o v e r we g i N g e N
ba r mha rti ge
2
dank je wel !!!voorouders van de bewegingvan barmhartigheid
De bijeenkomst op 21 november waseen warm bad voor mij. 250 mensenop de Landelijke Dag, die in het tekenstond van mijn afscheid van verant- woordelijkheden in de Beweging. Dat was niet door mij bedacht. Het wasimmers de eerste keer na elf jaar dat ik de bijeenkomst niet zelf had voor-bereid. De sympathie en vriendschapIn 2010 is het 350 jaar geleden dat Vincent Depaul en zijn medewerksteren vriendin Louise de Marillac gestor- ven zijn. Voor ruim anderhalf miljoen volgelingen van Vincent en Louise, ook van buiten de katholieke gemeenschap,is 2010 een jubileumjaar. De Fransepriester Vincent (1581-1660) en Louise(1591-1660) hebben de barmhartigheidin het 17de-eeuwse Europa bewaard,zijn oorspronkelijke betekenis gegeven,gepropageerd en een beweging opgang gebracht. Zodat wij daar nu nogop kunnen voortbouwen. Je zou ze de voorouders van onze Beweging vanBarmhartigheid kunnen noemen.In hun tijd was armoede een levenslot dat men maar moest verdragen. Armenkonden niet op veel mededogen rekenenen werden voortdurend letterlijk in demarge van de maatschappij geschopt.En toen kwamen die bewogen Vincent,ontroerden me. En daar komt dan plot-seling minister Hirsch Ballin binnensamen met burgemeester Van deMortel van Vught om mij tot ridder tebenoemen. In mijn dankwoord heb ik nadrukkelijk gezegd deze onderschei-ding te willen zien als aan ons allengegeven. Een bevestiging dat ook maat-schappelijk gezien wordt dat barmhar-Louise en hun volgelingen in beweging.Zij behandelden de armen als mees-ters en vorsten, zoals wij behandeld willen worden als we zelf ziek zijn enons gemarginaliseerd voelen. En zomaakten die vertrapte armen het vol-gende mee:
“Degene die van dienst is, zal het mid-dagmaal klaar maken en het naar de ziekebrengen. Ze zal hem eerst hartelijk groeten,het tafeltje op het bed plaatsen, een servet ophet tafeltje leggen, er een beker, een lepel enbrood op leggen. Ze zal de zieke de handenhelpen wassen en het gebed voor het eten met hem bidden. Dan giet ze de soep in het kom-metje, legt het vlees op de schotel en plaatst dit alles op het tafeltje. Ze nodigt de ziekevriendelijk uit om te eten in naam van deHeer en van Zijn moeder. Ze doet dit alles met liefde alsof het haar eigenzoon was. Het is God die zegt dat je voor Hem
tigheid relevant en broodnodig is inonze samenleving.En dan de dikke map met zoveelbijdragen van velen van jullie. Heelbijzonder, temeer omdat het eencomplete verrassing was. En julliebegrijpen dat ik na de onderschei-ding overstelpt ben met telefonischefelicitaties, kaarten en brieven enE-mails. Ik zie geen kans om iederpersoonlijk te danken. Daarom wil ik ieder van jullie hartelijk danken voorde verbondenheid, de genegenheid en vriendschap die ik op zoveel wijzenheb ontvangen.Uiteraard neem ik geen afscheid vande Beweging. Op de achtergrond wil ik me er voor blijven inzetten.En ik hoop dat dit gebeuren ook julliegesterkt en gestimuleerd heeft om televen en werken vanuit barmhartig-heid en de Beweging als participant te blijven ondersteunen en verder telaten groeien.
Nog één keer: Dank, dank, dank!
doet wat je voor de armen doet. Wanneeriemand de zieke gezelschap houdt, gaat zij naar een andere zieke. Het laatst gaat zij naar hen die alleen zijn opdat zij er het langst zou kunnen blijven.”
‘Ecrits de St. Vincent’ – Coste XIII, 427Wim VerschurenFrater Pieter-Jan van Lierop
Add a Comment