Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Save to My Library
Look up keyword
Like this
1Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
DISCUSSIE IN DE TWEEDE KAMER IN 1990 O.A. MET DWIGHT ISEBIA OVER HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN NA 1992

DISCUSSIE IN DE TWEEDE KAMER IN 1990 O.A. MET DWIGHT ISEBIA OVER HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN NA 1992

Ratings: (0)|Views: 83 |Likes:
Published by DWIGHT PAUL ISEBIA
Recordar es vivir. Sometimes it is good to look at history. Een verslag van de tweede kamer over de toekomst binnen het Koninkrijk na de zogenaamde eenwording van Europa
Recordar es vivir. Sometimes it is good to look at history. Een verslag van de tweede kamer over de toekomst binnen het Koninkrijk na de zogenaamde eenwording van Europa

More info:

Published by: DWIGHT PAUL ISEBIA on Jan 19, 2013
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

01/19/2013

pdf

text

original

 
van
de Verenigde Naties over deburgerrechten. Het gaat om denationaliteit van de burger. Ik denk
dat het een
soort strijdigheidweergeeft met deze verdragen,
waaraan
de EG
zich moet houden.
Een
korte vraag
is
gericht
aan
drs.
Engering.Waaromis hetvoorstel,bijvoorbeeld aanpassing
van
originebe–palingen, juist
50%
voor toegevoegde waarde? Als ik mij
niet
vergis, ishet CBI
35%.
Ik verwacht dan ookdat de leden van de EG die weinig ofgeen betrekkingen hebben
met
LGO-landen
die 50%
gaan
verhogen
totwellicht80 of
90%.
De
heer
Van
Empel:
Het
antwoordop de eerste vraag is dat hetpersonenverkeer binnen
de EG
idealiter geheelen al
vri]
is. Dat isjuist
het
perspectief
dat men wil
openen: geen grenzen meer.
Dan is
men op dezelfde manier aanpolitiecontrole onderworpen tussenAmsterdam en Amersfoort als tussenMaastricht en Luik.
Ik
kom op de
vraag
naar
de
rationaliteit van het additioneleonderscheid naar woonplaats.
Ik
denk dat het even rationeel is alsmeerdere economische preferenties
die men op een
bepaald momentheeftingebouwd.
Men
heeft gedacht
aan
bepaalde mogelijkheden
van
stromen over
en
weer
van
voor–
ennadelen.
Daar
heeft men stromenvanbuiten
het
gebied niet
in
willenbetrekken.
Ik
denk
dat wij ons
goed
moeten realiseren dat er tot nu toe in
zekere
zin
vanuit EG-oogpunt
een
gedoogsituatieis. Menheeftaan deindividuele lidstaten
eigenlijk
alleruimte gelaten
om wat dit
betrefteigen beleid
te
voeren, omdat
de
problemen niet
de pan uit
rezen
en
ook
omdat
naar
ik
sterk vermoed
er
zijn anderen hier
aan
tafel
die er
beter over kunnen oordelen
- men
de
discussie niet
wilde
openen. Want
als
land
A
bezwaar
maakt tegen
het
beleid van land B, dan zou het ookwel eens omgekeerd kunnen worden.
Ten
slotte kom ik op de vraag overdediscriminatie.Ik heb dateerlijkgezegd nog niet helemaal
doorge–
dacht.Het is nogaltijdeenheikel
punt.
Maar op zichzelf zou ik geen
bezwaar
zien
als de
keuze
zou
zijngevallen in termen van een formelewaterscheiding. Het bezwaar zoukomen
in de
sfeer
van de
traumati–
sche
ervaringen
die er bij
voorbeeldmet het Britse paspoort zijn geweest.Mensen die een Brits paspoorthadden, kregen opeens te horen datdaar niet
die
consequenties meer
aan
werden verbonden
die er
traditioneelaltijd aan waren verbonden. Dan kom
je
inderdaad
op de
problematiek
waaraanis
gerefereerd, maar daarzou
ik op dit
moment niet verder
opin
willen
gaan.De heer
Engering:
Ik heb
vanmor–
gen
gesproken over
de
nieuwe wijzevan originebepaling langs de
lijnen
van
de
"local content",
de
eigentoegevoegde waarde. Ik heb daarbij
een
percentage
van 50
genoemd.
Ter
vermijding van misverstanden merk
ik
op, dat
Nederland voorstander
is
vaneen percentage van 35. Datbrengen
wij ook in de
onderhandelin–gen.Erzijn maar drie landenvan detwaalf
die
LGO's hebben, Nederland,
Frankrijk
enEngeland.Dielandenhebben dus een zeker belang om op
te
komen voor
hun
LGO's.
De
negenoverige landen vinden hun criteriaelders. Dan komen traditionele enprotectionistische sentimenten
naar
boven
als
"laten
wij het
percentagemaar niet
te
laag maken, want
dan
worden onze markten
te
veelopengesteld voor
die
produkten".
Dergelijke sentimenten treffen
wij
aan
bij
landen
als
Italië,
Griekenland,
Spanje
en
Portugal. Nederland
zal zo
hard mogelijk knokken voor
de
35%,
maar het zal wel uitkomen tussen de
35% en
50%.
Aan het
eindresultaatkunt
u de
politieke invloed
en de
kwaliteit van het huiswerk vanNederland afmeten.
Ik
hoop
dat wij
onder
de 50%
uitkomen.
De
voorzitter:
Dat is een gevaarlijkeuitspraak, mijnheer Engering. Zij staatgenoteerd! Ik dank
de
deelnemers
aan
deze discussieengeefhet
woord
en het voorzitterschap over aanmevrouw Grol-Overling.
Voorzitter:
Grol-Overling
De
voorzitter:
Namensde
Commis–
sies
voor Antilliaanse en Arubaanse
zaken
van
beide Kamers
der
Staten–
Generaal
dank ik de heren VanHoorn, Engering, Van Moorsel, VanEmpel, Wehry en Neef voor hun
zeer
interessantebijdrage
aan ons
allerinzicht in Europa's toekomstigeontwikkelingen en de mogelijkeeffecten
daarvan
op deNederlandseAntillenenAruba.Ikonderstreep
deze
dank
met een
Caraïbisch
boekwerkje.
Ik
dank
de
heer
DeGrave
voor zijn enthousiaste leidingvan
het
forum.
De
bijeenkomst
wordt
geschorst.
FORUMDISCUSSIE
OVER
DE
EUROPESE
UITDAGING
Voorzitter:
Vossen
De
voorzitter:
Dames
en
heren,geachte afgevaardigden!
Het is de
bedoeling,
dat u van ons
geen langeinleidende uiteenzettingen
krijgt,
maar
dat ik
hier
met een
groep
van
technikers praktische vragen probeer
te
beantwoorden.
Ik heb bij mij de
heren
De
Windt,
registeraccountant,Visser, uit de engineering met alsspecialiteit energie, Isebia,
project–
managementspecialist,
prof.
Spronk,financiële aangelegenheden en alles
wat
daar
bij
hoort
en
Hofland,belastingspecialist.
Mijn
naam
is
Wilfried
Vossen.
U
kunt
aan
mijnaccent horen,
dat ik uit een
geogra–
fisch gebied komt
dat
zuidelijker
ligt
dan Nederland
en
noordelijker
dan de
Caraïben.
Ik kom uit Brussel, dehoofdstad van de EG in
1992
en ook
de
hoofdstad
van
België.
Wij
warenvroeger een deel van het Nederland–
se
Koninkrijk.
Wij
zijn
dat nu
niet
meer.
Wel
zitten
wij in de
Benelux
enook in de EG. Wij
hebben
dus als het
ware een status aparte met
Neder–
land.
Juist
over deze relatie
en
dezestatus aparte,
of de
relatie
met
Nederland,
met de EG,
zullen
wij het
hebben. Mijn achtergrond, zoals demeesten
van u welzullen
weten, ligt
zeer
duidelijk
op het
gebied
van
investeringsanalyses,nieuweinvesteringen, nieuwe
projecten,
nieuwe activiteiten en vestiging–splaatsstudies.
In
hetverlengde
daarvan
ligt
natuurlijk
ook
export
naar
Europa,
in dit
geval vanuit
de
Nederlandse Antillen en Aruba. Ookheb ik nog eenbeetje verstandvanregionale ontwikkelingspolitiek.Mijn grap over de status aparte vanBelgië
is
overigens
wel
belangrijk,want
die
status
is
juist cruciaal
in het
gehele gebeuren. Wat zal de relatiezijn
van
Aruba
en de
NederlandseAntillen
ten
opzichte
van
hetgeen
nu
in Japan
al
wordt
genoemd
"fortress
Europe"? "Fortress
Europe",
denken
de
Japanners,
zal een
Europa zijn
in
1993
waar niemand meer binnenmag. De
vraag
is: hoe zit dit dan voorde
Nederlandse
Antillen en Aruba?De heer Engering heeft gesprokenover
"local content".
Dit zai
inder–
daad een van de
belangrijksteaspectenworden.
In de
praktijk zienwij nu al vele vragen op ons afkomen
van
bedrijven die een produkt maken,Staten-Generaal, vergaderjaar
1989-1990,
21
181,
nr. 2
145
 
samengesteld
uit
onderdelen
die op
verschillende
plaatsen
worden
gemaakt.
Een
groot
aantal
delen
komt
nu met
name
uit
Singapore,Taiwan, Japan en het Verre Oosten.Deze bedrijven stellen zich nu grotevragen, want zij weten dat dit straks
niet
meer kan. De
vraag
is dus, of ditwel zal kunnen op de Nederlandse
Antillen
en
Aruba.
Een
tweede aspect
is een
belastin–
gaspect.
Ik wil het
niet hebben overbelastingparadijzen, offshoreen datsoort
zaken,
maar gewoon overvennootschapsbelasting voorproducerende eenheden, voor"manufacturing
units".
In de EG
zijn
er nog een aantal locaties waar vrijgunstige belastingtarieven bestaan,zoalsdeRepubliek lerlandmet eenvennootschapsbelasting
van
10%.
Dit
loopt
echter spoedig
af.
ledereen
weet
dat en iedereen kijkt er ooknaar.
Er
zijn
nog
andere landen,
zoals
Frankrijk
en ook België waar menT-zones heeft met een
belastingvrijs–
telling
van tien
jaar. Daarna
loopt
dit
ook af. Wij
weten allemaal
dat de
vennootschapsbelasting, zowel
op
Aruba als op de Nederlandse
Antillen
zeer gunstig is.
Juist
in het licht van
de
vraag,
hoe het zit met
"fortress
Europe",
hoe het zit met
"localcontent"
en wat
straks
de
juiste
relatie
zal
zijn,
is dit
belastingaspect
een
zeer
beiangrijke aangelegenheid,vooral
om te weten wat de
posities
straks
zullen
zijn
en in hoeverre
1992
voor ons al of
niet
belangrijk
Is.
Stel
dat het
allemaal vrij
gunstig
verloopt
en dat die
"local
content"
er
goed
gaat uitzien, dan kan ik u welverzekeren dat de diversiteit van eenaantal van wat in het Nederlands
heet
"incentive
packages",
die aande
industrie aangeboden
worden,
binnen
de EG
zeer
zeker
wel zal
blijven
bestaan
en ver
voorbij 1992
of
1993.
Dus ook dat aspect zal vooralvanuit
de
Nederlandse
Antillen
en
Aruba getolereerd worden door
de
EG. Daar
is
geen
enkele
twijfel
over
mogelijk.
Steldat een enandergecombineerdkanworden,danziet
de
toekomst
er wat de
mogelijkhedenvanuit de Nederlandse Antillen enAruba betreft
zeer
gunstig uit.
Mocht
dat
mislopen,
dan is
juist
het
tegenovergestelde waar. Daarom
ben
ik
blij
dat ik
hier omgeven
ben door
mensen die daar de juiste
antwoor–
den op
kunnen geven. Misschien zijnzij
het op
onderdelen niet
met mij
eens. Dan hoor ik dat zometeen.
Graag
krijg
ik
vragen over deze
zo
belangrijke onderdelen.
Ik
constateer
dat er tot nog toe uitde
zaal
geen
vragen zijn.
Dan
vraag
ik
de belastingspecialist, de heerHofland,hoe hij over deze elementendenkt en welke andere invalshoek hijeventueel wenst aan te brengen.
De
heer
Hofland
Voorzitter! Mijnbetrokkenheid bij de Antillen alsbelastingadviseur
in de afgelopen
jaren
heeft
mij een wat
bijzondereinvalshoek gegeven. Misschien moetikdaarmee beginnen.
Ook
lijkt
het mij
aardig
om deontwikkelingvan de
laatste
jaren in de offshore-industrieop de Antillen te schetsen. Ik zal mijbeperken
tot de
toekomst
van de
financiële
dienstverlening op deNederlandse Antillen.Het is bekend dat de Antillen een
aantal
moeilijke jaren achterde rughebben. Sinds
1983
is het
fiscaal
op
het
punt
van het
internationalebelastingrecht
wat
bergafwaarts
gegaan.
In
1983
besloot Amerika
tot
eenbelangrijke wetswijziging
op het
punt
van het belastingstelsel
voor
het
onroerend goed.Datmaaktehetgebruik
van
Antilliaanse
vennoot–
schappen in combinatie metNederlandse vennootschappeneigenlijk onmogelijk.
In
1984
— ik zat
toen
in New
York,
dus ik heb het
allemaal van nabij mee kunnenmaken
besloot
Amerika
de
bronbelasting
op
interest
af te
schaffen. Dat is in budgettair opzicht
de
grootste klap geweest, omdat
dat
een einde maakte, zij het op
termijn,
aan
de
financieringsmaatschappijen
op de
Antillen.
De
volgende stap
was
dat Nederland per 1
januarï
1986
debronbelasting
op
dividenden,
die
Nederlandse
vennootschappenbetalen
aan
Antilliaanse moeder–maatschappijen, feitelijk verhoogdevan
0
naar
5 tot
7,5%, afhankelijkvaneen aantal omstandigheden. Wat
er
toen
nog aan
internationalepraktijk was, werd een nieuwe klaptoegebracht door Amerika,
die in de
vorm
van wat wij "revenue
rulings"
noemden
in 1986 een
einde maakte
aan
hetgebruikvanAntilliaansevennootschappen voor
het in– en
uitlenen
aan
Amerikaanse
vennoot–
schappen en natuurlijke personen.
Deze
reeks werd even beëindigd
door,
wat ik zou
willen
noemen,
de
tragedie
rond het
Amerikaans-Antilli–
aanse
belastingverdrag. Zoals
u
weet,
deden
de
Amerikanen
een
voorstel
dat
door
de
Antillen
als
ongunstig van de hand is gewezen.Heteindevan hetliedjeis infeitedat
- zij het
tijdelijk
— het
interestartikel
is
blijven bestaan, maar dat hetverdrag zijn
werking
heeft
verloren.
Men zalverwachten dat,als dat
allemaal is
gebeurd,
er van de
Antilliaanse offshore-industrie weinig
is
overgebleven. Ik moet zeggen datdit,
ook tot
onze verbazing, heel
erg
is
meegevallen.Hetlijkt mij,dat erdrie factoren zijn geweestdie de
industrie toch
overeind hebben
gehouden. Ik zou deze als
volgt
willen omschrijven.In de eerste plaats hebben de
Antillen
in delaatste vijftien
jaar
eenvoortreffelijke reputatie opgebouwdin de financiële industrie. De heerVan Hoorn memoreerde dat al. Op
het
gebied
vancommunicatleen op
het
gebied
van
professionals
- ik
noem accounting, advocaten, fiscale
adviseurs
hebben
de
NederlandseAntillen
een
heel goede naam
in
Europa
en in Amerika.In
de
tweede plaats
- en dat
vind
ik
zelf steeds belangrijker
worden
kan de internationale praktijk heel
goed
werken
met het
Antilliaanse
rechtssysteem.
Dat
betreft
dan het
vennootschapsrecht, het civiele rechten het fiscale recht. Dat is heelbelangrijk. Men kan zich voorstellendat, als een Antilliaanse
vennoot–
schap
geld
leent
— het
gaat
hierbij
vaak om
grote
bedragen
alle
partijen
exact
inzicht
moeten
hebben
inhun
risico's.
Het
lijkt
mij,
dat op dit
punt
het
Antilliaanse rechtssysteem
zeer
bevredigend werkt. Dat komtookomdat grote advocatenkantoreninNederlandhetAntilliaanserechtssysteem
tot hun
terreinrekenen
en op dat
punt
het
rechtlevend houden.
Dat
wordt
ook
uitgedragen via hun kantoren inandere landen
zoals
in
Amerika
enBrussel.
In de derde plaats zijn de Antillen
nog
steeds
een
interessant terrein,
ook op
fiscaal-technisch gebied.
Men
zou
denken dat de Antillen alsabsolute tax-haven slecht zouden
scoren,
want
zij
zijn
in
feite
geenabsolute tax-haven. Zij kennen weldegelijkeenbelastingheffing.Dat
hoeft
helemaal
niet
nadelig te zijn. Bijvoorbeeld
in
Nederland
wordt
het
vaak
op prijs gesteld dat er juist weleen belastingheffing is, zij het dat hetniet
te
veel
mag
zijn.
Om
deze
redenen vind
ik dat de
afgelopen jaren ons geleerd hebben
dat de
Antillen
een
functie hebben.
Dat
brengt
mij bij de
vraag
wat de
functie binnen
de EG is. De
heer
Van
Hoorn heeft al geschetst dat deontwikkelingen zich
in
feite maarStaten-Generaal, vergaderjaar
1989-1990,
21 181, nr. 2
146
 
mondjesmaat voordoen. Als men aanmij vraagt of ik grote veranderingenverwacht,
bij
voorbeeld
op het
gebied van de directe
belastmgen
ende bronbelastingen, dan antwoord ikdat de inschatting van een kantoor
als
het onze is, dat een en ander nog
gemakkelijk
tien jaar
kan
duren.
Zoals
op het
ogenblik
blijkt
uit de
persbe–
richten, heeftdaternstige
conse–
quenties
voor
bij
voorbeeld
de
fusiedrift,
die op het
ogenblik
in
Europa
een rol
speelt.
Een
Neder–
landse
bank, de AMRO, heeftrecentelijk bekendgemaakt dat defusie
met de
Generale,
de
Belgischebank, niet doorgaat. Hierbij werd
aangevoerd
datfiscaal-technischeenciviel-rechtelijke aspecten daarin eenbelemmering vormden. Mijn ervaring
is
dat het juist die aspecten zijn, diepartijen
vaak
naar
het buitenlanddwingen
te
gaan.
Met
anderewoorden:
men
probeert
niet
zozeer
belasting
te
vermijden, maar
men
zoekt
naar
een jurisdictie in het kader
waarvan
men joint ventures endergelijke
kan
aangaan
zonder
desastreuze
effecten.
Een
land
als de
Antillen achtikzeer geschiktals eenlocatie voor joint venturesendergelijke.
De vraag
laat zich stellen tot opwelke hoogte
dit
goed gaat.
Ik zeg
dan:
wij
moeten ervoor zorgen
dat
het Antilliaanse
systeem
up to date is
en
blijft.
Dit
werkt naartwee kanten.
Aan de ene
kant
is
recht
in
ontwikke–
ling.
Men
moet ervoor zorgen
dat het
recht zich
aanpast
aan de
ontwikke–
lingenin demaatschappij.Aan de
andere
kant moet men daarbijvoorzichtigheid betrachten. Ik geef
een
voorbeeld.
In de EG is de
afgelopen jaren zoveel veranderd en
zijn
zoveel rigide regels ingevoerdophet gebied van accounting,
jaarreke–
ningrecht en civiel-rechtelijkebescherming vankredieteurenendergelijke, dat het
zaken
doen en in
een
juridische vorm gietenvan
zaken
bijzonder moeilijk
is
geworden.
Ik wil
ervoorpleiten dat de Antillen hunrechtssysteem
up to
date houden
zonder
tevervallenin deexcessieveregelgevingdie de EG
kent.
Mijn conclusie
is dat er
zeker
ruimte is voor de Antillen en dat, nu
de EG
slechts heel
langzaam
voortschrijdt op het punt vanharmonisatie,
de
Antillen
nog een
lange
periode voor zich hebbenom
zich
een
sterke positie
in de
financië–
le
dienstverleningteverschaffen.
De
heer
Christiaanse
(CDA):
Voorzitter!
Ik wil
beginnen
mij
evenvoor te stellen. Ik ben voorzitter vandevaste Commissie voor financiën
van de
Eerste
Kamer.Voorzitter!
Ik wil mij
eerst even
tot
u richten.
U
bent begonnen
bij
lerland en
geeindigd
bij
Frankrijk
enBelgië
als aantrekkelijke
landen,
ook
uitfiscaal oogpunt.
Misschien
mag ikin
dit
verband
ook
Nederland noemen
als een
aantrekkelijk land.
Ongetwij–
feld
is dit in het
betoog
van de
heer
Van
Hoornal aan deorde geweest,
maar
helaas heb ik zijn betooggemist. Ik excuseer mij bij voorbaat
als
ik inherhalingen verval. Waarom
is
Nederland interessant? Dit
geldt
met
name
met het oog op de
deelnemingsvrijstelling in het kader
van
derelatievandividendendie vandochtermaatschappijen
naar
moedermaatschappijen gaan
in
Nederland.
De
heer Hofland sprakover
het
begrip "tax-haven".
Mij is
bekend
dat bij de
behandeling
van
een wetsvoorstel
tot
wijziging
van de
deelnemingsvrijstelling
in de
Tweede
Kamer
de heer Vreugdenhil, eenpartijgenoot
van
mij,
de
gedachtehad om een bepaald amendement inte dienen. Ik heb dat beschouwd alseen ongelukkige gedachte en ik heb
deze
week gehoord dat het indienen
ervan
vermoedelijk
niet
doorgaat,omdat
men een
compromis heeft
bereikt,
dat
nietnadelig
zal
uitwerken
voor de Nederlandse Antillen. Ikverneem graagvan deheer Hoflandof hem iets bekend is van deproblematiek
op dit
terrein.
Een en
anderzouschadelijk kunnen
zijn
voorde relatie van de Antillen met heel
Europa.
De
heer
Hofland:
Op het gevaar afergtechnisch
te
worden, voorzitter,
wil ik
hierover
het
volgende zeggen.
Ik
meendat dedeelnemingsvrijstel–ling
zeer
belangrijkis, ook in het
kader
van de
verhouding
tussenNederland en deAntillen.Ikdenkdanbij voorbeeld aan Nederlandsevennootschappendie uiteindelijk
vaak
niet gehouden worden door
andere
Nederlandse
vennootschap–
pen, maar door internationaleconcerns hun niet-Nederlandsebelangenhebben gestructureerdviadeAntillen.Een van deredenen
daarvoor
is gelegen in het vereiste
van
de deelnemingsvrijstelling dat
dividenden die van de dochtervennootschapontvangen worden in het
landvan
vestiging
van de
dochter–
vennootschap
aan
belasting
zijn
onderworpen.
Daar
zietmen hetduidelijkst
het
onderscheid tusseneen tax-haven die in het geheel geenbelasting heft en een land als de
Nederlandse
Antillen
dat wel
degelijkbelasting
heft,
zij het met een
bescheiden
tarief Met
anderewoorden,
in de
structuur
die ik
schetste, heeft
de
Antilliaansevennootschapalsuitvloeiselvan deNederlandse deelnemingsvrijstelling
een
zeer
reële
functie.
In de praktijk
hebben
wij ons
voor
de
internationalestructurendie aljaren bestaaneneengunstig leven leiden zeerbezorgd gemaakt over
dat
amende–
ment
dat in de Tweede Kamer aan deorde was in het kader van
twee
wetsvoorstellen die,
om het zo
maar
te
zeggen,
met
elkaar
streden
om
voorrang.
De
voorzitter:
Misschien
kan de
heer Spronk
zijn
visie geven op de
vraag hoe na
1992
financieringsas–
pecten zich eventueel wijzigen
in de
verhouding
tot
Aruba
en de
Neder–
landse
Antillen?Deheer
Spronk:
Om te
beginnen
vraag
ik mij met mijn buurman afwanneer
1992
nu eigenlijk preciesgepland is, maar dat geeft geenantwoord
op uw
vraag
die
naar
mijn
mening toch een vrij lastige is. Ik zalproberen, eerst een algemeen kader
te
schetsen, waarna
ik wat preciezer
op uw
vraag
zal
ingaan.
Wij
hebben
een
onderzoek gedaan
naar
de
mogelijkheden
van een
venture capital fonds voor met name
Curapao
en
daaruit
is een
aantalelementen
naar
voren gekomen. Indeeerste plaats hebbenwij
onder–
zocht of er een sfeer is waarinnieuwe projecten, nieuwe ideeënontstaan.In de tweede plaats hebben
wij
onderzocht
in
hoeverre
de ter
plekkeaanwezige financiële structuurdaaropaansluit.
Wat het
eerstebetreft,is een van debelangrijksteconclusies
die wij
getrokken hebbendat er op dit moment sprake is vaneenenorm sterk nieuw elan,
met
name
op
Curapao.
Over de andereeilanden durf ik geen duidelijkeuitspraken
te
doen, want
ons
onderzoek
was daarop niet
gericht.
Er
is dus
sprake
van een
enormnieuw
elan
en de mogelijkheden die
dat
biedt
zal ik
straks
graag ietsnader
toelichten.
Ik
denk
dat
daar
wellicht
in ieder geval een
mogelijk–
heid
ligt.
Ik
durf niet
te
voorspellenhoe het
zich
gaat ontwikkelen, maaralhoewel Europa 1992 is begonnenmet de misschien wat pessimistischeStaten-Generaal, vergaderjaar
1989-1990,
21
181,
nr. 2
147

You're Reading a Free Preview

Download
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->