2Mijn veelal oudere collega’s staan, of zitten op een ongemakkelijke kruk, in lange wittestofjassen gebogen over hun tekenbord. Sommigen hebben een kromme rug van het jarengebogen werken achter een tekenbord. Jan Veenhoven, voor mij, is een notoire zeur. Hij heeftaltijd wat te kankeren. Van Koningsbruggen naast mij, met modern kort stekelhaar, is nogalserieus. De goedlachse Krabbe achter hem, kan meer hebben. De oude mijnheer Vooges ismijn mentor. Een aardige man. (Helaas is hij veel te vroeg overleden).
Omdat ik nog geen achttien ben, ga ik één keer in de week een middag naar een‘levensschool’ of wel een vormingsinstituut voor werkende jeugd in de Waterstraat. Daar doen we creatieve activiteiten. Zo knutsel ik een bijzettafeltje in elkaar met eenonmogelijke vorm. We maken kennis met paardrijden bij een manege in Den Dolder. Ik maak er vrienden. In juni 1965 gaan we op zeilweek in Friesland. We bivakkeren in Langweer en maken lange tochten, waarbij we ’s nachts in de boten slapen .
Achter in de keet werken drie tekenaars voor Monumentenzorg. Met hen, Smits, Molenaar enBrainich, kan ik het goed vinden. Ik ga soms mee om een monument op te meten. Op deNieuwe Gracht meten we een pand waar de OPG (een groothandel in medicijnen) in zat. Ik ruik nog de sterke apothekerslucht. Peter Smits uit Woudenberg is een beetje hetbuitenbeentje op de zaal. Naast zijn werk heeft hij een ontwerpbureau. Ik kom bij hem thuis.Hij laat mij kennis maken met het uitgaansleven van Amersfoort. In de zomer van 1967 ga ik samen met zijn vrouw en dochter en vrienden in de volkswagenkever mee naar Lloret de Mar.
Achter mijn tekentafel zing ik het hele repertoire van de Beatles. Soms tot ergernis vanmijn collega’s. Thuis heeft broer Koert een gitaar achtergelaten. Voor de spiegelimiteer ik John Lennon. Het duurt niet lang voordat alle snaren er afgeknapt zijn. Eenwand in de schuur plak ik vol met Beatles foto’s, geknipt uit de Muziek Express en de Muziekparade. In juni 1965, op mijn zeventiende verjaardag krijg ik van mijn ouderseen draagbare transistorradio, een Duitse ‘Körting’. De ontvangst is heel zuiver. Behalve de legale zenders, ontvang ik ook de piratenschepen Veronica en Carolina.
Mijnheer Donker is de chef. Eenman met weinig gezag. Detekenaars nemen een loopje methem. Twee keer per dag zitten weuitgebreid en lang om de tafel metkoffie en sigaren. Bij eenverjaardag is er taart. Men praat naover de TV van gisteravond. Omeen uur of vier ’s middags word ik erop uitgestuurd om lekkerbekjeste halen bij een viskraam. Als dechef er niet is word er wel eens met een bal getrapt; door de keet gesprint of met eenpapierkorf in het water van de singel gevist (…). Ik beleef mijn eerste personeelsuitje. Webezoeken een travestie show bij ‘Madame Arthur’ op het Leidscheplein in Amsterdam…..Donker wordt vervangen door een nieuwe chef. Mijnheer Westra uit Deventer. Bijnaam‘Deventer koek’. In december bind ik een trekrotje aan de binnendeur om een collega schrik aan te jagen. Prompt komt Westra binnen, die zich rot schrikt van de knal en het duidelijk nietleuk vind. Al snel blijkt, dat er met hem niet valt te spotten. Hij zorgt ervoor dat deproductiviteit van de afdeling omhoog gaat.
Leave a Comment