• Embed Doc
  • Readcast
  • Collections
  • CommentGo Back
Download
 
32 123VI Vaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Justitie (VI) voor het jaar 2010
Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTINGINHOUDSOPGAVE
A. Artikelsgewijze toelichting bij het wetsvoorstel 2B. De begrotingstoelichting 31 Leeswijzer 32 Beleidsagenda 73 Beleidsartikelen 28
11 Nederlandse rechtsorde 2812 Rechtspleging en rechtsbijstand 3813 Rechtshandhaving, criminaliteitsbestrijding enterrorismebestrijding 5214 Jeugd 8215 Vreemdelingen 9417 Internationale rechtsorde 106
4 Niet beleidsartikelen 110
91.1 Algemeen 11092.1 Nominaal en onvoorzien 11293.1 Geheime uitgaven 113
5 De bedrijfsvoeringsparagraaf 1146 De Baten%Lastendiensten 117
1. Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) 1172. Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) 1233. Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) 1384. Nederlands Forensisch Instituut (NFI) 1445. Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit,Screening (Dienst Justis) 1506. Gemeenschappelijk Dienstencentrum ICT(GDI) 156
7 De Raad voor de rechtspraak 1628 Verdiepingshoofdstuk 1719 Moties en Toezeggingen 18610Overzicht ZBO’s en RWT’s 22811 Bijlage Prognosemodel Justitiële Ketens 22912 Wetgevingsprogramma 23413 Lijst met afkortingen 24014 Trefwoordenlijst 244
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Vergaderjaar 2009–2010
Persexemplaar
KST132822BISSN 0921 - 7371Sdu Uitgevers’s-Gravenhage 2009
 Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 123 hoofdstuk VI, nr. 21
DEEL A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HETBEGROTINGSWETSVOORSTELWetsartikel 1 (begrotingsstaat ministerie)
De begrotingsstaten die deel uitmaken van de Rijksbegroting, worden opgrond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elkafzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strektertoe om de begrotingsstaat van het ministerie van Justitie voor het jaar2010 vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen deRijksbegroting voor het jaar 2010. Een toelichting bij de Rijksbegroting alsgeheel is opgenomen in de Miljoenennota 2010.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingenen de ontvangsten voor het jaar 2010 vastgesteld. De in de begrotingopgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van dezeMemorie van Toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).
Wetsartikel 2 (begrotingsstaat baten-lastendiensten)
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en dekapitaaluitgaven en--ontvangsten van de baten-lastendiensten Immigratieen Naturalisatiedienst (IND), Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), Nederlands Forensisch Instituut (NFI),Dienst Justis en Gemeenschappelijk Dienstencentrum ICT (GDI) voor het jaar 2010 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelenworden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) vandeze Memorie van Toelichting en wel in de paragraaf inzake de dienstendie een baten-lastenstelsel voeren.
Wetsartikel 3 (begroting Raad voor de rechtspraak)
 
Met ingang van 2002 is het stelsel van de rechtspraak ingrijpend gewijzigd.De belangrijkste wijziging is dat de rechtspraak, mede door deinstelling van de Raad voor de rechtspraak en de invoering van hetprincipe van integraal management bij het besturen van de gerechten,verantwoordelijk is geworden voor het eigen beheer. Op grond van debevoegdheidsverdeling is de minister van Justitie niet verantwoordelijkvoor de doelmatigheid van de rechterlijke organisatie, wel heeft deminister een toezichthoudende verantwoordelijkheid.Met de vaststelling van dit wetsartikel wordt de positie van de ministervan Justitie ten opzichte van de rechterlijke organisatie verduidelijkt. Ditbetekent voorts dat in deel B naast de toelichting op beleidsartikel 12,waarin de beleidsdoelstelling van de minister van Justitie ten aanzien vande rechtspleging wordt toegelicht, een apart hoofdstuk Raad voor derechtspraak wordt opgenomen, waarin de feitelijke vertaling van de aande rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concretebeleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het jaar 2010 wordt gegeven.De minister van Justitie,E. M. H. Hirsch BallinPersexemplaar Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 123 hoofdstuk VI, nr. 22
DEEL B. BEGROTINGSTOELICHTINGHOOFDSTUK 1. LEESWIJZERAlgemeen
In deze leeswijzer wordt kort ingegaan op de verantwoordelijkheidsverdelingvan de bewindslieden, de beleidsagenda, de wijzigingen in debegrotingsstructuur, de overzichtsconstructies, een aantal specifiekeafspraken met het ministerie van Financiën en de opbouw van deMemorie van Toelichting.
Verantwoordelijkheidsverdeling bewindslieden
Ingevolge artikel 46 van de Grondwet treedt een staatssecretaris in degevallen waarin de minister het nodig acht en met inachtneming vandiens aanwijzingen, in zijn plaats als minister op. De staatssecretaris is uitdien hoofde verantwoordelijk onverminderd de verantwoordelijkheid vande minister. Ingevolge artikel 3 van de Wet houdende nadere voorzieningenin verband met de invoering van de ambten van minister zonderportefeuille en staatssecretaris zijn bij besluit van 22 maart 2007,gewijzigd op 20 juni 2007, in het bijzonder de aangelegenheden op hetgebied van de vreemdelingenzaken (zonder grensbewaking en naturalisatie),de sanctietoepassing, de reclassering en de juridische beroepenalsmede de modernisering van het tuchtrecht aan de staatssecretaristoegewezen. De primaire verantwoordelijkheden van de beide bewindsliedenzijn in principe op het niveau van beleidsartikel te onderscheiden.De staatssecretaris is primair verantwoordelijk voor het beleid dat valtonder de beleidsartikelen 12 (Rechtsbijstand), artikel 13 (DJI, Reclassering)en 15 (Vreemdelingen, met uitzondering van de grensbewaking). Deminister van Justitie is naast de overige beleidsartikelen ook verantwoordelijkvoor de niet-beleidsartikelen. Voor zover er beleidsinhoudelijkeoverlap is op de artikelen, is de minister van Justitie op deze artikelenbeheersmatig verantwoordelijk voor het gehele beleidsartikel. Debewindslieden geven gezamenlijk aan het ministerie als één geheelleiding.
Beleidsagenda
In de beleidsagenda is aangegeven wat de inzet van Justitie in 2010 is metbetrekking tot de kabinetsdoelstellingen uit het Coalitie-akkoord, waarvoor Justitie verantwoordelijk is. Daarnaast zijn een aantal andere onderwerpendie voor Justitie in 2010 van belang zijn vermeld. In de beleidsagendais eveneens een overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsmatige(budgettaire) mutaties.
Begrotingsstructuur
In een aantal gevallen heeft een aanscherping van de formulering vanoperationele doelstellingen plaatsgevonden. Daarmee komen de taken enverantwoordelijkheden van Justitie beter tot uitdrukking.De volgorde van de operationele doelstellingen in artikel 12 is gewijzigden de algemene doelstelling in artikel 13 is aangescherpt. De operationeledoelstellingen 15.1
(Een vreemdeling die een verblijfsvergunning of naturalisatie aanvraagt, krijgt binnen de daarvoor gestelde termijn een
 
besluit aangereikt)
en 15.2
(Asielzoekers in afwachting van een uitspraakover hun aanvraag voor een verblijfsvergunning en aan hen gelijkLeeswijzer
Persexemplaar Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 123 hoofdstuk VI, nr. 23
gsteldengesteldenworden op een humane en sobere wijze opgevangen.)
zijnsamengevoegd
(tot 15.2 Zorgvuldige en tijdige afdoening van aanvragenvan verlening van een verblijfsvergunning of van een naturalisatieverzoek.)
,waardoor de vreemdelingenopvang is ondergebracht onder dedoelstelling die betrekking heeft op de zorgvuldige (inclusief opvang) entijdige afdoening van vreemdelingenzaken.
De overzichtsconstructies
Het ministerie van Justitie levert een bijdrage aan twee interdepartementaleoverzichtsconstructies: «Grote Stedenbeleid» (GSB) en de«Homogene Groep Internationale Samenwerking» (HGIS). De coördinatiehiervan is in handen van respectievelijk het ministerie voor Wonen,Wijken en Integratie (WWI) en het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Specifieke afspraken
Het ministerie van Justitie heeft ten aanzien van de begroting (vormvereistenen inhoud) specifieke afspraken gemaakt met het ministerie vanFinanciën. Deze punten worden hieronder genoemd.
Meerjarenperspectief 
Per beleidsartikel is een meerjarenperspectief opgenomen, waardoor inalle begrotingsartikelen steeds een doorkijk wordt gegeven naar detoekomst.
Positionering apparaatsuitgaven
In de begroting 2010 van Justitie worden – met uitzondering van hetapparaatbudget van de Directie Wetgeving – alle apparaatsbudgetten vanbeleidsdirecties bij het niet-beleidsartikel 91 Algemeen «Effectievebesturing van het Justitieapparaat» ondergebracht. Dit is conform dewijze waarop dit de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden.
Budgetflexibiliteit
In de begroting is de informatie omtrent budgetflexibiliteit opgenomen inde tabellen betreffende de «budgettaire gevolgen van beleid». Concreetbetekent dit dat in deze tabellen een regel is opgenomen waarin wordtaangegeven welk deel van het totale budget juridisch verplicht is.
Subsidies
Bij de tabellen betreffende de «budgettaire gevolgen van beleid» wordende subsidieverplichtingen niet gespecificeerd. In het verdiepingshoofdstukzijn uitsluitend die subsidieverleningen opgenomen die hun wettelijkegrondslag aan deze begroting ontlenen zoals voorgeschreven in artikel4:23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht.
Positionering baten-lastendiensten
De uitgaven aan alle uitvoerende diensten, inclusief de baten-lastendienstenvan het ministerie van Justitie, worden wat betreft de begrotingsindelingaangemerkt als programma-uitgaven.
Leeswijzer
Persexemplaar Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 32 123 hoofdstuk VI, nr. 24
 Toelichten van programma- en apparaatsuitgaven met volume- enprijsgegevens
In overleg met het ministerie van Financiën zijn apparaats- enprogramma-uitgaven met volume- en prijsgegevens niet toegelicht indien Justitie dit niet zinvol acht.
Meetbare gegevens: outcome, output, throughput, input
In elk beleidsartikel is aangegeven welk type prestatiegegeven isopgenomen. Uiteraard wordt bij voorkeur het beoogde maatschappelijkeffect van het beleid vermeld.Het is echter niet altijd mogelijk om een inschatting te maken van hetmaatschappelijk effect van het beleid (outcome): soms omdat ditmethodologisch te ingewikkeld is, soms omdat de relatie tussen het justitiebeleid en het beoogde maatschappelijke effect niet één-op-één isvast te stellen, soms omdat het eenvoudigweg nog te vroeg is ommaatschappelijke effecten vast te kunnen stellen.In het geval dat geen outcome-indicatoren kunnen worden opgenomen,wordt volstaan met indicatoren op een lager aggregatieniveau. Het kangaan om outputgegevens (de concrete producten van het beleid), om
of 00

Leave a Comment

You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...
You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...