Waar?In het opvanglokaal staan 8 computers. Op deze computers mogen de leerlingen werken(mits begeleiding van hun leerkracht).Concrete werkingHet is de bedoeling dat alle leerlingen zoveel mogelijk op de computer kunnen werkenbinnen een beperkte tijd. Daarom hanteren we volgend principe:kleine klassen (≤ 8): de leerlingen werken elk aan een computer middelmatige klassen (≤ 16): de leerlingen werken per 2 aan een computer grote klassen (> 16): de leerkracht splitst de klas op in 2 groepen.
De eerste groep werkt per 2 op de computers, terwijl de tweede groep zelfstandig werkt (b.v.werken in een werkboek, contractwerk, werkblaadjes afwerken, …). Nadat de computertijd er voor de helft opzit, wisselen de groepen.
Tips (in het geval dat de leerlingen per 2 aan een computer zitten):
•
Je kan de leerlingen beter op voorhand in duo’s verdelen die vastliggen voor het werkenin de computerklas. Probeer ervoor te zorgen dat de 2 leerlingen van het duo ongeveer even goed met de computer kunnen werken. Anders loop je het gevaar dat de eneleerling alles doet en de andere leerling enkel toekijkt.
•
Spreek af met de leerlingen dat er telkens 1 leerling uitvoerder is en 1 leerling toeziener (deze leerling helpt de andere leerling dus niet met de oefeningen!). Per oefeningwisselen de leerlingen van rol.
•
Voorzie een correctiesleutel voor de leerlingen die zelfstandig aan het werk zijn metwerkbladen e.d. Zo kunnen ze ook zelfstandig verbeteren en kun je als leerkracht jeaandacht volledig op de leerlingen aan de computer richten.Waarom?U vraagt u nu misschien af ‘Waarom al die moeite? Onze lessen zijn toch goed.’ Decomputer kan echter een enorme meerwaarde geven aan de lessen. Hieronder eenopsomming van de voordelen:
•
De leerlingen zijn meer gemotiveerd om oefeningen te maken op de computer dan opeen werkblad.
•
De leerlingen krijgen onmiddellijk een verbetering van hun oefeningen. Ze zien het juisteantwoord of ze kunnen hun foutieve antwoord zelf verbeteren.
•
De leerlingen kunnen veel oefeningen maken op weinig tijd. Nadien hoeft u dezeoefeningen niet allemaal meer te verbeteren.
•
Via de computer kan er gemakkelijk gedifferentieerd, geïndividualiseerd en geremedieerdworden. U bepaalt welke leerling welke oefening maakt. Elke leerling krijgt dusoefeningen op maat.
•
De leerlingen hebben veel minder faalangst. Een computer heeft geen gevoelens enverliest zijn geduld niet als een leerling fouten blijft maken.
•
De leerlingen kunnen op hun eigen tempo werken.
Add a Comment