91
JAVI
s
december 2002
s
nummer 3
communicatie, niet in strijd is met artikel 8 EVRM. Ver-werking ten behoeve van deze doeleinden is inherentaan de dienstverlening. Daarmee onderscheidt ver-werking van verkeersgegevens zich van kennisnamevan de inhoud. Voorzover de verwerking buiten de ge-noemde doeleinden treedt, moet de verwerking ech-ter voldoen aan de eisen van artikel 8 EVRM. Bij detoets hieraan hecht het hof in dit arrest veel waardeaan het beperkte kader van de verstrekking aan justi-tie (de informatie die was verstrekt, bestond slechts uitde telefoonnummers die gebeld waren vanaf een be-paalde locatie in een welomschreven periode). De ver-strekking was mogelijk onder de toepasselijke wetge-ving, wanneer dit noodzakelijk is ten behoeve van deopsporing van strafbare feiten (een uitzondering opde hoofdregel van anonimisering of verwijdering,neergelegd in de Engelse Telecommunicatiewet). Deinformatie diende ter ondersteuning van ander bewijswaarbij de tijdstippen van de telefoongesprekken vanbelang waren. De verstrekking is derhalve niet in strijdmet artikel 8 EVRM.Hoe het hof over verkeersgegevens buiten het beperk-te kader van de vaste telefonie zal oordelen, is nog nietgeheel duidelijk. Aannemelijk lijkt dat voor verwerkingvan verkeersgegevens ten behoeve van strafvorderingen nationale veiligheid (voorzover verwerking nietnoodzakelijk is ten behoeve van de facturering of ver-lening van de dienst) vergelijkbare eisen als voor de in-terceptie van communicatie zullen worden gesteld.
16
Dit betekent dat de beperking een wettelijke grond-slag moet hebben in de zin van de
Huvig & Kruslin
-uit-spraken
17
van het hof. De aanwezigheid van een wet-telijke norm of een norm in vaste rechtspraak is nietgenoeg. De wettelijke norm dient ook te voldoen aaneen aantal kwaliteitseisen. Een onafhankelijke rechterof andere instantie moet de verwerking kunnen con-troleren. De wettelijke grondslag moet bepalingen be-vatten met betrekking tot de duur van de beperkingen regels met betrekking tot de delicten waarvoor ver-keersgegevens mogen worden verwerkt. De wettelijkeregeling moet derhalve nauwkeurig bepalen binnenwelke grenzen en op welke wijze de maatregel kanworden toegepast: de doeleinden waarvoor de gege-vens mogen worden verwerkt, de tijd dat ze mogenworden bewaard (indien ze mogen worden bewaard)en de toegang ertoe moeten strikt beperkt zijn.In het kader van de eis dat beperkingen noodzakelijkmoeten zijn in een democratische samenleving, toetsthet hof of er een dringende noodzaak is voor de op-gelegde beperking en of maatregel proportioneel is. Indat kader wordt getoetst of de maatregel geschikt isom het beoogde doel te bereiken en of niet kan wor-den volstaan met een minder ingrijpende beperking.In het kader van deze toets zullen ook de rechtmatigebelangen van de telecomaanbieders worden meege-nomen. De belasting die een structurele bewaarplichtop hun bedrijfsvoering legt, is aanzienlijk.Het individu heeft recht op ‘een adequate bescher-hiervoor staande kan worden vastgesteld dat dit uit-gangspunt herzien, althans aanzienlijk genuanceerdmoet worden.
Privacy en communicatiegeheim in Europeesverband
|Op Europees niveau zijn artikel 8 EVRMen de EU-privacyrichtlijnen van belang. Binnen deEuropese Unie zorgt Richtlijn 95/46/EG (Algemeneprivacyrichtlijn)
10
voor de harmonisatie van de voor-waarden van het recht op bescherming van de per-soonlijke levenssfeer die in de rechtssystemen van delidstaten zijn vastgelegd. Deze richtlijn onderbouwten versterkt de beginselen die zijn opgenomen in arti-kel 8 EVRM en in het Verdrag van Straatsburg.
11
Richtlijn 97/66/EG (ISDN-richtlijn)
12
specificeert debepalingen van deze richtlijn voor de telecommunica-tiesector. Ik zal hierna eerst artikel 8 EVRM bespreken.
Artikel 8 EVRM
|Artikel 8 EVRM garandeert een-ieder het recht op respect voor zijn privé-leven, […] enzijn correspondentie. Beperkingen op deze rechtenmoeten voldoen aan de eisen van het tweede lid, i.e.zij dienen te zijn voorzien bij wet en noodzakelijk ineen democratische samenleving in het belang van denationale veiligheid, de openbare veiligheid of het eco-nomisch welzijn van het land, het voorkomen vanwanordelijkheden en strafbare feiten, de beschermingvan de gezondheid of de goede zeden of voor debescherming van de rechten en vrijheden van anderen.Het EHRM heeft door middel van een interpretatie vanhet begrip ‘correspondence’ in combinatie met hetbegrip ‘private life’ nieuwe communicatiemiddelenonder de bescherming van artikel 8 EVRM gebracht. In
Klass
bepaalde het hof op deze wijze voor het eerstdat telefoonverkeer onder artikel 8 beschermd is.
13
Door de toepassing van deze gecombineerde benade-ring bij nieuwe communicatiemiddelen wordt tegen-woordig algemeen aangenomen dat artikel 8 EVRMop alle vormen van informatieoverdracht van toepas-sing is. In
Malone
gaf het hof aan dat ook metering re-cords en in het bijzonder het gekozen telefoonnum-mer integraal deel uitmaken van de beschermde com-municatie.
14
In
P.G. & J.H.
heeft het hof dit recent her-haald.
15
Ook verkeersgegevens worden derhalveonder artikel 8 beschermd. In het laatste arrest merkthet hof evenwel op dat
‘Metering which does not per se offend against Article 8if for example done by the telephone company for bil-ling purposes, is by its very nature to be distinguishedfrom the interception of communications which may beundesirable and unjustified in a democratic societyunless justified.’
Uit dit arrest kan worden afgeleid dat verwerking vanverkeersgegevens door de telecomaanbieder voorzo-ver dit nodig is voor de facturering en, naar men magaannemen, ten behoeve van de transmissie van de
Leave a Comment