Read without ads and support Scribd by becoming a Scribd Premium Reader.
 
Ik heb inmiddels 6 modellen naast elkaar gezet die zich richten op ICT-competenties. Bij dezevergelijking van modellen heb ik gebruik gemaakt van de structuur zoals die door de Pabotoolis opgezet. Deze structuur volgt de SBL-competenties die beschrijven wat een leraar allemaalzou moeten kunnen. Dit is gebaseerd op de wet BIO.De laatste twee modellen in de tabel, digitale didactiek en Eindtermen ICT van Vlaanderengaan niet zo zeer over wat een leraar zou moeten kunnen maar wat een leerling met ICT zoukunnen doen. Ze vertellen indirect daarmee natuurlijk wel wat een leerkracht moet kunnen omdit mogelijk te maken.De vraag is hoe we na dit overzicht komen tot kernconcepten die ingebracht kunnen wordenin de generieke kennisbasis van de pabo. Op welke manier kunnen we hierin te werk gaan?Om antwoord te geven op die vraag moet ik op een rijtje zetten wat kernconcepten zijn.Bij de uitleg van de kennisbasis (www.paboweb.nl/themes/24-Redactieteams-kennisbases-overige-vakken) werden 6 stappen benoemd om te komen tot de kernconcepten op een rijtjegezet:1.bepaal wat de unieke bijdrage van het vak- of vormingsgebied is in de ontwikkelingvan kinderen.2.Als tweede stap worden daaronder de meest centrale concepten (de big ideas)gegroepeerd.3.Als derde stap kan het nodig zijn om de concepten die onder de hoofdconceptenhangen weer verder onder te verdelen.4.Als vierde stap worden contexten beschreven die van belang zijn voor het laten5.Als vijfde stap wordt een beschrijving gegeven van de ontwikkelingsfasen die eenkind doormaakt, toegespitst op het vak- of vormingsgebied (zie paragraaf 5) enimplicaties voor de sequentering, inzicht in de voorwetenschappelijke conceptenwaarmee leraren in dat vak of leergebied geconfronteerd kunnen worden en welkemisconcepties daaruit kunnen ontstaan.6.Als zesde stap wordt aandacht besteed aan representaties van een vak- of vormings-gebied die van belang zijn voor de verschillende leeftijdsgroepen.Dit is als voorbeeld uitgewerkt voor een aantal vakken. Voor aardrijkskunde zien de stappener bijvoorbeeld zo uit:1.Geografisch besef 2.Kennis/inzicht in ruimtelijke vraagstukken3.Theorie Centrale Plaatsen4.Voorzieningen in de buurt in kaart brengen5.Fasen Piaget (werkelijkheid is 3D, kaart is 2D)6.Mental map van een wijAls we kijken naar stap 1 dan moeten we dus eerst iets zeggen over de unieke bijdrage dieICT levert aan de ontwikkeling van kinderen.De modellen die ik tot nu toe op een rijtje heb gezet gaan vooral over wat een leerkracht zoumoeten kunnen. Pas bij digitale didactiek en de Eindtermen ICT van Vlaanderen komen pasde leerlingen aan bod. Hoe zit dit? Daarvoor kijken we naar wat wordt gezegd over de relatietussen de kennisbasis voor de schoolvakken en de generieke kennisbasis:
 
“Zoals uit vorenstaande blijkt behoort op basis van de PCK-benadering de gedifferentieerdeontwikkelingspsychologische kennis tot de kennisbasis van een vak- of vormingsgebied om‘systeemscheiding’ tussen het generieke en specifieke te voorkomen. Deze kennis zal ook onderdeel van de generieke kennisbasis (kunnen) uitmaken.Het opnemen van op het vak- vormingsgebied toegesneden ontwikkelingspsychologischekennis betekent niet dat getreden wordt in de vrijheid en verantwoordelijkheid van elkeopleiding om zelf te bepalen hoe het opleidingsprogramma wordt vormgegeven.”Met andere woorden, de generieke kennisbasis ligt onder de kennisbasissen van de vak- of vormingsgebieden. Of om het in mijn eigen woorden weer te geven: wat is er vanuit degenerieke kennisbasis voor nodig om goede vakinhoudelijk onderwijs te kunnen verzorgen?Daarmee kunnen we volgens mij verder op de ingeslagen weg: vaststellen wat dekernconcepten zijn vanuit ICT. Welke kennis en vaardigheden heeft een leerkracht nodig?Bij het vaststellen van de kernconcepten ga ik uit van de volgorde van de onderwerpen zoalsze in de Pabotool aan bod komen. Dit om het enigszins werkbaar te houden. Niet omdat dithet beste model zou zijn.Blok 1:
De student kan een bewuste keuze maken uit diverse ict-middelen en deze inzetten bijhet begeleiden en leiden van leerlingen.
zelfstandig, creatief, maar kritisch gebruik maakt van mogelijkheden van ICT in hetonderwijs; (attitude)
flexibel is in het gebruik van ICT en onderwijs; (attitude)
in staat is om binnen zijn concrete werksituatie te reflecteren op zijn eigen handelen ende vorderingen van leerlingen. (attitude)
Ik vind ICT meerwaarde geven aan mijn onderwijs (didactiek)
hebben een positieve houding tegenover ict en zijn bereid ict te gebruiken om hen teondersteunen bij het leren.De punten die hierbij naar voren komen zijn het hebben van een bepaalde houding ten opzichte van het gebruik van ICT en in staat zijn om kritisch te kijken naar het gebruik van ICT.De twee kernwoorden die ik hier uit haal zijn:
attitude
en
reflectievaardigheden
.Blok 2:
De student kan digitale leeromgevingen inzetten waarin kinderen kunnensamenwerken
diverse manieren kent om op afstand samen te werken aan producten (bijvoorbeeldelektronische leeromgeving, Wiki, Googledocs); (samenwerken en communiceren)
Samenwerkend leren (relaties leggen)
Rollen verdelen (relaties leggen)
kan werken met de elektronische leeromgeving, (leerling gerelateerde) administratievesystemen, (educatieve) software, portfoliosoftware, toetsservicesystemen;(vaardigheden)
leerlingen kan begeleiden bij het onderzoek doen naar en analyseren van onderwerpenmet behulp van een digitale leeromgeving; (begeleiden en evalueren)
 
Wat hier duidelijk uit naar voren springt is
leerlingen online laten (samen)werken
. Verder het
werken met een digitale leer-, oefen- en toetsmiddelen
.Blok 3:
met leerlingen een (a)synchrone online discussie/debat/chat kan organiseren enmodereren; (samenwerken en communiceren)
kan omgaan met diverse (a)synchrone manieren om een expert op afstand in te zetten.(samenwerken en communiceren)
 peer feedback kan organiseren in een digitale omgeving; (samenwerken encommuniceren)
op afstand een samenwerkingsproces tussen leerlingen kan monitoren. (samenwerkenen communiceren)
digitaal kan samenwerken aan een document en bekend is met de voor- en nadelenhiervan (bijvoorbeeld Wiki, Googledocs). (samenwerken en communiceren)
Communiceren via ICT met leerlingen
Onderlinge feedback (relaties leggen)
Samenwerkingspatronen zichtbaar maken voor lerenden en begeleiders (transparantmaken)Hieruit komen de volgende punten naar voren:
online communiceren
en
digitaal feedback geven
.Blok 4:De student is bekend met de leefwereld van kinderen en weet welke rol ict daarin speeltKomt in 1 model expliciet aan bod:
kennis van digitale wereld van kind
.Blok 5:
De student is in staat om eigen gedragsregels op te stellen en afspraken te makenrondom ict- en internetgebruik in de klas.
de regels kent die gelden voor computergebruik op school, samen met collega's ICTgedragscodes ontwikkelt en deze kan uit dragen richting leerlingen.(organisatie endidactiek)
de regels kent die gelden voor computergebruik op school en deze uitdraagt richtingleerlingen;(begeleiden en evalueren)
Ik kan schoolbeleid voor gebruik van ICT vertalen naar afspraken in de les(organisatorisch)
Ik ken de regels die gelden voor computergebruik op school en pas ze ook toe
(organisatorisch)Punten die naar voren komen:
regels en afspraken kennen rondom ICT gebruik 
.Blok 6:
De student is bekend met literatuur en onderzoek over ict en communicatie en kan ditvertalen naar de klassenpraktijk.
op de hoogte is van ontwikkelingen op het gebied van ICT en onderwijs; (attitude)
Search History:
Searching...
Result 00 of 00
00 results for result for
  • p.
  • Notes
    Load more