© Orde der Verdraagzamen Brochures 236 – D
E WIJSHEID DER MYSTERIEEN
3innerlijk het evenwicht bezitten om die krachten te kunnen beheersen, die experimenten tekunnen uitvoeren, en wat meer is, om ook jezelf te beheersen in het gebruik van demogelijkheden die daardoor ontstaan. Want een mens, die alleen de geheimen kent en diezichzelf niet kan beheersen, wordt een tiran, een dictator, een soort Idi Amin. Die moordt endood en zegt dan nog dat hij het doet voor het welzijn van een ieder.Juist de mysteriescholen hebben geleerd dat de vrijheid van de mens erg belangrijk is, ook alsdie beperkt blijft. Je zit met een innerlijk leven dat onevenwichtig is en dat speelt zowel in hetleven als na de dood een rol. Maar de onevenwichtigheid kun je opheffen. Als je het boek overBardo (het Tibetaanse Dodenboek) leest, dan valt op dat er bepaalde dingen onvermijdelijkzijn: ze zijn deel van je wezen. Maar er bestaan ook formules om aan een deel daarvan teontkomen. Anders gezegd: op het ogenblik, dat ik mijzelf beheers, ben ik niet meer hetslachtoffer van het Rad als zodanig, maar heb ik de mogelijkheid om daar een keuze te doen.Als ik mij niet hecht aan de dingen (dat zien we later in het boeddhisme nog veel duidelijkernaar voren komen en nog later in het lamaïsme) dan word ik zelfs geconfronteerd met eenabsolute vrijheid. Als ik mij aan niets hecht, kan niets mij binden. Dat wil zeggen, dat ik teallen tijde en onder alle omstandigheden de innerlijke rust en de harmonie kan vindenwaardoor mij het contact met die grotere, meer werkelijke wereld of met die kosmische krachtmogelijk wordt. Dit treft men overal aan.Een groot gedeelte van de moderne mysteriescholen zijn uit de aard der zaak op hetchristendom of op een van de andere grote godsdiensten gebaseerd. Dat betekent, dat ze zijnuitgedrukt in de termen van een bepaalde godsdienst. Laten we als voorbeeld nemen deRozenkruisers. Die zijn inderdaad op het christendom gebaseerd, maar op de achtergrond zienwij weer de symbolen, die al in de oudheid voorkomen: het kruis, waarin de verdeling, maargelijktijdig de mogelijkheid tot oriëntatie ontstaat: de cirkel hier uitgebeeld als een bloem metvele bladen (tevens het symbool van een chakra) en we zien daarin de Christus. Maar nietChristus als een mens, maar eerder Christus als een liefde of een harmonische waarde. Het isduidelijk dat deze mensen, uitgaand van die symboliek, werkend in de richting van eenzelferkenning maar ook een zelfbeheersing, op den duur komen tot een wijze van leven waarinhet hun inderdaad mogelijk is innerlijke verlichting te ondergaan. Dat wil zeggen: eenwerkelijkheid te betreden die een beetje groter is clan de zuiver zintuiglijke. Nu wordt over dieRozenkruisers uit het verleden, over de grote pieten onder hen althans, verteld dat ze zoveelkonden. Een geliefd voorbeeld daarvan is de wintertuin van de Graaf van St. Germain, die inParijs midden in de winter gasten uitnodigt, ze binnenvoert in een tuin (half binnenplaats, half tuin). Overal ligt er sneeuw, maar daar schijnt de zon, de bloemen bloeien en de familie gaatgezellig aan tafel. Een wonderlijk iets.We horen van Rozenkruisers die goud maken, die dus alchemisten zijn. We horen vanRozenkruisers die in staat zijn om geesten te bezweren. Al deze feiten bewijzen dat het gaatom het kennen van een andere dimensie van het menselijk bestaan. Schakel je echter overnaar b.v. de theosofie, dan kom je daar ook heel eigenaardige verhalen tegen, zoals datHélène Blavatsky een trapnaaimachine bezat die vanzelf liep omdat ze daar een paarnatuurgeesten aan had gezet die dat ding voor haar in beweging hielden zodat ze zelf niet moewerd. Overigens, wie enigszins weet hoe ze is geweest, zal toegeven dat deze vorm vanpractisch werken haar wel zeer gelegen moet hebben. Over andere groten wordt verteld, datze op de een of andere manier eigenlijk vreemde dingen tot stand brengen.Dan kunnen we kijken naar wat tegenwoordig de Vrijmetselarij heet. Oorspronkelijk LesMacons Libres en vóór die tijd De Schrijvers. Want de Vrijmetselarij is ook weer een tak vandegenen die overleveringen schreven. En die kunnen weer worden teruggevolgd tot in Egypte.De eigenlijke Macons Libres ontstaan in de tijd van de grote kathedraalbouwers, ongeveer1400. Zij hebben ook kennis. En wat blijkt, hun mysteriën bevatten vakkennis en tevens eenenorme kennis van verhoudingen die ook op geestelijke en menselijke contacten vantoepassing is. Het wonderlijke is niet, dat ze hun geheimen hadden (dat had elk gilde in dietijd), maar dat ze geheimen hadden waardoor hun werk enerzijds geestelijk en anderzijdszuiver stoffelijk is. Langzaam maar zeker verloopt dat een beetje. We krijgen de Loges inEngeland. Daaronder zijn er vele die het eigenlijk doen omdat het zo gezellig is. Daarvan zijner nu nog vele op de wereld. Maar de werkelijke mysteriën zijn hier alweer: de kennis van het"ik" en het vinden van een bijzondere relatie tussen wat men innerlijk is en wat men naarbuiten toe aan een taak op zich neemt of wil volbrengen.
Leave a Comment