• Embed Doc
  • Readcast
  • Collections
  • CommentGo Back
Download
 
 1
Klimaatverandering: legende of werkelijkheid?
Over de duurste controverse in de geschiedenis van de wetenschap
Dick Thoenes
April 2009Inhoud1. Weer en klimaat2. Meting van temperaturen3. Het natuurlijke broeikaseffect4. Mogelijke menselijke invloeden op het klimaat5. Een splitsing van de geesten6. Klimaatverandering als officieel standpunt7. Het broeikasgeloof8. Kritiek op de AGW-theorie en de klimaatpolitiek9. Nieuwere inzichten in klimaatverandering10. Conclusies
VOORWOORD
“Het klimaat” is een belangrijk maatschappelijk probleem geworden. Er wordt veel over gesproken en er wordt, vooral op overheidsniveau, verbazend veel geld aan uitgegeven. Maar wat weten wij, burgers en belastingbetalers, eigenlijk van het klimaat? In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de wetenschappelijke achtergronden van de mechanismen die ons klimaat bepalen. Dit blijkt minder eenvoudig te zijn dan veel mensen denken. Het klimaat is een buitengewoon ingewikkeld systeem dat wij nooit volledig zullen kunnen doorgronden. Er bestaat een samenspel van natuurlijke processen die door de miljoenen jaren heen hebben gezorgd voor een leefbaar klimaat op onze planeet. Er deden zich af en toe warmere en koudere perioden voor, maar over langere termijn bleef het klimaat redelijk stabiel. In de eerste helft van de 20 
eeuw heeft het klimaat zich hersteld van een koudere periode die enkele eeuwen heeft geduurd, de “Kleine IJstijd”. In de afgelopen halve eeuw zijn de temperaturen een klein beetje op en neer gegaan.Nu wordt door velen gevreesd dat het klimaat verstoord wordt door acties van de mens, met name door het verstoken van grote hoeveelheden fossiele brandstoffen. Maar zijn er echt aanwijzingen dat het op de aarde warmer wordt? Op het eerste gezicht leek dit het geval te zijn,maar dit wordt door recente metingen niet bevestigd. De overheden in Europa hebben gekozen voor een politiek die gebaseerd is op de theorie van “door de mens veroorzaakte wereldwijde opwarming” (“anthropogenic global warming”, AGW). Recent onderzoek  toont echter aan dat deze theorie niet juist is. Maar dat wordt niet algemeen erkend. Er is een grote controverse in de wetenschap ontstaan, maar daar heeft de politiek een grote rol in gespeeld. En er heeft inmiddels een belangrijke legendevorming plaatsgevonden, waarvan hier de geschiedenis kort wordt beschreven.Dit artikel geeft enige achtergronden van de verschijnselen die het klimaat bepalen. Het is geen wetenschappelijk betoog, maar het is wel gebaseerd op recente wetenschappelijke publicaties.Het is geschreven voor de geïnteresseerde leek, voor mensen die wat meer willen weten over deze ingewikkelde problematiek.Aan het eind is een literatuurlijst toegevoegd voor hen die verder willen lezen. Deze betreffen voor een deel populair-wetenschappelijke artikelen, waarin verder verwezen wordt naar wetenschappelijke literatuur. Literatuurverwijzingen in de tekst zijn ingevoegd tussen [ ].Verder is ook een aantal grafieken opgenomen die ik vond in de literatuur. Ze dienen ter illustratie en maken geen deel uit van het betoog. Wel wordt er in de tekst naar deze grafieken verwezen.
 
 2
1. Weer en klimaatWe ervaren allen dagelijks “het weer” als iets erg belangrijks. We vinden het weer mooi of lelijk,goed of slecht, we hebben er altijd een mening over. Het weer kan in belangrijke mate onzestemming beïnvloeden en het is ook een van de meest voorkomende gespreksonderwerpen.De meesten van ons kijken of luisteren dagelijks naar het weerbericht. Voor veel van onzeactiviteiten zijn wij van het weer afhankelijk. Dit geldt vooral voor het werk van boeren op hetland, maar ook voor allerlei vormen van sport en spel. Vooral in het winterseizoen kunnenweersomstandigheden van grote invloed zijn op het wegverkeer. Voor de scheepvaart enluchtvaart is het weer altijd van belang.Het is niet zo eenvoudig om te omschrijven wat het begrip “weer” eigenlijk inhoudt. Het is op zijnminst een combinatie van omstandigheden zoals temperatuur, zonnestraling, vochtigheid,neerslag, windsnelheid en bewolkingsgraad. De neerslag kan nog allerlei vormen hebben,bijvoorbeeld regen, mist, sneeuw, ijzel, hagel, dauw of rijp. Het weer kan wisselvallig vankarakter zijn of juist stabiel. Het weer kan zeer geleidelijk veranderen of juist heel plotselingomslaan. Verder kennen wij de verschillende seizoenen met hun sterk verschillende weertypen.En we beseffen natuurlijk dat er over de gehele wereld gelijktijdig enorm veel verschillendesoorten weer voorkomen.Wanneer wij over verschillende weertypen praten in verschillende landen of landstreken,gebruiken we het woord “klimaat”. Van Dale (13
e
druk, 1999) geeft als betekenis van
klimaat 
“degemiddelde of samengestelde natuurlijke gesteldheid van de lucht en het weer in eenlandstreek, met name de gemiddelde temperatuur en regenval”. We zouden aan deze definitienatuurlijk nog andere kenmerken van het weer, zoals hierboven genoemd, kunnen toevoegen.Belangrijk in deze definitie is dat het klimaat hier steeds een
lokale 
betekenis heeft, het slaat opeen
landstreek.
We kunnen bijvoorbeeld zeggen dat het Nederlandse klimaat gematigd maarwisselvallig is en dat er ook landen zijn met een meer stabiel maar een meer extreem klimaat.We onderscheiden nog verschillende soorten klimaat, bijvoorbeeld zeeklimaat, landklimaat,poolklimaat, tropisch klimaat, woestijnklimaat of alpine klimaat. We kunnen in de wereld veletientallen, wellicht honderden gebieden onderscheiden met verschillende klimaten.Daarnaast wordt “klimaat” tegenwoordig ook nog in een andere betekenis gebruikt, die nietvermeld wordt in de 13
e
druk van Van Dale, namelijk het klimaat van de gehele aarde. Daarmeewordt een soort gemiddeld
wereldklimaat 
bedoeld. Dat is geen eenvoudig begrip. Om ditklimaat te beschrijven, moet je alle weercondities over de gehele wereld middelen over dag ennacht en over het gehele jaar. Zo’n gemiddeld klimaat is een abstractie, want het komt nergensop aarde voor. Het belangrijkste kenmerk van een klimaat is de over het jaar gemiddeldetemperatuur. Men vindt zo bijvoorbeeld een gemiddelde temperatuur van het heleaardoppervlak van ongeveer +15°C (graad Celsius). Ondertussen variëren plaatselijketemperaturen van +50°C (in Arabië, overdag, in de zomer) tot -70°C (in Antarctica, in depoolwinter). Niettemin is een gemiddeld “wereldklimaat” een bruikbaar rekenkundig begrip.We gebruiken het woord “klimaat” in deze betekenis om bijvoorbeeld de gemiddeldeweertoestanden te beschrijven in het verre verleden, duizenden, miljoenen of zelfs miljarden jaren geleden. In vroegere geologische tijdperken kwamen uiteenlopende klimaten voor. Wekunnen echter ook vaststellen dat onze planeet Aarde in de loop van de laatste drie miljard jaareen betrekkelijk stabiel klimaat heeft gekend. De gemiddelde temperatuur bewoog zich in dietijd binnen plus of min 10 ºC ten opzichte van het gemiddelde, maar het bleef op de langetermijn ongeveer gelijk. In die zelfde tijd is de intensiteit van de zonnestraling met 30%toegenomen (deze blijft ook nu nog toenemen). Deze toename van 30% zou een blijvendetemperatuurverhoging van 20 ºC hebben kunnen veroorzaken. Dat is echter niet gebeurd. Ookis de temperatuur in al die tijd nooit uit de hand gelopen. De aarde is nooit helemaal bevrorengeweest en nooit zo warm geworden dat leven niet langer mogelijk was. We weten nu dat ditkomt door de aanwezigheid van grote hoeveelheden water, een typisch kenmerk van onzeplaneet [Lovelock, 1979].Laten we wat minder ver teruggaan in de tijd, naar een tijdperk ongeveer 250 miljoen jaargeleden, genaamd het Perm. Toen heerste er op de gehele aarde een guur klimaat met grote
 
 3
ijskappen op de polen. In het daaropvolgende Trias was het klimaat veel warmer en droger danhet huidige. In de volgende tijdperken Jura en Krijt heerste er een tropisch klimaat over de heleaarde en lagen er nergens ijskappen. Er ontwikkelden zich reusachtige planten en grotereptielen. Ongeveer 50 miljoen jaren geleden werd het weer koeler. In de laatste miljoen jarenzijn er verschillende ijstijden geweest.We bevinden ons nu in een relatief warme periode tussentwee ijstijden in. Over 10.000 jaar zal er een volgende ijstijd heersen.Dan zal bijvoorbeeld heelScandinavië weer door een dikke ijslaag bedekt zijn. Deze klimaatveranderingen wordenveroorzaakt door regelmatige doch zeer langzame veranderingen in de baan en de bewegingvan de aarde [Kroonenberg, 2006].We horen tegenwoordig dikwijls het begrip
klimaatverandering 
, maar dat kan ook weer in tweeverschillende betekenissen worden gebruikt. Veel lokale klimaten veranderen voortdurend eenbeetje. Wij hebben in Nederland veel strenge winters gehad in de jaren ‘40, ook enkele in de jaren ‘60 en ‘80. In West Europa is er de laatste 20 jaar echter sprake van een zekereopwarming van het klimaat, met minder koude winters, maar eigenlijk niet met duidelijk warmerezomers. We moeten daarbij bedenken dat West Europa niet meer dan 1% van hetaardoppervlak inneemt en dat er vele andere gebieden op aarde
 
zijn waar het in die tijd ookwarmer of juist kouder is geworden. Zulke plaatselijke klimaatveranderingen, die enkeletientallen of honderden jaren kunnen duren, hebben zich altijd en overal voorgedaan.Wanneer er tegenwoordig over klimaatverandering wordt gesproken,
 
dan wordt meestal eenverandering van het gemiddelde
wereldklimaat 
bedoeld
.
Zulke veranderingen hebben zich ookin de meer recente geschiedenis regelmatig voorgedaan. Uit allerlei onderzoek is gebleken dathet bijvoorbeeld in de Romeinse tijd en in de Middeleeuwen beduidend warmer was dan nu. Erwas in de Middeleeuwen wijnbouw in Engeland en landbouw op Groenland. In de vijftiendeeeuw begon de wereld merkbaar af te koelen, met een minimum in de tweede helft van dezeventiende eeuw. We worden daaraan herinnerd door prachtige schilderijen metwintertaferelen, zoals die van Hendrik Avercamp. Ook in andere landen was het koud; er zijnEngelse schilderijen van kermissen op de bevroren Thames. Uit meer recent onderzoek isgebleken dat het over de hele wereld in die tijd merkbaar kouder was dan nu. We spreken in ditverband van “De Kleine IJstijd”. In de loop van de negentiende eeuw begon de wereld weer eenbeetje op te warmen. Deze opwarming heeft zich voortgezet tot omstreeks 1940. Daarna is ersprake van wisselende wereldtemperaturen (zie figuren 1 t/m 5, achteraan).Of de gemiddelde temperatuur van de aarde op dit moment stijgend of dalend is, is niet metzekerheid vast te stellen. We moeten beseffen dat de recente lokale temperatuurstijging in WestEuropa en een eventuele opwarming van de gehele aarde los van elkaar staandeverschijnselen zijn. We komen hier later op terug. Laten we eerst enige achtergronden bekijken.2. Meting van temperaturen.Het meten van temperaturen is een vak apart. Wanneer het KNMI zegt dat het morgenbijvoorbeeld 20 graden wordt, dan slaat dit op de gemiddelde temperatuur
van de lucht 
, dichtbijde grond. Deze wordt gemeten op 1,5 meter hoogte, in de schaduw, in de wind, ver vangebouwen. Een goede manier om als amateur de temperatuur van de lucht te meten is om eenthermometer op te hangen aan een boomtak, in de schaduw en in de wind. Thermometers dietegen een muur hangen meten een temperatuur die in ligt tussen de temperatuur van de muuren die van de lucht. Wanneer de zon daarop schijnt, of wanneer die eerder op die muurgeschenen heeft, meten we een temperatuur die enkele of zelfs vele graden hoger kan liggen.Muren kunnen in de zon aardig opwarmen. Als de thermometer tegen een muur op het noordenhangt, kan die bij helder weer juist weer enkele graden lager aanwijzen dan de temperatuur vande lucht. Zoals je ook vorst aan de grond kunt hebben terwijl de lucht een temperatuur heeft vaniets boven het vriespunt. Dat komt doordat vaste voorwerpen warmte uitstralen naar de hemel,vooral wanneer die onbewolkt is, en daarbij kunnen afkoelen tot een temperatuur onder die vande lucht. Dat gebeurt ook overdag. Dit verschijnsel speelt een belangrijke rol in ons klimaat,zoals we verderop zullen zien.
of 00

Leave a Comment

You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...
You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...