CONCLUSIESA.FASE 1
Het door de meerderheid goedgekeurde eindrapport beperkt zich er toe te concluderen dat deverschillende
contacten tussen de ministeriële contacten en het parket van Brussel het principe vande scheiding der machten
in gevaar gebracht hebben
.
In gevaar gebracht hebben
. Deze conclusie is manifest ontoereikend.
De contacten, zoals die hebben plaats gehad tussen de kabinetsleden van de eerste minister,de minister van Financiën en de minister van Justitie, zijn immers verboden, ongeacht debedoeling ervan, met name kennis krijgen van de datum van lezing van een advies, van deinhoud van een advies, of een poging te wagen om een advies te wijzigen, en dan nog in eenindividuele zaak waarin de Belgische Staat wel geen partij is, maar waar die overheid tochbelang bij heeft.Zelfs al zouden die interventies de minste zweem van inmenging van de uitvoerende machtin de uitoefening van de rechterlijke macht vertonen, dan nog zouden ze taboe zijn.Die zweem van inmenging volstaat immers om in de perceptie van de burger de scheidingder machten in het gedrang te brengen.Deze redenering werd bovendien volledig onderschreven door de experten-magistraten.
In casu
is het ontegensprekelijk zo dat uit de contacten tussen de verschillende ministeriëlekabinetten en het parket/openbaar ministerie (eerste aanleg) blijkt dat er ongeoorloofdedruk werd gelegd op de schouders van Substituut PK Dhaeyer. Uit de getuigenverklaring vanSubstituut Dhaeyer blijkt bovendien zeer duidelijk dat deze geschokt was door de contactendie met hem vanuit de kabinetten werden gelegd. Ook de tussenkomst van de advocaat vande staat aan het adres van Substituut Dhaeyer laat weinig aan de verbeelding over.De uitspraken van toenmalig premier Yves Leterme “Als de aandeelhouders de verkoop nietvalideren, dan trekt de overheid haar geld terug en is dit een meevaller voor de begroting”,onmiddellijk na het uitbrengen van het advies van Substituut PK Dhaeyer in eerste aanleg,hebben tevens druk gelegd op de rechters die dienden te vonnissen.Uit al het voorgaande moeten harde lessen worden getrokken: de enige contacten diewettelijk zijn toegestaan, zijn die tussen de minister van Justitie en de procureur-generaal bijhet Hof van Beroep, en, uitzonderlijker, de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie (ziede artikelen 399, 400, 1088 van het Gerechtelijk Wetboek, 441 van het Wetboek vanStrafvordering).Alle andere contacten zijn ongeoorloofd en maken dus een schending uit van de scheidingder machten.
Add a Comment