ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
\u2019s-Gravenhage 2000
De Rekenkamer heeft in de periode augustus 1999\u2013februari 2000
onderzoek verricht naar de besluitvorming over de aanleg van een nieuwe
goederenspoorlijn van Rotterdam naar Duitsland, de Betuweroute. In het
bijzonder is gekeken naar de kwaliteit van de beleidsinformatie die ten
grondslag heeft gelegen aan deze besluitvorming, en naar de vraag of de
beschikbare informatie op verantwoorde wijze is gebruikt.
Het onderzoek heeft tot doel om op basis van de bevindingen verbeter-
punten aan te reiken voor de besluitvorming over toekomstige grote
infrastructurele projecten, zoals de zuidverbinding van de Betuweroute en
de mogelijk aan te leggen Zuiderzeespoorlijn.
De belangrijkste conclusie van de Rekenkamer is dat tijdens het
besluitvormingsproces over de Betuweroute relevante informatie niet
optimaal is benut en dat de kwaliteit van de gebruikte informatie over het
algemeen te weinig is gewaarborgd.
spoorverbinding voor het goederenvervoer tussen de Maasvlakte en
Duitsland. Deze keuze is logischerwijs leidraad geweest in de verdere
besluitvorming. Dit ontslaat de overheid echter niet van de plicht het nut
en de noodzaak van de afzonderlijke projecten nog nader te onder-
bouwen. Een goede kosten-batenanalyse van de Betuweroute, die alle
effecten omvat, ontbreekt.
Het besluitvormingsproces is gedomineerd door het uitgangspunt dat de
Betuweroute van strategisch belang is voor economie en milieu. Het
verzamelen van beleidsinformatie ter ondersteuning van dit standpunt
had geen hoge prioriteit.
De Rekenkamer heeft zich in haar onderzoek geconcentreerd op de wijze waarop in de besluitvorming gebruikgemaakt is van prognoses voor de groei van het goederenvervoer, gegevens over alternatieven voor de aanleg van de Betuweroute en beleidsinformatie over milieuaspecten.
De prognoses van de omvang van het goederenvervoer per spoor die
gedurende het besluitvormingsproces over de Betuweroute beschikbaar
waren, liepen sterk uiteen. De prognoses van de toekomstige vraag naar
goederenvervoer van en naar Nederland werden naarmate de tijd
vorderde steeds lager. Het betreft hier prognoses zonder flankerend
overheidsbeleid. Een totale vervoersomvang van 40 miljoen ton in
Nederland, waarvan in 1992 nog verwacht werd dat die in 1998 zou zijn
bereikt, wordt volgens prognoses uit 1998 pas in 2020 bereikt.
De regering presenteerde daarentegen ook prognoses die steeds hogere
volumes voorspelden. Deze prognoses blijken echter afhankelijk te zijn
van verregaand overheidsingrijpen in de concurrentieverhoudingen
tussen weg, spoor en binnenvaart en van de aanname dat dit ingrijpen
succes zou hebben. In 1998 werd bijvoorbeeld aangegeven dat in 2019
een vervoersomvang van 79 miljoen ton zou kunnen worden bereikt. Deze
prognose wordt ook in offici\u00eble publicaties van het Ministerie van Verkeer
en Waterstaat (V&W) gebruikt, onder meer in de informatievoorziening
aan potenti\u00eble private financiers. De Rekenkamer heeft vastgesteld dat
deze prognose niet juist is op grond van een dubbeltelling die daarin is
Leave a Comment