• Embed Doc
  • Readcast
  • Collections
  • CommentGo Back
Download
 
89
JAVI
s
december 2002
s
nummer 3
Mr. drs. W.A.M.Steenbruggen
is werkzaam als onder-zoeker bij het Instituutvoor Informatierecht teAmsterdam.E-mail:steenbruggen@jur.uva.nl
keersgegevens van alle gebruikers van hun dienstenen netwerken voor een periode van 1 tot 2 jaar tebewaren.
2
Voor sommigen is deze termijn zelfs nogte kort.
3
Is een dergelijke structurele bewaarplicht welin overeenstemming met de fundamentele rechtenop privacy en het communicatiegeheim?De instelling van een bewaarplicht betekent dat detransporteur een verlengstuk van justitie en veilig-heidsdiensten wordt. Zijn systemen worden een op elkwillekeurig moment raadpleegbare databank waarineen schat aan persoonsgegevens is opgeslagen. Metbehulp van deze gegevens kan dan een uitermatenauwkeurig en gedetailleerd beeld van het dagelijksleven van iedere burger worden verkregen. Niet alleenkunnen zijn contacten met anderen in kaart wordengebracht, ook zijn interesses, zijn bewegingen. Deburger wordt 24 uur per dag 7 dagen per week
D
e vergaring en verwerking van deze gegevensworden steeds onoverzichtelijker, doordat hetaantal verschillende informatiediensten toe-neemt en de consument als gevolg van de toenemen-de mobiliteit van randapparatuur steeds meer enoveral waar hij zich bevindt, contact met verschillen-de netwerken heeft.
1
Steeds meer en steeds vakerworden op allerlei verschillende systemen gegevensachtergelaten. Langzamerhand tekent zich een 24/7traceerbaarheid van iedere gebruiker af. Zijn interes-ses, intieme of minder intieme contacten, ja, zijngehele dagelijks leven kan in de informatiemaat-schappij aan de hand van de opgeslagen gegevensworden achterhaald.In de loop van de jaren zijn de bevoegdheden van jus-titie en veiligheidsdiensten om gegevens omtrent hettelecommunicatieverkeer te vorderen, aanzienlijk uit-gebreid. Hoewel oorspronkelijk de bevoegdheidbedoeld was die gegevens te vorderen aan de handwaarvan bepaald kon worden of het zwaardere mid-del van de telecomtap kon worden ingezet, heeft debevoegdheid een zelfstandig karakter gekregen. Opde wijze waarop deze bevoegdheid in deNederlandse rechtsorde is geïntroduceerd en vervol-gens vele malen is aangepast aan de wensen van jus-titie en veiligheidsdiensten valt wel een en ander aante merken. Momenteel is het veel belangrijker dat na11 september 2001 in internationaal verband vér-gaande voorstellen worden gedaan om de bevoegd-heden van justitie en veiligheidsdiensten verder teverruimen onder het mom van de noodzakelijke ‘waragainst terrorism’. In dat kader wordt gepleit vooreen structurele bewaarplicht voor verkeersgegevens.Telecomaanbieders, waaronder internetproviders,worden in sommige voorstellen verplicht om de ver-
I know what you did last summer!
Over grenzeloze en ongegeneerde verwerking van verkeersgegevens in deinformatiemaatschappij
WILFRED STEENBRUGGEN
Gegevens over het communicatiegedrag van de burgerworden tegenwoordig op grote schaal in de systemen van telecomoperators eninternetproviders vergaard en vastgelegd. Deze gegevens, ook wel verkeers-gegevens genoemd, zijn noodzakelijk om de transmissie mogelijk te maken enrekeningen op te stellen.
ARTIKELEN
Bron: ANP 
 
90
JAVI
s
december 2002
s
nummer 3
traceerbaar, identificeerbaar en analyseerbaar aan dehand van zijn communicatiegedrag.In sommige opzichten zijn telecomaanbieders nureeds een verlengstuk van justitie en veiligheidsdien-sten. De transporteur heeft namelijk in de huidige Te-lecommunicatiewet (Tw) vérgaande verplichtingen totmeewerken opgelegd gekregen. Zo dient hij op eigenkosten zijn telecommunicatienetwerk of -dienst aftap-baar te maken (artikel 13.1 j°13.6 Tw) en mee te wer-ken aan de uitvoering van een concrete taplast (artike-len 126m en 126t Sv j°13.2 Tw),
4
op vordering ver-keersgegevens te verstrekken (artikelen 126n en 126uSv j°artikel 184 Sr) en de gegevens die noodzakelijkzijn om een tap te gelasten of verkeersgegevens tevorderen, te leveren of zelfs te achterhalen door mid-del van een bestandsanalyse (artikel 13.4 Tw). In hetlaatste geval bestaat overigens al een (beperkte) be-waarplicht. Artikel 13.4 lid 2 Tw verplicht telecomaan-bieders verkeersgegevens van gebruikers waarvan zijniet over identificerende gegevens beschikken, vooreen termijn van 3 maanden te bewaren.
5
Tot nog toe heeft de Nederlandse regering telkens aan-gegeven (nog) niet over te willen gaan tot een ruimerebewaarplicht. De regering heeft echter na 11 septem-ber 2001 wel aangekondigd onderzoek te verrichtennaar de categorieën gegevens die telecomaanbiedersbewaren en de belemmeringen die de opsporings- enveiligheidsdiensten ondervinden door de afwezigheidvan bewaarplichten van historische verkeersgegevens.
6
Nu een structurele bewaarplicht niet van de interna-tionale agenda te branden lijkt, is het de hoogste tijdeens te onderzoeken hoe een structurele bewaarplichtvoor verkeersgegevens zich ten opzichte van (inter)na-tionale grondrechtelijke waarborgen ter beschermingvan de privacy en het communicatiegeheim verhoudt.
Verkeersgegevens
|Voordat we op de fundamen-teelrechtelijke waarborgen kunnen ingaan, dient eerstglobaal een technisch kader te worden uiteengezet.Tegenwoordig is telecommunicatie niet meer denk-baar zonder dat gebruik wordt gemaakt van databan-ken waarin persoonsgegevens worden gekoppeld aanelektronische adresgegevens om de juiste routering enbestemming van een boodschap tot stand te bren-gen.
7
Steeds vaker treedt een vermenging op van in-dividuele communicatieve handelingen en het waar-nemen en vastleggen van persoonsgegevens.
8
Bij telefonie kan nog een onderscheid worden ge-maakt tussen verkeersgegevens en de inhoud van degetransporteerde informatie; dit hangt samen met hetfeit dat het transport en de routering c.q. besturinggescheiden zijn. Bij ISDN bijvoorbeeld wordt de schei-ding tussen inhoud en verkeersgegevens (technischgezien) gemarkeerd door de scheiding tussen hetspraakkanaal dat de inhoud vervoert en het signale-ringskanaal dat boodschappen verstuurt ten behoevevan het vervoeren van die inhoud. Deze signalerings-gegevens zorgen voor het opzetten, instandhoudenen afbreken van het circuit tussen de beller en de ont-vanger van een gesprek. Ook wordt de toestand vanhet netwerk continu gecontroleerd. Signalering zorgttevens voor het genereren van de informatie (begin-en eindtijd, nummergegevens) die noodzakelijk is voorhet factureren.De opkomst van datatoepassingen die gebaseerd zijnop het Internetprotocol (IP) stelt deze scheiding echterter discussie. De communicatie die door middel van IPtot stand wordt gebracht, kan nogal wat ‘gedaanten’hebben, omdat er een groot aantal diensten is ont-wikkeld. E-mail, bijvoorbeeld, is een zeer belangrijketoepassing waarbij de scheiding tussen inhoud en ver-keersgegevens inzichtelijk is. De gebruiker van een e-mailprogramma stelt een boodschap samen die voor-zien wordt van separate adresinformatie (e-mail-adres). Ook technisch is hier een scheiding zichtbaartussen de boodschap die de inhoud van de te verstu-ren IP-pakketten vormt, en de adresinformatie die inde header van de pakketten terechtkomt.Kijken we naar een toepassing als websurfen danwordt de situatie al diffuser. Hierbij haalt een gebrui-ker door middel van een verzoek de inhoud van eenbepaalde webpagina op. De inhoud van deze paginavormt de communicatie. Teneinde deze communicatieover te brengen toetst de gebruiker een URL in, bij-voorbeeld www.google.com, die ergens in het net-werk wordt vertaald naar het juiste IP-adres. De URL iseen verkeersgegeven, maar het IP-adres ook. Com-plexer wordt het echter bij het gebruik van de zoek-machine. Wanneer de gebruiker een zoekopdrachtgeeft, wordt de zoekopdracht in de URL opgenomenen naar de zoekmachine gestuurd. De URL is nu nietslechts een verkeersgegeven meer, maar tevens eendeel van de inhoud van de communicatie.De techniek maakt derhalve een strikte scheiding tus-sen inhoud en verkeersgegevens onmogelijk.
9
Boven-dien is verwerking van verkeersgegevens niet per de-finitie minder privacygevoelig dan kennisname van deinhoud van communicatie. In het tijdperk van de vastetelefonie waren er slechts weinig verkeersgegevens:aansluitnummers, registratie of een gesprek daadwer-kelijk heeft plaatsgevonden en tijdstip en duur van ge-sprek. Tegenwoordig worden naast deze gegevensnog veel meer gegevens door de verschillende trans-porteurs verwerkt. Voorbeelden daarvan zijn de aardvan de dienst, welke route heeft de communicatie af-gelegd, volume, (de meer of minder nauwkeurige) lo-catie van de gebruiker, (ruwe) gegevens over de in-houd, model en type randapparaat, operating system,bestandsformaat et cetera. Op grond hiervan kunnendoor derden uitermate gedetailleerde communicatie-en interesseprofielen van gebruikers worden opge-steld. Hieruit kan informatie worden afgeleid die vaakprivacygevoeliger is dan de inhoud van communicatie.Het Wetboek van Strafrecht gaat er traditioneel vanuitdat inhoud privacygevoeliger is dan de gegevens overhet telecommunicatieverkeer. Naar aanleiding van het
 
91
JAVI
s
december 2002
s
nummer 3
communicatie, niet in strijd is met artikel 8 EVRM. Ver-werking ten behoeve van deze doeleinden is inherentaan de dienstverlening. Daarmee onderscheidt ver-werking van verkeersgegevens zich van kennisnamevan de inhoud. Voorzover de verwerking buiten de ge-noemde doeleinden treedt, moet de verwerking ech-ter voldoen aan de eisen van artikel 8 EVRM. Bij detoets hieraan hecht het hof in dit arrest veel waardeaan het beperkte kader van de verstrekking aan justi-tie (de informatie die was verstrekt, bestond slechts uitde telefoonnummers die gebeld waren vanaf een be-paalde locatie in een welomschreven periode). De ver-strekking was mogelijk onder de toepasselijke wetge-ving, wanneer dit noodzakelijk is ten behoeve van deopsporing van strafbare feiten (een uitzondering opde hoofdregel van anonimisering of verwijdering,neergelegd in de Engelse Telecommunicatiewet). Deinformatie diende ter ondersteuning van ander bewijswaarbij de tijdstippen van de telefoongesprekken vanbelang waren. De verstrekking is derhalve niet in strijdmet artikel 8 EVRM.Hoe het hof over verkeersgegevens buiten het beperk-te kader van de vaste telefonie zal oordelen, is nog nietgeheel duidelijk. Aannemelijk lijkt dat voor verwerkingvan verkeersgegevens ten behoeve van strafvorderingen nationale veiligheid (voorzover verwerking nietnoodzakelijk is ten behoeve van de facturering of ver-lening van de dienst) vergelijkbare eisen als voor de in-terceptie van communicatie zullen worden gesteld.
16
Dit betekent dat de beperking een wettelijke grond-slag moet hebben in de zin van de
Huvig & Kruslin 
-uit-spraken
17
van het hof. De aanwezigheid van een wet-telijke norm of een norm in vaste rechtspraak is nietgenoeg. De wettelijke norm dient ook te voldoen aaneen aantal kwaliteitseisen. Een onafhankelijke rechterof andere instantie moet de verwerking kunnen con-troleren. De wettelijke grondslag moet bepalingen be-vatten met betrekking tot de duur van de beperkingen regels met betrekking tot de delicten waarvoor ver-keersgegevens mogen worden verwerkt. De wettelijkeregeling moet derhalve nauwkeurig bepalen binnenwelke grenzen en op welke wijze de maatregel kanworden toegepast: de doeleinden waarvoor de gege-vens mogen worden verwerkt, de tijd dat ze mogenworden bewaard (indien ze mogen worden bewaard)en de toegang ertoe moeten strikt beperkt zijn.In het kader van de eis dat beperkingen noodzakelijkmoeten zijn in een democratische samenleving, toetsthet hof of er een dringende noodzaak is voor de op-gelegde beperking en of maatregel proportioneel is. Indat kader wordt getoetst of de maatregel geschikt isom het beoogde doel te bereiken en of niet kan wor-den volstaan met een minder ingrijpende beperking.In het kader van deze toets zullen ook de rechtmatigebelangen van de telecomaanbieders worden meege-nomen. De belasting die een structurele bewaarplichtop hun bedrijfsvoering legt, is aanzienlijk.Het individu heeft recht op ‘een adequate bescher-hiervoor staande kan worden vastgesteld dat dit uit-gangspunt herzien, althans aanzienlijk genuanceerdmoet worden.
Privacy en communicatiegeheim in Europeesverband
|Op Europees niveau zijn artikel 8 EVRMen de EU-privacyrichtlijnen van belang. Binnen deEuropese Unie zorgt Richtlijn 95/46/EG (Algemeneprivacyrichtlijn)
10
voor de harmonisatie van de voor-waarden van het recht op bescherming van de per-soonlijke levenssfeer die in de rechtssystemen van delidstaten zijn vastgelegd. Deze richtlijn onderbouwten versterkt de beginselen die zijn opgenomen in arti-kel 8 EVRM en in het Verdrag van Straatsburg.
11
Richtlijn 97/66/EG (ISDN-richtlijn)
12
specificeert debepalingen van deze richtlijn voor de telecommunica-tiesector. Ik zal hierna eerst artikel 8 EVRM bespreken.
Artikel 8 EVRM
|Artikel 8 EVRM garandeert een-ieder het recht op respect voor zijn privé-leven, […] enzijn correspondentie. Beperkingen op deze rechtenmoeten voldoen aan de eisen van het tweede lid, i.e.zij dienen te zijn voorzien bij wet en noodzakelijk ineen democratische samenleving in het belang van denationale veiligheid, de openbare veiligheid of het eco-nomisch welzijn van het land, het voorkomen vanwanordelijkheden en strafbare feiten, de beschermingvan de gezondheid of de goede zeden of voor debescherming van de rechten en vrijheden van anderen.Het EHRM heeft door middel van een interpretatie vanhet begrip ‘correspondence’ in combinatie met hetbegrip ‘private life’ nieuwe communicatiemiddelenonder de bescherming van artikel 8 EVRM gebracht. In
Klass 
bepaalde het hof op deze wijze voor het eerstdat telefoonverkeer onder artikel 8 beschermd is.
13
Door de toepassing van deze gecombineerde benade-ring bij nieuwe communicatiemiddelen wordt tegen-woordig algemeen aangenomen dat artikel 8 EVRMop alle vormen van informatieoverdracht van toepas-sing is. In
Malone 
gaf het hof aan dat ook metering re-cords en in het bijzonder het gekozen telefoonnum-mer integraal deel uitmaken van de beschermde com-municatie.
14
In
P.G. & J.H.
heeft het hof dit recent her-haald.
15
Ook verkeersgegevens worden derhalveonder artikel 8 beschermd. In het laatste arrest merkthet hof evenwel op dat
‘Metering which does not per se offend against Article 8if for example done by the telephone company for bil-ling purposes, is by its very nature to be distinguishedfrom the interception of communications which may beundesirable and unjustified in a democratic societyunless justified.’
Uit dit arrest kan worden afgeleid dat verwerking vanverkeersgegevens door de telecomaanbieder voorzo-ver dit nodig is voor de facturering en, naar men magaannemen, ten behoeve van de transmissie van de
of 00

Leave a Comment

You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...
You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...