/  68
 
1. Inleiding in het antwoordgedrag van politici
Interviewer: Now Minister are you laying the foundations of a police state?Minister: You know I’m glad you asked me that questionInterviewer: Well Minister could we have the answer?Minister: Well yes of course I’m just about to give it to you if I may uh yes as I saidI’m glad you asked me that question because [pause] it’s a question [pause] a lot of people are asking – because a lot of people want to know the answer to it – and let’sbe quite clear about this – without beating about the bush – the plain fact of the matteris – that it’s a very important question indeed – and people have a right to knowInterviewer: Minister we haven’t yet had the answerMinister: I’m sorry what was the question?(BBC2 series Yes, Minister 1983 in Harris 1991: 76)
In het bovenstaande satirische fragment uit de serie
Yes, Minister 
wordt nagespeeld hoe een ministerhet geven van een rechtstreeks antwoord op een directe vraag ontwijkt. De satire in dit fragment isgebaseerd op de wijdverspreide publieke perceptie dat politici bijna nooit een direct antwoord gevenop een gestelde vraag (Bull 1994; Clayman 2001; Galasinksi 1996; Greatbatch 1986; Harris 1991;Simon-Vandenbergen 1996).
1.1
 
Antwoordgedrag politici
Politici maken - zoals hierboven is weergegeven - gebruik van ontwijkend antwoordgedrag. Hetontwijken van een vraag wordt ook wel ‘evasiveness’ genoemd. Politici kunnen vragen opverschillende manieren ontwijken. Zo geven ze bijvoorbeeld een ander antwoord dan door devragensteller is bedoeld (Obeng 1997: 54). Politici kunnen vragen niet eindeloos ontwijken zonder datdit gevolgen heeft. Politici die vragen ontwijken, lopen het risico gezien te worden als omslachtig enmanipulatief (Clayman 2001: 424-425). Zo heeft het antwoordgedrag van Clinton duidelijk gevolgengehad voor zijn politieke carrière en zijn publieke imago. Hieronder wordt een voorbeeld gegeven vaneen interview op
 NewsHour 
(21-01-1998) waarin Clinton een vraag werd gesteld over de zaak Lewinksy.(1)
 
Voorbeeld waarin Clinton gebruik maakt van ‘evasiveness’Interviewer: You had no sexual relationship with this [young wo[man.]Clinton: [ml [Th- ]Clinton:There is not a sexual relationship. That is accurate.1
 
In het voorbeeld vraagt de interviewer Clinton te bevestigen dat hij geen seksuele verhouding met deze jonge vrouw had. Clinton bevestigt dit
“that is accurate”
, maar hij doet dit pas nadat hij de verledentijd van de vraag
“had”
heeft veranderd in de tegenwoordige tijd
“there is not a sexual relationship”
.Clinton maakt hier op een uiterst subtiele manier gebruik van ‘evasiveness’. Voor de luisteraar is hetalsof Clinton de affaire totaal ontkent, maar zijn respons sluit niet uit dat er ooit wél een affairegeweest is. Clinton is een duidelijk voorbeeld van de risico’s die verbonden zijn aan het gebruik van‘evasiveness’. Hij heeft de prijs voor het gebruik van ‘evasiveness’ betaald in de vorm van schade aanzijn politieke en persoonlijke reputatie (Clayman 2001: 437-439 en Halmari 2005: 108-110).
 
1.2 Vraagstelling
In dit onderzoek staat het antwoordgedrag van politici in een kamerdebat centraal. Het doel van ditonderzoek is inzicht te krijgen in de manier waarop politici in een kamerdebat omgaan met vragen,zodat dit onderzoek een bijdrage levert aan onderzoek naar ‘evasiveness’. De vraagstelling die in ditonderzoek centraal staat, luidt als volgt:
“In hoeverre en op welke wijze maken politici gebruik van ontwijkend antwoordgedrag in eenkamerdebat?”
 In dit onderzoek wordt diegene die de vragen beantwoordt ‘de spreker’ genoemd en diegene die devragen stelt, wordt ‘de vragensteller’ genoemd.
1.3 Leeswijzer
Dit onderzoeksrapport bestaat uit zes hoofdstukken. Hoofdstuk 1 heeft een inleiding gegeven in hetontwijkende antwoordgedrag van politici, ook wel ‘evasiveness’ genoemd. Vervolgens is devraagstelling voor het onderzoek gepresenteerd. In dit onderzoek wordt het (ontwijkende)antwoordgedrag van politici in kamerdebatten onderzocht. In hoofdstuk 2 komen kamerdebatten alseen vorm van politiek discours aan bod. In hoofdstuk 3 wordt vastgesteld wanneer een politicus eenvraag beantwoordt en wanneer hij een vraag ontwijkt. In hoofdstuk 2 en 3 wordt het theoretisch kadergeschetst op basis waarvan in hoofdstuk 4 een classificatiesysteem wordt ontwikkeld. Met ditclassificatiesysteem kan het ontwijkende antwoordgedrag van politici in kamerdebatten vastgesteldworden. Daarnaast wordt weergegeven hoe het onderzoek eruit gaat zien. Met behulp van hetclassificatiesysteem is onderzoek gedaan naar het ontwijkende antwoordgedrag van politici. Inhoofdstuk 5 worden de resultaten van dit onderzoek gepresenteerd. In hoofdstuk 6 wordt aan de handvan de resultaten de onderzoeksvraag beantwoord. Tevens vindt er een discussie plaats over hetuitgevoerde onderzoek.2
 
2. Politiek discours
 
In dit rapport wordt het ontwijkende antwoordgedrag van politici in kamerdebatten onderzocht,waarbij politiek discours een centrale plaats inneemt. In dit hoofdstuk wordt daarom gekeken naarpolitiek discours en naar kamerdebatten als een vorm van politiek discours. Daarna komt een anderevorm van politiek discours aan bod, namelijk politieke interviews. Vervolgens worden de verschillenen overeenkomsten tussen politieke interviews en kamerdebatten besproken.
2.1 Politiek discours
Politiek en taal hangen sterk met elkaar samen. Spreken is de
core business
van de politiek (Van derValk 2003: 314). Politieke communicatie kan gezien worden als het bloed van de politiek, omdatcommunicatie de essentiële activiteit is die de verschillende onderdelen van de samenleving verbindten ervoor zorgt dat het als een geïntegreerd geheel functioneert (Graber 1993: 305). Bij politiek kangedacht worden aan de strijd om macht om specifieke ideeën en belangen veilig te stellen en deze inde praktijk te brengen. In dit proces speelt taal een belangrijke rol. Elke politieke actie is namelijk voorbereid, begeleid, gecontroleerd en beïnvloed door taal (Schäffner 1997: 1-2).Discours vraagt aandacht voor de situatie waarin teksten worden gebruikt. Discours is eenoverkoepelende term die zowel voor gesproken als geschreven communicatie wordt gebruikt(Georgakopoulou & Goutsos 1997: 4). Onder discours wordt ‘taalgebruik in een situatie’ verstaan(Johnstone 2002: 2-3). Er is sprake van politiek discours:
when it is acted out by political actors in the context of specific political institutions, such as politicalparties, and has a direct functional role as a form of political action, such as in meetings or debates, aspart of the political process, such as the creation and passage of legislation or elections.(Van der Valk 2003: 314-315)
Politiek discours is - in de meerderheid van de gevallen - interactief, dus voor een breder publiek bedoeld (Schäffner 1997: 1-2). Het publiek is in principe de gehele Nederlandse bevolking.Zoals hierboven is beschreven, omvat politiek discours zowel de tekst als de context (Georgakopoulou& Goutsos 1997: 4). Het onderzoek naar het antwoordgedrag van politici in een kamerdebat wordt danook niet beperkt tot de tekst, maar wordt tevens gezien in relatie tot de situatie en de participanten indie situatie. In de volgende paragraaf wordt gekeken naar politiek discours in de vorm van eenkamerdebat.3

Share & Embed

More from this user

Add a Comment

Characters: ...