Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Save to My Library
Look up keyword
Like this
2Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
Untitled

Untitled

Ratings: (0)|Views: 286 |Likes:
Published by Jo-annn

More info:

Published by: Jo-annn on Mar 23, 2010
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as TXT, PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

03/23/2010

pdf

text

original

 
M8 - Schematechnieken en databases 1 - Informatiestromen en bedrijfsprocessen in kaart brengen met DFD'S Een model Een model ©InformatieplanInformatiestromen en bedrijfsprocessen in kaart brengen met DFD's.Elk bedrijf heeft een visie op ondernemen en zal op basis daarvan zijn bedrijfsbeleid uitstippelen. Het informatiebeleid is vervolgens weer een afgeleide van het bedrijfsbeleid. Als het goed is wordt er naar aanleiding van het informatiebeleid een informatieplan opgesteld.Uit het informatieplan blijkt de visie die het management heeft op de informatieverzorging en -voorziening. Bijvoorbeeld of men in een bedrijf een intranet gaatopzetten en daardoor de documentatie op papier, zoals handleidingen, grotendeels overbodig maakt. Een ander voornemen kan zijn om van een bekabeld netwerk overte schakelen op een draadloos netwerk.Het informatieplan is simpel gezegd een actieprogramma waarin voorstellen wordengedaan voor projecten die nodig zijn om het informatiebeleid te realiseren. Voor deze projecten wordt een tijdlijn uitgezet en wordt een kosten/baten-analyse gemaakt. Vaak houdt zo
’n project in dat er een informatiesysteem ontwikkeld moetworden; er is met andere woorden sprake van een systeemontwikkelingsproject.Bij systeemontwikkeling met behulp van de methode SDM worden verschillende fasendoorlopen. In de eerste fase, de Informatieplanning, brengen we informatiestromen en bedrijfsprocessen in een organisatie in kaart. Hierbij maken we gebruik van een schematechniek die zogenoemdeDFD
 
s oplevert.DFDMet behulp van deze techniek kunnen we aangeven welke documenten worden gebruikt, welke gegevens binnenkomen en welke eruitgaan, welke mensen de gegevens verstrekken, enzovoort. Natuurlijk kunnen we niet alles opnemen, we beperken ons tot zaken die met het systeem te maken hebben. Zo is van een vertegenwoordiger niet interessant waar hij geboren is, maar wel welke klanten hij heeft bezocht.Een voorbeeld van een DFD. Model Artikel van Computable:"Modelleren is geen doel maar een middel
 
"Wanneer je deze informatiestromen in kaart brengt, maak je een model van het systeem: een schema dat volgens bepaalde regels wordt opgesteld. Modellen zijn altijd een beperkte weergave van de werkelijkheid. Het heeft geen zin om te proberenálles onder woorden te brengen.Een beknopte tekening geeft veel duidelijker aan hoe het systeem in elkaar zit dan een pagina tekst. Een tekening is namelijk veel overzichtelijker, sneller tebegrijpen, beter te controleren en makkelijker te wijzigen. Een bouwkundige bijvoorbeeld maakt dan ook liever gebruik van een schema dan van een beschrijving. Datzelfde geldt voor een systeemontwikkelaar.In allerlei vakgebieden gebruikt men liever tekeningen dan beschrijvingen.SymbolenBij het maken van zo’n schema kun je natuurlijk pen en papier gebruiken en zelfeen aantal symbolen kiezen. Maar het is handiger om uit te gaan van een vaststaande symbolenset, die voor iedereen dezelfde betekenis heeft. Zo’n symbolenset ende afspraken over de manier waarop je ze toepast, heet een modelleertaal.Voor verschillende vakgebieden bestaan verschillende modelleertalen. Zo is de taal van een elektrotechnicus anders dan die van een architect. Voor elke taal geldt dat ze aan een aantal eisen moet voldoen wil ze bruikbaar zijn:De modelleertaal moet een voorspellend karakter hebben. Dit bete
 
kent dat het mogelijk moet zijn om uit een model af te lezen welke invloed het systeem zal hebben op de omgeving en hoe het zich onder bepaalde omstandigheden zal gedragen.Er moeten zowel tekeningen als tekst opgenomen kunnen worden.De modelleertaal moet zodanig zijn dat je eenvoudige en complexe systemen kunt weergeven.De modelleertaal moet duidelijk zijn. Dat wil zeggen dat uit een model gemakkelijk af te leiden moet zijn wat het systeem is of wat het doet.Het moet mogelijk zijn om grof te beginnen en daarna steeds verder te verfijnen. Je begint bijvoorbeeld met een tekening van het geheel van een huis. Daarna toon je op een andere tekening een deel van het huis, bijvoorbeeld de zolder. Daarna laat je zien hoe op de zolder de ruimte voor de cv-ketel eruit ziet. Je gaat een detail steeds nauwkeuriger bekijken, je daalt als het ware af in zo’ntekening. In de automatisering heet dat ‘top-down ontwikkelen’.In module 5 worden PSD’s besproken. Deze Programma Structuur Diagrammen worden vóór het daadwerkelijke programmeren opgesteld. Ze hebben tot doel om de onderdelen van een computerprogramma schematisch weer te geven. Het is mogelijk om uit zo’n PSD, mits dit aan de voorgeschreven regels voldoet, direct de broncode van een programma af te leiden.CASE-toolsEr komen steeds meer programma’s op de markt waarin allerlei tools (letterlijk ‘gereedschappen’) zijn geïntegreerd. Deze programma’s, die weCASE-tools noemen, zijn een hulpmiddel bij het ontwikkelen van systemen. Bekende CASE-tools zijn:Oracle Designer 10gDBDesigner, met zijn opvolger MySQL WorkbenchStruktoGraaf is een CASE-tool voor het maken van PSD’s die omgezet kunnen wordenin programmacode.CASE-tools worden ook wel workbenches genoemd, hoewel er wel enig verschil is. CASE-tools worden alleen voor software-ontwikkeling ingezet, terwijl workbenchesook buiten het vakgebied van de informatica voorkomen. Zo bestaat er ElectronicsWorkbench, een set programma’s waarmee je schakelingen kunt simuleren of elektronische schema’s kunt maken. Hieronder zie je een voorbeeld van zo’n schema.Conceptueel model en implementatiemodel Bij het ontwikkelen van informatiesystemen maken we onderscheid tussen wát het systeem moet doen en hóe dat technisch gerealiseerd moet worden. Dit onderscheidmaak je ook in de modellen. Het model dat beschrijft wat een informatiesysteem moet doen heet het conceptueel model. Het model dat beschrijft hoe dit moet gebeuren, wordt het implementatiemodel genoemd.Dit is een belangrijke tweedeling, die je overal in de systeemontwikkeling tegenkomt. Eerst beschrijf je wat een systeem moet kunnen, daarna pas hoe dit moet gebeuren, met welke hard- en software. Je vindt dezelfde tweedeling terug in de rapporten die in de SDM-fase Detailontwerp worden opgeleverd. Daar wordt gesprokenover het functioneel ontwerp en het technisch ontwerp:In het functioneel ontwerp wordt besproken wat een systeem allemaal moetkunnen.in het technisch ontwerp hoe dit moet worden gerealiseerd. ________________________________________ M8 - Schematechnieken en databases 1 - Informatiestromen en bedrijfsprocessen in kaart brengen met DFD
 
S Data Flow Diagrams
 
 1 - Data Flow Diagrams2 - Betekenis van de symbolen3 - Relatie met de omgeving4 - Het opstellen van een contextdiagram 1 - Data Flow Diagrams ©Kijk voor dit programma op:www.toadsoft.comOm aan te geven hoe het nieuwe informatiesysteem eruit ziet in het conceptueel model maken we vaak gebruik van Data Flow Diagrams, afgekort tot DFD’s. Deze diagrammen geven het systeem slechts beperkt weer. Alleen de aspecten die van belangzijn voor het systeem worden opgenomen. Omdat een DFD alleen maar weergeeft wateen informatiesysteem moet kunnen, zul je dan ook alleen die aspecten tegenkomen. Antwoorden op de vraag wie iets doet of met welk apparaat dat gebeurt, vind je niet. Wel wordt verteld welke handelingen er worden verricht en met welke gegevens. Deze handelingen worden systeemfuncties of transformatieprocessen genoemd. SysteemfunctiesEen DFD geeft weer welke systeemfuncties er in het informatiesysteem zitten en wat hun onderlinge relaties zijn. Een DFD vertelt dus níet:of de processen handmatig of geautomatiseerd worden uitgevoerd;met welke apparatuur of door welke personen de processen worden uitgevoerd;hoe de processen zijn verdeeld over de afdelingen van een organisatie;in welke volgorde de processen worden uitgevoerd;hoeveel tijd een proces nodig heeft;hoeveel gegevens een proces verwerkt.Eerst behandelen we DFD’s voor administratieve informatiesystemen. Bij deze informatiesystemen hebben we te maken met processen die alleen gegevens verwerken. De relaties tussen de processen zijn dan ook gegevensrelaties.Bij technische informatiesystemen vindt ook besturing plaats, zoals het aan- enuitzetten van apparaten. Er is dan sprake van andere gegevensrelaties. Je vindtdit ook terug in de symbolenset die bij deze diagrammen gebruikt wordt.De DFD
 
s zijn getekend met behulp van Toad Data Modeler/Case Studio 2, een programma waarvan de demoversie shareware is.Voorbeeld: vluchtvolgsysteem Een gecombineerd DFD van het zoeken van vluchtgegevens.In bovenstaande figuur zie je een DFD dat een (administratief) informatiesysteembeschrijft waarmee vluchtgegevens kunnen worden opgevraagd (een automatisch vluchtvolgsysteem). Voor het gemak is in dit DFD aangegeven welke objecten van buiten voor het systeem van belang zijn, bijvoorbeeld de gebruiker en de vluchtleiding. We noemen dit ook wel een gecombineerd DFD.Je vindt hierin de volgende symbolen:Bron of bestemming, ook vaak buitenwereld genoemd.Functie of proces.Gegevensverzameling of buffer.Gegevensstroom.Het is een beperkte set ies, maar toch is er veel mee mogelijk. ________________________________________  

Activity (2)

You've already reviewed this. Edit your review.
1 thousand reads
1 hundred reads

You're Reading a Free Preview

Download
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->