• Embed Doc
  • Readcast
  • Collections
  • CommentGo Back
Download
 
© Orde der Verdraagzamen Brochures 153 – D
E POLARISATIE VAN DE MAATSCHAPPIJ IN DE TOEKOMST
1
DE POLARISATIE V.D. MAATSCHAPPIJ IN DE TOEKOMST
Ik zou graag allereerst duidelijk maken wat ik versta onder het begrip "polarisatie".Er zijn altijd enkele groeperingen of motieven in de samenleving, die het geheel van desamenleving eigenlijk bepalen. Er zijn overgangsperioden, waarin geen definitieve invloedenbepaalbaar zijn, maar altijd weer krijgen we te maken met twee machtsfactoren, die nietalleen de gehele samenleving maar ook het denken, de ethiek, de moraal van die samenlevingbeïnvloeden. We zullen eenvoudigheidshalve een paar feiten uit de oudheid noemen.We hebben een periode gehad, waarin de kerk en de staat de twee polen waren. Daarna is ereen tijd geweest, waarin de kerk en de handel de polen waren. Deze periode is nu bijnaafgelopen. U bevindt zich in een overgangstijd. Daarin ontmoeten wij onnoemelijk veel mensenmet sociale theorieën, mensen met ideeën en hebben we te maken met een enorme toenamevan wetenschappen, vooral van het aantal wetenschapsbeoefenaren. Om een voorbeeld tegeven;Wanneer we spreken over de gehele periode van het menselijk bestaan, dan kunnen we geloof ik veilig stellen, dat ruim 90% van de wetenschapsbeoefenaren der mensheid in deze tijd leeft,gerekend tot nu toe. We kunnen veilig stellen, dat de vooruitgang van de techniek en daarmeede milieubeïnvloeding en ten dele milieubeheersing in de laatste 60 jaren is toegenomen opeen zodanige wijze, dat vergelijkend sprekend met het heden als factor 100 - wat natuurlijkniet waar is - het verleden ten hoogste aan een factor 15 komt. Er is dus enorm veelveranderd.Als wij willen nagaan rond welke inwerkingen en invloeden de maatschappij van de toekomstzich tenslotte zal groeperen, dan moeten wij uitgaan van de volgende punten;1. De maatschappij is op dit moment in verwarring.2. Alle ontwikkelingen zullen worden bepaald door het menselijk gedrag.3. Het menselijk gedrag, zal voortdurend worden beïnvloed door de beschikbare technieken.Dan moeten wij ons realiseren wat er op het ogenblik aan de hand is. Om een formulering tegebruiken, die van een van uw Nederlandse wetenschapsmensen afkomstig is:Wij hebben op het ogenblik te maken met de formalisten en de visualisten. De formalist is demens, die de regels ziet. Om u een voorbeeld te geven. Iedereen is moreel en ethisch gerichtop de rechten van de mens in deze tijd, maar de regels van het onderling, staatsrecht beper-ken de mogelijkheid om in Biafra in te grijpen. De formalist zegt dus: Wij hebben dit rechtniet. Dit is eenmaal vastgelegd. Wij betreuren het zeer, maar wij moeten het zonder doen.De visualist houdt zich niet zozeer bezig met de regels, maar zegt: Wat zie ik, wat is er aan dehand? Daar is nood, daar moet geholpen worden. En als dat allemaal voorbij is, dan kunnenwij er altijd nog over praten of er nu wel of niet regels zijn geweest; dat is eigenlijk belangrijk.Deze situatie wordt natuurlijk zeer bevorderd door de verambtelijking van de maatschappij.Als wij teruggaan tot vóór de Tweede Wereldoorlog (laten we nog iets verder teruggaan, latenwe 50 jaar teruggaan) dan zullen wij vinden per gemiddelde producerende arbeider doorgaans1 ambtenaar, 1 bureauman. Op het ogenblik is het zo, dat in zeer vele industrieën er reeds 1per 2 of per 3 arbeiders aanwezig, is. En het ziet ernaar uit, dat deze trend zich voortzet. Eenambtenaar - en dat is in feite ook vaak een bureaumens – is voornamelijk in zijn denken, inzijn beroepsuitoefening gebonden aan de regels. De regels zijn het belangrijkst. Voor hemmaken de regels het spel uit. De andere verschijnselen zijn bijkomstig; ze liggen buiten zijncompetentie, hij heeft daar niets mee te maken. Het is dus begrijpelijk dat die ambtelijkementaliteit voert tot een steeds toenemend formalisme, dat probeert een zo rigide mogelijkestructuur in stand te houden, ongeacht de feiten.Er zijn echter daarnaast een toenemend aantal mensen dat ziet wat er gebeurt en die regelsmisschien niet eens kent of zich daarvoor helemaal niet interesseert. Deze mensen gaan dan
 
Orde der Verdraagzamen153 – D
E POLARISATIE VAN DE MAATSCHAPPIJ IN DE TOEKOMST
 2zeggen: Wij moeten reageren vanuit een menselijk standpunt, omdat wij alleen daaruit -rekening houdend met de feiten zoals wij ze zien - iets kunnen bereiken. Dit wijst reeds aanhoe althans voorlopig de polarisatie van de maatschappij zal verlopen. Er komt een steedsgrotere afstand tussen de formalist en de werkelijk spontaan reagerende mens. Maar diemaatschappij is op het ogenblik niet in staat om met deze tegenstelling te werken. Indien wijons nu proberen voor te stellen wat er ongeveer zal kunnen gebeuren (en dan gaan wij niet zoheel ver vooruit, b.v. een jaar of tien), dan moeten wij concluderen; Het formalisme gaat uitvan de aangenomen gebruiken, een regel die bestaat, bestaat. Je kunt haar aanpassen of uitbreiden, maar het eerste belang is, dát zij er is.De visualist gaat uit van het standpunt, dat je voortdurend aan het heden moet beantwoorden,maar is geneigd om alle regels en daarmee ook alle planmatigheden erbij op de achtergrond teschuiven. Er zijn een aantal recente ontwikkelingen, die ons enigszins doen zien waartoe datleidt.Wij hebben het onderwijs. Nu zit Nederland met een prehistorisch iets: n.l. de mammoetwet.Die mammoetwet is ontstaan uit formalistisch denken. Namelijk: wij moeten wel het onderwijsuitbreiden en meer toegankelijk maken, maar wij moeten dit doen door zoveel mogelijkklassen (dus hokjes) te scheppen, die naast en desnoods door elkaar bestaan, maar die aanvaste regels gebonden zijn. Daarbij is het niet belangrijk wat de leerling wil (die is maarconsument), wij als producenten bepalen het schema van het onderwijs. En dan beschouwthier de leerkracht zich niet eens als producent, maar de ambtelijke overheid. Er is echter aante tonen, dat de kennisuitbreiding van de mensheid als geheel nu buitengewoon snel gaat. Wijkunnen er voorbeelden van geven.Een medicus, die pas is afgestudeerd en 5 jaar heeft gepraktiseerd zonder zich voortdurend opde hoogte te stellen, is eigenlijk al die met verouderde middelen en technieken werkt. Eenbiochemicus, die vandaag afstudeert, is over 5 jaar eigenlijk niets meer waard, want hij is vande nieuwste ontwikkelingen niet meer op de hoogte. Zo gaat het ook in demateriaalverwerking. Er komen voortdurend nieuwe materialen, nieuwe methoden vanmateriaalgebruik en materiaalverwerking. Wil je op de hoogte blijven daarvan, dan kun je welzeggen: Ik heb geleerd voor smid b.v., maar dan ben je met een jaar of tien waarschijnlijk(hier is het verloop wat trager) toch eigenlijk "out of the running". Dan moet je gaan bijleren.Met andere woorden: die onder wijsopzet, hoe mooi ze formalistisch ook in elkaar zit, ispraktisch onnut. Zij vraagt een totaal andere benadering. De benadering, die eigenlijk zoumoeten zijn is deze: Een algemeen eenvoudig basisonderwijs, gevolgd door de mogelijkheidvan praktische bezigheid, afgewisseld met daarbij aangepaste fasen van onderricht niet alleenmaar - laten we zeggen - tot het twintigste jaar, maar rustig totdat men uitscheidt metwerken. Deze perioden van voortdurend kennisnemen, van opfrissen van kennis zouden hetmogelijk maken, dat iedereen bijblijft in de modernste technieken. En dat is veel belangrijkerdan men misschien wel denkt. Een van de grote ontwikkelingen van uw tijd is de computer.Nu kunnen we zeggen, dat de computer nooit de mens zal kunnen vervangen. Dat ben ik metu eens. De mens met zijn halflogische, onlogische, emotionele en intuïtieve denkprocessen kandoor een computer nooit worden geïmiteerd. Daar staat tegenover dat de computer eenbuitengewone nauwkeurigheid heeft; d.w.z. dat vooral in het productieproces een groot aantalberekeningen, maar ook een groot aantal acties, veel beter via een computerapparaat kunnengeschieden dan door mensen. En naarmate we verder komen in de tijd, zullen wij zien dat dewerkgelegenheid voor arbeiders en vooral voor ongeschoolden steeds meer afneemt. Daarvoorin de plaats komt een steeds grotere vraag naar mensen, die zich kunnen bezighouden metplanning, dus met datgene wat de computer niet doet. Dan denk ik niet alleen aan deprogrammeurs, naar vooral aan de mensen, die de ideeën hebben die verdergaan dan wat decomputer oplevert. Een computer kan een plan uit een gegeven aantal feiten distilleren, maardan moet dat plan worden aangepast aan de menselijke mogelijkheden, de menselijkebehoeften en de menselijke eigenschappen. Daarvoor heb je mensen nodig. Toch zal datmoeten leiden tot een enorme arbeidstijdverkorting.Nu moeten wij er rekening mee houden, dat die arbeidstijdverkorting niet zonder meer kanplaatsvinden. O, het is waarschijnlijk, dat u omstreeks 1980, misschien '85 reeds toe bent aande 32-urige 4-daagse werkweek, althans zeer waarschijnlijk in de zich beschaafd noemendelanden. Als wij daarover nadenken, moeten wij ons realiseren dat er een enorme investeringnodig is om een fabriek automatisch te laten functioneren. Dat is wel belangrijk, omdat wij
 
© Orde der Verdraagzamen Brochures 153 – D
E POLARISATIE VAN DE MAATSCHAPPIJ IN DE TOEKOMST
3zonder dat niet meer rationeel kunnen produceren. Om dit te doen hebben wij kapitaal nodig.Wij moeten uitgaan van de volgende stelling:Wanneer wij voor de totale economie in een besloten gemeenschap (b.v. Nederland) eengemiddelde productiviteitswinst willen behalen van 1 % dan staat daar tegenover eenbelegging van ongeveer 4½ % van de productieopbrengst van de gelijke voorgaande periode.Dus als u in een jaar 1 % meer wilt, moet u in het jaar daarvoor in feite 4 % hebbengeïnvesteerd. Die investeringen zijn gebaseerd op geld. Geld is een toenemend instabielewaarde. Indien een dergelijke ontwikkeling alleen op geld zal zijn gebaseerd, is het nietdenkbaar dat binnen afzienbare tijd de mensen met computers gaan werken, althans op demanier waarop ik dit heb bedoeld; dus voor algemeen praktisch gebruik overal in de productie.Aan de andere kant weten wij, dat de arbeid in verhouding steeds duurder wordt. Dat wilzeggen: mensenarbeid wordt duurder en is daar door steeds minder rendabel. Dit zijn allemaalpunten uit het heden, maar u heeft ze nodig om te zien wat er in de toekomst gaat gebeuren.Stel u nu eens de positie voor van een minister in het een of ander toekomstig parlement metallerlei ambtenaren achter zich, die moet beantwoorden aan de eis van volle werkgelegenheid.Die goede man voelt ook wel: dat kan ik misschien redden met werktijdverkorting. Maar demensen willen een gelijk inkomen houden of meer. Dat is moeilijk. Aan de andere kant zult ubegrijpen, dat de kapitaalbezitters er helemaal geen zin in hebben hun rendement nu maarcadeau te geven aan mensen om daarvoor niets te doen. Hier blijkt dus een enorme spanningte ontstaan.De formalist zal alles doen om de huidige verhoudingen te continueren; d.w.z. een steedsuitvoeriger legalisatie van de verschillende bestaanswaarden, een steeds uitvoeriger regelingvan alle dingen en daarbij een voortdurend pogen het bestaande bestel te behouden door eenzo gering mogelijke aanpassing aan de onvermijdelijke noodzakelijkheden.Daar tegenover staat de visualist. Deze zegt: "Waarom zou ik meer werken dan nodig is,indien ik het de machine kan laten doen?" Deze zelfde visualist gaat zeggen: "Ik zie dat datgeld voortdurend in waarde vermindert." Voor Nederland is dat 25 % in minder dan tien jaar -in feite veel meer. De werkelijke waardevermindering in koopkracht van de Nederlandse valutain het laatste jaar, genomen over het gehele jaar, bedraagt ongeveer 8½ %. Dus u zultbegrijpen: zij zien niets in geld. Zij zeggen. Ik wil wat anders.Dan willen ze misschien bezit hebben. Maar bezit is ook moeilijk. Huizenbezit b.v. is eigenlijkniet rendabel volgens de huidige opvatting. Leningen zijn voorlopig misschien wel rendabel,maar je krijgt op een gegeven ogenblik je geld terug. Zeker zodra er weer een lagererentevoet is en dan ben je heel waarschijnlijk toch weer een deel van je kapitaal kwijt. Debeleggingsdrang gaat nu bij de mensen, die nog aan bezit denken in de eerste plaats in derichting van verbruiksmogelijkheden en niet zozeer meer naar een bezitsvorming voor later.De onbetrouwbaarheid daarvan schrikt hen af. De visualist is er dan ook tegen, dat de staatbezit gaat vormen op zijn kosten. En dat is in feite het geval. Hij probeert daardoor zich steedsmeer te onttrekken aan het schema, dat de formalist hem oplegt. En zo wordt hij, gezien vanuit het op regels en oude regels vooral zich baserende bestel langzaam maar zeker eenanarchistische figuur. Hij kan echter niet leven zonder organisatie en zeker niet zonder kennis.Het enige wat hij dus kan doen is proberen voortdurend een zo recent mogelijk kennis op freelance-basis de verstarde maatschappij aan te bieden. Hij wordt dus in het begin eenpressiefiguur, maar langzamerhand wordt hij de zich ontwikkelende groep, die een eigengemeente vormt binnen de samenleving.Ik voorzie dat een dergelijke polarisatie niet al te lang op zich zal laten wachten. Ik meen dateen absolute concrete sociale tegenstelling tussen de behoudenden of wetsgetrouwen en deactuelen, de op-het-nu-afgaanden een feit zal zijn vóór 1990.Er zijn natuurlijk allerhande nevenverschijnselen, die hierbij een grote rol spelen. Neem nuBiafra. Bij Biafra hebben we te maken met staatsrechtelijke overwegingen en menselijkeoverwegingen. Maar alle staten, die beweren de rechten van de mens te eerbiedigen en tochde staatsrechtelijke verhoudingen voorop te stellen, falen t.a.v. de mensheid. Dat wil zeggen,dat alle mensen, die geneigd zijn zich te baseren op de rechten van de mens zoals die zijngeformuleerd, in verweer zouden moeten komen tegen hun regeringen, die zich hier eerdergedragen als belangengroepen dan als vertegenwoordigers van een althans enigszins ideëlemaatschappij. Op dit moment behoeven we dat geloof ik niet te verwachten. Er zal wel wat
of 00

Leave a Comment

You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...
You must be to leave a comment.
Submit
Characters: ...