Hoe komen zo'n verwachtingseffecten dan tot stand?Jean-Pierre Verhaeghe: «Niet door een soort van telepathie maar doordat verschillen in verwachtingen bij de leerkracht aanleiding geven tot subtiele verschillen in de omgang met leerlingen. Grosso modo blijken leerlingen over wie de leerkracht negatieve verwachtingen koestert, minder positief benaderdte worden. Ze genieten een
minder positief klimaat
en ontvangen minder blijken van sympathie. Zekrijgen minder (of minder adequate)
feedback
en, in verhouding tot wat ze doen of presteren, meernegatieve en minder positieve opmerkingen. Als ze een vraag stellen krijgen ze minder (of minderadequate) uitleg en ze komen in de les minder aan het woord. Als ze aarzelen bij het geven van eenantwoord, schakelt de leerkracht vlugger over naar een andere leerling.»
Negatief effect
Toch zijn de verschillen tussen leerkrachten groot. Bij sommige leerkrachten bepaalt het verwachtingseffect maar 1% van de verschillen in leerresultaten, bij anderen gaat het tot 18%.Sommige onderzoekers (
Brophy
en
Good
) maken een onderscheid tussen drie types leerkrachten:
1.
Pro-actieve
leerkrachten hebben een heel sterk vooropgezet idee van wat met een bepaalde groepleerlingen te bereiken valt en hoe dat het best kan gebeuren. Vanuit die idee kneden zij hun leerlingensterk in de richting van hun doelstellingen. Zij laten zich allerminst leiden door wat anderen over degroep of een leerling voorhouden. Dergelijke houding leidt in hoge mate tot positieve en wenselijke verwachtingseffecten.
2.
Over-reactieve
leerkrachten zijn daar het complete tegenbeeld van. Deze leerkrachten hebben vaste,stereotiepe en weinig soepele verwachtingen. Zij bouwen sterk voort op wat ze weten over vroegereprestaties van leerlingen en op wat over hen gezegd wordt. Vooral laag-presterende leerlingen zijn bijdeze leerkrachten het slachtoffer van negatieve verwachtingseffecten.
3.
Re-actieve
leerkrachten houden het midden tussen beide voorgaande types. Ze houden er min of meer soepele verwachtingen op na, die in zekere mate worden bijgestuurd naarmate de leerlingen zichontwikkelen. De verwachtingseffecten die zich hier voordoen houden meestal de bestaande verschillentussen leerlingen in stand. De meerderheid van de leerkrachten zou tot dit type behoren.
Positief zelfbeeld
De verwachtingen van de leraar beïnvloeden niet alleen de leerprestaties van de leerlingen. Ze hebbeneen even groot effect op het zelfbeeld van de leerlingen. Hoe positiever de verwachtingen van de leraar,hoe positiever het zelfbeeld van de leerling.
Het self-fulfilling prophecy-onderzoek
toont aan dat de manier waarop leraars en leerlingen metelkaar omgaan in belangrijke mate wordt beheerst door het beeld en de daaruit voortvloeiende verwachtingen die leerkrachten en leerlingen van elkaar hebben. Het wijst er ook op dat de omgangtussen leerkracht en leerling niet per definitie voor alle leerlingen gelijk verloopt. Bestaande sociale verschillen worden in ons onderwijs blijkbaar niet opgeheven of overstegen maar integendeel meestal versterkt.Jean-Pierre Verhaeghe: «Dat is bij ons in Vlaanderen wellicht niet anders dan elders. Men kan zich bijvoorbeeld afvragen in hoeverre de vaststelling dat kinderen van laaggeschoolde ouders volgens hunleerkrachten in veel grotere mate met leer- en ontwikkelingsproblemen te kampen hebben en ingrotere mate blijven zitten, niet berust op de werking van deze verwachtingseffecten.»
Censuur
Op welke manier we de negatieve invloed van het verwachtingsdenken kunnen beperken is nog de vraag. Sommigen kijken met een bijzonder kwaad oog naar de
leerlingdossiers.
De informatie diedaarin staat (formele achtergrond, vroegere prestaties, testresultaten enz.) wekt al bepaalde verwachtingen en verhoogt de kans op negatieve verwachtingseffecten, zo wordt geopperd. Tegelijk
Leave a Comment