7
1 Inleiding
Eén van de aantrekkelijke kanten van het stedelijk bestaan is om op het grensvlak televen tussen de vertrouwdheid van de eigen omgeving enerzijds en het complexe,gelaagde karakter van de openbaarheid aan de andere kant. Door Lofland is destedelijke openbare ruimte treffend omschreven als 'een wereld van vreemdelingen'(Lofland 1973). Anders dan in dorpen of gehuchten kennen de meeste mensen op destraten en pleinen in een stad elkaar niet, althans niet als persoon, misschien wel alsfunctionaris. Je komt vertegenwoordigers van uiteenlopende achtergronden enmilieus tegen. Zoals je tijdens een modeshow getuige bent van modellen die delaatste snufjes en trends aan het publiek vertonen, zo word je in de stadgeconfronteerd met een bonte parade van mensen en uitingen die getuigen van eenbreed scala van opvattingen, manieren en bestaanswijzen. Deze confrontatie kan tottegenstellingen of zelfs conflicten en botsingen leiden, maar heeft dikwijls nieuweinzichten en nieuwe sociale verbanden tot gevolg. Steden zijn altijd heterogeen vankarakter geweest, zowel sociaal, cultureel als economisch. Iedere stad kent exotischegroepen en plekken die als inspiratiebron hebben gefungeerd voor romans, films enschilderijen. Als kunstenaar in een dorp ben je nog al eens geïsoleerd, maar in destad kun je deel uitmaken van een rijk geschakeerde kunstwereld. Hetzelfde geldtvoor sommige andere bezigheden of voorkeuren. Leden van seksuele minderhedenervaren het stadsleven dikwijls als een bevrijding na het dorpsbestaan waar ze hun'geaardheid' maar beter voor zich konden houden. Steden zijn broeikassen waarsociale experimenten worden uitgedacht, uitgeprobeerd en gerealiseerd, waarnieuwe culturele uitingen zijn geconcentreerd en waar de dynamiek tot stand komtdie de economie in beweging zet en opjaagt.Willen stedelijke samenlevingen deze functies optimaal kunnen vervullen, dandienen de openbare en persoonlijke domeinen in een zeker evenwicht ten opzichtevan elkaar te verkeren. Het is juist de spanningsverhouding tussen beide sferen die devonken doet overspringen, een spanningsverhouding die ooit door Hans Paul Bahrdttreffend werd gekarakteriseerd als ‘unvollständige Integration' (Bahrdt 1961, Brunt1998). Stedelingen drukken hun stempel op de stad door in de buurten waar zewonen een bepaald 'sociaal klimaat' tot stand te brengen. Tussen hun eigen bekendeomgeving en de anonieme openbaarheid brengen ze een soort overgangsdomein totstand, in de stadssociologische literatuur dikwijls het 'parochiale domein' genaamd.Ze gaan bij voorbeeld er prat op dat het in 'hun' buurt altijd gezellig is, dat mensenmet mooi weer buiten zitten, een borreltje drinken en toezicht op kinderen enhulpbehoevende bejaarden houden. Bewoners van andere buurten weten dat ze eenslechte naam hebben bij de autoriteiten en ontlenen daar soms een zekere trots aan:'geen agent van politie durft zich hier alleen te vertonen', wordt met bravoureopgemerkt tegen elkaar en tegen buitenstaanders. De Scheveningse Dukdalfstraat enomgeving had jarenlang zo'n geduchte reputatie en deze moest minstens ieder jaarworden onderstreept door spectaculaire kerstboom- en autobandenverbrandingentijdens de roemruchte Haagse oudejaarsvieringen.
Leave a Comment