Welcome to Scribd. Sign in or start your free trial to enjoy unlimited e-books, audiobooks & documents.Find out more
Download
Standard view
Full view
of .
Look up keyword
Like this
1Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
Waarom Woeden de Volkeren - Hubert_Luns

Waarom Woeden de Volkeren - Hubert_Luns

Ratings: (0)|Views: 88|Likes:
Published by Hubert Luns
Er bestaat een trotse en eigenzinnige samenzwering tegen de door God ingestelde rangorde der koningen. Vanuit bijbels perspectief kan worden gezegd dat wie zich tegen het principe verzet van ‘koning bij de gratie Gods’, zich ook verzet tegen God. De onafhankelijkheidsstrijd in de lage landen aan de zee werd in de zestiende eeuw niet bevochten tegen het institutionele koningschap maar tegen de toen heersende Spaanse vorst, dus tegen het individu dat zich misdroeg. Dat is de kwintessens van het Nederlandse volkslied. Het Franse volkslied echter keert zich tegen het principe zelf. Daarin wordt iedere vorst, ook goede vorst, zelfs perfecte vorst, als een tiran afgeschilderd en samenzweerder – één die samenzweert met God, want dat is de betekenis die de revolutionairen erin legden.
Er bestaat een trotse en eigenzinnige samenzwering tegen de door God ingestelde rangorde der koningen. Vanuit bijbels perspectief kan worden gezegd dat wie zich tegen het principe verzet van ‘koning bij de gratie Gods’, zich ook verzet tegen God. De onafhankelijkheidsstrijd in de lage landen aan de zee werd in de zestiende eeuw niet bevochten tegen het institutionele koningschap maar tegen de toen heersende Spaanse vorst, dus tegen het individu dat zich misdroeg. Dat is de kwintessens van het Nederlandse volkslied. Het Franse volkslied echter keert zich tegen het principe zelf. Daarin wordt iedere vorst, ook goede vorst, zelfs perfecte vorst, als een tiran afgeschilderd en samenzweerder – één die samenzweert met God, want dat is de betekenis die de revolutionairen erin legden.

More info:

Published by: Hubert Luns on Mar 06, 2014
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

07/12/2014

pdf

text

original

 
- 1 -
W
AAROM
W
OEDEN DE
V
OLKEN
?
Foto van Adam Reeder
Wij kijken uit naar de komst van Gods koninkrijk op aarde. Tegen deze komst is veel verzet. Psalm 2 profeteert daar al over en begint met de vraag: “Waarom woeden de volken?” Een retorische vraag, want de uitkomst staat bij voorbaat vast. In dit artikel kijken we hoe het Jodendom in de oudheid deze psalm uitlegde met het oog op zichzelf en de volkeren rondom.
1 – Zelfs de perfecte vorst zou tiran zijn
In Psalm 2 staat geschreven:
“Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat zonder inhoud is? De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen  samen tegen de Heer en tegen zijn Gezalfde: Laten wij hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen! (…) Dan zal Hij tot hen spreken (…): ‘Ik heb mijn Koning  gezalfd over Sion, mijn heilige berg.’ (…) Eis van Mij en Ik zal U de heidenvolken als uw eigendom geven, de einden der aarde als uw bezit.”
 Sion is het beeld van het door koning David op de Jebusieten veroverde Jeruzalem en daarom is deze stad gekend als de Davidsstad. De Judahietische David, koning van heel Israël, is in de Bijbel de voor-afbeelding van de lang verbeide Messias, immers Genesis 49:10 zegt:
“De scepter zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volkeren (meervoudsvorm) gehoorzamen.”
 Silo is hier een van de gebruikte namen voor de grote messiasvorst.
 
Het voorgaande geeft aan dat Gods koninkrijk in zijn directe betekenis ten nauwste verbonden is met een aards en wereldomspannend koninkrijk, dat op zijn beurt niet los-staat van de plaats van het volk en de staat Israël. Wat in de oudheid gold, toen deze woorden werden opgetekend, geldt nog steeds. Gods Woord bedriegt nooit. Het toont ons ook dat er een trotse en eigenzinnige samenzwering bestaat tegen de door God in-gestelde rangorde der koningen (1), een instelling die in oudtestamentische tijden als voorloper diende en afspiegeling was van het later door God op te eisen koninkrijk.
 
- 2 -
Vanuit bijbels perspectief kan worden gezegd dat wie zich tegen het principe verzet van ‘koning bij de gratie Gods’, zich ook verzet tegen God. Ter verduidelijking, het gaat hierbij om een principe, een staatsinrichting. Daarom zingt ons volkslied:
“Den koning van Hispanje heb ik altijd geëerd. (…) God zal mij regeren als een goed instru-ment.”
De onafhankelijkheidsstrijd in de lage landen aan de zee werd in de zestiende eeuw niet bevochten tegen het institutionele koningschap maar tegen de toen heersende Spaanse vorst, dus tegen het individu dat zich misdroeg. (2) Dat is de kwintessens van het Nederlandse volkslied. Het Franse volkslied echter keert zich tegen het principe zelf. Daarin wordt iedere vorst, ook goede vorst, zelfs perfecte vorst, als een tiran afge-schilderd en samenzweerder – één die samenzweert met God, want dat is de betekenis die de revolutionairen erin legden. Neerlands nationale hymne spreekt in de trant van  psalm 2 over
“de tirannie verdrijven”,
 maar dan toch een totaal andere tirannie waar de godhaters op doelen. Zo bezien is de Marseillaise de antithese op het Wilhelmus. (3) Terzijde zij opgemerkt dat zoals er een ontaarding in het één bestaat, er ook een ontaarding in het ander bestaat. De de-mocratie, liever nog het democratisme, is de ontaarding van een concept dat es-sentieel juist is, maar waarin de volks-macht tegen elke prijs prevaleert. Als wij de excessen terzijde schuiven, waarvan wij nu meer dan ooit getuige zijn, dan zijn de democratische uitgangspunten overal toepasbaar, zelfs in de zuiver monarchale staat. Ook het koningschap kent zijn excessen. Dat toont de geschie-denis aan. Maar zijn de excessen van het ouderschap, waarin kinderen worden mishandeld, een argument ter afschaf-fing van het ouderlijk gezag? In die zin  bestaat er een goed en slecht koning-schap, een goede en slechte democratie.
2 – De Joodse visie in de vóór-Christelijke tijd
In de interpretatie van psalm 2, in samenhang met met de profetieën van Daniël, lag  binnen het oude Jodendom het accent op het militante, van God als krijgsman. (4) Volgens Daniël 2:44 zal Hij alle koninkrijken verbrijzelen om tenslotte zijn eigen koninkrijk te vestigen. In de intertestamentaire tijd keek men uit naar de vervulling hiervan. Ik citeer nu uit een traktaat uit de tweede eeuw, “De Verwachting der Joden”, dat als apologie is bedoeld op het Christendom: (5) «« De verwachting (in Jezus tijd) schijnt te zijn geweest dat de Messias een  profeet moest zijn net als Mozes, doch groter. (…) (Maar) een andere en veel grotere groep mensen legde een wereldser betekenis in de messiaanse profetieën. De grote persoonlijkheid, wiens komst spoedig werd verwacht, moest een koning zijn, maar groter dan wie ooit op de Joodse troon had gezeten. Het was kennelijk dit vooruitzicht waarom Jezus leerlingen Hem gedurende zijn gehele zending volgden. En zelfs na zijn verrijzenis lijkt het dat zij nog een korte tijd dit soort hoop koesterden. Een van de vragen die zij Hem na zijn opstanding stelden, was (Hand. 1:6):
“Gaat U in deze tijd het koninkrijk voor Israël herstellen?”
 En tijdens het laatste avondmaal twistten zij over
“wie van hen de grootste zou zijn”
, dat wil zeggen: wie van hen de hoogste functie zou bekleden in het nieuwe koninkrijk dat Hij op het punt stond op te richten. Het was met deze gedachte dat
Christus Koning
 
- 3 -
Hij door de menigte werd toegejuicht bij zijn komst in Jeruzalem onder de kreet
“Hosanna aan de Zoon van David”.
 Op deze gedachte doelde Nathanaël toen hij een aanwijzing kreeg dat Hij een profeet was (Joh. 1:49):
“Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël”
 Dat het zijn tijdelijk karakter was waarop  Nathanaël doelde, wordt voldoende aangeduid in de informatie waarmede zijn aandacht in eerste instantie op Jezus werd gevestigd (Joh. 1:45):
“Wij hebben hem  gevonden over wie Mozes in de wet en de profeten geschreven heeft – Jezus van  Nazareth, de zoon van Jozef.”
 (…) Deze verwachting was zo algemeen geworden dat het tot buiten het hei-lige land was geraakt. Tacitus stelt vast dat onder velen
“de overtuiging leefde dat in de oude boeken van het priesterschap geschreven stond dat op exact dit moment het Oosten machtig zou worden, en dat zij die uit Judea voortkwamen over de we-reld zouden heersen”.
 En Suetonius schrijft
“dat in het Oosten een oude en hardnekkige opinie had postgevat dat het voor deze tijd was voorbeschikt dat vanuit Judea degenen moesten voortkomen die de alleenheerschappij zouden verwerven.”
 Deze vaste overtuiging van de Joden had reeds niet geringe politieke beroering veroorzaakt. Het was de trotse anticipatie op algehele verovering die hen onder het Romeinse bestuur zo onhandelbaar had gemaakt. Dat zij die voorbestemd waren om over de wereld te regeren – en wiens messiaskoning de heidenen tot erfdeel zou krijgen en de aarde tot aan haar randen tot een eigen bezit, die hen met een ijzeren knots mocht breken en als lemen kruiken vergruizelen – onderhorig moes-ten zijn aan een vreemde macht, was meer dan zij konden verdragen. (…) Eén waarheid, die door Johannes de Doper werd verkondigd, heeft het kenmerk van bovennatuurlijke oorsprong – omdat het dwars tegen de overtui-gingen en vooroordelen uit zijn tijd inging – dat de Messias en diens koninkrijk niet bedoeld waren om een nationale aangelegenheid te zijn, niet rechtens en exclusief aan Abrahams nageslacht toebehoorden. Er is een gezegde in de geschriften van de rabbi’s dat even courant is als de letters van het alfabet, dat
 “Geheel Israël zal deelnemen aan de komende wereld”,
 dat wil zeggen aan het messiaanse rijk, uitsluitend dankzij hun afstamming van Abraham. Dat het een koninkrijk moest worden waarbij Israël samen met andere naties zou worden uitverkoren, een nieuwe gemeenschap vormend die op geen enkele wijze verband hield met Abrahams zaad, daar hadden de mensen geen flauw benul van. Dat het een moreel en geestelijk koninkrijk moest worden, stond ook ver bezijden hun opvattingen. »» Dit standpunt wordt verduidelijkt in de beroemde “Oorlogsrol” van Qumran, die per-manent ten toon wordt gesteld in de “Gedenkplaats van het Boek” in Jeruzalem het-geen, om de woorden van Neil Silberman te gebruiken,
“een soort reliekschrijn is, die is toegewijd aan het wonder van de nationale wedergeboorte”.
 Deze rol beschrijft de laatste wrekende oorlogshandeling in karakteristieke taal:
 
«« Want in de handen der verdrukten zult Gij de vijanden van alle landen overleveren; in de handen van hen die in het stof zijn nedergebogen, opdat alle machtigen der naties worden vernederd, om de vergelding van het kwaad op de hoofden van de wederspannigen te doen wederkeren, om het gerechtvaardigde oordeel van uw waarheid over alle mensenkinderen uit te spreken, en om voor Uzelf een altijddurende Naam onder de mensen te vestigen. Gij zult Uzelf groot en heilig maken door de oorlogen waarmede U zich voor de rest van de naties openbaart. Zo mogen zij weten dat Gij God zijt als Gij oordeel velt over Gog en al zijn heirschaar, die om ons heen zijn vergaderd, want tot hun eeuwigdurende  beschaming zult Gij vanuit de hoge hemelen strijd tegen hen voeren. »» (6) 

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->