• Embed Doc
  • Readcast
  • Collections
  • CommentGo Back
Download
 
Wetteksten 1836 tot 1960
Wet van 30 april 1836
(Bull. off. XIII, nr. 209)
Provinciewet.herdrukt krachtens het koninklijk besluit van 27 november 1891 (Staatsbl. 23 december).De nederlandstalige tekst werd ingevoerd bij de wet van 27 mei 1975 (Staatsbl. 22 augustus).
Gewijzigd bij 
: o.a. de wetten van 22 januari 1931 (Staatsbl. 29 januari), 24 april 1958 (Staatsbl. 2-3 juni), 3 april 1973 (Staatsbl. 16 mei), 6 juli 1987 (Staatsbl. 18 augustus) en 6 augustus 1993 (Staatsbl. 17 september).
- UITTREKSEL -
Art. 4
 
Gewijzigd bij de wetten van 3 april 1973, art. 1 en 6 juli 1987, art. 1, §§ 1 en 2.
 De commissarissen van de Regering bij de provincieraden voeren de titel van gou-verneur van de provincie.Zij worden benoemd en afgezet door de Koning; de griffiers worden benoemd, ge-schorst en afgezet door de provincieraad onder de door de Koning vastgesteldevoorwaarden.De provinciegriffiers worden van ambtswege op pensioen gesteld en kunnen hunrechten op het pensioen doen gelden onder dezelfde voorwaarden als de ambtena-ren van de rijksbesturen.
Art. 69
De provincieraad is verplicht elk jaar op de begroting van uitgaven te brengen alleuitgaven die door de wetten aan de provincie zijn opgelegd en inzonderheid de vol-gende :
Opgeheven bij de wet van 22 januari 1931, art. 9, 3°, opnieuw ingevoegd bij de wet van 24 april 1958, art. 2, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1987, art. 3 en ver- vangen door de wet van 6 augustus 1993, art. 16, 1°.
 De wedden van de griffier en van de leden van de bestendige deputatie, hunrust- en overlevingspensioenen en, in voorkomend geval, de bijdragen waaruitzij kunnen worden bestreden, alsook hun reiskostenvergoedingen;......14°
Vervangen door de wet van 6 augustus 1993, art. 16, 2°.
 De pensioenen van de gewezen bedienden van de provincie en, in voorko-mend geval, de bijdragen waaruit zij kunnen worden bestreden, overeenkom-stig het door de raad aangenomen reglement.
 © PDOS - mei 2006
 
 © PDOS - mei 2006
Wet van 2 mei 1837
(Bull. off. XV nr. 90)
Op de mijnen.
Gewijzigd bij 
: de wet van 9 augustus 1920 (Staatsbl. 5 september) en de wet van 15 april 1949 (Staatsbl. 5 mei).
- UITTREKSEL - (1)
Art. 8
 
Gewijzigd bij de wetten van 9 augustus 1920, art. 1 en 15 april 1949, art. 4.
......De voorzitter en de leden van de Mijnraad worden in rust gesteld op de leeftijd van70 jaar.
1 Enkel een gedeelte van artikel 8 is belangrijk inzake pensioenen.
 
Algemene wet van 21 juli 1844
(Staatsblad 30 juli)
op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen.
Gewijzigd bij 
: de wetten van 17 februari 1849 (Staatsbl. 19 februari), 7 maart 1867 (Staatsbl.9 maart), 30 juli 1879 (Staatsbl. 7 augustus), 10 januari 1886 (Staatsbl. 15 januari), 31 mei 1890 (Staatsbl. 9/10 juni), 8 september 1891 (Staatsbl. 12 sept.), 26 juni 1894 (Staatsbl. 4 juli),11 september 1895 (Staatsbl. 22 sept.), 24 april 1900 (Staatsbl. 30 april/1 mei), 15 mei 1920 (Staatsbl. 24/26 mei), 3 juni 1920 (Staatsbl. 11 juni), 6 maart 1925 (Staatsbl. 11 maart), 29 juli 1926 (Staatsbl. 4 augustus), 24 november 1928 (Staatsbl. 1 december), de K.B.'s nr. 5 van 28 juni 1933 (Staatsbl. 29 juni), nr. 16 van 15 oktober 1934 (Staatsbl. 15/16 oktober), nr. 216 van 20 december 1935 (Staatsbl. 22 december), nr. 221 van 27 december 1935 (Staatsbl.29 december), de wetten van 25 maart 1937 (Staatsbl. 9 april), 9 juni 1947 (Staatsbl. 20 juni),14 juli 1951 (Staatsbl. 29 juli), 2 augustus 1955 (Staatsbl. 14 augustus), 9 juli 1956 (Staatsbl.21 juli), 20 maart 1958 (Staatsbl. 29 maart), 14 maart 1960 (Staatsbl. 4 april), 14 februari 1961(Staatsbl. 15 februari), 25 maart 1965 (Staatsbl. 10 april), 13 april 1965 (Staatsbl. 4 mei), 4 juli 1966 (Staatsbl. 28 juli), 3 juli 1967 (Staatsbl. 10 augustus), 10 oktober 1967 (Staatsbl. 31 okto- ber), 5 augustus 1968 (Staatsbl. 24 augustus), 16 februari 1970 (Staatsbl. 28 februari), 17 juni 1971 (Staatsbl. 13 juli), 20 juli 1971 (Staatsbl. 25 augustus), 29 juni 1972 (Staatsbl. 26 augus- tus), 11 juli 1973 (Staatsbl. 28 augustus), 20 november 1974 (Staatsbl. 25 februari 1975),23 december 1974 (Staatsbl. 31 december 1974 - erratum Staatsbl. 3 januari 1975), 20 juli 1977 (Staatsbl. 6 oktober), 29 november 1977 (Staatsbl. 7 januari 1978), 22 december 1977 (Staatsbl. 24 december), 27 december 1977 (Staatsbl. 31 januari 1978), 5 augustus 1978 (Staatsbl. 17 augustus), 3 juni 1982 (Staatsbl. 17 juni),15 mei 1984 (Staatsbl. 22 mei), 25 juni 1987 (Staatsbl. 24 juli), 21 mei 1991 (Staatsbl. 20 juni), 20 juli 1991 (Staatsbl. 1 augustus - erra- tum Staatsbl. 22 oktober en 20 november), 25 januari 1999 (Staatsbl. 6 februari), het K.B. van 20 juli 2000 (Staatsbl. 30 augustus - eerste uitgave), de wet van 30 maart 2001 (Staatsbl.18 april), het K.B. van 10 juli 2001 (Staatsbl. 27 juli), de wet van 3 februari 2003 (Staatsbl.13 maart - eerste uitgave; erratum Staatsbl. 22 mei - tweede uitgave), de K.B.'s van 25 maart 2003 (Staatsbl. 8 april - eerste uitgave), 3 april 2003 (Staatsbl. 15 mei - tweede uitgave), 7 mei 2004 (Staatsbl. 25 mei - tweede uitgave), de programmawet van 9 juli 2004 (Staatsbl. 15 juli - tweede uitgave), de wetten van 11 april 2005 (Staatsbl. 10 juni), 12 januari 2006 (Staatsbl.3 februari - tweede uitgave; erratum Staatsbl. 13 maart), het K.B. van 30 januari 2006 (Staatsbl.16 februari), de wetten van 27 maart 2006 (Staatsbl. 11 april - eerste uitgave), 20 juni 2006 (Staatsbl. 26 juli), 28 februari 2007 (Staatsbl. 10 april), 25 april 2007 (Staatsbl. 11 mei) het K.B.van 3 juni 2007 (Staatsbl. 15 juni - derde uitgave), de K.B.’s van 20 december 2007 (Staatsbl.30 januari 2008), het K.B. van 20 december 2007 (Staatsbl.5 maart 2008; erratum Staatsbl.5 mei 2008) en de wetten van 8 juni 2008 (Staatsbl.16 juni - tweede uitgave) en 22 december 2008 (Staatsbl. 29 december).
TITEL I. RUSTPENSIOENENHOOFDSTUK I. Rustpensioenen in het algemeenAfdeling I. Toelating tot pensioenArt. 1
 
Het eerste lid aldus vervangen bij art. 29 van de wet van 5 augustus 1968 en nadien aldus gewijzigd bij art. 1 van de wet van 17 juni 1971 en art. 39 van de wet van 23 december 1974; het tweede lid aldus vervangen bij art. 29 van de wet van 5 augustus 1968 en het derde lid toegevoegd bij art. 1 van de wet van 25 maart 1937.
 Aan magistraten, ambtenaren en personeelsleden, die, ingevolge een vastebenoeming of ingevolge een door of krachtens de wet daarmee gelijkgestelde
 © PDOS – augustus 2009
of 00

Leave a Comment

You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...
You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...