• Embed Doc
  • Readcast
  • Collections
  • CommentGo Back
Download
 
Ervaring en waarheid
Duccio Trombadori in gesprek met Michel Foucault
1. Schrijven vanuit een ervaring
De belangstelling die zich, vooral de laatste tijd, van verschillende kanten heeft samengetrokken rond deresultaten van uw denken, zou als volgt verklaard kunnen worden: hoezeer de 'talen' of ideologischestandpunten ook uiteenlopen, maar weinigen zijn niet bereid te erkennen dat de dissociatie tussen dewoorden en de dingen in de huidige wereld voortschrijdt en tot verwarring leidt. Dit verklaart tevens hetdoel van ons gesprek: we willen beter begrijpen welke overgangen u in de loop van uw reflecties enonderzoeken hebt doorgemaakt, welke verschuivingen er zijn opgetreden in het veld van uw analyses en totwelke nieuwe theoretische inzichten u bent gekomen.Vanaf de verkenning van de 'oorspronkelijke ervaring' in
 De geschiedenis van de waanzin
tot aan de meer recente stellingen over 
 De wil tot weten
lijkt het alsof u sprongsgewijs te werk gaat, alsof er zich in deonderzoeksniveaus verschuivingen voordoen. Daar ik een balans wil opmaken die het essentiële en decontinuïteit in uw denken benadrukt, zou ik willen beginnen met de vraag: wat acht u, in het licht van uwrecente onderzoek op het gebied van de macht en de wil tot weten, in uw voorgaande boeken achterhaald?Er is zonder meer veel achterhaald. Ik ben me er volledig van bewust dat ik zowel wat betreft de dingendie mij interesseren, als wat betreft wat ik al heb gedacht, voortdurend verschuivingen doorvoer.Trouwens, de boeken die ik schrijf vormen een ervaring, waarvan ik wenste dat ze telkens zo rijk mogelijk was. Een ervaring is iets waaruit men veranderd te voorschijn komt.Ik zou nooit de moed hebben mij aan het schrijven van een boek te zetten, waarin ik zou meedelen watik al heb gedacht. Ik schrijf juist omdat ik nog niet weet wat ik van een onderwerp dat mijn belangstelling trekt, moet denken. Terwijl ik het schrijf, verandert het boek mij; het wijzigt wat ik denk;elk nieuw werk verlegt de denklimieten die ik met mijn vorige boek had bereikt.In die zin vind ik mijzelf meer een experimentator dan een theoreticus, ik ontwikkel geen deductievesystemen die men op verschillende onderzoeksniveaus eenvormig kan toepassen. Wanneer ik schrijf,doe ik dat vooral om mezelf te veranderen en om niet meer hetzelfde te denken als voorheen.De opvatting van een boek als 'ervaring' kan in elk geval een methodologisch oriëntatiepunt opleveren, of althans methodische aanwijzingen geven over de verhouding tussen de in het onderzoek gebruikte middelenen de ermee bereikte resultaten.Zoals ik aan het begin van een boek nooit weet wat ik aan het einde zal denken, zo valt het me ook moeilijk duidelijk aan te geven welke methode ik toepas. Elk van mijn boeken is een manier om een bepaald object te demonteren en met betrekking daartoe een analysemethode te construeren. Als het boek eenmaal af is, kan ik natuurlijk wel, min of meer retrospectief, uit de ervaring die ik heb opgedaanmethodologische overwegingen distilleren. Het blijkt dat ik toevallig afwisselend boeken schrijf die ik explorerende boeken zou willen noemen, en methodische boeken.Explorerende boeken:
 De geschiedenis van de waanzin, Het ontstaan van de klinie
enzovoort.Methodische boeken:
 De woorden en de dingen, De archeologie van het weten.
En na
Toezicht houden en straffen
en alvorens
 De geschiedenis van de seksualiteit 
te voltooien, leg ik tegenwoordig ideeën vast in artikelen, interviews en dergelijke.Er is geen vaste, definitieve regel maar wel een reeks toegespitste gedachten over voltooide boeken, diemij in staat stellen andere onderwerpen af te bakenen die onderzocht kunnen worden. Om een beeld tegebruiken, u kunt denken aan steunberen die als 'relais' fungeren tussen een boek dat ik aan het afronden ben en een volgend. Ik construeer dus geen algemene methode die voor mij of anderen als definitief geldt. Wat ik schrijf, schrijft noch mijzelf noch anderen iets voor. Al met al heeft het een instrumenteelen tegelijk bespiegelend karakter.
 
Wat u zegt bevestigt de excentriciteit van uw positie en verklaart tot op zekere hoogte de moeilijkheden diecritici, commentatoren en tekstverklaarders hebben ondervonden, als zij uw denken wilden systematiseren of het een afgebakende plaats in het hedendaagse filosofische denken geven.Maar ik beschouw mezelf niet als filosoof. Wat ik doe, is noch een manier van filosofie bedrijven nocheen manier om anderen het bedrijven van filosofie af te raden. Wat mezelf betreft, de belangrijksteauteurs die mij gevormd hebben, of beter gezegd, die het mij mogelijk hebben gemaakt een verschuivingten opzichte van mijn aanvankelijke universitaire vorming door te voeren, waren Friedrich Nietzsche,Georges Bataille, Maurice Blanchot en Pierre Klossowski. Stuk voor stuk waren zij geen filosoof in destrikte, institutionele zin van het woord. Wat mij in hen trof en fascineerde, was dat hun probleem er nietin bestond systemen op te bouwen maar recht te doen aan directe persoonlijke ervaringen. Aan deuniversiteit daarentegen werd ik op de weg gezet die moest leiden naar het begrijpen van die grotefilosofische bouwsels die in mijn studententijd het hegelianisme en de fenomenologie waren.U brengt de fenomenologie ter sprake. Maar het fenomenologisch denken concentreert zich rond hetvraagstuk van de ervaring, en op deze ervaring vertrouwt zij om haar eigen theoretische horizon teontwerpen. In welk opzicht onderscheidt u zich daarvan?De ervaring van de fenomenologie is in wezen een bepaalde manier om de reflexieve blik opwillekeurig welk aspect van de beleving, op het alledaagse in zijn voorbijgaande vorm te organiseren,ten einde er de betekenis van te vatten. Nietzsche, Bataille en Blanchot daarentegen proberen via deervaring zo dicht mogelijk tot dat punt in het leven te raken waar het leven onmogelijk wordt: tot aanhet overschrijdingspunt ervan. En wel om tegelijk de maximale intensiteit en de maximaleonmogelijkheid van leven te oogsten. De fenomenologische arbeid daarentegen bestaat er in wezen uit,het veld van de mogelijkheden die in alledaagse ervaring liggen besloten, open te leggen.Bovendien: de fenomenologie probeert de betekenis van de alledaagse ervaring te vatten teneinde hetfunderende karakter van het subject, van het ik en zijn transcendentale functies te herstellen. Bij Nietzsche, Blanchot en Bataille daarentegen heeft de ervaring eerder de taak het subject aan zichzelf teontrukken, zodanig dat het dat niet meer is, of helemaal anders is dan zichzelf, tot zijn zelfopheffing endesintegratie toe.Deze poging tot ontsubjectivering, de idee van een grenservaring die het subject aan zichzelf ontrukt, isde fundamentele les die ik van deze schrijvers geleerd heb; een les die mij ertoe heeft gebracht mijn boeken, hoe vervelend en geleerd ze ook mogen wezen, altijd op te vatten als ervaringen die eropgericht zijn mij van mezelf los te maken, me te verhinderen steeds dezelfde te zijn.Schrijven als ervaring in voortdurende ontwikkeling, uiterste betrekkelijkheid van de methode, spanning vande ontsubjectivering: dat zijn, als ik u goed heb begrepen, drie belangrijke aspecten in uw wijze van denken.Dan rijst echter de vraag wat men kan verwachten van de uitkomst van een onderzoek met dezeuitgangspunten. Kortom, welk waarheidscriterium volgt uit deze premissen in uw denkwijze?Het probleem van de waarheid van wat ik zeg, is voor mij heel moeilijk en ook centraal. In feite is het devraag die ik tot op heden nog niet heb beantwoord.In mijn opeenvolgende boeken gebruik ik methoden die deel uitmaken van het klassieke repertoire: bewijsvoering, gebruik van historische bronnen, het citeren van teksten, het verwijzen naar gezaghebbende commentaren, relaties tussen ideeën en feiten, het opstellen van verklarende schema's,enzovoort. In dat alles steekt niets origineels. In dit opzicht kan al wat ik in mijn geschriften beweer,worden bevestigd of worden weerlegd, zoals voor elk ander historisch boek geldt.Desondanks zeggen mensen die mij lezen, ook zij die mijn werk appreciëren, vaak met een lachje: 'In degrond weet je best dat de dingen die je zegt enkel fictie zijn! 'Mijn antwoord luidt dan steevast: 'Wieheeft ooit gemeend iets anders dan fictie te maken?'
 
Als ik bijvoorbeeld de geschiedenis van de psychiatrische inrichtingen in Europa van de zeventiende totde negentiende eeuw had willen schrijven, dan had ik zeker niet een boek als
 De geschiedenis van dewaanzin
geschreven. Maar het probleem is niet dat men aan de eisen van de professionele historici moetvoldoen. Waar ik op uit ben is eerder, aan de hand van een bepaalde historische inhoud te ervaren - eerstzelf, en vervolgens nodig ik anderen uit die ervaring met mij te voltrekken - wie wij vandaag de dagzijn, wat niet alleen ons verleden maar nog steeds ons heden is. Ik ben dus uit op een zodanige ervaringvan onze moderniteit dat wij daaruit veranderd te voorschijn kunnen komen. Op die manier kunnen wijaan het eind van een boek een nieuwe verhouding bepalen tot wat erin is behandeld: bijvoorbeeld dewaanzin, haar status, haar geschiedenis in de moderne wereld.Uw vertoog dankt zijn doeltreffendheid volledig aan het evenwicht tussen
bewijskracbt 
en het
vermogen
omde weg te wijzen naar een ervaring die aanzet tot een mutatie van de culturele horizon waarbinnen wij hetheden beoordelen en beleven. Maar ik begrijp nog steeds niet welk verband er nu volgens u is tussen dit proces en wat ik zoëven het 'waarheidscriterium' noemde. Met andere woorden, in hoeverre houden deveranderingen waarover u spreekt verband met de waarheid, produceren ze 'waarheidseffecten'?Tussen de dingen die ik heb geschreven en de
effecten
die zij hebben gehad, bestaat een eigenaardigverband. Dit zeg ik niet uit ijdelheid. Bekijk de lotgevallen van
 De geschiedenis van de waanzin.
Bij zijnverschijnen werd het in bepaalde literaire kringen goed ontvangen (Blanchot, Roland Barthes,enzovoort); de psychiaters gaven aanvankelijk blijk van een zekere nieuwsgierigheid; door historiciwerd het volledig genegeerd, ze vonden het niet interessant, enzovoort. Maar binnen een paar maandenwas er een enorme vijandigheid ontstaan, men was het boek gaan beschouwen als een rechtstreekseaanval op de moderne psychiatrie en als een manifest van de antipsychiatrie. Welnu, dat lag absoluutniet in mijn bedoeling, om minstens twee redenen niet. Ten eerste, toen ik het boek in 1958 in Polenschreef, bestond de antipsychiatrie in Europa niet (Laing was nog nauwelijks bekend). En ten tweede:het ging hoe dan ook niet om een directe aanval op de hedendaagse psychiatrie, omdat het boek eindigdemet de analyse van feiten en gebeurtenissen aan het begin van de negentiende eeuw. Maar waarom heeftmen in dit werk dan per se een directe aanval op de psychiatrie in onze tijd willen zien? Volgens mijomdat het boek voor mij - en voor hen die het hebben gelezen of gebruikt - onze (historische, theoreti-sche en ook ethische) relatie tot de waanzin, tot de institutie van de psychiatrie en de 'waarheid' van haar vertoog heeft veranderd.Het gaat dus om een boek dat functioneert als een ervaring, meer dan als de vaststelling van eenhistorische waarheid. Zo kom ik terug op de waarheidsvraag. Wil een dergelijke ervaring via een boek als
 De geschiedenis van de waanzin
mogelijk zijn, dan is het evident dat wat het beweert enigszins waar moet zijn, in termen van een historisch overtuigende waarheid. Maar het wezenlijke ervan schuilt niet inde reeks van historisch verifieerbare vaststellingen, maar eerder in de ervaring waartoe het demogelijkheid biedt. En een ervaring is waar noch onwaar. Ze is altijd een fictie, een geconstrueerd iets,iets dat alleen bestaat nadat het gemaakt is, niet eerder; ze is niet iets waars, maar ze is een realiteitgeweest. Welnu, de verhouding tot de waarheid is daarom zo moeilijk, omdat de waarheid betrokken isop een ervaring die van haar kant niet aan waarheid is gebonden en deze tot op zekere hoogte zelfsvernietigt.Is deze 'moeilijke verhouding met de 'waarheid' een constante in uw verdere onderzoek, kunnen we haar ook in de boeken na
 De gescbiedenis van de waanzin
terugvinden?Hetzelfde kan worden gezegd van
Toezicht houden en straffen.
Het onderzoek strekt niet verder dan totongeveer 1830. Maar ook dit boek werd door - kritische en niet-kritische - lezers onthaald als een beschrijving van de moderne samenleving. U zult in dit boek geen analyse van de huidige tijd vinden, alging het mij inderdaad om een bepaalde ervaring met betrekking tot de huidige tijd.Ook hier steunt het onderzoek op authentieke bronnen, maar zodanig dat dank zij deze niet alleen waar-heid kan worden vastgesteld, maar ook een ervaring kan worden beleefd die een verandering mogelijk maakt, namelijk een transformatie van de verhouding waarin wij staan tot onszelf en tot onze culturelewereld, kortom tot ons weten.
of 00

Leave a Comment

You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...
You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...