• Embed Doc
  • Readcast
  • Collections
  • CommentGo Back
Download
 
za 07 mrt 2009, 07:01
 
Loonmatiging
AMSTERDAM - Iedere econoom is het er wel over eens dat de huidige recessie ontstaan is door een plotselinge en ongekend hevige vraaguitval – het gevolg van deangst en onzekerheid, die ontstonden toen vorig najaar een aantal grote financiële instellingen failliet dreigde te gaan, dan wel dat daadwerkelijk deed.Een van de opvallendste slachtoffers van die vraaguitval is de auto-industrie. In februari werden in Nederland 31% minder auto’s verkocht dan vorig jaar. We zien foto’svan terreinen vol onverkochte auto’s. General Motors is op sterven na dood. De Zweedse overheid wil Saab niet overnemen. Toyota, de meest succesvolle automaker ter wereld, verwacht voor het eerst sinds 1938 verlies te lijden. Dat is wat vraaguitval doet.Die vraaguitval, in casu het inzakken van de wereldhandel, en dus van de Nederlandse export, was ook de reden waarom het Centraal Planbureau met zijn zeer pessimistische raming van de groei van de Nederlandse economie in 2009 kwam. In plaats van groei werd een krimp van 3,5% voorspeld.Om de vraaguitval tegen te gaan proberen overheden, in Amerika, in Europa, in Azië, de vraag te stimuleren. In de VS gaat die vraagstimulering leiden tot eenbegrotingstekort van 12%. Nederland heeft in vredestijd bij mijn weten nooit zo’n groot begrotingstekort gehad. China kondigde deze week steunmaatregelen ter waardevan, omgerekend, Î1000 miljard aan. Ter vergelijking: het hele Nederlandse nationale inkomen is ongeveer Î600 miljard. Beurzen reageerden enthousiast.Maar terwijl overheden in de hele wereld hun best doen om de eindvraag van consumenten en producenten niet in te laten zakken, roept de Nederlandse minister Donner om loonmatiging. Loonmatiging? Nu? Het is toch niet de bedoeling om de vraag van consumenten nog verder te laten afnemen?Loonmatiging als remedie tegen economische kwalen is nuttig als de lonen te veel zijn gestegen en daardoor de Nederlandse exportpositie schade lijdt. Maar daar is nugeen sprake van. De Nederlandse lonen hebben zich, gezien de productiviteitsstijging en de inflatie, de laatste jaren bescheiden ontwikkeld. Ze zijn in de voorafgaande jaren veel minder gestegen dan de winsten van ondernemingen, laat staan de bonussen aan de top. Nederland heeft zich echt niet uit de markt geprijsd.Lonen zijn kosten voor bedrijven, maar het zijn inkomsten, dus bronnen van bestedingen, voor consumenten. De particuliere bestedingen zijn in Nederland even grootals de export. De uitvoer krimpt al vanwege de wereldwijde vraaguitval. Het laatste wat we dan moeten doen, is bevorderen dat die andere grote bestedingscomponent,de consumptie van gezinnen, ook nog eens inzakt, of nog meer inzakt dan zij wegens gebrek aan vertrouwen al doet. Het zou ook heel raar zijn als we de ene dagpraten over de mogelijkheden om overheidsbestedingen, bijvoorbeeld aan infrastructuur, naar voren te halen, terwijl we tegelijkertijd maatregelen bedenken om anderebestedingen af te remmen.De roep om loonmatiging is in Nederland een beetje de pavlovreactie op een recessie geworden. Maar de beide keren dat loonmatiging serieus werd doorgevoerd,tijdens de recessies van begin jaren tachtig en van begin dit decennium, verergerde ze die recessie alleen maar. Onder de huidige economische omstandigheden isloonmatiging al helemaal een slecht idee.
za 28 feb 2009, 08:47
 
Berichtgeving
AMSTERDAM - Na afloop van een lezing komen er altijd vragen, en van één vraag weet ik inmiddels met zekerheid dat hij komt. Dat is: ’Vindt u ook niet dat de mediamedeverantwoordelijk zijn voor de crisis?’ Dertig jaar lang werd deze vraag nooit gesteld, maar de laatste zes maanden is het bij iedere gelegenheid raak.Mijn antwoord is steeds: nee, de media zijn niet verantwoordelijk voor de economische crisis, maar door hun hang naar simplificatie, hun zucht naar sensatie en hunonbedwingbare neiging tot dramatisering hebben ze wel grote invloed op het gedrag van burgers. En daarmee beïnvloeden ze de economie, want bang gemaakteconsumenten en producenten gaan nog minder besteden en investeren dan ze al van plan waren te doen.Tientallen jaren heb ik gemeend dat de zaken in de economie gaan zoals ze gaan, en dat we elkaar geen recessie konden aanpraten, al zouden we dat al willen. Maar inde huidige situatie meen ik toch dat het heel anders is.De bestedingen zijn ingezakt, omdat mensen bang zijn geworden en geen vertrouwen meer in de toekomst hebben. De koopkracht stijgt in 2009 meer dan in de tweeafgelopen jaren bij elkaar, en als iedereen normaal zou doen, zouden de bestedingen toenemen. Maar in plaats daarvan krimpen ze.Nu zijn de feiten wat ze zijn – daar moeten we niets aan veranderen. Maar het gaat er vervolgens natuurlijk wel om hoe die feiten worden gebracht, welke toon wordtaangeslagen, welke nuanceringen worden aangebracht en welke keuzes bij het selecteren van nieuwsonderwerpen worden gemaakt.De consternatie vorige week rond de opmerkelijke prognoses van het Centraal Planbureau bood televisiemakers een uitgelezen kans om hun echte taak te vervullen: hetnieuws te brengen, toe te lichten, uit te leggen en te nuanceren. Zo liet de NOS, toen het over een raming van de groei van de Nederlandse economie in 2009 ging, deJournaallezer van dienst de tekst ‘Het staat nu vast’ voorlezen. Het is februari, het jaar 2009 moet nog goed en wel op gang komen en er staat dus helemaal niets vast.De voorstelling van zaken van de NOS was stemmingmakerij in de meest letterlijke zin van het woord. Ook werden we weer getrakteerd op de bekende beelden van deGrote Depressie met zijn lange rijen van werklozen. Vergelijkingen met de depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw zijn niet alleen misleidend, ze zijn ookbuitengewoon schadelijk. Misleidend omdat de economische omstandigheden toen totaal anders waren dan nu.Het inkomen per hoofd van de bevolking was in de jaren dertig één vijfde van wat het nu is, er was geen sociale zekerheid, geen aow, geen pensioenfondsen en mensenveroorzaakten geen honderden kilometers files door met zijn allen in de krokusvakantie naar de wintersport te gaan. De vergelijking is buitengewoon schadelijk omdathet enige effect van het tonen van die crisisbeelden kan zijn dat mensen nog banger worden gemaakt en de economie nog meer gaat krimpen.De publieke omroep, die ook van mijn belastinggeld tv maakt, moet dus goed beseffen waar ze mee bezig is.
za 21 feb 2009, 08:41
 
Schrikken
AMSTERDAM - Dat was schrikken, toen het Centraal Planbureau (CPB) afgelopen dinsdag zijn nieuwste ramingen voor de Nederlandse economie bekendmaakte. Eenbruto binnenlands product dat met 3,5% afneemt en een werkloosheid die in 2010 naar 8,75% stijgt.Wat een met veel onzekerheden omklede vooruitblik was, werd binnen een paar minuten voor radio- en tvmakers een feit: ’Economie krimpt met 3,5%’. Bij radio en tvhouden ze niet van nuances. Alles moet simpel blijven. Trouwens, ook in een dagblad las ik de volgende dag: ’Sinds 1931 is de economie niet meer zo sterk gekrompen’.Beschikt deze krant over een helderziende, die nu al weet wat het Centraal Bureau voor de Statistiek pas over een jaar bij wijze van eerste schatting kan duiden?Iedereen die even nadenkt, kan weten dat de voorspellingen die het CPB nu doet hoogst onzekere zijn – de beste schattingen voor dit moment, meer niet. In de eersteplaats moet het natuurlijk opvallen dat het CPB in vijf maanden tijd zijn voorspelling voor de economische groei in 2009 heeft bijgesteld van plus 1,25% (Prinsjesdag), viamin 0,75% naar nu min 3,5%. Zo’n ommezwaai in zo korte tijd is nooit eerder vertoond. In feite zegt het CPB: wij tasten ook volledig in het duister.De raming van nu kan deze zomer weer volledig achterhaald zijn, in negatieve zowel als positieve zin. Er wordt bijvoorbeeld geen enkele rekening mee gehouden dat descherpe en ongekende verlaging van productie, die het gevolg is van de plotselinge vraaguitval in het najaar van 2008, ertoe kan leiden dat bedrijven over enige tijd hunvoorraden weer moeten gaan aanvullen. Dan zou de scherpe val van nu gevolgd kunnen worden door een even scherpe opleving – iets wat na de oliecrisis van 1974/’75ook gebeurde.In de tweede plaats draait de sombere voorspelling van het CPB geheel en al om de krimp van de uitvoer. Het bureau raamt dat de relevante wereldhandel met 9,75%afneemt en dat de Nederlandse uitvoer met 10,75% daalt. Dat zijn extreme dalingen. Ter vergelijking: na de oorlog is de uitvoer nooit met meer dan 3% gedaald (dat wasin 1975). De grootste daling ooit gemeten was een krimp met 16,6% in 1932. Maar de ontwikkeling van de wereldhandel, en daarmee van de Nederlandse uitvoer, is eentamelijk ongrijpbaar fenomeen. Die hangt af van de economische groei in China en India, van de krimp in Amerika en Duitsland, van de vraag naar olie, staal enchemische producten, van de valutabewegingen van dollar, yen en pond, en nog veel meer.Het lijkt buitengewoon lastig daarover op dit moment zinvolle ramingen te doen, temeer daar onbekend is in welke mate de groei in China weer aantrekt (nu geraamd op6% voor 2009), wat de effecten van de vele stimuleringsmaatregelen van overheden zullen zijn en wat lagere olieen grondstoffenprijzen voor de vraag gaan doen.De uitvoer van Nederland, exclusief de doorvoer (dat wat ingevoerd wordt, maar het land weer even snel verlaat) is ongeveer even groot als de particuliere consumptie.Het CPB verwacht dat die laatste ook een heel klein beetje daalt, maar het uitzonderlijke van de huidige situatie is dat de koopkracht van gezinnen met ruim 2%toeneemt, meer dan in 2007 en 2008! Dit benadrukt nog weer dat de onzekerheid over de Nederlandse economie in 2009 geheel en al voortkomt uit de onzekerheid over de wereldeconomie.
za 14 feb 2009, 09:08
 
 
Jaap van Duijn
Roep om de staat
AMSTERDAM - Er gaat geen dag voorbij of er staat wel weer een oproep van een belangenorganisatie in de krant, die meent dat ’de overheid snel moet ingrijpen’.Vooral van minister Bos wordt veel verlangd. Die moet bijdragen verhogen, lasten verlagen, subsidies verlenen, leningen garanderen, kapitaal injecteren, toezichtverscherpen, banken kopen, steunmaatregelen treffen – kortom: hij moet de ongemakken van deze economische terugslag bij burgers en bedrijven wegnemen.Ik heb nooit eerder meegemaakt dat er vanuit alle hoeken van de samenleving zo’n breed en omvangrijk beroep op de staat werd gedaan. De ironie is natuurlijk dat deroep om staatsingrijpen komt na jaren waarin de dominante ideologie die van de terugtredende overheid was. Alles wat daar ook maar enigszins voor in aanmerkingkwam, moest worden geprivatiseerd. De marktsector was immers veel beter dan de overheid in staat om schaarse middelen op de % meest efficiënte manier H aan tewenden. Maar terwijl we nog in de staart van deze privatiseringsbeweging zitten – zie de nutsbedrijven, die we zonder een traan te plengen in buitenlandse handen latenverdwijnen – wordt de roep om overheidsingrijpen met de dag luider.De staat moet te hulp snellen nu grote delen van de private sector in de problemen zijn gekomen, omdat in het streven naar meer winst en hogere bonussen de risico’svan het eigen handelen ernstig werden onderschat (de financiële sector), dan wel omdat men in een conjunctuurgevoelige branche werkt en zelf de gevolgen van dehevige vraaguitval niet kan opvangen (transport, bouw, autobranche).Hoewel de schok van de oliecrisis van 1974 zeker zo groot was als die van de kredietcrisis van nu, kan ik me niet herinneren dat er toen ook zo massaal een beroep opde overheid werd gedaan. Ik kan in de stukken van die tijd ook niets vinden dat ook maar een beetje in de buurt komt van de maatschappijbrede roep om staatssteun. Ikkom zelf uit een milieu waarin het gewoon was dat je je eigen broek ophield en zorgde dat je voldoende opzijzette om de winter door te komen, door te sparen, door geen extravagante uitgaven te doen of onverantwoorde risico’s te nemen. Leningen waren er om zo snel mogelijk te worden afgelost en van 30-jarige aflossingsvrijehypotheken was al helemaal geen sprake.De paradox is dat ons nationaal inkomen en ons nationaal vermogen op het hoogste, dan wel één na hoogste niveau aller tijden staan, maar dat we ons gedragen alsof we helemaal niets meer kunnen hebben. Met de financiële weerbaarheid lijkt het slecht gesteld te zijn en de tegeltjeswijsheid van het appeltje voor de dorst is passé. Alseen pensioenfonds een jaar geen inflatiecorrectie toepast wordt er moord en brand geroepen. Alsof de inflatiecorrectie, waar de gepensioneerden zelf nooit voor hebbenbetaald, tot hun onvervreemdbare rechten behoort.De roep om hulp van de staat en de steeds geringere bereidheid om eigen verantwoordelijkheid voor ongemakken en financieel nadeel te nemen, manifesteren zich inhun volle hevigheid nu we een scherpe terugval in economische bedrijvigheid meemaken. Maar zij past in een bredere en al veel langer bestaande tendens: hoewelvarender we worden, hoe meer we ook menen recht op die welvaart en het bijbehorende comfort te hebben. Recessies moesten eigenlijk bij wet verboden worden.
za 07 feb 2009, 08:30
 
Pensioenen
AMSTERDAM - Nu de grote pensioenfondsen hun beleggingsresultaten over 2008 hebben bekendgemaakt en iedereen kan zien hoe de waarde van depensioenvermogens is gedaald, dreigen dezelfde paniekreacties als na de grote beurscorrectie tussen 2000 en 2002, toen er ook moest worden ingegrepen.De pensioenbijdragen van de werkgevers moesten toen sterk omhoog en de verhoging van de premies ging natuurlijk ten last van de loonruimte. Gevolg: tussen 2003en 2005 krimpende consumptieve bestedingen en een zwak herstel van de Nederlandse economie. Gelukkig heeft de toezichthouder, De Nederlandsche Bank, dezekeer al snel ingezien dat de fout van 2002 niet moest worden herhaald en heeft de bank de pensioenfondsen de tijd gegeven om met herstelplannen te komen.Maar voor een deel van de consternatie is de toezichthouder wel verantwoordelijk. Dat is voor de economisch onverstandige en in de praktijk rampzalig gebleken regelom pensioenverplichtingen contant te maken tegen de marktrentes van de dag.Het gevolg is dat de dekkingsgraad - dat is de maat die meet in hoeverre de verplichtingen van de fondsen door hun beleggingen worden gedekt - voortdurend op enneer jojoot. Eind december was de lange rente ongeveer een half procent lager dan nu, en om die reden alleen al is de dekkingsgraad op dit moment alweer wat hoger dan eind 2008.Hoe belangrijk de rentebewegingen op korte termijn voor de rust, of het gebrek daaraan, in pensioenland zijn geworden, bleek wel uit de verklaring van het ABP dat dedaling van de dekkingsgraad van het fonds in het vierde kwartaal voor twee derde te wijten was aan de gedaalde kapitaalmarktrente. Nu gepensioneerden in de krantenlezen dat hun pensioen misschien in gevaar komt, vliegen de verwijten over en weer.De fondsen wordt na 50% koersdaling verweten dat ze zo nodig in aandelen moesten beleggen en dat de pensioentrekker daar nu de dupe van is. Maar toen dedekkingsgraden 125% of meer waren - dankzij diezelfde aandelenbeleggingen - hoorden we niemand klagen.Zijn de pensioenen echt in gevaar? Dat hangt primair van de toekomstige ontwikkeling op de financiële markten af, en die worden weer bepaald door wat er met onzeeconomieën gaat gebeuren. Bij een scenario van economisch herstel vanaf 2010 en een geleidelijk aan weer oplopende rente, kunnen fondsen verkennendeberekeningen maken van het dan optredende koersherstel en de daarbij behorende dekkingsgraad. Een hersteltermijn van drie jaar lijkt mij dan voldoende.Maar de paniek van nu legt wel onderliggende structurele problemen van ons pensioenstelsel bloot. Een van die structurele problemen is dat de pensioengerechtigdeleeftijd te laag is. Sinds Drees is het aantal gewerkte uren gedaald maar worden mensen wel gemiddeld acht jaar ouder. Gelukkig lijkt de crisis nu tot een doorbraak inhet denken bij onze politici te leiden. In het kabinet wordt nu hardop aan een verhoging van de aow-leeftijd naar 67 jaar gedacht.Tweede probleem is dat werknemers hebben afgeleerd te sparen en zichzelf medeverantwoordelijk voor de eigen oude dag te maken.
za 31 jan 2009, 07:31
 
Banken oplappen
AMSTERDAM - De reddingsoperaties, waarmee overheden de banken proberen op te lappen, kunnen we het beste begrijpen door naar de balans van de banken tekijken. Links op de balans, aan de debetzijde, staan de bezittingen en de vorderingen. Rechts, aan de creditzijde, staan de schulden en het eigen vermogen. Het eigenvermogen is gelijk aan de bezittingen minus de schulden.In verhouding tot hun balanstotaal houden banken maar weinig eigen vermogen aan. Daar begint het al. Het is gebruikelijk dat tegenover 1000 euro aan uitzettingenmaar 100 euro aan eigen vermogen staat. Dat is de buffer die de klappen moet opvangen als de uitzettingen minder waard worden omdat debiteuren hun leningen nietafbetalen, of omdat onroerend goed in portefeuille minder waard wordt.Het eerste probleem van de (Amerikaanse) banken was dat er tot 2007 hypothecaire leningen waren verstrekt aan mensen die eigenlijk geen lening hadden moetenkrijgen, maar dat toch deden omdat men ervan uitging dat huizen alleen maar duurder konden worden. Toen de huizenprijsstijgingen echter te veel nieuwbouw uitloktenen door het overaanbod de prijzen gingen dalen, was Leiden in last. Dat was het begin van de ’subprimecrisis’, halverwege 2007.Het probleem leek lange tijd te overzien, omdat de economie nog doorgroeide, maar daar kwam in de nazomer van 2008 verandering in toen de twee grotehypotheekbanken in de VS, Fannie Mae en Freddy Mac, nog nauwelijks solvabel bleken te zijn en door de overheid moesten worden gered. Daarop volgde hetfaillissement van zakenbank Lehman Brothers en verdween het vertrouwen in een goede afloop volledig. Plotseling viel de bodem uit de economie. Alleen overhedenkonden het stelsel nog redden. Banken moesten worden versterkt omdat een economie niet zonder goed functionerende banken kan.Om een bank weer op te lappen kan de overheid 1) het eigen vermogen versterken door kapitaalinjecties te doen; 2) garanties verstrekken op door banken aan tetrekken vreemd vermogen; 3) besmette activa (de slechte leningen) overnemen of de waarde ervan garanderen. De eerste twee acties hebben betrekking op derechterzijde van de balans; de derde op de linkerzijde. De eerste actie is effectief omdat hij de solvabiliteit en daarmee het uitleenvermogen van de bank versterkt. Detweede actie heeft alleen zin in combinatie met de eerste. Meer vreemd vermogen alleen verlaagt immers de solvabiliteit. Kapitaalinjecties waren vorig najaar hétantwoord van de overheden op de crisis. nadat de Britse premier Brown daarmee begonnen was.Als alles verder normaal is, kan een bank met 100 euro extra eigen vermogen weer voor 1000 euro uitlenen.De kapitaalinjecties waren nodig omdat de leningen aan de linkerkant van de balans zo veel minder waard bleken te zijn en het eigen vermogen aan de rechterzijdedaardoor zo was geslonken. Toen vervolgens de kredietcrisis een economische crisis werd, moest er op nog meer leningen worden afgeschreven en verschoof deaandacht van overheden naar de linkerzijde van de balans. Meer eigen vermogen is mooi, maar als de leningen op de balans steeds minder waard worden, is het gevenvan kapitaalinjecties dweilen met een open kraan. Dus moest het bloeden links worden gestopt: de slechte leningen worden door een overheidsbank gekocht of door destaat gegarandeerd, c.q. de belastingbetaler.
za 24 jan 2009, 09:07
 
 
Jaap van Duijn
Inkomensongelijkheid
AMSTERDAM - Een van de heilzame effecten van de kredietcrisis zou kunnen zijn dat de economische omslag ook een ommekeer zou kunnen betekenen in een procesdat ergens in de jaren tachtig begon en steeds extremere vormen ging aannemen: dat van toenemende inkomensongelijkheid en van exorbitante zelfverrijking aan detop.Ik las van een voormalige Nederlandse topman de verzuchting dat zijn opvolger in één jaar meer ving dan hij in zijn hele carrière als ceo aan inkomen had ontvangen.Ook de voorgangers van de huidige topmanagers, die lang de beloningssystematiek hebben verdedigd, vonden uiteindelijk dat de vergoedingen totaal uit de hand warengelopen.Wat hier gebeurde, gebeurde in de Verenigde Staten met een factor tien. In 2000 beurde de gemiddelde bestuursvoorzitter 300 maal het inkomen van de gemiddeldewerknemer. In de recessie daarna daalde het beloningspakket, om in de opleving echter weer te stijgen tot 262 maal het werknemersinkomen.Dit is het cijfer voor 2005. In 2007 zal het ongetwijfeld een stuk hoger zijn geweest.Er is in Amerika veel onderzoek gedaan naar inkomensongelijkheid en het meest opmerkelijke daarvan is dat er tot ongeveer 1980 sprake was van naar huidigemaatstaven zeer beperkte en bovendien zeer constante verschillen. Hoewel de welvaart na de oorlog toenam, bedrijven steeds groter werden (en dus meer uit deaandeelhouderspot hadden kunnen betalen) en er ook al sprake was van optiepakketten, stegen de beloningen van topmanagers in lijn met de inkomens van de gewonewerknemers. Gemiddeld verdienden de ceo’s 25 maal zoveel als Jan Modaal.Goede economische redenen waarom het verschil dertig jaar lang zo beperkt was en waarom het na 1980 explodeerde, zijn er eigenlijk niet. Aandeelhouders haddenvoor 1980 nog minder invloed dan nu, en wat dat betreft hadden de heren in de boardrooms hun gang kunnen gaan, maar zij deden het niet.Was het omdat ze zich meer verbonden voelden met het wel en wee van de onderneming dan de huurlingen van nu? Was het omdat er meer saamhorigheid was in demaatschappij in het algemeen en in de bedrijfsgemeenschappen in het bijzonder? Was het omdat de topmanagers meer sociaal benul hadden en zich meer bewustwaren van hun verantwoordelijkheid jegens de rest van de maatschappij? Economen kunnen die vragen niet beantwoorden; misschien kunnen sociologen het wel. Maar hoe het ook zij, na 1980 begon de inkomensongelijkheid sterk toe te nemen.In de Verenigde Staten zijn er drie perioden van sterk toenemende hebzucht aan de top geweest. De eerste periode was de ’Gilded Age’ (1873-1893), de tweede de’Roaring Twenties’ (1920-1929). De derde zijn de jaren na 1980, en dan vooral na 1995. Beide voorgaande tijdperken sloegen om in een financiële crisis en eeneconomische recessie. De economische terugslag leidde behalve tot regulering ook tot morele herbezinning. De maatschappij accepteerde de excessen niet langer.In de VS zien we iets dergelijks weer gebeuren. Werknemers – en zeker zij die hun baan verloren hebben of gaan verliezen – hebben het helemaal gehad met de ’fatcats’, die nu bij de overheid de hand ophouden. Of de verandering in sentiment deze keer beklijft weten we niet, maar de crisis van nu zou zeer wel het begin kunnen zijnvan een terugkeer naar meer faire en billijke beloningsverhoudingen
za 17 jan 2009, 07:01
 
Publieke werken
AMSTERDAM - Waarschijnlijk is er door overheden in de westerse landen nooit zo snel en met zoveel financiële inzet gereageerd op een zich ontwikkelende recessieals nu het geval is. In de Verenigde Staten gaat het om bedragen die inmiddels met twaalf nullen worden geschreven.Vroeger vonden we een miljard al heel veel, maar de Amerikaanse overheid moet dit jaar waarschijnlijk bijna twee biljoen dollar lenen, gelijk aan ongeveer 14% van hetbruto binnenlands product (bbp). Dit alles om te voorkomen dat datzelfde bbp met een procent of twee à drie krimpt. Als de economie gestimuleerd moet worden, hoekan dit dan het beste worden gedaan? De nieuwe president Obama had aanvankelijk een voorkeur voor infrastructurele werken, maar heeft, om de oppositie gunstig testemmen, daar ook belastingverlagingen voor gezinnen aan toegevoegd. Ook voor Nederland kunnen we de vraag stellen: als we wat doen, moet de regering dan departiculiere consumptie bevorderen, of juist de overheidsinvesteringen laten toenemen?Voor het laatste is veel meer te zeggen dan voor het eerste. Het begint er al mee dat de oorzaak van de crisis was dat er juist veel te veel werd geconsumeerd, zeker inde VS. Amerikanen spaarden te weinig en besteedden te veel. Het is dan vreemd om bij een op zichzelf wenselijke ommekeer in gedrag mensen, via belastingverlaging,aan te zetten om toch maar weer meer te gaan besteden. Ook voor Nederlandse gezinnen geldt dat zij de laatste jaren behoorlijk kooplustig zijn geweest. De individuelebesparingen (dus niet wat we via pensioenfondsen sparen) waren de laatste jaren negatief.Een tweede reden om gezinnen niet extra geld toe te stoppen is dat deze recessie boven alles een vertrouwensrecessie is. Als mensen geen vertrouwen in de nabijetoekomst hebben, bijvoorbeeld vanwege uitlatingen van politici of vanwege de dagelijkse dosis recessieberichten van de publieke omroep, dan helpt extra geld ook niet.Mensen zullen de extraatjes eerder in de spaarpot stoppen dan ze besteden. Voor een open economie als de Nederlandse geldt bovendien dat consumptiegoederenvoor een flink deel geïmporteerd worden. Van de stimulering lekt zo een stuk naar het buitenland weg.Daarom is het effectiever om de overheidsinvesteringen aan te zwengelen. Extra geld voor publieke werken heeft pas op termijn effect, want voor er een strook asfalt opeen weg ligt of er een duinenrij langs de Hollandse kust is versterkt, moeten er heel wat procedures worden doorlopen. Maar als men, zoals veel politici en economenlijken te doen, een langdurige recessie verwacht, dan kunnen infrastructurele investeringen zeer nuttig zijn. Men doet dan iets wat men toch al moest doen, maar daneen beetje eerder, en van de uitgaven lekt weinig weg, want Nederlandse weg- en waterbouwers hebben we genoeg.Voor een land als de VS zijn openbare werken helemaal een adequaat middel, want het land heeft over de laatste tientallen jaren zijn wegennet – het Interstate-netwerkvan de jaren vijftig – steeds verder zien verslechteren. Er zijn honderden bruggen die nodig moeten worden opgeknapt. Eerdere Congressen hebben verzuimd daar geldvoor vrij te maken en het is heel verstandig dat Obama nu de crisis aangrijpt om het achterstallige onderhoud aan de Amerikaanse verkeersinfrastructuur aan te pakken.Zo kan hij van de nood een deugd maken.In Nederland doet minister Eurlings hetzelfde: via spoedwetgeving zorgen dat de geplande wegverbredingen wat eerder kunnen worden uitgevoerd. Keynes zouinstemmend hebben geknikt.
za 10 jan 2009, 07:01
 
Honderd jaar geleden
AMSTERDAM - Als student van de grote trends in de wereldeconomie ben ik altijd getroffen geweest door de overeenkomsten tussen wat honderd jaar geledengebeurde en wat we nu meemaken. In veel opzichten lijken de jaren vanaf ongeveer 1890 op wat wij in onze tijd na 1990 hebben gezien.In het laatste decennium van de 19de eeuw begon een nieuwe lange golfbeweging – een nieuwe periode van economische voorspoed. De jaren 1890-1913 zijn de jarenvan de elektriciteitsrevolutie. De toepassing van elektriciteit, in fabrieken, in het vervoer, in de huiskamer, veranderde het leven voorgoed. Alle onderdelen van deeconomie werden erdoor geraakt en in die zin lijkt de elektriciteitsrevolutie veel op de digitale revolutie van onze tijd.Het internet en de pc hebben ook ons leven ingrijpend beïnvloed. Het toeval wil – of misschien is het wel geen toeval – dat er tussen het begin van de langegolfbeweging van toen en nu precies een eeuw ligt. Net als de elektriciteit toentertijd heeft de digitalisering heel veel producten en productieprocessen voorgoedveranderd. Vergelijk de camera, de communicatie en de auto van vroeger met nu..Net als de elektriciteit zorgde de digitale revolutie wereldwijd voor een welvaartssprong. Maar de hoogconjunctuur en het optimisme worden soms te groot en dan volgt,vanuit de overdrijving, de recessie. Ruim honderd jaar geleden kwam die tussentijdse onderbreking in 1903. In onze tijd viel de recessie een paar jaar eerder, in 2001.Na een recessie wordt de opgaande trend weer hervat en kan de economie meestal een jaar of 8 à 10 weer vooruit, alvorens de overdrijving van de hoogconjunctuur weer in een nieuwe recessie omslaat.Maar wat weten we uit de geschiedenis? In oktober 1907 brak op Wall Street paniek uit. Er was speculatie op koperaandelen en toen die brak kelderden de koperprijzen.Er was een run op de banken en een aantal slecht gekapitaliseerde trustbanken ging failliet. Er was een tekort aan krediet, want onder de gouden standaard was dehoeveelheid goud bepalend voor de kredietverstrekking. Banken bleven op hun geld zitten en leenden niet meer uit.De grote bankier J.P. Morgan – de Federal Reserve bestond nog niet - moest het stelsel redden, onder andere door de minister van financiën te bewegenkapitaalinjecties aan banken te verschaffen. Economisch gezien was er geen reden voor de paniek. Bedrijven had geen gekke dingen gedaan en hun voorraden warenlaag. Toch werd de ‘Panic of 1907’, zoals deze episode is gaan heten, in 1908 gevolgd door een korte maar diepe recessie. Een waarnemer van die tijd sprak zelfs vaneen ‘intense depressie’. De industriële productie van de VS kromp dat jaar met 20%.Hoewel de oorzaak van de paniek in 1907 geheel anders was dan in 2008 – toen te weinig kredietverlening vanwege de beperkingen die de gouden standaard oplegde,tegen nu teveel kredietverlening door te lage rentestanden – zijn er veel parallellen in de paniekverschijnselen en in de manier waarop de crisis werd bestreden.Wall Street had een rampjaar in 1907: min 38%, nog slechter dan 2008. Maar terwijl de economie in 1908 compleet inzakte, veerde de aandelenbeurs weer op enbeleefde wat toen het beste jaar ooit was: + 47%. Het optimisme in de economie keerde terug en de volgende ‘normale’ recessie kwam op tijd, in 1913. Ik weet wel,resultaten uit het verleden zijn….etc. Maar toch.
za 03 jan 2009, 07:01
of 00

Leave a Comment

You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...
You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...