• Embed Doc
  • Readcast
  • Collections
 
Gottendijs: Verleden, Heden en Toekomst
(Voordracht gehouden naar aanleiding van de persvoorstelling van het boek
Het Voormalig kasteel Gottendijs: Stille getuige van een roemrijk verleden
, Boortmeerbeek,Raadszaal administratief centrum, 28 november 1997).
Inleiding
In de inleiding van zijn boek
Lof der mislukking
, verschenen eerder dit jaar bij de uitgeverij Pelckmans verstrooit MARIJNISSEN ons met deboutade: "
Wat leert de geschiedenis ons? We leren uit de geschiedenisalleen dat ze ons uiteindelijk niets leert en dat alles steeds weer eenaanvang neemt.
" Wellicht zoals bij Nietzsche, is het een zinspeling, zondermeer; in beperkte zin weliswaar zeer toepasselijk op de geschiedenis vanhet domein Gottendijs.Tot voor een paar jaar was Gottendijs niets meer dan een aanduiding opde landkaart, een verloren geraakte en vergeten pagina in de geschiedenisvan de gemeente Hever. Pas in 1992, op initiatief van dhr Jan PEETERSvoorzitter van de
Heemkundige Kring Ravensteyn
, werd het plan opgevatom de vage ideeën die al enkele jaren rond Gottendijs bestonden, in derealiteit om te zetten. Onmiddellijke aanleiding hiertoe was eenwerkbezoek hier aan het gemeentehuis in het kader van een genealogischonderzoek rond de zeer oude geslachtsnaam Stroobants waarvan eenfamilietak zich in de 19de eeuw te Boortmeerbeek vestigde. Vijf jaar later,zijn we bijzonder trots dat we U, in de prestigieuze raadzaal van ditzelfdegemeentehuis waar het allemaal begonnen is, de publicatie van onzeonderzoeksresultaten, waarvan u het beeld reeds geruime tijd achter mijheeft kunnen zien, mogen en kunnen voorstellen.Het boek telt acht hoofdstukken. Hoofdstuk I stelt de site voor enbespreekt de topografische ligging, de natuurlijke rijkdommen en het inhet verleden gevoerde onderzoek. Hoofdstuk II situeert de regio binnen dehuidige gemeente Boortmeerbeek en dit zowel in tijd als in ruimte.Hoofdstuk III geeft een historisch overzicht van de verschillende eigenaarsvan het kasteel terwijl hoofdstuk IV het topografische belang van hetdomein bespreekt als oriëntatiepunt in de oude landkaarten. In hoofdstukV worden de iconografische voorstellingen nader bekeken. Hoofdstuk VIhangt een uitgebreid beeld op van de naamgevers van het kasteel: defamilie<I> de Gottignies</i> terwijl hoofdstuk VII kort de archeologischevondsten behandelt. Hoofdstuk VIII hergroepeert de besluiten. Eenuitgebreide bibliografie en een katern met kleurenfoto's rondt deze studieaf.
Hoe het begon...
Vertrokken zijn we van één notariële akte; de enige waarin een inventariswerd opgemaakt van alle documenten die aanwezig waren op het kasteel
 
op het ogenblik van het overlijden in 1794 van Jacques Joseph Antoinevan Uffel, Baron van Over- en Neder-Heembeek, de laatste grote en voorhet ontstaan van Schiplaken als parochie, zonder twijfel de meestbelangrijke eigenaar van het domein. De documenten die in deze notariëleakte werden vermeld, zullen we echter nooit terugvinden. Voor de eerstemaal worden we wel geconfronteerd de alternatieve benaming voor hetkasteel: "
Hof 't Oliviers
": een enigmatische omschrijving die tot in hettweede kwart van de 19de eeuw sporadisch werd gebruikt."
Op het ogenblik dat een familie de uiterlijke tekenen van zijn macht opeen ostentatieve manier tentoonspreidt, is zij echter al op de terugweg
."Deze gedachte van de Duitse romanschrijver Thomas Mann is zondertwijfel ook van toepassing op Gottendijs. Met de dood van Jacques JosephAntoine van Uffel wordt een finale streep getrokken onder de geschiedenisvan het kasteel. Wat zal volgen, zijn slechts een aantal lichtestuiptrekkingen, een kortstondige opflakkering onder Generaal VanLangendonck, maar hierover straks meer.
Het domein
Het domein is gelegen ten noorden van de huidige Gottendijsdreef teSchiplaken. Het is gesitueerd op 7 km van Mechelen en 16 km vanLeuven. Aan de zuidzijde wordt het begrensd door de landerijen van hetkasteel van de Heerlijkheid Schiplaken, aan de zuidoostzijde door degemeente Hofstade. Oorspronkelijk lag het temidden van de Hever heideen de Schiplakense bossen.Op het eerste gezicht zijn er bijzonder weinig aanduidingen aan deoppervlakte die op de aanwezigheid van een kasteel wijzen. Deslotgrachten zijn sinds het midden van deze eeuw, op een klein gedeeltena, verdwenen. Er zijn geen architecturale overblijfselen zichtbaar opuitzondering van de noordelijke weermeer en de twee hoektorens, diealleen in de zomer, bij extreem lage waterstand aan de oppervlaktekomen. Luchtopnamen onthullen weinig en tonen geen sporen van muren.Wel brengen ze het verloop van de slotgrachten duidelijker in beeld. Deenige, historisch nog zichtbare, gebouwen zijn de 19de eeuwseconstructies, waarin oudere materialen, afkomstig van het kasteel, werdengeïntegreerd.Zoals zo vaak is ook de vroegste geschiedenis van dit domein nog watvaag. De oudste, tot op heden, gekende vermelding naar de gronden vanhet latere Gottendijsdomein, werden gevonden in de cijnsboeken van hetvoormalig klooster Blijdenberg te Mechelen. In 1343 noteert men er voorde eerste keer een erfpacht over een gebied waarvan het domein
in casu
deel uitmaakte.Ongeveer honderd jaar later wordt deze erfpacht voor een eerste maalgedeeld. In 1474 en 1481 wordt het volledige gebied uitbesteed aan vierpersonen waaronder Anthonijs In den Aer. Anthonijs betaalt voor de huur
 
van zijn stuk drie veertelen koren. Het is deze erfpacht die men tot aan deFranse Revolutie (1789) in ongewijzigde vorm terugvindt.De familie In den Aer is tevens de oudst gekende eigenaar van deHeerlijkheid Ravenstein te Hever. Nadat het in 1410 wordt verkocht aanWalter Bau, belandt Ravenstein in 1469 uiteindelijk in de handen vanRogier III van Expoel; eigenaar van de Heerlijkheid Expoel te Hombeek.Naast de kinderen uit zijn huwelijk had hij minstens één bastaardzoon,Olivier. Als een bepaalde vorm van onderhoudsgeld schonk zijn vader hemeen stuk van zijn domeinen. Dat domein, dames en heren, zal het latereGottendijsdomein worden. Door hun een aantal landerijen te schenken,werd wel voorzien in het onderhoud van de buitenechtelijke kinderen,maar zorgde men ervoor dat het familiepatrimonium onaangetast bleef.De relatie van het domein met het kleine, artificieel aangelegde eiland,een 200-tal meter ten zuiden van het kasteel, kon niet wordenteruggevonden. Mogelijk is de voorloper van het latere kasteel. Is hetdeze motte die Rogier III van Expoel in 1520/22 ruilt met Aert van Diest?Alles duidt in die richting! In 1525 betaalt Aert van Diest immers deerfpacht die voorheen door Rogier III van Expoel gehonoreerd werd. Pasrond het midden van de 16de eeuw wordt het domein door vererving bezitvan de familie de Gottignies. Het is deze familie die het landgoed haarhuidige naam geeft.Wanneer een familie verbonden wordt aan een domein - Gottendijs is eenlaatste hertaling van Gottignies - die vier eeuwen later nog steeds ingebruik is, is dit zonder meer een aanduiding van het grote belang, vanhet grote prestige, van de rayonante uitstraling die deze familie gekendheeft.De familie de Gottignies behoorde immers tot de voornaamste, adellijkefamilies in het Mechelse. Afkomstig uit het Franse Vermandois (Picardië)zakte zij bij het begin van de 9de eeuw af naar Henegouwen. TeGottignies vinden de telgen een thuis. Hier verwerft de familie rijkdom enaanzien, sticht ze een abdij. Door een interne huwelijkspolitiek beklimt zein de 15de eeuw de ladder van het politieke leven te Rumst. Deze halveeeuw was echter slechts een prelude, een aanzet, tot een schitterendepolitieke carrre te Mechelen. In het gezelschap van de families deMerode, Schooff, Vander Aa en de Clercq, met wie ze nauwehuwelijksbanden onderhield, zelfs tot op de rand van het incestueuze,oefent ze vanaf 1486 tot 1610, dus meer dan een eeuw en dit bijnazonder onderbreking, de meest belangrijke ambten van Communie-meester (burgemeester), Schepenen, Deken van het Wollewerk enSchatbewaarder uit. Het is duidelijk dat zij zonder meer mee het Mechelsepolitieke, socio-culturele en economische leven van de stad bepaalde.Deze eens zo roemrijke familie is thans totaal vergeten. Hun huizen,hoven of paleizen in Mechelen zijn verdwenen. Het laatste stukjefamiliepatrimonium, een klein gedeelte van het Hof te Gottignies in de A-Bstraat in de stad waar ze ooit heerste, wordt begin van de jaren 70
of 00

Commenting has been disabled.