Welcome to Scribd. Sign in or start your free trial to enjoy unlimited e-books, audiobooks & documents.Find out more
Download
Standard view
Full view
of .
Look up keyword
Like this
5Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
Montessori werkvormen

Montessori werkvormen

Ratings: (0)|Views: 1,732|Likes:
Published by Nienke Krook
Montessori werkvormen
Montessori werkvormen

More info:

Published by: Nienke Krook on Mar 31, 2010
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

12/10/2012

pdf

text

original

 
Montessori werkvormen
 
Inhoudsopgave:1. Het begeleiden van het individuele werken 012. De les in drie perioden 043. Het materiaalspel 054. De stilteles 065. Het streeplopen 076. De algemene les 087. De voorwaarden hulp- en oefenmateriaal 148. Het taalspel 159. Versje 1610. Vertellen 1711. Het ontwikkelingsverhaal 1912. Prentenboek 2013. Expressielessen 2114. Het huishouduur 24bijlage:schema voorbereiding en verslag groepsactiviteit
1.HET BEGELEIDEN VAN HET INDIVIDUELE WERKEN1. Het kind gaat voornamelijk individueel aan het werk. Je moet ervoor zorgen dat jeoverzicht houdt over de hele groep (verdeelde aandacht). Dit houdt tevens in het opzettenvan een organisatie, waarbij inbegrepen het instellen en handhaven van regels, die dezelfstandigheid en de individuele ontwikkeling van het kind zoveel mogelijk tot hun rechtlaten komen. Jouw rol is observerend. Je geeft op basis daarvan de hulp die kinderen voorhun ontwikkeling nodig hebben. Je ziet erop toe, dat het kind - afhankelijk van hetontwikkelingsniveau - kiest voor het juiste materiaal.Je kunt het kind stimuleren door het bijvoorbeeld kennis te laten maken met nieuweinhouden of nieuw materiaal. In het laatste geval gebeurt dit in de vorm van een individueellesje. Je laat daarin het kind zien hoe met het materiaal om te gaan. Het heeft tot doel hetkind op gang te brengen.Het is ook mogelijk dat je tussenbeide komt terwijl het kind werk verricht dat bij zijnontwikkelingsniveau past. In de zulke gevallen gaat het erom het kind verder te helpen,zodat het verwerkingsproces het kind op een hoger niveau brengt.Het spreekt vanzelf dat je het materiaal waarmee de kinderen werken, zelf goed moetbeheersen en kunnen hanteren. Voorts moet je er vooral zorg voor dragen dat het kind zijneigen ontdekkingen kan doen.AandachtspuntenKinderen opvangen1In de deuropening staan om een hand te geven zodat je èn het lokaal èn de hal kanoverzien.2.Opletten ofa. de kinderen hun plantjes wegzetten, hun kleedjes netjes wegleggen en gaan stoffen;b. kloppen zij hun stofdoek wel uit en vouwen ze die netjes op? Eventueel mandje dichtbij je zettenc. wordt in de gang de jas netjes opgehangen, de laarzen eronder gezet?3.Het beste is nu de kinderen meteen een werkje te laten pakken. Als de kinderen meteenaan het werk mogen gaan, kunnen zij hiermee doorgaan tot de leid(st)er "Luister" zegt / zingt. Het verdient aanbeveling de eenmaal gestarte kinderen niet te storen voor
 
gezamenlijk namenlezen, datum en weer. Alternatief voor het duidelijk maken van dedagplanning is een zogenaamde
„dagritmebalk‟.
 Gemeenschappelijke momenten zoveel mogelijk aan het eind van de ochtend of het beginof einde van de middag plannen.4.Indien de kinderen niet meteen gaan werken, dan moet de leid(st)er ervoor zorgen dat dekinderen zinvol bezig kunnen zijn. Als de school begint, gaan de kinderen op hun plaatszitten, zodat er meteen met iets algemeens begonnen kan worden.Aan het werk zetten1Zorg, dat ieder kind rustig zit, niet praat en naar je kijkt stoel gedraaid).De handen zijn leeg. De leid(st)er zegt bijv. "Bedenk welk werkje je gaat pakken. Als ik jeopnoem ga je dat werkje doen, zonder het aan mij te komen vragen".2.Noem een groepje op, als je ziet dat ze gekozen hebben (ze hoeven nog niet alles tehebben) noem je de volgende groep op etc.Moeilijkheden bij het kiezen los je meteen op; zoals twee kinderen die hetzelfde werkjewillen doen, kinderen die het materiaal niet goed dragen, kinderen die gaan hollen etc.Meestal zijn kinderen zeer goed in staat om dit soort problemen en kleine conflicten zélfop te lossen.Je noemt de groepjes om de beurt het eerst op. De ene dag groep A, de volgende daggroep B enz. Als afwisseling ook eens de kinderen verspreid opnoemen. Leuk is ook devariant
„alle kinderen met blauwe sokken‟ enzovoort.
 3.Als alle kinderen zijn opgenoemd zet je òf eerst de rondlopers aan het werk òf je gaat eenrondgang maken (tijdens de rondgang vang je dan rondlopers op).Rondgang:1.Op alle tafels en kleedjes kijken wat het kind gepakt heeft; hoe het kind werkt; eventueledingen regelen zoals werkjes netjes leggen, mouwen omhoog doen, iets zeggen vanonderleggers die vergeten zijn en doosjes die niet opgeruimd zijn. Indien nodig geef jekorte aanwijzingen.2.Als het kind te gemakkelijk werk koos, grijp je niet in, voor je gezien hebt wat het kindermee doet. Doet het kind er niets zinnigs mee, dan laat je of opruimen of je geeft na derondgang een individueel lesje. Bedenk dat het in de individuele werkcurve past om eerst
„bekend en vertrouwd‟ werk te herhalen.
Als het kind te moeilijk werk koos is het ook zaakgoed te observeren. Het kind bepaalt immers zijn cyclus en wellicht is jouw inschattinganders dan wat het kind blijkt aan te kunnen.3.Als het kind voor hem onbekend materiaal gepakt heeft, geef je aan dat je straks een lesjekomt geven en het kind hierop kan wachten. Beloof niet teveel lesjes; wachten is geenzinvolle activiteit!4.Na de rondgang ga je op je stoel zitten en helpt de eventuele kinderen die bij je stoelstaan. Wen kinderen eraan dat ze zelf oplossingen mogen bedenken, andere kinderen omhulp kunnen vragen en in laatste instantie bij jou komen.Verdere werkbegeleiding1.Neem dan overzicht en geef het eerste lesje. Ga daarna naar je stoel terug, neem weeroverzicht, help kinderen die bij je tafel staan, geef eventueel aanwijzingen en begin aan jevolgende lesje enz. Ga na ieder lesje naar je stoel. Je kunt jezelf later ook aanwennen omvanaf het gegeven lesje overzicht te nemen. Indien nodig maak je een rondgang.2.Als de kinderen eenmaal aan het werk zijn, roep je niet door de klas. Probeer vanaf jeplaats een kind, zonder woorden door blik of gebaar iets te beduiden en anders ga je errustig heen.
 
3.Als het volume en/of de beweeglijkheid van de kinderen toeneemt is dit meestal een tekenvan verminderde concentratie. Neem eerst overzicht om te kunnen
ontdekken wat „deoorzaak‟
is. Als er sprake is van een wisselmoment (relatief veel kinderen maken een
andere werkkeuze; periode van „schijnvermoeidheid‟)
ga je op je stoel zitten en ben jedaar beschikbaar voor kinderen. Vervolgens handel je vanaf rondgang.Pauzeren:1.
De periode van „schijnvermoeidheid‟ markeert de overgang van „vertrouwd werk‟ naar „nieuw en uitdagend werk‟. Wanneer op
dit moment gezamenlijk gepauzeerd wordt en hetwerken daarna weer wordt opgestart, kan het kind geneigd zijn terug te vallen op (weer)vertrouwd werk. Zo komt het kind niet toe aan het tweede deel van zijn werkcyclus waarinhet nieuw en uitdagend werk zal kiezen.Bovendien hoeft het gezamenlijke pauzemoment voor het individuele kind helemaal nietsamen te vallen met zijn individuele behoefte aan iets eten en/of drinken.2.Flexibel pauzeren kan hiervoor een oplossing bieden. Als je dit zou willen (mogen)invoeren vereist dit een periode van voorbereiding met de kinderen. Denk hierbij aanlessen in drie pe
rioden (tafel leegmaken, een lege tafel „lenen‟, tafel dekken,
tafel wassen,afwassen, opruimen) en aanpassingen in de voorbereide omgeving: zorg voor een beperktaantal onderleggers (bijvoorbeeld 4) en duidelijke setjes voor tafel vegen, tafel wassen,afwassen enzovoort. Bij de eerste invoering zullen een aantal kinderen meteen (misschienwel om 8.45 uur!) hun pauzehapje willen eten. Het is meestal verstandig om dit maar telaten
gebeuren. De „nieuwigheid‟ is er snel af; zeker als jouw reactie
er éé
n is zoals: “jahoor, dat mag je helemaal zelf bepalen”. Trage eters kun je ondersteunen d.m.v. een
kookwekker. Met name bij kleuters is het verstandig om ergens gedurende de ochtend de
kinderen attent te maken op hun eten of drinken “want we gaan straks n
aar buiten / het
speellokaal” of iets dergelijks.
 Opruimen1.Het is goed om kinderen te leren dat een werkje in de regel afgemaakt wordt voordat eenkind het opruimt. Bij veel werk in de onderbouw is het voor kinderen echter onduidelijkwanneer
iets „af‟ is. Dit geldt met name voor het zintuiglijk materiaal. Je
stimuleertkinderen natuurlijk om te herhalen maar het uitgangspunt is dat kinderen heus welspontaan doorgaan zolang het ze boeit. Je kunt kleuters al snel leren een afkeer tekrijgen van (
sommige) werkjes omdat ze er iets mee „moeten‟ of 
omdat het zoveel is.Voor sommig (schriftelijk) werk kan een
„niet
-af-
bak‟ een uitkomst bieden. Als kinderen
een werkje niet hebben afgemaakt dan leggen ze hun blaadje, tekening, borduurwerk ofschrift in deze bak. Aan het begin van een nieuwe werkperiode deelt een kind de niet-af-bak uit zodat de kinderen eraan herinnerd worden. Ze kunnen dan opnieuw beslissen ofze er op dat moment wel mee verder gaan.2.Het is niet nodig na iedere werktijd alle werkjes op te ruimen; wel dienen kasten,gootsteen etc. verzorgd te worden. Meestal ruimen de jongste kleuters hun werkje wel op,de ouderen gaan graag een volgende werktijd hiermee verder.3.Moet wel alles opgeruimd worden dan waarschuwt de leid(st)er eerst de kinderen met eenomvangrijk werk (woorden leggen, blokken, poppenhoek), zodat die alvast kunnenbeginnen met opruimen. Even later laat zij alle kinderen luisteren en vertelt dat het nu tijdis om op te ruimen. Kinderen, die snel klaar zijn kunnen andere kinderen helpen enkunnen de kasten etc. controleren en verzorgen.4.Meestal worden hierna kleedjes en plantjes op tafel gezet.

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->