• Embed Doc
  • Readcast
  • Collections
  • CommentGo Back
Download
 
Taal en variatie
 Een taal is geen vastliggende, maar een voortdurend veranderende verzameling klanken,woorden, uitdrukkingen en grammaticale constructies. Veranderingen zijn het meestopvallend op het niveau van woorden. Nieuwe woorden ontstaan (zoals
 sms'je
,
chatten
),andere woorden verdwijnen (zoals
 pesjonkelen
'met Allerzielen gaan bidden in de kerk om deziel van een overledene uit het vagevuur te redden' of 
 gordijnmis
'berisping van een man door zijn vrouw toegediend achter de bedgordijnen').Ook de uitspraak en de grammatica van een taal veranderen, al gaat dat meestal wat trager.Als gevolg van die veranderingen is er een groot verschil tussen het Nederlands van nu en het Nederlands van de renaissance en dat Nederlands verschilt op zijn beurt wezenlijk van het Nederlands uit de vroege middeleeuwen. Naast die variatie in de tijd is er op elk moment ook variatie binnen een taal. De meeste talenkennen heel wat verschillende variëteiten: taalsystemen die genoeg overeenkomst vertonenom tot één taal - in ruime zin - te worden gerekend, maar genoeg verschillen om van elkaar onderscheiden te kunnen worden. Dat geldt ook voor het Nederlands. Men onderscheidt - inde taalwetenschap en in het dagelijkse spraakgebruik - verschillende Nederlandse dialecten,regiolecten (taalvariëteiten van bepaalde regio's), sociolecten (taalvariëteiten van bepaaldesociale klassen), groepstalen, enz. en de standaardtaal. Al die variëteiten zijn bruikbaar in eenof meer specifieke gebruiksdomeinen. Zo kan een Oost-Vlaming in een Merelbeeks cafétegen een toogmakker zin (1a) uitspreken:(1a) Ek verkuup verscheilende sorten alme, gelijk tournaviezn, liern, okkers, moar uuk dingnveur de lochting, gelijk kurtwoaens en rikkn.De toogmakker zal een dergelijke zin perfect normaal vinden en het gesprek voortzetten in hetMerelbeekse dialect.Stel nu dat dezelfde Oost-Vlaming een reclamefolder opstelt waarin hij dezelfde informatiewil meegeven aan zijn potentiële klanten. Wellicht zal de formulering dan luiden zoals in zin(1b):(1b) Ik verkoop verschillende soorten gereedschap, zoals schroevendraaiers, ladders, emmers,maar ook zaken voor de moestuin, zoals kruiwagens en harken.Er is geen haar op het hoofd van de verkoper dat eraan denkt de folder op te stellen in hetMerelbeeks. Veel mensen zouden hem maar een vreemde vogel vinden, als ze al begrepen water in de folder stond. De verkoper zal dus zijn best doen om de tekst op te stellen in destandaardtaal. Net zo kan een jongere tegen zijn vrienden zeggen dat hij zin heeft om
eens stevig te boozenen te shaken
of 
 
eens goed
 scheef te gaan
, terwijl hij tegen een leerkracht wellicht zal zeggendat hij 's avonds een
 pintje
(in Vlaanderen) of een
biertje
(in Nederland) wil
drinken
en wil
dansen
of 
veel zal drinken
.
 
De meeste taalgebruikers beheersen, zonder dat altijd zelf te beseffen, een aantaltaalvariëteiten en ze wenden die kennis aan om het taalgebruik aan te passen aan de plaatswaar ze zich bevinden, de gesprekspartner(s) of de doelgroep, de context en tal van anderefactoren.
Standaardtaal 
 De standaardtaal is, net als de andere taalvariëteiten, een variëteit die geschikt is om gebruiktte worden in bepaalde situaties. We verstaan onder de Nederlandse standaardtaal het Nederlands dat algemeen bruikbaar is in het publieke domein, d.w.z. in alle belangrijkesectoren van het openbare leven, zoals het bestuur, de administratie, de rechtspraak, hetonderwijs en de media. Anders uitgedrukt: de Nederlandse standaardtaal is het Nederlands datalgemeen bruikbaar is in contacten met mensen buiten de eigen vertrouwde omgeving (inzogenaamde secundaire relaties). Woorden, uitdrukkingen, uitspraakvormen of constructiesdie standaardtaal zijn, zijn dus in principe zonder problemen bruikbaar in de genoemdesectoren en situaties, zoals dat kan met zin (1b).Dat wil niet zeggen dat de standaardtaal een vaststaande, statische vorm heeft. Wat tot destandaardtaal gerekend wordt, verandert door de tijd en er is op elk moment ook binnen destandaardtaal nog eens variatie. Soms bestaan er twee of meer woorden, uitdrukkingen of constructies om (min of meer) hetzelfde uit te drukken (bijvoorbeeld
eb
en
laagwater 
) ensommige woorden kunnen op verschillende manieren uitgesproken worden (bijvoorbeeld deuitspraak van
ansjovis
met de klemtoon op de eerste of op de tweede lettergreep). De concreterealiseringen van zulke variabele verschijnselen – dus de verschillende woorden, constructies,uitspraakvormen – noemt men varianten. De variatie in de standaardtaal is vaak geografischof stilistisch bepaald.Geografische variatie binnen de standaardtaal is duidelijk merkbaar tussen België en Nederland.
 
Een Nederlander heeft het over een
 pinpas
, een Belg over een
bankkaart 
, een Nederlander die het niet meer ziet zitten, noemt zijn therapeut een [terapuit], terwijl een Belghet over een [terapeut] heeft en een constructie als
 Er kwam een auto aangereden
wordt veelvaker gebruikt in de zuidelijke helft van het taalgebied dan in de noordelijke, waar vaker 
 Er kwam een auto aanrijden
te horen is. Hoewel er dus variatie is, worden al de bovenstaandetaalvormen tot de standaardtaal gerekend. Net zo is er variatie binnen de standaardtaal tussenhet oosten en het westen van het taalgebied, tussen Limburg en Zeeland, enzovoort.Een goed voorbeeld van stilistische variatie is het verschil tussen geschreven en gesprokenstandaardtaal. Een zin als
 Aangezien wij aanstaande week vijf jaar gehuwd zijn, nodigen wij ualsook uw partner uit op een diner in onze woonst 
is goed mogelijk in een formele geschrevenuitnodiging, maar is niet echt gepast in een gesprek.Dé standaardtaal als een objectief gegeven vaststaande norm bestaat dus niet. Ook binnen destandaardtaal is er variatie binnen het taalgebied, hoewel die een stuk minder groot is dan devariatie tussen de verschillende dialecten, regiolecten, jongerentalen, etc.
 
 De taal als een ui
 We kunnen het Nederlands (en de meeste andere talen) met zijn variëteiten weergeven in devorm van een ui, met verschillende lagen. Hoe meer naar buiten een laag zich bevindt, hoegroter de stilistische en geografische variatie in die laag is.Om te beginnen is er een kern, de standaardtaal zonder meer, die bestaat uit woorden,uitdrukkingen, klanken, vormen en constructies die algemeen bruikbaar zijn in het publiekedomein in het hele taalgebied en in alle situaties. Denk daarbij aan woorden als
appel 
,
hond 
,
mooi
,
maar 
en
 spelen
of uitdrukkingen als
iemand de hand boven het hoofd houden
of 
vaneen mug een olifant maken
.Zoals we hierboven al zeiden, is er binnen die standaardtaal al enige variatie. Denk daarbij omte beginnen aan het verschil tussen gesproken en geschreven standaardtaalgebruik. Dewoorden
echter 
en
maar 
zijn beide bruikbaar in het publieke domein, maar 
echter 
zal vooralin geschreven taalgebruik opduiken, terwijl
maar 
zowel in geschreven als in gesprokentaalgebruik wordt gebruikt.Daarnaast moeten we voor het Nederlands nog rekening houden met de bijzondere situatie datons taalgebied bestaat uit twee grote deelgebieden: Nederland en Vlaanderen (Suriname latenwe hier voorlopig buiten beschouwing; zie verderop). Voor het grootste deel is destandaardtaal in beide gebieden identiek, maar het behoeft geen betoog dat er ook verschillenzijn. Vooral op het gebied van de uitspraak zijn die verschillen bij sprekers meestal meteenduidelijk. Maar zoals we hierboven al aangaven, is er ook op het vlak van de woordenschat ende grammatica variatie. Hoewel veel van die verschillen meteen in het oog springen, staan zeeen principiële eenheid van het taalgebied niet in de weg. De standaardtaal is voor het grootstedeel gelijk in Nederland en België en de verschillen die voorkomen zijn vaak gradueel. In eenaantal gevallen echter komen er varianten voor die ofwel alleen maar in België ofwel alleenmaar in Nederland een standaardtalig karakter hebben. Het gaat dan om varianten die ofwelalgemeen bruikbaar zijn in het publieke domein in Nederland, maar niet in België, enomgekeerd om varianten die algemeen bruikbaar zijn in het publieke domein in België, maar niet in Nederland.We kunnen de kern van de ui, of de verzameling die we standaardtaal noemen, geografisch beschouwd voorstellen als twee deelverzamelingen (Nederland en Vlaanderen) met eenenorme doorsnede en twee kleinere stukjes standaardtaalgebruik, het ene typisch voor  Nederland, het andere typisch voor België. Figuur 1 illustreert de situatie van de standaardtaalin het Nederlandse taalgebied.
of 00

Leave a Comment

You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...
You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...