daarna een honderdvijftigjarige ‘Zilveren Eeuw’ of ‘Eeuw van Verval’ doormaakte. Ook toenging dat gepaard met een krimpende bevolking. Van Duijn ziet overigens nog meerovereenkomsten tussen de Zilveren Eeuw en de periode waar we nu in zitten: “debehoudzucht, de risico-aversie, het dicht willen timmeren van het land met regelgeving, hetsteeds korter worden van de horizon, de managerscultuur, de hebzucht aan de top”.Van Duijn verwacht niet zoveel van pogingen om Europa te vitaliseren. Zijn advies is in feite:leg je neer bij het verval. “We moeten er doorheen, of we dat nu prettig vinden of niet. Degeschiedenis leert ook: er valt mee te leven”. De achtiende eeuwse Nederlanders hadden besteen comfortabel bestaan en de huidige Europeanen hebben ook geen reden tot klagen.Men zou kunnen tegenwerpen dat we ook nog een verantwoordelijkheid hebben ten opzichtevan de rest van de wereld. Inderdaad, we hebben het goed hier in Europa, maar elders in dewereld gaan mensen dood door honger, conflicten, milieurampen en andere ellende. We mogenniet achteroverleunen. Een sterker Europa is niet alleen voor onszelf van belang, zo vindenveel mensen; het is ook beter voor de rest van de wereld.Vaak wordt aangevoerd dat Europa een tegenwicht moet bieden aan Amerika, en wellicht aanopkomende machten als China en India. Volgens sommigen is Europa beter dan Amerika:minder agressief, meer op samenwerking gericht, met meer respect voor de mensenrechten enmilieuvriendelijker. Die redenering is niet zo overtuigend. Europa is vandaag de dag temachteloos om veel kwaad te kunnen, maar in het verleden hebben Europese landen zichminstens zo misdragen als Amerika nu doet. Het is dan ook een beetje naïef om te denken dateen sterker Europa zijn macht vooral op een positieve manier zou gebruiken.Anderen voeren aan dat Europa misschien niet intrinsiek beter is dan Amerika, maar dat hetaltijd een slechte zaak is als één land ongecontroleerd de macht uit kan oefenen. Dit klinktplausibel, maar dit is een probleem dat zich vanzelf oplost. Amerika heeft de afgelopendecennia weliswaar vrijwel een monopoliepositie gehad als het gaat om de wereldmacht, maardoor de opkomst van andere landen komt daar nu snel verandering in. Daar is een sterkEuropa niet voor nodig.De progressieve voorstanders van een sterk Europa willen door middel van een combinatie vanmilitair ingrijpen en ontwikkelingshulp problemen in de rest van de wereld aanpakken. Als hetom militair ingrijpen gaat: de ervaringen in Somalië, Rwanda, Bosnië, Irak en Afghanistan zijnniet echt bemoedigend. Voorstanders van militair ingrijpen voeren aan dat de Amerikaansebombardementen op Servië een einde maakten aan de etnische zuiveringen in Kosovo. Tochheeft de filosoof Hans Achterhuis zonder meer een punt als hij aanvoert dat het idee van dehumanitaire interventie wellicht meer ellende heeft veroorzaakt dan opgelost (10).Hetzelfde geldt voor ontwikkelingshulp. Er zijn allerlei succesvolle ontwikkelingsprojecten,maar er zijn nauwelijks overtuigende onderzoeken waaruit zou blijken dat landen er structureelop vooruit zijn gegaan dankzij ontwikkelingshulp. Daar staat tegenover dat er wel allerleiaanwijzingen zijn dat ontwikkelingshulp negatief kan uitpakken: corrupte machthebbersworden in het zadel gehouden, economieën worden afhankelijk gemaakt van westerse hulp engrote infrastructurele projecten hebben soms een verwoestende uitwerking op het milieu. Erwordt zelfs gewaarschuwd dat ontwikkelingshulp en noodhulp er onbedoeld toe leiden datbloedige conflicten in stand worden gehouden (11). De discussie over het effect vanontwikkelings- en noodhulp zal nog lang voortduren, maar vooralsnog is het twijfelachtig of heteen effectief middel is om de wereld te verbeteren.Kortom, het streven naar een sterk Europa dat zich inzet voor een betere wereld is mooi, maarin werkelijkheid moeten we ons niet teveel illusies maken over ons vermogen om problemenop te lossen in de rest van de wereld (12). Dat lijkt een cynische conclusie, maar dat is hetniet. Tegenover onze onmacht tegenover de wereldproblemen staat namelijk dat Europabewezen heeft dat ze dichter bij huis wel degelijk een positieve impact heeft.Er is al vaak op gewezen dat Europa weliswaar een bloedige geschiedenis kent, maar dat ersinds de Europese eenwording geen onderlinge oorlogen meer zijn geweest. Met een beroep opde theorie van Heinsohn zou men kunnen aanvoeren dat dit meer te maken heeft metdemografie dan met de Europese samenwerking, en misschien zit daar wel wat in.Europa kan echter meer successen op zijn conto schrijven, bijvoorbeeld waar het gaat om hetverspreiden van solidariteit, democratie, mensenrechten en de rechtstaat. De meeste EU-lidstaten waren niet zo lang geleden nog dictaturen, voert Timothy Garton Ash aan. Nu zijn hetdemocratieën. Turkije en Kroatië versterken hun rechtstaat omdat ze willen toetreden tot deEU. “De EU is één van de meest succesvolle vehikels voor vreedzame
regime change
ooit”,concludeert hij. En er is meer. Arme landen die zijn toegetreden tot de EU hebben hun
Leave a Comment
Het lijkt me een hachelijke onderneming om de toekomst te voorspellen (al de deskundigen stonden in hun hemd toen de Berlijnse muur viel). Als de economische recessie echt heel hard zou toeslaan de volgende jaren, met een enorme werkloosheid en een einde aan de financiering van ontwikkelingshulp, dan staat de deur wijd open voor heel verrassende ontwikkelingen. Ik heb ook een kleine poging tot voorspelling gedaan: http://www.scribd.com/doc/15782427/Sa...