This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
with this eBook or online at www.gutenberg.net
De Aarde en haar Volken, 1886
Author: Various
Release Date: November 17, 2005 [EBook #17082]
Language: Dutch
Character set encoding: ISO-8859-1
*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WANDELINGEN DOOR BELGI ***
omzwervingen door Vlaanderen, dat schilderachtig schoone, kalme,
vredige land, waar over steden en vlekken en dorpen eene zondagsrust
ligt uitgespreid, en ge vaak wel den indruk ontvangt dat de rijke
en schitterende herinneringen van een zeldzaam grootsch verleden
de eischen en behoeften van het heden op den achtergrond dringen en
niet tot hun recht laten komen. Ik noodig hem thans uit, een ander
deel van Belgi met mij te bezoeken: het waalsche land, bewoond door
een ander ras, drukker, rumoeriger, hartstochtelijker van aard,
levendiger in voorkomen en gebaren: een ras, dat al heeft het ook
eene groote en rijke historie achter zich, toch niet in gelijke mate
door de herinnering aan dat verleden wordt beheerscht en onder de
wisseling der fortuin niet is bezweken. In het leven dezer mannen,
wier bloed sneller door hunne aderen stroomt, is geene plaats voor
mijmeren en peinzen over het verleden, over de oude dagen, die sinds
lang zijn voorbij gegaan; zij hebben geen tijd om te luisteren naar
de wonderzoete fluisterende stem der traditie en der sage, die als
muziek in de ooren klinkt, maar ook zoo dikwijls een ontzenuwenden en
verzwakkenden invloed uitoefent, en de fiere kracht tot daden in het
harte uitdooft. Zij hebben geen tijd, want de felle koorts van het
moderne leven heeft hen aangegrepen; de rustelooze ontdekkingen der
wetenschap, de onophoudelijke vorderingen der industrie drijven on
zweepen hen voort; hun leven is welhaast een voortdurend gevecht, een
nimmer poozende strijd, die de inspanning vordert van alle krachten
en die niet ware vol te houden, zoo niet het elastischer, opgewekter
temperament telkens met nieuwen moed en nieuwe energie bezielde en
de zware lasten des levens licht deed achten.
En zijn ze niet in waarheid een groot slagveld, die mijndistrikten,
waar de mensch en de natuur in rusteloozen kamp hunne krachten
beproeven; waar de strijders, dag aan dag, in dichte gelederen
aanrukken, gewapend met spade en bijl en houweel en honderd
andere werktuigen der vernieling, om den tegenstand te overwinnen
van den ouden titan Tellus en hem zijne diep verborgen schatten
te ontrukken. Al verder en verder rukken zij voort, telkens op
nieuwe veroveringen uitgaande in de onderaardsche holen, in dat
huiveringwekkend gebied van nacht en dood, waar, als in katakomben, de
versteende overblijfselen van vroegere wereldperioden liggen opgetast,
waarop en waarmede de moderne beschaving hare steden bouwt. Maar de
oude titan verdedigt zijn gebied voet voor voet: beter dan een door
Hephaistos gesmeed schild, dekken hem zijne duistere geheimenissen,
de ontelbare hinderpalen die zijn vijand op den weg ontmoet, de
noodlottige hinderpalen en verrassingen, die loeren bij elken tred. Het
is een hardnekkige verbitterde strijd, een kamp op leven en dood. Als
een monsterachtige hydra, in haar duister hol verscholen, knarsetandt
en brult de oude titan bij iederen slag, die hem eene nieuwe wonde
toebrengt: iederen duim breed gronds betwistende, trekt hij onwillig
achteruit, al verder en verder wijkende in het ondoordringbaar ingewand
der aarde; maar vreeselijk wreekt hij zich over zijne nederlagen door
plotselinge, moorddadige, verraderlijke slachtingen, als te midden
van rook en vlammen, die het gedrocht uit honderd monden braakt, de
onverschrokken pionniers verpletterd neerzinken onder de instortende
gewelven, of snakkend naar lucht den adem uitblazen in een dampkring
van gas; of wel, levend begraven, al de martelingen ondergaan van
den langzamen hongerdood. Toch, hoe vreeselijk het monster moge zijn,
over welke moorddadige wapenen hij moge beschikken, toch wordt voet
voor voet het rijk van den duisteren titan veroverd; toch dringen de
kloeke scharen al verder en verder door in de ongemeten en ongepeilde
afgronden, waarin hij schuilt en waarin hem de lichtstraal vervolgt,
die den mensch den weg wijst in het harte der aarde.
Daar naadren de delvers met spa en houweel;
Zij spitten in de aardkorst, en boren de schacht,
En dringen al verder door modder en nacht!
Aan 't rammelend rad vliegt de korf op en n er;
De zwoegende pomp gaat het water te keer;
De moker rinkinkt, en de koker verwijdt:
Voorbij zijn lagen van zandgruis en krijt:
Nu glinstert... de steenkool!... De mijngroef ontsluit,
En breidt tot spelonken en gangen zich uit,
Tot straten en pleinen, door balken geschraagd,
En 't paard voor zijn kar, met bedaard overleg,
Vindt, dampend van zweet, door dien Orkus zijn weg.
Omhoog maar! omhoog maar! gij kostlijke vracht,
Waar 't zonlicht u kust en--vooruitgang u wacht!
Men begrijpt welk een invloed zulk eene levenswijze moet uitoefenen
op een van nature stoutmoedig, ondernemend, onbuigzaam ras, dat zich
niet licht door moeilijkheden en tegenspoeden laat ontmoedigen,
en begaafd is met die voortvarende energie, die telkens de perken
uitzet der menschelijke werkzaamheid. Wie deze kloeke bevolking van
onverschrokken strijders naar waarde schatten wil, die moet met eigen
oog het altijddurend wonder dezer mijn-industrie hebben aanschouwd,
haar schatten gaande opsporen in de ingewanden der aarde; die moet
door de verbazingwekkende schacht zijn afgedaald naar de schier
onpeilbare diepte, waar een volk van kobolden leeft en werkt, ieder
oogenblik blootgesteld aan het gevaar om weggeslingerd te worden in
den gapenden afgrond, of verpletterd onder eene lawine van steenen en
gruis, of neergebliksemd door de vlammende ontploffing van het mijngas;
die moet vooral ook getuige zijn geweest van de stemming na een dier
vreeselijke rampen, als gansche dorpen weenende opgaan om de verminkte
lijken op te sporen van vaders en echtgenooten, van broeders en zonen;
die moet hebben gezien, hoe, na de eerste oogenblikken van schrik
en ontzetting, langzamerhand de kalmte wederkeert in de gemoederen,
hoe de moed weer herleeft en tevens de rustige doodsverachting en
het onvernietigbaar plichtbesef, dat de overgeblevenen, zoodra de
laatste doode in zijn graf is ter ruste gelegd, ernstig en kalm doet
terugkeeren naar de akelige afgronden, waarin hunne broeders een zoo
gruwelijken dood vonden. Er is inderdaad geen voorbeeld van, dat ten
gevolge van een dier verschrikkelijke katastrofen, in de duistere
diepte, vijf of zeshonderd ellen onder den grond, een van hen die aan
het verderf ontkwamen, den gevaarlijken post heeft verlaten, waar hij
een oogenblik, te midden van den rossen gloed der uitbrekende vlammen,
den dood in het aangezicht heeft gezien. Niet vreemd, dat dit altijd
herboren gevaar, die als het ware onbewuste heldenmoed, die zekere mate
van onverschilligheid tegenover het onontkoombaar noodlot, in het eind
een geslacht hebben gevormd en geteeld, tegen alle beproevingen gehard,
in het vuur gelouterd en gestaald, en voor niets terugdeinzende in het
stille besef van rustige, onverwinbare kracht. Wij zullen deze mannen
aan het werk zien, niet enkel in de mijnen, maar ook in hun fabrieken
en werkplaatsen, de elementen bedwingende, stand houdende tegen den
verterenden vuurgloed der smeltovens. En rondwandelende door het
waalsche land, zullen wij gaandeweg voor onze verbeelding het beeld
zien verrijzen van dat merkwaardige Belgi , dat zoo sterk sprekende
Want, in der waarheid, men zou bijna meenen dat de diplomaten, die
de vlaamsche en de waalsche gewesten tot eene politieke eenheid
vereenigden, dit enkel deden om den wijsgeerigen onderzoeker
binnen een klein bestek de scherpste contrasten te kunnen
aanbieden. Evenals uit een geologisch oogpunt, de onafzienbare
groene weidevlakten van Vlaanderen en de bergachtige vallei van de
Maas met haar aaneenschakeling van rotsen en ravijnen, twee geheel
verschillende landen zijn, die zoo goed als niets met elkander gemeen
Leave a Comment