/  53
 
1 New media and new technologies
1.1.1What are new media?Het gebruik van de term new media is gecompliceerd. Lister et al. gebruikende term ook als de breuk binnen de geschiedenis (oude media en de new media).Waarom wordt de term nieuw media gehanteerd?1.1.1‘The media’ as an institutionDe term ‘media’ refereert vaak naar communicatie media en de instituties enorganisaties waar binnen mensen werken (bv pers, cinema, broadcasting,uitgeverijen) en de culturele en materiële producten van deze instituties ( vorm engenres van nieuws, soap opera’s, road movies die de materiële vorm aannemen vankranten, paperbacks, films etc.). Lister et al. onderzoeken de manier waarop contentvan de media wordt gedistribueerd, ontvangen wordt en geconsumeerd wordt doorverschillende publieken en wordt gereguleerd door de staat/markt. ‘Media’ wordt danbegrepen als een volledig sociaal instituut, terwijl ‘new media’ iets minder gesettled,bekend is en minder geïdentificeerd wordt.1.1.2The intensity of changeDe media (wereld) is aan verandering onderhevig. Denk aan printing naarfotografie, naar televisie en telecommunicatie. Deze verandering wordt niet alleentoegeschreven aan de media maar er waren ook andere culturele en socialeveranderingen gaande:-een verschuiving van het modernisme naar het postmodernisme-toenemende processen van globalisatie-een vervanging in het ‘Westen’ van industrle tijdperk van vervaardiging, vanpostindustriële informatietijdperk-een verspreiding van gevestigde en gecentraliseerde geopolitieke ordersNew media hebben een rol gespeeld in al deze veranderingen. Een verandering naar‘new times’ en ‘new eras’.1.1.3The ideological connotations of the newDe connotaties van het woord ‘nieuw’ (cutting edge, vooruit-denken) komtvan het modernistisch geloof in sociale voortuitgang door technologie. Eenideologische beweging over vooruitgang in de westerse maatschappij. Ditenthousiasme voor het ‘nieuwe’ is nooit ideologisch neutraal.1.1.4Non-technical and inclusiveDe term new media wordt gehanteerd voor een hele reeks verschillendefenomenen (internet, digitale tv, gaming etc.). In dit opzicht wordt bij de term newmedia geen nadruk gelegd op iets puur technisch (bv digitale of elektrische media).New media wordt dan een term met een wijde culturele weerklank.1.1.5Distinguishing between kinds of new mediaNew media refereert volgens Lister et al. naar:
Nieuwe tekstuele ervaringen
Nieuwe manieren om de wereld te representeren
Nieuwe relaties tussen subjecten en media technologieën
Nieuwe ervaringen van de relatie tussen belichaming, identiteit engemeenschappen
Nieuwe concepten van de relatie van het biologisch lichaam met detechnologische media
Nieuwe patronen van organisatie en productie
1
 
New media refereert dus naar een grote reeks van veranderingen in media productie,distributie en gebruik. Dit zijn technologische, tekstuele, conventionel en cultureleveranderingen.1.2The characteristics of new media: some defining conceptsLister et al. onderscheiden 5 hoofdkenmerken van new media:
Digitaliteit
Interactiviteit
Hypertekstualiteit
Verspreiding (
Dispersal)
Virtualiteit1.2.1DigitalityNew media worden vaak digitale media genoemd. Bij het digitale mediaproces wordt de data-input omgezet in cijfers. Deze worden op hun beurt weergetoond als licht, geluid of gerepresenteerde ruimtes (tekst, grafieken, diagrammen,bewegende beelden etc.). Deze kunnen opgeslagen worden als nummers en gebruiktworden voor online sources als digital discs, memory drives etc. of het kan als outputfungeren als een hard copy. Dit in grote tegenstelling tot oude media, waar alle inputdata wordt omgezet in een andere fysiek object.De grote media in de 19e en beging 20e eeuw (foto, film, kranten) waren productenvan analoge processen en technologieen van massaproductie. Deze fysiekeartefacten circuleerden over de wereld als kopieen en handelswaar. Met deontwikkeling van broadcast media begon de distributie en circulatie van media alsfysieke objecten te verdwijnen (denk aan radio en de conversie van fysieke objectennaar een signaal). In die zin zijn digitale media technologieen niets anders dantraditionele analoge media. Volgens Lister et al. moet het meer gezien worden alseen extensie van een techniek. Toch ervaren we nu digitale media processen als ietscompleet nieuws.Via digitale technieken (omzetten van data naar binaire cijfers, 0en en 1en) is erverandering in data opslag, verkrijgbaarheid en toegankelijkheid en manipulatie. Ditlevert ook een verandering op in productie, vorm, receptie en gebruik van media.Analoge media zijn meer ‘fixed’ (vaststaande fysieke objecten) terwijl digitale mediameer in staat zijn van een permanente ‘flux’ (manipuleerbare data-objecten).1.2.2InteractivityNew media stellen ons in staat om te manipuleren en te onderbreken inmedia. Dit is het interactieve potentieel van new media.Er zijn twee niveaus van interactiviteit te onderscheiden:1) Ideologisch niveau en het 2) Instrumenteel niveauHet ideologische niveau staat voor een sterke manier van betrokkenheid van degebruiker met de media tekst. Er is een onafhankelijke relatie met kennisbronnen eneen grote keuzevrijheid. Het neo-liberalistisch idee dat de gebruiker als consumentziet. Waar bij oude media passieve consumptie heerst, is bij new media interactiviteitleverbaar.Het instrumenteel niveau, waar Lister et al. de voorkeur aan geven, slaat op het feitdat gebruikers in staat zijn om daadwerkelijk de media tekst te manipuleren en deze
2
 
te onderbreken. Het publiek voor new media wordt een gebruiker in plaats van eenkijker of een lezer. Twee soorten navigaties zijn: 1) hypertextual navigation en 2) immersive navigation.1)= gebruiker maakt leeskeuzes in een database. Zoals surfen op het web of navigeren in een videogame.2)= geen tekst gebaseerde ervaring om info te verzamelen maar is meer hetnavigeren in 3D-spaces en gaat om het visuele plezier en de verkenning. Twee andere vormen van instrumentele niveau’s van interactiviteit zijn:-
Registrational interactivity 
(de mogelijkheid om de gebruiker in staat te stellen omopmerkingen te maken in de tekst, zoals het invoeren van credit card nrs, maar ookbulletin boards en MUD’s en MOO’s) en
interactive communications
(computer-mediated-communications waarbij chatten als meer interactief wordt gezien alsbijvoorbeeld het respons patroon van een bulletin board).1.2.3HypertextEen contributie aan het idee van hypertekst komt van Vannevar Bush. Zijnessay (As we may think, 1945) draagt het idee aan dat de menselijke geest werkt viaassociatie. Hij conceptualiseerde een machine ‘the memex’ waar data kan wordenopgeslagen en kan worden achterhaald via associatie ipv alfabetische ennummerieke systemen. Bush ziet dat het associatieve linken van data natuurlijker isdan de conventionele alfabetische/nummerieke manier. Dit idee van Bush wordt in de jaren ’80 uitgewerkt door Ted Nelson die stelt dat we kennis op moeten doen viahypertekstuele lijnen en non-sequential writing.In het kort stellen Lister et al. dat de status van een tekst door hypertekstualiteit isveranderd. (Voorbeeld van een boek, dat je op ontelbare manieren kunt lezen)Verderop in de tekst wordt er nog een stuk gewijd aan hypertekst scholarship (blz.27-30), dat ik niet echt van belang acht voor dit tentamen…1.2.4DispersalProductie en distributie van new media worden gedecentraliseerd engeïndividualiseerd, is de gedachte. Traditionele massa media zijn gedecentraliseerden de content wordt geproduceerd in kapitaal krachtige locaties. Consumptie wordthier gekenmerkt door uniformiteit. Traditionele massa media worden dus gekenmerktdoor standaardisatie van content, distributie en het productie proces. Zo is er eenmogelijkheid om de controle en regulatie van media systemen te houden. En is ereen duidelijk onderscheid tussen consumenten en producenten.New media zorgen voor een verandering. Zij zijn vaak niet gedecentraliseerd maar‘dispersed’. New media zorgen voor een verandering van media productie. Productiewordt meer verspreid in de algemene economie het wordt dan ook de ‘knowledgeeconomy’. Denk ook aan de productie van media teksten in het alledaagse leven (dehome-page is daar een goed voorbeeld van).Lister et al. halen de pc aan als het ultieme figuur van de media ‘prosumer’. Eentechnologie van distributie, consumptie en productie. Samenvattend, zorgen newmedia voor verspreiding in consumptie door vermenigvuldiging, segmentatie en hetmeer individuele media gebruik. Verspreiding op het niveau van productie (doorvermenigvuldiging van sites voor productie van mediateksten en een grotere diffusiebinnen de economie).
3

Share & Embed

More from this user

Add a Comment

Characters: ...