Informatie bij: Hoofdstuk 2Overzicht van wijzigingen
Opmerkingen
1) Treedt in werking op het tijdstip waarop de opiumwetswijziging (Stb. 2002/520) in werking treedt.
OntstaansbronInwerkingtreding
Datumvaninwerking-tredingTerugwerkendekracht Bijzonderheden Ondertekening Bekendmaking Kamerstukken Ondertekening Bekendmaking Opmerking
17-03-2003
Nieuweregeling09-12-2002 Stb. 2002,62424-02-2003 Stb. 2003, 96 Inwtr. 1
Hoofdstuk 2. Voorschrijven opiumwetmiddelenInformatie bij: Artikel 2Overzicht van wijzigingen
OntstaansbronInwerkingtreding
Datum vaninwerking-tredingTerugwerkendekracht Betreft Ondertekening Bekendmaking Kamerstukken Ondertekening Bekendmaking
01-07-2007
Wijziging 19-03-2007 Stb. 2007, 129 18-06-2007 Stb. 2007, 227Wijziging 09-12-2002 Stb. 2002, 624 18-06-2007 Stb. 2007, 22701-01-2007 Wijziging 05-12-2006 Stb. 2006, 674 11-12-2006 Stb. 2006, 67522-09-2006 Wijziging 31-08-2006 Stb. 2006, 416 31-08-2006 Stb. 2006, 41601-01-2006 Wijziging 15-12-2005 Stb. 2005, 690 09-12-2005 Stb. 2005, 64901-10-2005 Wijziging 24-06-2005 Stb. 2005, 365 24-06-2005 Stb. 2005, 36501-07-2005 Wijziging 20-05-2005 Stb. 2005, 279 06-06-2005 Stb. 2005, 29817-03-2003 Nieuweregeling09-12-2002 Stb. 2002, 624 24-02-2003 Stb. 2003, 96
Artikel 2
Informatie bij: Artikel 3Overzicht van wijzigingen
OntstaansbronInwerkingtreding
gevestigde apotheker: een apotheker als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Besluit Geneesmiddelenwet;
f.
apotheekhoudende arts: een huisarts als bedoeld in artikel 1, onder d, van het Besluit Geneesmiddelenwet.
g.
De hoeveelheid middelen, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van de wet, betreft 500 gram hennep, 200 hennepplanten of 500 eenhedenvan een ander middel als bedoeld in de bij de wet behorende lijst II.
2.
Het is verboden andere opiumwetmiddelen dan die, bedoeld in de bijlage bij dit besluit, voor te schrijven op recept, tenzij die wordenvoorgeschreven ten behoeve van proefpersonen in het kader van een onderzoek in de zin van de Wet medisch-wetenschappelijkonderzoek met mensen dan wel ten behoeve van dieren in het kader van een onderzoek in de zin van de Wet op de dierproeven.
1.
Andere opiumwetmiddelen dan die, bedoeld in debijlagebij dit besluit, worden slechts aangewend of toegediend in een instelling alsbedoeld inartikel 16, of in de praktijk van degene die zodanig middel voorschrijft, in het kader van een onderzoek als bedoeld in heteerste lid, met dien verstande dat zodanige middelen in het kader van een onderzoek in de zin van de Wet op de dierproevenuitsluitend worden toegediend of aangewend door de vergunninghouder in de zin van die wet.
2.