g j w i e l i n g a
–
h e t w o n d e r l i j k e l e v e n v a n m i j n z u s
Dat meisje bij Abcoude.
ʻ
Ja, dat was mijn zus.
ʼ
ʻ
Luister, ik heb helemaal geen tijd om met deze onzin bezig te zijn,
ʼ
Mieke staat opmet haar handen in haar zij.
ʻ
Als je niets te vertellen hebt, dan heb ik liever dat jeweggaat. Dit gaat nergens naar toe.
ʼ
Haar stem heeft iets verwijtends.Ik pak de enveloppe uit mijn binnenzak en leg hem op tafel.
ʻ
Mijn zus wilde graag dat je dit aanneemt.
ʼ
Mieke gaat weer zitten.
ʻ
Wat is dit? Een grap? Heb je een verborgen camera bij je? Wat?
ʼ
ʻ
Nee, ik besef me nu ook dat het bizar is,
ʼ
hakkel ik.
ʻ
Maar in haar afscheidsbriefvroeg mijn zus de machinist dit te geven.
ʼ
Ik schuif de nog onaangeraakte envelopperichting Mieke. Ik durf haar niet aan te kijken. Wat dacht Lin toen ze dit verzon?Argwanend zit Mieke me aan te kijken.
ʻ
Ik vind dit heel vreemd. Maar goed, als dit de laatste wens van een overledene is.
ʼ
Ze pakt de enveloppe en doet hem open. Dan kijkt ze mij aan.
ʻ
Dit is heel veel geld.
ʼ
ʻ
Ik weet het.
ʼ
ʻ
Hier klopt iets niet.
ʼ
Iedereen op televisie is altijd superblij als iemand langskomt met een enveloppe ofeen groot bord met een rond getal erop. Waarom is argwaan mijn deel vandaag? Ikmerk dat ik begin te zweten.
ʻ
Mijn zus heeft zelfmoord gepleegd,
ʼ
probeer ik uit te leggen.
ʻ
Dat hoef je mij niet te vertellen, ik zag hoe ze met haar armen wijd op de spoorbaanstond.
ʼ
Even zie ik Lin in een flits.
ʻ
Precies,
ʼ
zeg ik.
ʻ
Daarom.
ʼ
ʻ
Juist ja.
ʼ
Mieke trekt een heel bezorgd gezicht.
ʻ
Wat was er dan aan de hand met je zus?
ʼ
ʻ
Gewoon,
ʼ
zeg ik en ik probeer een ontspannen gezicht te trekken,
ʻ
ze wilde dood.
ʼ
ʻ
Waarom wilde ze dood?
ʼ
ʻ
Ze kon het niet meer aan.
ʼ
ʻ
Wat kon ze niet meer aan?
ʼ
Ik voel me alsof ik in een kruisverhoor terecht bengekomen. Ik zie hoe de twee andere katten met hun staarten nog steeds fier in delucht de kamer binnenkomen. Nonchalant nieuwsgierig.
ʻ
Ze kon het niet meer aan. Het leven. Het gebruikt worden. Het gebruiken en gebruiktworden.
ʼ
Mieke is stil.
ʻ
Dan kan ik dit niet aannemen.
ʼ
Ik snap het niet.
ʻ
Ik kan dit niet aannemen,
ʼ
herhaaltMieke.
ʻ
Het is leuk geprobeerd maar ik trap er niet in.
ʼ
Nu snap ik het nog minder.
ʻ
Dit is geen valstrik of zo, gewoon iemand die dood wilde...
ʼ
ʻ
En die mij wil vergoeden voor het besturen van de trein waar ze onder is gekomen.Sorry, maar ik kan het niet aannemen.
ʼ
ʻ
Hoezo dan niet?
ʼ
vraag ik, maar Mieke is bruusk opgestaan. Ze houdt de deur voorme open.
ʻ
Dank je wel voor je bezoek. Het was... Hoe zal ik het zeggen. Een openbaring?
ʼ
Ikbesluit niet aan te gaan dringen. Ik pak de enveloppe van tafel en begrijp devernedering. Ik schaam me diep.
ʻ
Het spijt me verschrikkelijk,
ʼ
weet ik nog uit te brengen.
ʻ
Het is al goed,
ʼ
zegt Mieke monter.
ʻ
Kan iedereen overkomen.
ʼ
Ik trek mijn jasje rechten doe de enveloppe weer in mijn binnenzak.
ʻ
Wat zal ik met het geld doen?
ʼ
vraag ik licht radeloos.
ʻ
Weet ik veel,
ʼ
Mieke haalt haar schouders op.
ʻ
Aan een goed doel schenken? Jekomt vast wel ergens op. Je ziet eruit als een slimme jongen.
ʼ
Ze houdt de deur opeen kier en laat me eruit.63
Leave a Comment