/  8
 
 Voor de vijftigste keer is deze Nieuwsbrief met veel liefde en zorg samengesteld,opgemaakt, gedrukt en verzonden. Kijken weer vluchtig naar en scannen we wat we aardig vinden of besteden we er echt aandacht aan,indachtig de missie van onze Beweging? DezeNieuwsbrief zou de vluchtige lezer als het ware willen toeschreeuwen: “Zie je niet wieik ben, hoe mooi ik ben, welke waarde benik voor jou?” De vluchtige lezer kijkt naar deNieuwsbrief, maar hoort en ziet hem niet.
 
 Word ik wel gezien?
Deze diep-menselijke vraagstellen wij ons een leven lang, misschien niet ieder moment van de dag, maar vaker dan we denken. Het huilende kind vraagt het, deprotesterende puber, de jong volwassene die van betekenis wil zijn, de eenzame oudere: we vragen ons allemaal af: “Word ik wel gezien?”De jongste zoon die er op los leefde, aan lager wal raakte vraagt het zich af: “Word ik welgezien?” En de oudste zoon die zegt: “en ik dan?” vraagt zich af: “Word ik wel gezien?”Het antwoord op deze vraag is wellicht teleurstellend: vaak niet! Maar troostrijk  voeg ik daar aan toe: vaak ook wel!Eigenwaarde is gegrondvest op het diep verborgen besef dat al onze namengeschreven staan in Gods hand of wat minder religieus: het diepe besef dat ik steeds weer word gezien door het goede hart  van anderen. En die bewogenheid van deander doet ons goed. De vraag ‘
word ik wel gezien?
’ doet eendubbel appèl. Ten eerste naar de ander:Alsjeblieft Ander, heb oprechte aandacht  voor mij. Zie me als een uniek, waardevolmens en niet als een object, als de zoveelstekeer, als een burgerservicenummer. Maarook een appèl aan mijzelf: ervaar dat jegezien mag worden. Steeds weer en juist als je het niet verwacht is er die ander die jou welkom heet, jou waardeert.Ik ben de vijftigste Nieuwsbrief van deBeweging van Barmhartigheid. Velen hebbennaar mij uitgekeken, me aandachtig gelezen,hebben verwijld op het middenkatern met die mooie gedichten en aforismen. Ik bentrots op mezelf want ik word graag gezien.
i  wi  #
ap rl 0 0  |    # 5  0  |   f rate r s  c m m 
i   e n- e w o  g  e n o  d  e n-  n e w e  g i  n g  o m e n
 b  
 v  
 b  
rd an de redactie
Tussen de eersteNieuwsbrief in oktober 1998– een simpele fotokopie – ennu, nummer 50, ligt een heleontwikkeling.Wie ze doorbladert kan degestage groei enontwikkeling volgen. Heelwat Nieuwsbrieven halen devijftig niet. Wij zijn van plannog lang door te gaan.We gaan het als redactie eenbeetje vieren en gaan samenmet jullie dankbaar enwelgemoed verder.In deze Nieuwsbrief bestedenwe speciale aandacht aanzien en gezien worden.De eerste van de welbekendedrieslag.
Word ik wel gezien?
Marius Buiting
 Voorzitter bestuur vOns Zelf 
, collage 2009, Caren van Herwaarden
 
wi  
 ba r mha rt ge
2
al wat je gedaan hebt
Hoe kijk ik naar mensen? Als anderenwaar je geen boodschap aan hebt,zonder naam en gezicht? Of zie je henals medemens, gelijkwaardig aan jou?En herken je in hen hetzelfde diepeverlangen naar geluk, naar verbinding?En hoe kijk ik naar mensen die kwets-baar, arm en klein zijn, die lijden? Latenze me koud? Kijk ik de andere kant uit? Kijk ik op hen neer? Loop je er aanvoorbij zoals die twee in de parabelvan de barmhartige Samaritaan? Of zie je deze mensen zodanig dat ze jeraken? Dat je je zelf er in herkent, jeeigen broosheid en gebrokenheid. Enword je als het ware vanzelf gedrongenin beweging te komen, je tot naaste temaken?Kijken: met koele blik, en blijven zittenwaar je zit.Zien: Kijken met het hart. Uit jezelf treden: barmhartige liefde.
Waarom breng ik het vaak niet verderdan kijken? Als toeschouwer?En waarom ben ik toch, hoop ik, doorhet leven heen, door wat ik zelf hebmeegemaakt, aan het leren om te zien?Ik denk dat barmhartige liefde tendiepste ons is ingeschapen. Het hoort bij ons mens-zijn. Daarom weet ik ’savonds, als ik terugkijk op de dag, goed wanneer ik tekort ben geschoten. Maarduidelijk is ook dat er een harde korst om de parel van de barmhartigheid inons is gegroeid, die ons hardvochtig,onverschillig of egocentrisch maakt.Wat heeft mij geholpen om steeds meerde weg van de barmhartigheid te gaan?Laten we eerlijk zijn, gemakkelijk isdat niet, want opengebroken wordendoet zeer.De zeven werken van barmhartigheid van de Meester van Alkmaar is voor mijeen eye-opener. Wat dit schilderij vande Meester van Alkmaar (1604) overde hele wereld bekend maakt is, dat deschilder Jezus plaatst onder degenendie honger hebben, ziek zijn, geenkleding hebben. Hij wil ons zeggen: zie je, zij zijn even belangrijk als ik. Beterdan veel woorden laten deze beeldenzien wat Jezus bedoelde met zijnuitspraak: “Al wat je gedaan hebt vooreen van de geringsten van mijn broe-ders of zusters heb je aan mij gedaan”.Voor Joannes Zwijsen, de stichter vande zusters en fraters van Tilburg, wasdeze uitspraak van Jezus hét woord vande barmhartigheid. Het inspireerdehem en zijn navolgers om te proberennaasten te zijn. Ik begrijp mensen diezeggen: dat is mystiek. God ontmoetenin de medemens.Die werkelijkheid openbaart zich maarlangzaam aan mij.Al kan ik het nauwelijks vatten, het helpt mij wel om de ander als kostbaarte zien, ook als ik de ander afstotelijk  vind, helemaal niet mag, als de andermijn irritatie oproept, mijn type niet isof, ja zelfs als ik me gekwetst voel.Als ik in ZIN soms nog de ochtendme-ditatie verzorg, sluit ik altijd af met eendiepe buiging voor elkaar.Belangrijk is in de uitspraak van Jezus,dat hij spreek over broeder en zuster.De ander, wie hij ook is als je broederen zuster zien, als gelijkwaardig aan jou. Dat is wat! Jezus roept op tot universele broeder-schap, als enige weg naar vrede. Het is niet toevallig, dat in onze gemeen-schap barmhartigheid en broeder-schap onlosmakelijk bij elkaar horen.Ook in de chassidische verhalen wordt duidelijk, dat je een hele weg hebt af teleggen om de ander echt te zien als jebroeder en zuster:
 Wanneer breekt de morgen aan?Is het het moment als je in de verte een hondvan een schaap kunt onderscheiden?Nee, zei de rabbi.Is het als je uit de verte een dadelboom vaneen vijgenboom kunt onderscheiden?Nee, zei de rabbiMaar wat dan vroegen de leerlingen?Het is, zei de rabbi, als je in het gezicht van een ander kunt kijken en daarin jebroeder of zuster ziet Tot dat moment is de nacht nog bij ons.
Wim Verschuren
De eerstvolgende keer dat je je vrese-lijk opwindt – als je bijvoorbeeldvastzit in het verkeer of in een afschu-welijk lange wachtrij voor de kassastaat – kun je de volgende oefening proberen. Het kan je helpen je meer verbonden te voelen met de wereld om je heen zodat je opwinding als sneeuwvoor de zon verdwijnt.
1: Richt je aandacht op je ademhaling.Voel hoe je longen zich bij elke inade-ming vullen met lucht en hoe ze zichontspannen bij elke uitademing.2: Laat nu een gevoel van warmte in jehartcentrum binnenkomen. Adem inen uit vanuit dit gebied alsof je de hele wereld van daaruit zou ervaren.3: Concentreer je nu op die persoon in jouw nabijheid waarvan je nu, op dit moment last hebt. Dat kan die treu-zelaar bij de kassa zijn, of de autobe-stuurder die het verkeer ophoudt.4: Zie deze persoon omringd doorlicht. Stel je de kleine details vanhaar/zijn leven voor. Ze/Hij staat elkeochtend op, neemt een douche, ontbijt,gaat de strijd aan met het verkeer –alles wat jij ook doet.5: Laat jezelf affectie voelen met dezeonbekende. Een ieder van ons gaat elkedag de strijd aan met duizend kleinedingen om te kunnen overleven.6: Zeg in stilte, met deze persoon ingedachten: Moge het je goed gaan.Laat de warmte en het licht in je hart-centrum uitstralen naar deze persoonalsof je haar helemaal omhult met zonneschijn.7: Merk op wat voor gevoel deze oefe-ning je geeft. Voel je net dat kleinebeetje meer compassie met anderen indeze wereld?
oefening 
 Anders kijken naar ‘lastige’ mensen op je pad
uit:
Het Geschenk van Liefdevolle Aandacht, 100Mindfulnessoefeningen
van Mary Brantly & Tesilya Hanauer
 
 o w g i   g 
 ba r mha rt ge
3
eenoogje - tweeoogje -drieoogje
 Jan Verhallen
Sprookjes zijn kleine theatertjes. Figuren die er in spelenzijn ‘karakters’ die we meestal gemakkelijk bij onszelf terugkennen.Het verhaal van Eenoogje - Tweeoogje - Drieoogje gaat als volgt:
Er is een moeder met drie dochters. De meisjes wordengekenmerkt door hun kijkers. Eenoogje heeft één groot oog, midden op het voorhoofd. Tweeoogje heeft twee ogen,op de bekende plaatsen. Drieoogje heeft een oog op het  voorhoofd en twee gewone oogjes. De moeder, Eenoogjeen Drieoogje staan uitgesproken vijandig tegenoverTweeoogje, omdat ze er uitziet als iedereen, niets bijzon-ders heeft! Zij moet alles in het huishouden doen en ook het geitje hoeden. Terwijl Eenoogje en Drieoogje de hele dagluieren en zich tegoed doen aan allerlei lekkernijen, krijgt Tweeoogje nauwelijks te eten. Dan komt een goede fee haarte hulp. Tweeoogje leert een gemakkelijke toverspreuk:“Geitje melk, tafeltje dek” moet ze zingen als ze met het geitje in het vrije veld is. Dan staat er ineens een keuriggedekt tafeltje met goed en gezond voedsel. De restjes diehaar door haar zussen worden toegeschoven, laat ze staan.De moeder wil er achter komen hoe het mogelijk is dat zeer toch zo goed uit blijft zien. Eenoogje krijgt de opdracht mee te gaan naar het veld en goed op te letten. Tegende middag wordt ze door Tweeoogje in slaap gezongen:“Eenoogje waak je, Eenoogje slaap je”. Het diner komt eraan en Eenoogje heeft niets gezien. Dan is Tweeoogje aande beurt. Tweeoogje vergist zich en zingt: “Drieoogje slaap je, Tweeoogje waak je”. Het derde oog heeft alles gezien…Voor Tweeoogje volgt dan een ramp. Het geitje wordt geslacht. Bij gunst en gratie krijgt ze het hart van het geitje.Dat begraaft ze, en zie: op die plaats groeit een wonder-lijk mooie boom. Zilveren bladeren en gouden appels.Niemand, behalve Tweeoogje kan ook maar het kleinstetakje van de boom afbreken. Dan komt de prins, Tweeoogje wordt koningin en ze leven nog lang en gelukkig!
Eigenlijk is het niet goed te praten, een sprookje zó samente vatten. Een sprookje uit gaan leggen is al helemaalbetweterig en ijdel!Je moet sprookjes vertellen en er van genieten! Maar toch...tegen beter weten in...
In dit sprookje wordt een schat aan beelden aangereikt. Alstransparanten schuiven ze over elkaar heen: de paradijs-boom; de boom van kennis van goed en kwaad; de appel uit de Hof van Eden; de twistappel van Hespiriden; de soberegeit, totemdier van de Griekse filosofen; de kracht vanmantra’s en nog veel meer.Het meest boeiend zijn uiteraard de drie meisjes.Eenoogje: hoe kijkt ze met dat ene oog? Is ze verwant aanPolyfemos, de eenogige reus uit Odyssea, die loerend zijnlust en land bewaakt? Het ene oog staat voor het zien vanhet instinct, primitief en ongenuanceerd. Eenoogjes zijnniet zo zeldzaam!Tweeoogje kijkt met twee ogen, maar ziet de dingen met  verstand en gemoed. Drieoogje lijkt de meest gefortu-neerde. Zowel het instinct als het ordenend verstandhebben hier hun zintuig!Schijn bedriegt! Het sprookje vertelt wat anders: Drieoogjeis te beschouwen als een tussenfase in ontwikkeling vanprimitief instinctief zien naar menselijk kijken. Drieoogjelijkt op een kikkervisje: er zijn al wel pootjes, maar ook het zweepstaartje is er nog.Bij de Tweeoogjes is dat ‘extra’ oog weg gegroeid. Kijkendoe je met twee ogen. Om te zien heb je daar genoeg aan.Het sprookje zegt dat je ‘extra’ ogen moet wantrouwen,dat die eigenlijk niet deugen, of ze nu gericht zijn op hoog verheven idealen, of op lage primitieve lusten. Twee ogen,meer heb je niet nodig. Door met die ogen goed te kijken,kan het zien tot ‘geest-drift’ voeren.Een sprookje over kijken en zien

Share & Embed

More from this user

Add a Comment

Characters: ...