ik niet herken. Het blijft stil,voor mijn gevoel te lang. Ik klem zet me schrap op mijn handen los te trekken en de toren vanaf hierin vuur en vlam te zetten. En dan maar hopen dat het goed gaat. Ik tel mentaal of tot drie, het isbeter om de verrassing er nog in te hebben.
“Informatie klopt.” De brommende stem van de bewaker haalt me uit mijn gedachten, en ik kijk rechtin een spottende grijns. “Zo mevrouw West, ik hoop dat het je buiten beviel, want je zult het
voor
lopig niet meer zien.” Als ik niet vreselijk opgelucht en bang was, zou ik misschien een venijnige
blik toewerpen, maar nu sla ik mijn ogen af naar de grond en probeer niet opgelucht te lijken. Eenzachte druk tegen mijn armen herinnert mij eraan dat ik verder moet lopen. We bewegen ons doorde deuren naar een ruimte die mij akelig bekend voor komt. Het is de noordervleugel. De geur vanrook en vuur lijkt nog niet compleet te zijn weggetrokken en dreigt mij terug te brengen naar de dagvan de opstand. De dag dat ik voor het eerst de onschuldigen van de toren zag sterven. De dag dathet gevecht eigenlijk al begonnen was, maar ik me verstopte en wachtte tot het over was. Opgeluchtconstateer ik dat de gangen leeg zijn, afgezien van de bewakers die voor de deuren staan. Ik weetniet wat ik zou doen wanneer ik plotseling bekenden door de gangen zag lopen, of wat zij zoudendoen. Ik weet niet waar we heen gaan, en ik heb geen idee waar ik eigenlijk heen wil. Iets zegt medat ik toch echt moet gaan regelen waar we heen gaan, voordat mijn gids mijn vertrouwen misbruikten me de cel in gooit. Ik weet dat ik dat waarschijnlijk zou doen in zijn plaats. Ik begin een debat metmezelf of ik de man zal vragen waar we heen gaan. Eigenlijk wil ik nog steeds niet met hem praten.Voordat ik een besluit heb gemaakt, hoor ik echter zijn stem in mijn oor. Hij fluistert niet, maar praatzacht genoeg om ervoor te zorgen dat de bewakers voor de deuren hem niet horen. Zijn stem klinkt
gespannen en aarzelend. “Dus jij bent Leah. Ik ben Chad.” Ik staar recht vooruit en doe net alsof ik
hem niet hoor. Ik vraag me af waarom hij in hemelsnaam tegen mij wil praten? Hij is van de toren, ik
ben een Animis, we zijn gezworen vijanden. “Nooit gedacht dat ik zou helpen met de ondergang van
de toren
.” Hij brengt iets uit wat bijna klinkt als een zenuwachtig lachje. Onmiddellijk kijk ik
 
paniekerig rond of iemand zijn uitspraak gehoord heeft, maar geen van de bewakers reageert. Mijnwantrouwen voor mijn gids, die blijkbaar Chad heet, groeit alleen maar
. “Nooit gedacht dat hetmogelijk was.” Vervolgt hij, meer tegen zichzelf dan tegen mij. Ik schuifel ongemakkelijk verder. Degangen lijken oneindig, en het grootste deel ervan heb ik nog nooit gelopen. “Die leidster van jullie iseen pittige tante.” Vervo
lgt hij zenuwachtig, bijna alsof hij een gesprek met me aan probeert teknopen. Als ik niet zo vreselijk zenuwachtig en gespannen was, zou ik waarschijnlijk lachen om het
idee aan de reactie van Isis wanneer ze een ‘pittige tante’ genoemd wordt. Ik ben nog
steeds
vastberaden om hem te negeren, want dat maakt het makkelijker, zo vertel ik mezelf. “Ze Weet watze wil. En het kan nog lukken ook.” Vervolgt hij. Ik denk bijna een hoopvolle toon in zijn stem te
horen, maar besluit dat ik mezelf voor de gek houd.Ik kan het zwijgen niet langer volhouden, het mezelf gedachteloos mee laten voeren. Ik negeer zijn
vraag en staar recht vooruit. “Waar gaan we heen?” Ik verwacht bijna dat de bewakers die voor de
deuren staan op zullen springen en me zullen oppakken, maar niemand reageert. Chad zwijgt een
lange tijd, net wanneer ik denk dat hij mij niet verstaan heeft, geeft hij antwoord. “We gaan naar de
eetzaal, het is de meest centrale plek in de toren en momenteel afgesloten. Het zal even durenvoordat het vuur de gan
gen bereikt heeft, wat de Animi tijd zal geven om te ontsnappen.” Ik knik
maar houd mijn blik afgewend. Met ieder stap naderen we de eetzaal, en ik wordt steedszenuwachtiger. Een kruipend gevoel dat ik iets vergeten ben begint zich meester van mij te maken,en ik kost me al mijn zelfbeheersing om niet mijn handboeien los te rukken en wanhopig naar hetluciferdoosje te zoeken. Chad zegt niets meer. Mijn oren suizen en het enige wat ik nog lijk te horenzijn onze voetstappen, totdat we plotseling stil staan. Met een ruk lijk ik terug getrokken te wordennaar de wereld. Ik kijk in de bruine ogen van een licht gebruinde vrouw. Haar donkerbruine harengeven de illusie zwart te zijn, en haar wenkbrauwen zijn secuur geëpileerd. Ze bekijkt me met eenblik die ik ni
et kan plaatsen en houdt een formulier omhoog tegen Chad. “Speciale orders met
betrekking tot de nieuw binnengebrachte ontsnapte, nummer 306. Bevel luidt onmiddellijke
overplaatsing naar de kerkers tot nader order.”
Mijn hart zinkt in mijn schoenen en een paniekvlaag schiet door mij heen. De kerkers, een vuurvanuit daar zal zich nooit door de toren kunnen verspreiden, zelfs geen magisch vuur. Een paniekmaakt zich meester van mij, maar ik kan geen stap verzetten. Ik kijk opzij naar Chad, zijn gezichtver
raadt niets. “Ik zal haar naar de kerker brengen. Fijne dag” De bewaakster schudt haar hoofd en
komt gevaarlijk dichtbij.
“De orders vermelden expliciet dat ze vergezeld moet worden door ten minste twee bewakers.” Ze
kijkt met een denigrerende blik naar m
ij, de wenkbrauw nog steeds opgetrokken. “Al heb ik geenidee waarom jij een gevaar zou vormen.” Een donker lachje vormt zich achterin haar keel en haar
handen bewegen zich naar mijn handboeien om me mee te nemen. Ik werp een paniekerige blik opChad naast mij. Hij doet niets om haar te stoppen. Wanneer haar handen de handboeien raken doeik het enige wat ik kan bedenken: ik trek mijn handen los en zet het op een lopen. Ik hoor een schoten duik ineen, ik weet niet waar de kogel belandt, en het kan me ook niet schelen. Ik ben nog geenzes meter van de bewaakster verwijderd, wanneer ik een andere bewaker mijn richting in zie rennen.Ongetwijfeld op het geluid van het schot afgekomen.
“Leah!” Ik draai me met een ruk om en zie dat Chad zijn pistool heeft getro
kken en hem op de
bewaakster gericht houdt. “Nu!” Zijn stem trilt en hij lijkt door zichzelf verbaasd te zijn. Het duurt
even voordat het tot mij doordringt wat hij bedoelt. Mijn hand schiet in mijn zak en ik haal het
 
luciferdoosje eruit. Ik kijk er aarzelend naar. Het plan was om het vuur aan te steken in de eetzaal, alsik het hier aan steek verminderen de overlevingskansen van de Animi aanzienlijk. De bewaker naderten neemt het tafereel zichtbaar in zich op. Hij stopt niet terwijl hij zijn pistool trekt en ik zie de loopop mij gericht worden. Even aarzel ik nog, maar dan haal ik met een vloeiende beweging de lucifer uithet doosje en steek hem aan. Ik gooi de lucifer in de richting van de bewaker en probeer tevisualiseren dat ik al mijn energie erheen laat stromen. Mijn handen beginnen te branden, alsof ervuur door mijn aderen stroomt. Mijn ziel lijkt aangewakkerd te worden en het kleine vuurtje isveranderd in een om zich heen slaand vuur. Mijn verstand lijkt te verdwijnen, meegesleurd in hetwakkerende vuur. Ik verlies ieder gevoel van tijd en ruimte, bezeten door het vuur dat inangstaanjagend tempo groeit. De schoten die verloren gaan in het vuur en de rook, het geschoktegeschreeuw van de bewakers, alles is gereduceerd tot vaag achtergrondgeruis terwijl het vuur in mijnoren brult.Een vaag alarm, verstomd door het gebrul van het vuur, dringt tot mij door. Flitsende lichten en eenscherend geluid. Het vuur vlamt om mij heen en ik realiseer me dat ik moet vluchten. De toren uit.Maar ik ben verstijfd, meegesleurd door het vuur dat ik niet langer kan controleren. Ik maak eenwilde beweging met mijn arm, alsof ik het vuur van me af wil schudden, maar het waait slechtsheviger op. Mijn hele lichaam lijkt in brand te staan en de tranen schieten in mijn ogen. Mijngedachtes worden gedomineerd door het vuur, en ik heb geen idee hoe lang ik verstijfd sta. Het vuurwordt steeds wilder en ik knijp mijn ogen en wacht om verzwolgen te worden.En dan laat het me plotseling los. Mijn handen tintelen nog, maar het brandende gevoel in mijnlichaam stopt abrupt. Niet meer getekend aan de ziel van een tiener, slaat het vuur wilder om zichheen dan voorheen. Ik realiseer me dat het vuur nu ook mij ieder moment kan verzwelgen. Ik sla metmijn hand, alsof ik het vuur aan de kant wil duwen en begin door de rook en het vuur naar de uitgangvan de toren te rennen. De rook is verstikkend en ik kan mijn ogen nauwelijks open houden. Allegedachtes verlaten mij behalve één primair instinct: overleven. Rennen en overleven. Ik begin harderte sprinten, recht vooruit kijkend. Mijn voeten slaan tegen de grond, mijn vuisten gebald en mijnkaken stijf op elkaar. Het licht van de buitenwereld vertoont zich door de dikke rookwolk en ik sprinterheen. Met iedere adem teug die ik neem vult de rook mijn longen en lijkt rennen zwaarder teworden. Ik belandt in een oncontroleerbare hoestbui en struikel net niet over mijn eigen voeten. Ikboor mijn nagels in mijn handpalm en forceer mezelf om de laatste meters af te leggen. Door de rookkan ik mijn ogen niet langer open houden, en ik sprint blindelings vooruit, naar het licht.Het licht verrast mij bijna. Ik had half verwacht om het nooit meer te zien. Ik open mijn ogen en haaleen wanhopige teug frisse lucht. Mijn longen lijken zichzelf te willen ontdoen van de rook en as, wantik begin opnieuw oncontroleerbaar te hoesten. Mijn ogen tranen, maar ik kijk rond en zoek naarbekenden. Mijn hart zakt opnieuw in mijn schoenen wanneer ik tegen de muur op kijk. Er staat eenmuur om de toren, en de poort is nog altijd potdicht, de bewakers nergens te bekennen. Een gevoelvan pure wanhoop welt in mij op en ik ren naar de poort toe. Klem mijn handen om het metaal en
ruk eraan. “Kom op!” Hoe harder ik schreeuw, hoe heviger mijn hoestbui lijkt te worden. I
k wordtmet de seconde wanhopiger.
“Leah!” Ik schrik op wanneer ik een bekende stem hoor en loop een paar passen naar achteren omoverzicht te krijgen. “Leah hier!” Ik draai mijn hoofd met een ruk naar het geluid en zie iets wat ik in

You're Reading a Free Preview

Download
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->