Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Save to My Library
Look up keyword
Like this
2Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
Nieuwsbrief 1 leergang pensioenrecht 2013 2014 KUL

Nieuwsbrief 1 leergang pensioenrecht 2013 2014 KUL

Ratings: (0)|Views: 273 |Likes:
Published by pensiontalk
Nieuwsbrief 1 leergang pensioenrecht 2013 2014 KUL
Nieuwsbrief 1 leergang pensioenrecht 2013 2014 KUL

More info:

Published by: pensiontalk on Sep 11, 2013
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

10/14/2013

pdf

text

original

 
Faculteit Rechtsgeleerdheid – KU Leuven
LEERGANG PENSIOENRECHT
 
NIEUWSBRIEFNr.
1
 academiejaar 2013 - 2014
Prof. dr. Yves Stevens en Leen Van Assche
INHOUDSTAFEL
Nog twee weken en we gaan weer van start! Je kan
nu
nog inschrijven voor de bijzondere
Leergang Pensioenrecht2013-2014
- 1/22 -
Leergang Pensioenrecht 2013-2014
 
Faculteit Rechtsgeleerdheid – KU Leuven
LEERGANG PENSIOENRECHT
 
NIEUWSBRIEFNr.
1
 academiejaar 2013 - 2014
Prof. dr. Yves Stevens en Leen Van Assche
Suprematie, rechtsvinding of gewoon Kafka? .......................................................................................... 22
1.
 
H
OF VAN
J
USTITIE
 
1.1. Tsjechië beboet wegens (niet-)omzetting IBP richtlijn
Bij arrest van 14 januari 2010 oordeelde het Hof van Justitie dat Tsjechië zijn verplichting totomzetting van de IBP-richtlijn niet had nagekomen(HvJ 14 januari 2010, C-343/08,
Europese Commissie v. Tsjechische Republiek).
Het Hof steltdat deze IBP-richtlijn een lidstaat niet als zodanigkan verplichten om het verbod op vestiging vanIBP’s op zijn grondgebied op te heffen. Dit verbodkomt voort uit het ontbreken van een tweede pijlerin het Tsjechische pensioenstelsel. Dat eenbepaalde activiteit waarop een richtlijn betrekkingheeft in een lidstaat niet bestaat, ontheft dezelidstaat volgens het Hof niet van de verplichting omwettelijke of bestuurlijke maatregelen te treffen omeen adequate uitvoering van alle bepalingen van dierichtlijn te garanderen. Aangezien de Commissie na verscheidene brievenen een aanmaning, door Tsjechië (nog) niet in
- 2/22 -
Leergang Pensioenrecht 2013-2014
 
 
kennis was gesteld van de noodzakelijkemaatregelen om aan voornoemd arrest uitvoering tegeven, stelde ze uiteindelijk beroep in bij het Hof van Justitie.In de loop van de procedure stelde de TsjechischeRepubliek de Commissie in kennis van debekendmaking en inwerkingtreding van wet nr.260/2011, die volgens deze lidstaat de volledigeuitvoering van voornoemd arrest (C-343/08)verzekert. Na onderzoek van de inhoud van dezewet oordeelde de Commissie dat de TsjechischeRepubliek haar wettelijke regeling inovereenstemming had gebracht met betreffendarrest. Hierop deed de Commissie afstand van haarvordering tot veroordeling tot een dwangsom. Zehandhaafde echter haar vordering tot veroordelingtot betaling van een forfaire som.Bij arrest van 18 juli 2013 trad het Hof deCommissie bij in het oordeel dat Tsjechië niet allemaatregelen had genomen die nodig waren teruitvoering van arrest C-343/08. Het Hof oordeelt datde Tsjechische Republiek de op haar rustendeverplichting krachtens artikel 260, lid 1 VWEU niet isnagekomen. De Tsjechische Republiek wordtveroordeeld tot de betaling van een forfaitaire som250 000 EUR aan de Europese Commissie wegensmiskenning van haar verplichting om de nodigemaatregelen te nemen ter uitvoering van arrest C-343/08.HvJ 18 juli 2013, C-241/11,
Europese Commissie v.Tsjechische Republiek 
 
1.2. BTW-aftrek door Nederlandspensioenfonds
In overeenstemming met een wettelijke verplichtingnaar Nederlands recht bracht PPG depensioenregelingen voor de werknemers van haarondernemingen onder in Stichting PensioenfondsPPG Industries Nederland (hierna verkort:pensioenfonds). Dit pensioenfonds is juridisch enfiscaal afgescheiden van PPG. De premies voor depensioenregelingen worden volledig betaald doorPPG en niet door de werknemers.Werkgevers konden ten tijde van de feiten hetzijzelf een pensioenfonds opzetten hetzij hunverplichtingen uitbesteden aan eenverzekeringsmaatschappij. Het was echter nietmogelijk de pensioenvoorziening in eigen beheer tehouden. Een dochteronderneming van PPG slootmet in Nederland gevestigde dienstverlenersovereenkomsten af omtrent de administratie van depensioenen en het vermogensbeheer van hetpensioenfonds. De kosten die verband houden metdeze overeenkomsten werden door dedochteronderneming betaald en niet doorgerekendaan het pensioenfonds. PPG bracht de btw voordeze kosten in als voorbelasting. De Nederlandsebelastingdienst ging hiermee niet akkoord envestigde een naheffingsaanslag dewelke door PPGwordt betwist. Vooreerst brengt het Hof van Justitie de doelstellingvan de btw-aftrekregeling van de Zesde richtlijn(77/388/EEG) betreffende de harmonisatie van dewetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting(hierna verkort: Zesde richtlijn) in herinnering. Dezerichtlijn beoogt de ondernemer volledig te ontlastenvan verschuldigde of betaalde btw in het kader vanal zijn economische activiteiten. Hetgemeenschappelijke Europese btw-stelsel waarborgteen volstrekt neutrale fiscale belasting van alleeconomische activiteiten, ongeacht het oogmerk of het resultaat ervan, mits die activiteiten in beginselzelf aan de btw-heffing zijn onderworpen.Om aan de belastingplichtige een recht op aftrek van de voorbelasting toe te kennen en de omvangvan dat recht te bepalen, dient er in beginsel eenrechtstreeks en onmiddellijk verband te bestaantussen een bepaalde handeling in een eerderstadium en één of meer in een later stadiumverrichte handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat.
In casu 
oordeelt het Hof van Justitie dat ereen rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat.Dit verband bestaat voor zover de kosten van dedoor PPG in dat kader afgenomen diensten deeluitmaken van haar algemene kosten, hetgeen aande verwijzende rechter staat om te beoordelen.Het Hof van Justitie besluit dat eenbelastingplichtige die een pensioenfonds heeftopgericht in de vorm in de vorm van een juridischen fiscaal afgescheiden entiteit, zoals
in casu 
, hetrecht heeft de btw die hij heeft betaald ter zake van
- 3/22 -
Leergang Pensioenrecht 2013-2014

You're Reading a Free Preview

Download
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->