• Embed Doc
  • Readcast
  • Collections
  • 1
    CommentGo Back
Download
 
Europa gaat de wereld niet redden
Dirk KloosterboerMet een combinatie van militaire macht en
soft power 
moet Europa zijn positie versterken enzich inzetten voor een betere wereld, zo valt te lezen in de verkiezingsprogramma’s vanprogressieve partijen. Van dat sterke Europa zal echter weinig terechtkomen - en dat komt nietalleen doordat de crisis roet in het eten gooit. Als Europa de wereld wil verbeteren, isuitbreiding een geloofwaardigere strategie.In de loop van de maand maart gaan progressieve partijen hun verkiezingsprogrammavaststellen. In de conceptteksten valt te lezen dat Europa een sterkere rol moet gaan spelenop het wereldtoneel. “Wij moeten ervoor zorgen dat Europa een gelijkwaardige partner is voorandere wereldmachten. Een partner met de ambitie om de wereld daadwerkelijkrechtvaardiger, vreedzamer en duurzamer te maken”, stelt D66.GroenLinks schetst in zijn programma hoe de wereld eruitziet in 2030. Europa heeft een zetelin de VN Veiligheidsraad. De Europese minister spreekt er met gezag, “want zij beheert hetgrootste budget voor ontwikkelingssamenwerking en het grootste diplomatenkorps. Europa isook dé troepenleverancier van de VN”. Ook de PvdA zegt dat Europa een sterke ‘medespeler’ moet zijn op het wereldtoneel. De EU zal in de VN met één mond moeten spreken en moet instaat zijn om tegelijkertijd aan meerdere missies buiten de EU mee te doen (1).Voor een deel kunnen deze pleidooien voor een sterker Europa misschien worden gezien alseen antwoord op de kritiek van de Franse schrijver Pascal Bruckner. Bruckner stelt dat Europageen speler is op het toneel van de geschiedenis, maar een toeschouwer. We verwijtenAmerika misschien dat het zich als avonturier gedraagt, maar Europa doet helemaal niets. Deechte schande is dat Europa zich afzijdig hield in Kosovo, Rwanda, Tsjetsjenië en Darfur - enanderen het vuile werk liet opknappen (2).De verkiezingsprogramma’s vormen wellicht ook een antwoord op de kritiek van Reed Brodyvan Human Rights Watch. De EU moet zich opwerpen als mondiale verdediger van demensenrechten, zo zei hij twee jaar geleden. In de praktijk laat ze het echter vaak afweten:niet alleen toen de CIA gevangenen via Europa naar clandestiene ondervragingscentra vloog,maar ook bij mensenrechtenschendingen in Oezbekistan en Nepal. Volgens Brody ligt deoorzaak in de verlammende besluitvormingsregels van de EU: één enkele lidstaat kan debesluitvorming blokkeren (3).De pleidooien voor een sterk Europa klinken een beetje raar in de oren nu ook Europa steedssterker de gevolgen voelt van de economische crisis. Hoezo sterk Europa? De onderlingesamenwerking en solidariteit staan onder druk. Bovendien is er door de uitgaven in het kadervan de crisis nauwelijks geld meer voor zaken als milieubeleid en ontwikkelingshulp, waardoorhet prestige van Europa navenant af zal nemen, zo waarschuwt Daniel Korski, verbonden aaneen Europese denktank (4).Op zich zou het voorbarig zijn om alleen vanwege de crisis alle Europese ambities in deprullenbak te gooien. Niemand weet hoe lang de crisis gaat duren en hoe ernstig de gevolgenzullen zijn. Het is verstandig om er een lange-termijnvisie op na te houden die niet alleengebaseerd is op de huidige economische omstandigheden. Het punt is alleen dat daarmee devooruitzichten voor een sterk Europa er niet rooskleuriger op worden.De Amerikaanse National Intelligence Council (NIC) heeft onlangs een verkenning gemaakt vanhoe de wereld eruit zal zien in 2025. De NIC ziet uiteraard de rol van China en India groeien,maar wijst ook op de opkomst van nieuwe economische tijgers als Turkije, Iran en Marokko.Het machtige Europa waar progressieve partijen van dromen is volgens de NIC een weinigrealistische toekomstdroom. Europeanen vergrijzen, zijn nauwelijks bereid om in het leger teinvesteren, werken moeizaam samen en zijn niet in staat om hervormingen door te voeren.Hierdoor zal Europa achterblijven als ‘manke reus’ (5).De toekomst voorspellen is een hachelijke zaak, maar aan de hand van de demografischeontwikkelingen valt er wel iets te zeggen over een aantal randvoorwaarden waar we vrijwelzeker mee te maken krijgen. Voor Europa is de vergrijzing een bepalende factor.Momenteel is Europa al het oudste continent. De doorsnee-Europeaan is bijna veertig jaar ouden dit zal stijgen tot zevenenveertig jaar in 2050, zo voorspellen de VN. De Europese bevolkingdaalt van 731 miljoen in 2007, naar 722 miljoen in 2020 en 664 miljoen in 2050. Deze dalingis overigens grotendeels toe te schrijven aan de ontwikkeling in Oost-Europa.
 
Vaak wordt gewaarschuwd dat de draagkracht van het sociaal stelsel in gevaar komt als steedsminder mensen het geld moeten verdienen waarmee de voorzieningen voor een steeds groteregroep ouderen in stand moeten worden gehouden. Toch is dit probleem minder onvermijdelijkdan soms wordt gesuggereerd. De Europese ouderen zijn relatief gezond en kunnen best eenpaar jaar langer doorwerken. Er is zelfs gesuggereerd dat Europa hiermee een potentiëleeconomische troef in handen zou hebben tegenover Amerika, waar de ouderen minder gezondzijn (6).De socioloog Gunnar Heinsohn voert aan dat demografische ontwikkelingen niet alleeneconomische betekenis hebben, maar ook van invloed zijn op het ‘temperament’ van een volk.In landen met een ‘youth bulge’ - een overschot aan opgroeiende zonen – ontstaat eenexplosieve concurrentie om maatschappelijke posities. Dit soort landen hebben volgensHeinsohn bijna altijd te maken met massaemigratie of met bloedige oorlogen, revoluties of terreur. Om het cynisch te formuleren: men moet op één of andere manier van het overschotaan ‘boze jonge mannen’ af. Voorbeelden van landen met een jongerenbult zijn vooral in Afrikaten zuiden van de Sahara te vinden, maar ook Afghanistan, Gaza en Irak worden vaakgenoemd.Vanaf het einde van de vijftiende eeuw maakte de Europese bevolking een snelle groei door.Europa veroverde koloniën en werd een belangrijke wereldmacht. Inmiddels is de situatiecompleet veranderd. De meeste opgroeiende jongens in Europa zijn enige zoon of zelfs enigkind. Dit leidt tot een afkeer voor gewelddadige conflicten. “De angst dat [kinderen] het levenlaten is [..] zo groot dat ze amper voor niet-civiele doelen kunnen worden ingezet”, aldusHeinsohn. Om dezelfde reden moeten Nederlandse jongeren ‘uiteraard’ niets van geweld enoorlog hebben, zo stelt hij ietwat misprijzend vast (7).Alleen al om demografische redenen is het dus onwaarschijnlijk dat Europa in de toekomst eendominante militaire rol zal spelen. Europeanen zijn simpelweg nauwelijks bereid om offers tebrengen. Daar komt bij dat de Europese landen veel minder geld uitgeven aan defensie danAmerika. Er lijkt weinig animo te zijn om hier verandering in te brengen, zo signaleert de NIC.Sterker, de kosten van de vergrijzing zouden er wel eens voor kunnen zorgen dat er juistverder op militaire uitgaven wordt bezuinigd, om te voorkomen dat er in sociale voorzieningenmoet worden gesneden. Daar zou hoogstens verandering in kunnen komen als de angst voorRusland op gaat spelen, aldus de NIC.Soms wordt geredeneerd dat Europa zijn gebrek aan militaire macht compenseert met
soft  power 
.
Soft power 
is het vermogen om je zin te krijgen zonder botte dwang uit te oefenen.Internationale hulp kan hierbij een belangrijke rol spelen. Europa geeft relatief veel geld uitaan ontwikkelingshulp, maar zijn leidende positie is in gevaar nu ook landen als China, Iran,Saoedi Arabië en Venezuela hier steeds meer geld aan uitgeven. Deze landen gebruiken dehulp nog schaamtelozer voor strategische doelen dan westerse landen, tot ongenoegen vanwesterse hulporganisaties (8).Ook een toekomst als economische grootmacht lijkt voor Europa nauwelijks weggelegd. Meteen krimpende bevolking zal economische groei alleen nog te realiseren zijn doorproductiviteitsgroei. In 2000 heeft Europa zich voorgenomen om in 2010 de meest dynamischeen concurrerende kenniseconomie van de wereld te worden, maar dat gaat niet lukken.Vooralsnog is de kloof tussen Europa en Amerika juist gegroeid, al zijn er aanwijzingen datEuropa recent weer iets is ingelopen.Hoe dit zich in de toekomst ontwikkelt is koffiedik kijken. Er wordt wel geredeneerd dat landenmet een vergrijzende bevolking minder innovatief zijn. Vernieuwing moet vooral van jongerenkomen. Ouderen zijn behoudender, minder ondernemend en minder bereid om risico’s tenemen. Als die redenering klopt, dan zal de innovatie in Europa alleen maar afnemen. Maarzelfs als de groei van de productiviteit meevalt, dan nog kan veilig worden gesteld dat de rolvan Europa als economische macht kleiner zal worden door de opkomst van China en India,een proces dat door de huidige crisis wordt versneld.Alles overziend valt er veel te zeggen voor de voorspelling van de NIC dat voor Europa eentoekomst als ‘manke reus’ is weggelegd. Of het nou gaat om economische macht, militairemacht of 
soft power 
, Europa heeft het nakijken. Pascal Bruckner kan wel klagen dat Europaslechts toeschouwer is op het toneel van de geschiedenis, maar meer zit er waarschijnlijkgewoon niet in.Om een beeld te krijgen van wat dit voor ons betekent, is het nuttig om het boek ‘De groeivoorbij’ van de econoom Jaap van Duijn erbij te pakken (9). Van Duijn wijst erop datNederland een dominante positie op het wereldtoneel speelde in de zeventiende eeuw, maar
 
daarna een honderdvijftigjarige ‘Zilveren Eeuw’ of ‘Eeuw van Verval’ doormaakte. Ook toenging dat gepaard met een krimpende bevolking. Van Duijn ziet overigens nog meerovereenkomsten tussen de Zilveren Eeuw en de periode waar we nu in zitten: “debehoudzucht, de risico-aversie, het dicht willen timmeren van het land met regelgeving, hetsteeds korter worden van de horizon, de managerscultuur, de hebzucht aan de top”.Van Duijn verwacht niet zoveel van pogingen om Europa te vitaliseren. Zijn advies is in feite:leg je neer bij het verval. “We moeten er doorheen, of we dat nu prettig vinden of niet. Degeschiedenis leert ook: er valt mee te leven”. De achtiende eeuwse Nederlanders hadden besteen comfortabel bestaan en de huidige Europeanen hebben ook geen reden tot klagen.Men zou kunnen tegenwerpen dat we ook nog een verantwoordelijkheid hebben ten opzichtevan de rest van de wereld. Inderdaad, we hebben het goed hier in Europa, maar elders in dewereld gaan mensen dood door honger, conflicten, milieurampen en andere ellende. We mogenniet achteroverleunen. Een sterker Europa is niet alleen voor onszelf van belang, zo vindenveel mensen; het is ook beter voor de rest van de wereld.Vaak wordt aangevoerd dat Europa een tegenwicht moet bieden aan Amerika, en wellicht aanopkomende machten als China en India. Volgens sommigen is Europa beter dan Amerika:minder agressief, meer op samenwerking gericht, met meer respect voor de mensenrechten enmilieuvriendelijker. Die redenering is niet zo overtuigend. Europa is vandaag de dag temachteloos om veel kwaad te kunnen, maar in het verleden hebben Europese landen zichminstens zo misdragen als Amerika nu doet. Het is dan ook een beetje naïef om te denken dateen sterker Europa zijn macht vooral op een positieve manier zou gebruiken.Anderen voeren aan dat Europa misschien niet intrinsiek beter is dan Amerika, maar dat hetaltijd een slechte zaak is als één land ongecontroleerd de macht uit kan oefenen. Dit klinktplausibel, maar dit is een probleem dat zich vanzelf oplost. Amerika heeft de afgelopendecennia weliswaar vrijwel een monopoliepositie gehad als het gaat om de wereldmacht, maardoor de opkomst van andere landen komt daar nu snel verandering in. Daar is een sterkEuropa niet voor nodig.De progressieve voorstanders van een sterk Europa willen door middel van een combinatie vanmilitair ingrijpen en ontwikkelingshulp problemen in de rest van de wereld aanpakken. Als hetom militair ingrijpen gaat: de ervaringen in Somalië, Rwanda, Bosnië, Irak en Afghanistan zijnniet echt bemoedigend. Voorstanders van militair ingrijpen voeren aan dat de Amerikaansebombardementen op Servië een einde maakten aan de etnische zuiveringen in Kosovo. Tochheeft de filosoof Hans Achterhuis zonder meer een punt als hij aanvoert dat het idee van dehumanitaire interventie wellicht meer ellende heeft veroorzaakt dan opgelost (10).Hetzelfde geldt voor ontwikkelingshulp. Er zijn allerlei succesvolle ontwikkelingsprojecten,maar er zijn nauwelijks overtuigende onderzoeken waaruit zou blijken dat landen er structureelop vooruit zijn gegaan dankzij ontwikkelingshulp. Daar staat tegenover dat er wel allerleiaanwijzingen zijn dat ontwikkelingshulp negatief kan uitpakken: corrupte machthebbersworden in het zadel gehouden, economieën worden afhankelijk gemaakt van westerse hulp engrote infrastructurele projecten hebben soms een verwoestende uitwerking op het milieu. Erwordt zelfs gewaarschuwd dat ontwikkelingshulp en noodhulp er onbedoeld toe leiden datbloedige conflicten in stand worden gehouden (11). De discussie over het effect vanontwikkelings- en noodhulp zal nog lang voortduren, maar vooralsnog is het twijfelachtig of heteen effectief middel is om de wereld te verbeteren.Kortom, het streven naar een sterk Europa dat zich inzet voor een betere wereld is mooi, maarin werkelijkheid moeten we ons niet teveel illusies maken over ons vermogen om problemenop te lossen in de rest van de wereld (12). Dat lijkt een cynische conclusie, maar dat is hetniet. Tegenover onze onmacht tegenover de wereldproblemen staat namelijk dat Europabewezen heeft dat ze dichter bij huis wel degelijk een positieve impact heeft.Er is al vaak op gewezen dat Europa weliswaar een bloedige geschiedenis kent, maar dat ersinds de Europese eenwording geen onderlinge oorlogen meer zijn geweest. Met een beroep opde theorie van Heinsohn zou men kunnen aanvoeren dat dit meer te maken heeft metdemografie dan met de Europese samenwerking, en misschien zit daar wel wat in.Europa kan echter meer successen op zijn conto schrijven, bijvoorbeeld waar het gaat om hetverspreiden van solidariteit, democratie, mensenrechten en de rechtstaat. De meeste EU-lidstaten waren niet zo lang geleden nog dictaturen, voert Timothy Garton Ash aan. Nu zijn hetdemocratieën. Turkije en Kroatië versterken hun rechtstaat omdat ze willen toetreden tot deEU. “De EU is één van de meest succesvolle vehikels voor vreedzame
regime change
ooit”,concludeert hij. En er is meer. Arme landen die zijn toegetreden tot de EU hebben hun
of 00

Leave a Comment

You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...

Het lijkt me een hachelijke onderneming om de toekomst te voorspellen (al de deskundigen stonden in hun hemd toen de Berlijnse muur viel). Als de economische recessie echt heel hard zou toeslaan de volgende jaren, met een enorme werkloosheid en een einde aan de financiering van ontwikkelingshulp, dan staat de deur wijd open voor heel verrassende ontwikkelingen. Ik heb ook een kleine poging tot voorspelling gedaan: http://www.scribd.com/doc/15782427/Sa...

You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...