De meeste taalgebruikers beheersen, zonder dat altijd zelf te beseffen, een aantaltaalvariëteiten en ze wenden die kennis aan om het taalgebruik aan te passen aan de plaatswaar ze zich bevinden, de gesprekspartner(s) of de doelgroep, de context en tal van anderefactoren.
Standaardtaal
De standaardtaal is, net als de andere taalvariëteiten, een variëteit die geschikt is om gebruiktte worden in bepaalde situaties. We verstaan onder de Nederlandse standaardtaal het Nederlands dat algemeen bruikbaar is in het publieke domein, d.w.z. in alle belangrijkesectoren van het openbare leven, zoals het bestuur, de administratie, de rechtspraak, hetonderwijs en de media. Anders uitgedrukt: de Nederlandse standaardtaal is het Nederlands datalgemeen bruikbaar is in contacten met mensen buiten de eigen vertrouwde omgeving (inzogenaamde secundaire relaties). Woorden, uitdrukkingen, uitspraakvormen of constructiesdie standaardtaal zijn, zijn dus in principe zonder problemen bruikbaar in de genoemdesectoren en situaties, zoals dat kan met zin (1b).Dat wil niet zeggen dat de standaardtaal een vaststaande, statische vorm heeft. Wat tot destandaardtaal gerekend wordt, verandert door de tijd en er is op elk moment ook binnen destandaardtaal nog eens variatie. Soms bestaan er twee of meer woorden, uitdrukkingen of constructies om (min of meer) hetzelfde uit te drukken (bijvoorbeeld
eb
en
laagwater
) ensommige woorden kunnen op verschillende manieren uitgesproken worden (bijvoorbeeld deuitspraak van
ansjovis
met de klemtoon op de eerste of op de tweede lettergreep). De concreterealiseringen van zulke variabele verschijnselen – dus de verschillende woorden, constructies,uitspraakvormen – noemt men varianten. De variatie in de standaardtaal is vaak geografischof stilistisch bepaald.Geografische variatie binnen de standaardtaal is duidelijk merkbaar tussen België en Nederland.
Een Nederlander heeft het over een
pinpas
, een Belg over een
bankkaart
, een Nederlander die het niet meer ziet zitten, noemt zijn therapeut een [terapuit], terwijl een Belghet over een [terapeut] heeft en een constructie als
Er kwam een auto aangereden
wordt veelvaker gebruikt in de zuidelijke helft van het taalgebied dan in de noordelijke, waar vaker
Er kwam een auto aanrijden
te horen is. Hoewel er dus variatie is, worden al de bovenstaandetaalvormen tot de standaardtaal gerekend. Net zo is er variatie binnen de standaardtaal tussenhet oosten en het westen van het taalgebied, tussen Limburg en Zeeland, enzovoort.Een goed voorbeeld van stilistische variatie is het verschil tussen geschreven en gesprokenstandaardtaal. Een zin als
Aangezien wij aanstaande week vijf jaar gehuwd zijn, nodigen wij ualsook uw partner uit op een diner in onze woonst
is goed mogelijk in een formele geschrevenuitnodiging, maar is niet echt gepast in een gesprek.Dé standaardtaal als een objectief gegeven vaststaande norm bestaat dus niet. Ook binnen destandaardtaal is er variatie binnen het taalgebied, hoewel die een stuk minder groot is dan devariatie tussen de verschillende dialecten, regiolecten, jongerentalen, etc.
Leave a Comment