http://teampark.org
bedrijven bezig de externe crowd voor zich tewinnen. Hun klanten, hun toeleveranciers,mensen van buiten het bedrijf. Door middel vancommunities en crowdsourcing hopen ze opextra klantenbinding, bruikbare innovatie en
alles wat „2.0‟ ze aanvankelijk beloofde.
Iedereen wil nu zijn eigen community. Hoe datdan uiteindelijk gaat werken is onduidelijk. Waarzullen al die klanten heengaan als straksiedereen aan ze loopt te trekken? Ze kunnenmoeilijk in tientallen communities gaandeelnemen. Maar toch, de trend en de wil is daaren vooralsnog legt het een aantal bedrijven geenwindeieren. Klanten opnemen in de functioneleprocessen van een bedrijf is echter onmogelijkomdat klanten dwingen tot een bepaaldeprestatie of mate van betrokkenheid onmogelijkis. Uw werknemers worden gemotiveerd doorhet arbeidscontract, maar klanten hebben eenandere relatie tot het bedrijf. Dus is er eennieuwe manier van samenwerken nodig met dieexterne crowd en dat is, u raadt het al, mogelijk
met het juiste „2.0‟ platform.
H
ET NIEUWE WERKEN
Daarnaast is er een maatschappelijke trend dievanuit
Microsoft wordt aangeduid met „HetNieuwe Werken‟. De term Unified
Communication and Collaboration, kortweg UCC,duidt op de bijbehorende technologie. Bij HetNieuwe Werken wordt niet voorgeschreven opwelke tijden en locaties er gewerkt moetworden. De balans van werk en privé veranderten kenniswerkers worden afgerekend opresultaat en niet meer op aanwezigheid,uitzonderingen daargelaten. Voor organisatiesdie volledig vertrouwen op bureaucratischestructuren en teamwerk, is Het Nieuwe Werkeneen grote uitdaging. Het Nieuwe Werken is daarslechts heel beperkt toepasbaar. De machine zalvastlopen omdat synchroniciteit en directecommunicatie
–
de basis van de huidigeorganisatie
–
niet zullen werken als de ene helftvan het team in de sportschool aan het trainenis, of met hun kinderen op pad is en de anderehelft vanachter het bureau in hun werkkamerwacht op de laatste versies van de documentenof antwoord op hun email.
Het
NieuweWerken
, werken op afstand, is onmogelijkzonder
‘
Het
Nieuwe Samenwerken
’
ofwel
„social collaboration‟
.
G
LOBALISERING
Tenslotte is er gewoon “plain and simple” het
verschijnsel (technologische) globalisering.Moderne communicatietechnologie maakt dewereld steeds kleiner en er kan wordensamengewerkt met mensen over de hele wereld
alsof het collega‟s van de kamer hiernaast zijn.
De aarde zal echter altijd om zijn as blijvendraaien en veel mensen zullen toch liever
overdag dan ‟s nachts werken. Tijdzones zijn
een gegeven en zullen intensieve functionelesamenwerking van teams met leden van over dehele wereld in de weg staan. Deze teams zullenin locatie bij elkaar in de buurt moeten blijven of in ieder geval een deel van de werkdag moetenoverlappen om goed te functioneren. Hetmechanistische samenwerken dat inherent isaan bureaucratie en teamwerk koppelt ze aanelkaar.Door ingeslepen manieren van functionelesamenwerking te herdefiniëren kan deze
barrière worden doorbroken met een „2.0‟
platform.
D
E BEPERKINGEN VAN HETSPINMODEL
In een bureaucratische organisatieherorganiseert en delegeert een manager
sturing en bijsturing „van boven naar beneden‟.
Als een spin in zijn web trekt hij aan de draden.Sturing wordt van de top van debesturingshiërarchie naar beneden gepropageerden verfijnt, en vindt daar, op het lagere niveau,zijn uitwerking. Dit is de bekende centraleaansturing. Kennis en vaardigheden zijngestandaardiseerd en beschreven in termen vanprocedures en functies. De standaardmanier vandenken en handelen die hierbij hoort kanworden omschreven met de kernwaarden
‘standaardisering'
,
‘topdown’
en 'centraal'
.Omdat er in die propagatie onvermijdelijk ruisen vervorming optreden, is topdown eeninefficiënte manier om grote groepen tebesturen. In behoorlijk wat gevallen is centralesturing zelfs onbruikbaar. Stelt u zich voor dateen school sardientjes ineens moet uitwijkenvoor een hongerige Fish-and-Chips-Barracuda ende oppersardien moet wachten tot: 1. alleinformatie die de uitkijksardientjes verzamelenbetreffende de aanval binnen is, 2. hij zich eengoed beeld heeft kunnen vormen van demomentane positie van alle in gevaarverkerende sardienen, 3. hij heeft kunnenbedenken wat elk individueel sardientje uit eenschool van duizenden moet gaan doen en datvervolgens 4. via een netwerk vanmanagersardientjes en groephoofdsardienenopdrachten moet gaan verspreiden om zo alleleden van de school op het juiste moment naarde juiste positie te laten bewegen. Gaat nietwerken, naarmate de groep groter wordt, is eronevenredig meer besturing en communicatienodig én wordt de inertie van het systeemgroter.Voor organisaties is dat niet anders. Hoe groterde organisatie hoe meer vervorming zowel in tijd(vertraging) als in inhoud (misinterpretatie)
Add a Comment