Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Look up keyword
Like this
3Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
Beredeneerde keuzen voor het behoud van kerkelijke textiel

Beredeneerde keuzen voor het behoud van kerkelijke textiel

Ratings: (0)|Views: 131|Likes:
Een belangrijk streven van 2008RE, het jaar van het religieus erfgoed, was de noodklok te luiden voor de kwetsbaarheid van ons religieus erfgoed. In dit artikel worden de problemen, waar dit waardevolle erfgoed mee te maken heeft, uiteengezet aan de hand van de meest kwetsbare groep voorwerpen binnen de RK-kerk: het liturgisch textiel.

In 2008, het jaar van het religieus erfgoed, wordt aandacht gevraagd voor de kwetsbare positie waarin kerkelijk erfgoed verkeert. Een groot gedeelte hiervan betreft textiel. Veel textiel in R-K kerken is de laatste 40 jaar in onbruik geraakt. Het ligt onder slechte bewaaromstandigheden op zolders en andere plaatsen met slechte klimatologische omstandigheden of komt binnenkort vrij uit kerken die gaan sluiten. Deze situatie is zorgwekkend omdat veel materiaal kunst- en cultuurhistorisch waardevol is. Niet alles kan bewaard worden: het zal nodig zijn criteria voor selectie te formuleren. Dit is een lastige opdracht, omdat er nog bijna geen onderzoek gedaan is naar religieus kunstnaaldwerk van de afgelopen anderhalve eeuw. Daarnaast zullen selectiecriteria afhankelijk zijn van de waarde die men aan het materiaal toekent. Textiel is in kerken gebruiksgoed, de museale waarde is op andere aspecten gebaseerd. Het grootste gedeelte van het textiel zal bewaard worden in de kerken zelf. Omdat er weinig specifieke kennis op het gebied van het bewaren van kwetsbaar erfgoed in kerken aanwezig is, zal het nodig zijn dat kerken bij deze omvangrijke taak geholpen wordt door specialisten uit de erfgoedsector.

Auteur: René Lugtigheid
Uitgever: SPCR
Jaar van uitgave: 2008
Bron: Cr 3 2008
Een belangrijk streven van 2008RE, het jaar van het religieus erfgoed, was de noodklok te luiden voor de kwetsbaarheid van ons religieus erfgoed. In dit artikel worden de problemen, waar dit waardevolle erfgoed mee te maken heeft, uiteengezet aan de hand van de meest kwetsbare groep voorwerpen binnen de RK-kerk: het liturgisch textiel.

In 2008, het jaar van het religieus erfgoed, wordt aandacht gevraagd voor de kwetsbare positie waarin kerkelijk erfgoed verkeert. Een groot gedeelte hiervan betreft textiel. Veel textiel in R-K kerken is de laatste 40 jaar in onbruik geraakt. Het ligt onder slechte bewaaromstandigheden op zolders en andere plaatsen met slechte klimatologische omstandigheden of komt binnenkort vrij uit kerken die gaan sluiten. Deze situatie is zorgwekkend omdat veel materiaal kunst- en cultuurhistorisch waardevol is. Niet alles kan bewaard worden: het zal nodig zijn criteria voor selectie te formuleren. Dit is een lastige opdracht, omdat er nog bijna geen onderzoek gedaan is naar religieus kunstnaaldwerk van de afgelopen anderhalve eeuw. Daarnaast zullen selectiecriteria afhankelijk zijn van de waarde die men aan het materiaal toekent. Textiel is in kerken gebruiksgoed, de museale waarde is op andere aspecten gebaseerd. Het grootste gedeelte van het textiel zal bewaard worden in de kerken zelf. Omdat er weinig specifieke kennis op het gebied van het bewaren van kwetsbaar erfgoed in kerken aanwezig is, zal het nodig zijn dat kerken bij deze omvangrijke taak geholpen wordt door specialisten uit de erfgoedsector.

Auteur: René Lugtigheid
Uitgever: SPCR
Jaar van uitgave: 2008
Bron: Cr 3 2008

More info:

Published by: Collectiewijzer Netwerk on Mar 01, 2010
Copyright:Attribution Non-commercial No-derivs

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

10/20/2014

pdf

text

original

 
Beredeneerde keuzen voor het behoud van kerkelijke textiel 
‘Niet voor de eeuwigheid’
Textiel speelt een belangrijke rol bij de rituelen in de rooms-katholieke kerk. Geschat wordt dat ongeveer vijfentwintig procent van alle voorwerpen in de R-K kerk van textiel is. Enkele jarengeleden heb ik onderzoek gedaan naar de huidige staat van dit textiel.
[1]
De onderzoeksresultaten zijn in 2005 gepresenteerd ineen rapport met aanbevelingen.
[2]
Vastgesteld werd dat ongeveeréén-vijfde deel van het onderzochte textiel in een matige tot slechte staat verkeert. Dat lijkt mee te vallen en is deels te ver-klaren uit het feit dat kerkelijk textiel gebruikstextiel is. Als ietskapot is wordt het vanzelfsprekend gerepareerd.
[3]
Althans, dat was gebruikelijk tot de jaren ’60 van de vorige eeuw. Als gevolgvan het Tweede Vaticaanse Concilie (1962 tot 1965),
[4]
raakte 80%van de priestergewaden en het altaartextiel in onbruik en kwamop zolders en in kartonnen dozen te liggen, met alle gevolgenvan dien (afb. 1). Tochtige, vochtige en ongeïsoleerde zolders zijnnu eenmaal niet geschikt voor het bewaren van kwetsbaar textiel.Dit textiel vormt één deel van de hier geschetste problematiek.Tijdens 2008 RE worden getallen gehanteerd, we moeten ergensvan uitgaan om deze materie inzichtelijke te maken. Men schat dat er de komende tien jaar vijfentwintig procent van de kerken vanrooms-katholieke signatuur zal sluiten, dat is ruim 400 kerken.Daarbij komen grofweg 47.000 voorwerpen vrij, waarvan, zoalsgezegd, vijfentwintig procent textiel is.
[5]
Wat gaat er gebeurenmet deze voorwerpen? Is het belangrijk om te bewaren en zo jawat wordt er bewaard en door wie?
Wat is de waarde?
Het onderzoek naar de staat van kerkelijk textiel was niet beperkt tot het vaststellen van de staat van individuele voorwerpen. Eengoede afweging van de problematiek kon alleen gemaakt wordenals ook de waarde van het voorwerp in de context van de kerk,maar ook in die van alle kerken in Nederland en, nog breder, in decontext van wat we ‘De collectie Nederland’ noemen, werdgeplaatst. Het zal duidelijk zijn dat hier niet zozeer de economi-sche waarde bedoeld wordt, als wel de kunst- en cultuurhistori-sche waarde.Voor religieuze kunstvoorwerpen geldt dat ze meer zijn daneen voorwerp: het zijn informatiedragers. In de beleving van de(oorspronkelijke) eigenaren is, zoals hierboven al geschetst is, de belangrijkste functie die als drager van religieuze rituelen, met deviering (mis) als hoogtepunt waarbij talloze voorwerpen een rolspelen, van het altaar met kruisbeeld tot de priestergewaden. Elkvoorwerp heeft zijn eigen functie binnen het ritueel en daarbin-nen zijn eigen specifieke symbolische betekenis. Textilia in dekerk, en in het bijzonder de paramenten,
[6]
dragen bij uitstek diesymbolische betekenis in zich (zie afb. 2).
[7]
In de kerk heeft eenvoorwerp vooral waarde wanneer het in die liturgische context isgeplaatst. Voorwerpen zonder die context worden leeg en ver-liezen waardering. Ze worden verwaarloosd, gaan kapot, wordenweggegooid en opgeruimd. Slechts een enkele keer wordt een beschadigd gewaad bewaard omdat er bijvoorbeeld veel goud- enzilverdraad in is verwerkt; dat herkent men als waardevol (afb. 2).Veel kunstvoorwerpen in de R-K kerk zijn producten van kunst-nijverheidsstromingen en/of ontworpen en gemaakt door kunste-naars. Dat geldt ook voor textiel. Tot aan het eind van de 19deeeuw was kerkelijk textiel een anoniem ambachtelijk product van
       1       6
       C     r
       3       2       0       0       8
Een belangrijk streven van het jaar van het Religieus Erfgoed(2008RE) is de noodklok te luiden voor de kwetsbare positiewaarin dit belangrijke erfgoed verkeert. Het is dé gelegen-heid om duidelijk te maken aan een ieder die het horen wil,maar vooral ook aan de groep beslissers die het níet horenwillen, dat het vijf voor twaalf is. In dit artikel wordt het  probleem uiteengezet aan de hand van de meest kwetsbaregroep voorwerpen binnen de rooms-katholieke kerk:het liturgisch textiel.
René Lugtigheid
1 Een afgedankte begin 19de-eeuwse koormantel op een vochtige zolder.Aan de binnenkant zit schimmel.
 
een paramentenatelier en was gewoonlijk niet gesigneerd. Daarkomt in de 20ste eeuw verandering in. Steeds meer ateliers signe-ren de kleding door er bijvoorbeeld een merkje in te naaien(wat mogelijkheden biedt voor datering en toeschrijving. Maarook werden er kunstenaars betrokken bij het productieproces.Bekende namen op het gebied van kerkelijk textiel zijn Hildegard(Brom-)Fischer (16-07-1908 / 22-04-2001, zelfstandig kunstenares,Duitse school) en Wim van Woerkom (08-03-1905 / 02-1998) diede belangrijkste ontwerper voor het gerenommeerde paramen-tenatelier A.W. Stadelmaier was.
[8]
Deze samenwerking had groot gevolg voor de kunstzinnige kwaliteit van de paramenten. Er zijnin de eerste helft van de 20ste eeuw interessante ontwikkelingenop het gebied van textiele vormgeving in de kerk geweest diehelaas nog maar zeer sporadisch zijn bestudeerd. Pas sinds kort dringt het besef door dat deze kunstnijverheidsstroming de moei-te waard is om te bestuderen. Kerkelijk textiel heeft vanuit diegedachte, naast een liturgische en culturele waarde, ook eenmuseale waarde.In het licht van het ontruimen van Nederlandse kerken is nu devraag wat die waarde is van al het textiel dat niet meer gebruikt zalworden. Deze vraag is belangrijk omdat er een selectie gemaakt zalmoeten worden, het is nu eenmaal niet mogelijk om alles te bewa-ren. De vraag waarom we dit erfgoed moeten bewaren is evident.De vraag wat we moeten bewaren is veel minder gemakkelijk te beantwoorden.
Noodzakelijk onderzoek
Als er binnen tien jaar inderdaad ruim 400 R-K kerken zullen slui-ten, dan schat men dat er minimaal 12.000 voorwerpen van textiel‘vrij’ komen. Waarschijnlijk is dit aantal vele malen groter. Het aantal werkelijke voorwerpen is afhankelijk van de wijze van tel-len.
[9]
Onder textiel worden de paramenten gerekend, maar ookde talloze communiebankkleden, koorknaap gewaden, vaandels,vloerkleden en talloze andere voorwerpen van textiel: waardevolcultuurhistorisch erfgoed naast onbetekenende tafelkleedjes enhanddoekjes, ongesorteerd. Dit zijn voorwerpen met een duide-lijke kerkelijke functie, die slechts sporadisch voor hergebruik inaanmerking kunnen komen omdat ze in onbruik en/of uit demode zijn en geen andere functionele waarde hebben dan in het kerkelijk ritueel (afb. 6). Het is kwetsbaar en vergankelijk materi-aal, dat zeker als het vies en afgedragen is, eerder wordt wegge-gooid dan bijvoorbeeld metalen voorwerpen. Het is helaas regel-matig het geval dat de vanuit kunsthistorisch oogpunt meest waar-devolle stukken door de eigenaren en beheerders niet als zodanigherkend worden. Een kast in de kelder met ‘gordijnen’ blijkt bij-voorbeeld een aantal 19de-eeuwse brokaten kazuifels te bevatten.Gelukkig wordt regelmatig hulp ingeroepen bij het selecteren
 7 
 C   r   3 
 2   0   0   8  
2 Een 19de-eeuws zijden kazuifel met gouddraadborduurwerk.3 A en B: Belangrijkeparamentenateliers gaanvanaf het begin van de 20steeeuw de priestergewadensigneren. Deze merktekenskunnen van nut zijn bij hetdateren van het textiel.4 Vanaf het tweede kwart van de 20ste eeuw is de invloed van kunstenaars opde vormgeving van paramenten duidelijk merkbaar. Op de foto is een kazuifel vanca. 1958 te zien, naar een ontwerp van Wim van Woerkom voor het paramenten-atelier Stadelmaier.
 
5 Niet meer in gebruik zijnde paramenten, in verschillende kleuren van hetliturgische jaar, opgeborgen in een stoffige la op een zolder.6 Schade aan een kazuifel, ontstaan door slijtage en slechte bewaar-omstandigheden.
van dit textiel. De meeste bisdommen hebben een DiocesaneCommissie voor Kerkelijke Kunst (DCKK), die verantwoordelijkis voor de inventarisatie van de kerkelijke kunst in de parochies.De DCKK’s laten zich bijstaan door de Stichting KerkelijkKunstbezit in Nederland (SKKN).
[10]
Als onafhankelijke landelijkeorganisatie hebben de medewerkers van de SKKN een goed beeldvan wat er zich in Nederlandse kerken voor roerende voorwerpen bevinden. Textiel is echter een relatief onontgonnen gebied. Tot een tiental jaren geleden werd textiel alleen geïnventariseerd alshet van voor 1900 dateerde, 20ste-eeuws textiel werd als weinigrelevant gezien. Alleen bijzondere stukken werden opgenomen ininventarislijsten. Een omissie, waardoor het nu nodig is om eeninhaalslag te maken.De voornaamste taak van de SKKN is het inventariseren vanvoorwerpen. De gegevens die de stichting beheert zijn van zeergroot belang voor het op waarde schatten van het religieuze tex-tiele erfgoed. De adviezen die de SKKN geeft voor het selecterenvan kerkelijk textiel zijn gebaseerd op de (grote) ervaring eninhoudelijke kennis van de medewerkers, maar niet getoetst aanwetenschappelijk onderzoek of kennis over wat voor textiel zichin Nederlandse museale collecties bevindt. Dergelijke basisinfor-matie is er namelijk niet. Kerkelijk textiel in Nederland is nogmaar zeer sporadisch onderwerp van kunsthistorisch onderzoekgeweest. Op dit moment wordt er promotieonderzoek gedaannaar Nederlandse paramentenateliers in de periode 1850-1965.
[11]
Dit onderzoek heeft nu al zeer bruikbare informatie opgeleverd.Het is echter nog maar een begin, kunsthistorisch onderzoek zalgeïntensiveerd moeten worden om een goede waardestelling vanhet religieus textiel te kunnen maken.
Kerkelijke collecties getoetst aan de museale
Een analyse van wat voor religieus textiel zich in museale collec-ties in Nederland bevindt, is een volgende stap om tot een waar-destelling en selectiecriteria te komen. Daarbij zal duidelijk wor-den waar de lacunes zijn en waar meer onderzoek nodig is. Degrootste collecties op dit gebied zijn echter niet ontsloten en daar-door slecht toegankelijk. Museum het Catharijneconvent is plan-nen aan het ontwikkelen om zijn omvangrijke collectie kerkelijktextiel digitaal te ontsluiten en toegankelijk te maken voor een breder publiek. Een geweldig initiatief dat echter nog de nodige jaren in beslag zal nemen voordat het werkelijk gebruikt kan gaanworden.Tot zo ver is het echter een kwestie van inventariseren. De volgen-de stap is veel complexer. Er zullen criteria geformuleerd moetenworden voor het vaststellen van wat wij onder belangrijk religieuserfgoed verstaan. Welke textiele objecten vinden wij behoren tot ‘De Collectie Nederland’? Het ligt voor de hand dat hiervoor niet alleen kunsthistorische maar ook cultuur- en kerkhistorischeargumenten geformuleerd moeten worden. Pas als die criteria erzijn kan men overgaan tot het selectieproces.
Leidraad voor het Afstoten van Kerkelijke Objecten
Het ligt voor de hand om te kijken in hoeverre de door het ICNontwikkelde Leidraad voor het afstoten van museale objecten(Lamo) kan worden omgewerkt tot een kerkelijke variant.
[12]
Opeen aantal punten is men hiermee al een eind op weg. De SKKN issinds 1977 bezig om kerkelijke roerende goederen te inventarise-ren. Sinds 2003 wordt daaraan ook een waardestelling verbonden,de zogeheten kerncollectie. Deze waardestelling is voor een groot gedeelte gekoppeld aan de kerk en de parochie waarin de voor-werpen zich bevinden. Dat ligt voor de hand. Veel textiel ontleent zijn waarde aan de parochiale geschiedenis. Voorbeelden hiervanzijn vaandels van regionale verenigingen en kerkelijke gewadendie aangeschaft of geschonken zijn bij speciale feestelijkheden.Musealisering van deze voorwerpen is onherroepelijk een verliesvan deze, maar ook van de liturgische toegevoegde waarde. Dezecomplexe materie kan alleen goed worden beoordeeld als de pro- jectgroep, die zich zal buigen over de selectiecriteria, een bredevertegenwoordiging heeft uit zowel de kunsthistorische, musealeals kerkelijke wereld.
Behoud en beheer
Selectie is nog maar één stap, zij het wel een belangrijke. De vol-gende vraag is waar en door wie al het geselecteerde materiaal bewaard moet worden. Musea hebben vaak beperkte depotcapaci-teiten. Men zit ook niet te wachten op grote hoeveelheden kwets- baar materiaal. Veel textiel zal daarom door de kerken zelf  bewaard moeten worden. Dat kan niet zonder meer, omdat eerst de bewaaromstandigheden in kerken geschikt moeten wordengemaakt, om te voorkomen dat het textiel alsnog vergaat. Eenregelmatig gehoorde uitspraak in kerken is: ‘een kerk is geenmuseum’, wat zoveel betekent als dat de behoudtaak in veelNederlandse kerken geen prioriteit heeft (afb. 7). Men heeft gezien de grote terugloop aan kerkbezoekers wel andere zorgen.Is hier nu sprake van een patstelling? Het zal duidelijk zijn dat dekerken niet alleen de verantwoordelijkheid moeten dragen voorhet behoud van dit belangrijke cultuurgoed. Het zal nodig zijn omvanuit onze bekwaamheid als erfgoedbeheerders de kerken te hel-pen met het beheren van hun omvangrijke collecties. Dit is nodigomdat kennis en ervaring meestal niet aanwezig is, wel de wil omiets te doen! Een probleem hierbij is dat vakliteratuur op het gebied van behoud-en-beheerproblematiek in de kerken vaak alseen ‘ver van mijn bed-show’ wordt gezien. Er moet ook aan onze
       1       8
       C     r
       3       2       0       0       8

Activity (3)

You've already reviewed this. Edit your review.
1 thousand reads
1 hundred reads
Daphne Reijs liked this

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->