\u26662. De stiefzusters 204
\u26663. De ontvoering van de schoone Iconia 208
\u2666
\u26662. een paviljoen noch in den hemel noch op aarde 218
\u26663. Pepelyouga 222
\u2666
\u26665. De stiefmoeder en haar stiefdochter 233
\u26666. Recht en onrecht 238
\u26667. Wie weinig vraagt, ontvangt veel 241
\u26668. Bash Tchelik of echt staal 245
\u26669. De gouden appelboom en de negen pauwinnen 265
\u266610. Het vogelmeisje 278
\u266611. Liegen om een weddenschap 280
\u266612. Het meisje, dat wijzer is dan de tsaar 284
\u266613. Goede daden zijn onvergankelijk 288[VI]
\u266614. Hij wien God helpt, kan niemand kwaad doen 297
\u266615. Dieren als vrienden en als vijanden 302
\u266616. De drie vrijers 313
\u266617. De droom van den Koningszoon 318
\u266618. De bijter gebeten 324
\u266619. Het beroep dat niemand kent 337
\u266620. De tweelingen met de gouden haren 349
\u2666
De Servi\u00ebrs hechten de grootste waarde en het meeste gewicht aan de sympathie\u00ebn van een zoo hoog
beschaafd, groot en daardoor terecht zoo invloedrijk volk als de Britsche natie. Sinds het begin van de
twintigste eeuw zijn er twee kritieke oogenblikken geweest\u2014de annexatie van Bosni\u00eb en Herzogovina door
Oostenrijk en de oorlog tegen de Turken\ue000waarbij wij gelegenheid hebben gehad op te merken, van hoe
groote praktische beteekenis de Britsche sympathie\u00ebn, zelfs al zijn zij oogenschijnlijk niet meer dan
platonisch, voor ons volk kunnen zijn. Het is zeer natuurlijk, dat wij den wensch koesteren deze sympathie\u00ebn
te behouden en zoo mogelijk nog te vergrooten. Wij zijn trotsch op de overwinningen, die ons leger op de
dappere Turken behaalde, doch wij vleien ons, dat ons volk behalve om zijn militaire eigenschappen ook om
de andere trekken van zijn nationaal karakter zich sympathie en eerbied zal weten te verwerven.
Wij wenschen onzen vrienden ons volk te doen kennen, zooals het is. Wij wenschen hen een blik te laten
slaan in onze nationale psyche. En niets kan een beteren kijk geven in de ziel van het Servische volk dan dit
uitnemende boek van Woislav M. Petrovitch.
De Servi\u00ebrs behooren ethnologisch tot de groote familie der Slavische volken. Zij zijn neven in den eersten
graad van de Russen, Polen, Czechen, Slowakken en Bulgaren en zij zijn de broeders der Croaten en
Slowenen. Sedert de kerk niet langer de volkeren gescheiden houdt en om der wille van het geloof geen
tweedracht in het leven der volkeren kan worden gezaaid, zijn de orthodoxe Servi\u00ebrs en de Roomsch
Katholieke Croaten feitelijk \u00e9\u00e9n en hetzelfde volk.
Van al de Slavische naties mogen de Servi\u00ebrs zich er op laten voorstaan de meest po\u00ebtische te zijn. Hun taal is de rijkste en de meest muzikale onder alle Slavische talen. De overleden professor Morfill, die in zekeren zin een Panslavist was, heeft herhaaldelijk tegen mij gezegd: \u201cIk zou wenschen, dat gij, Servi\u00ebrs, zoowel als alle andere[X]Slavische volken, met Rusland een politiek verbond vormdet, maar ik zou niet willen, dat gij uw schoone en goedontwikkelde taal prijsgaaft om die te verwisselen voor de Russische!\u201d
Eens ging hij zelfs zoo ver als zijn meening te kennen te geven, dat de toekomstige Vereenigde Staten van de
Slaven als voertuig voor hun letterkunde en als officieele taal de Servische zouden aannemen, wijl die
verreweg de edelste en meest muzikale is van alle Slavische dialecten.
Toen onze voorouders het westelijk deel van het Balkanschiereiland bezetten, vonden zij daar een groot aantal
Latijnsche kolonies en Grieksche steden en nederzettingen. In den loop van twaalf eeuwen hebben wij door
wederzijdsche huwelijken veel Grieksch en Latijnsch bloed opgenomen. Dientengevolge en onder den invloed
Leave a Comment