Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Look up keyword
Like this
3Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
Klimaatmitigatie en het stedelijk warmte-eiland; De invloed van klimaatverandering op de ruimtelijke opgave van de Randstad

Klimaatmitigatie en het stedelijk warmte-eiland; De invloed van klimaatverandering op de ruimtelijke opgave van de Randstad

Ratings: (0)|Views: 438|Likes:
De structuurvisie Randstad 2040 heeft nadrukkelijk oog voor de wateropgave die ontstaat als gevolg van klimaatverandering. Stedelijke warmte en mitigatie plaatst de ruimtelijke ordening echter voor forse nieuwe opgaven.
De structuurvisie Randstad 2040 heeft nadrukkelijk oog voor de wateropgave die ontstaat als gevolg van klimaatverandering. Stedelijke warmte en mitigatie plaatst de ruimtelijke ordening echter voor forse nieuwe opgaven.

More info:

Published by: Frank van der Hoeven on Apr 11, 2010
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

10/26/2010

pdf

text

original

 
NovaTerra/ speciale editie / januari 2010 / 51
 
NovaTerra/ speciale editie / februari 2010 / 49
Frank van der Hoeven, bouwkunde TU Delft
Wolter Lemstra diende in de Eerste Kamertwee moties in die samen geleid hebbengeleid tot de Structuurvisie Randstad 2040.
Beide moties werden unaniem aangenomen.
1
 Eén van de beweegredenen om beide motiesin te dienen had te maken met klimaatveran-dering. Als oud-secretaris-generaal van het
ministerie van VROM zag Lemstra de urgentie
om nu al in te spelen op een veranderendklimaat. De Structuurvisie Randstad 2040snijdt dat thema dan ook nadrukkelijk aan.De visie vertaalt klimaatverandering in eenruimtelijke problematiek en koppelt dezeaan de opgave met betrekking tot kustbe-scherming, de ruimte voor grote rivieren, deverzilting en aan een toekomstig zoetwater-tekort. Klimaatverandering is dan ook alsthema prominent opgenomen in de para-graaf ‘Van Groene Hart naar GroenblauweDelta: beschermen, ontwikkelen en klimaat-bescherming’.
2
De vraag die in dit artikelgesteld wordt is of de relatie tussen klimaat-verandering en stedelijke ontwikkeling /ruimtelijke ordening daarmee voldoendeafgedekt is.In december 2008 organiseerde de TU Delftin samenwerking met de VerenigingDeltametropool en het ministerie van VROMeen internationale expert-meeting naaraanleiding van de pas verschenen Structuur-visie Randstad 2040. Het was op die bijeen-
komst met name Simin Davoudi die opmerkte
 dat Randstad 2040 vooral ging over adapta-tie, en maar beperkt aandacht had voormiti
gatie.
3
Simin Davoudi, professor of Environmental
Policy and Planning aande Newcastle University, bracht een half  jaar later (zomer 2009) haar boek Planningfor Climate Change uit met de ondertitel:Strategies for Mitigation and Adaptationfor Spatial Planners.
4
Voor wie Randstad2040 er nog eens op doorneemt, zal merkendat Davoudi een punt heeft. VROM kiestonomwonden voor adaptatie.
adaptatie en mitigatie
Wat is nu het verschil tussen adaptatie enmitigatie? Klimaatadaptatie is de strategieof beleidslijn die onderkent dat het klimaatstructureel aan het veranderen is, en welzodanig dat het nodig is om de economie,de maatschappij en de ruimtelijke ordeningaan te passen aan de nieuwe omstandig-heden. Klimaatmitigatie is de strategie of beleidslijn die onderkent dat het eigen han-delen mede oorzaak is van die structurele
Klimaatmitigatie en het stedelijkwarmte-eiland
De structuurvisie Randstad 2040 heeft nadrukkelijk oog voor dewateropgave die ontstaat als gevolg van klimaatverandering. Stedelijkewarmte en mitigatie plaatst de ruimtelijke ordening echter voor forsenieuwe opgaven.
De invloed van klimaatverandering op de ruimtelijke opgave van de Randstad 
Y
 
NovaTerra/ speciale editie / februari 2010 / 52
veranderingen en dat het eigen handelen om
die reden aanpassing vereist. Klimaatmitigatie
 zet dus in om de oorzaak van klimaatveran-dering weg te nemen en is direct verbondenmet het streven om de uitstoot van zoge-naamde broeikasgassen terug te brengen.Aanhangers van beide benaderingen zijnhet in het verleden lang niet altijd metelkaar eens geweest. Voor een klein land alsNederland is er veel voor te zeggen om tege-lijkertijd in te zetten op beide strategieën.Ook al gooien we radicaal het roer om enwordt Nederland in korte tijd klimaatneu-traal, dan nog zal het klimaat veranderenonder invloed van wereldwijde ontwikkelin-gen. Het protest dat we ons als laag land welheel erg moeten inspannen om ons gebiedbewoonbaar te houden, wordt pas echt gelo-ofwaardig wanneer we niet langer medeoorzaak zijn van het klimaatprobleem.De verschillen tussen adaptatie en mitigatieklinken wellicht theoretisch maar zijn tochgoed bruikbaar om het huidige beleid tekenschetsen. Dat ruimtelijk beleid zet in optastbare opgaven als de aanpassing aan een
hogere zeespiegel en aan dynamischere rivie-ren.
Het rijk heeft daarnaast samen met
delagere overheden een nationale adaptatie-
strategie opgesteld ‘Maak ruimte voorklimaat!’.
5
Die strategie beschrijft hoe de
ruimtelijke inrichting van Nederland ‘klimaat-
bestendig’ te maken is. De strategie omvatzogenaamde ‘routeplanners’ voor bijvoor-beeld natuur, het stedelijk gebied, watervei-
ligheid en het Groene Hart.
6
Een vergelijkbare
 ruimtelijke strategie die er voor zorgt dat deRandstad zich klimaatneutraal ontwikkelt,een ruimtelijke strategie die de uitstoot vanCO
2
en andere broeikasgassen terugbrengt,ontbreekt vooralsnog.
klimaatmitigatie
Recent heeft de Europese Unie eendoelstelling neergezet om de CO
2
uitstootin 2050 met 95% terug te brengen.
7
Datvraagt om een radicale omslag ten aanzienvan bebouwing, stedelijke gebieden, infra-structuur, ruimtelijke inrichting en energie-voorziening. De toekomstvisie Randstad2040 is middels een Plan-MER getoetst opzijn milieueffecten waaronder klimaat. Uitdie evaluatie blijkt dat voor wat betreft kli-maatadaptatie (criterium: veiligheid tegenoverstromen) weinig afstand bestaat tussende kabinetsvisie en
het gewenste niveau vanduurzaamheid.
Diezelfde afstand is echtergroot voor wat betreft klimaatmitigatie(criterium: uitstoot
van broeikasgassen).De Plan-MER concludeert
tevens dat ‘naast deruimtelijke ordening op een hoger schaalni-veau, ook keuzes op het concrete plan- enprojectniveau van groot belang zijn om duur-zaamheidsdoel
stellingen
te kunnen halen’.
8
 Dat is een serieus aandachtspunt omdat erop dat projectniveau dus nog geen aandachtlijkt te bestaan voor mitigatievraagstukken.Om een concreet voorbeeld te geven:Randstad 2040 omvat een aantal ‘goede enrobuuste internationale verbindingen’: waar-onder de A4 Amsterdam – Antwerpen. Op ditmoment ontbreken er nog een aantal scha-kels in deze noord-zuid route, waaronder hettraject tussen Delft en Schiedam. In de plan-studie en de MER-rapportage voor het ont-brekende stuk asfalt door het Midden-Delfland is de uitstoot van CO
2
nietonderzocht. Er wordt dus geen inzicht gebo-
den in de vraag hoe het al dan niet aanleggen
 van een nieuwe autosnelweg zich vertaalt inmeer of minder uitstoot van zogenaamdebroeikasgassen. Anno 2009 nemen de heerEurlings en Mevrouw Cramer dus een besluitom de autosnelweg A4 aan te leggen zonderinzicht in de vraag hoe het
project zich ver-houdt met de lokale, nationale
of Europeseklimaatdoelstellingen. Dit type afwegingwordt nog altijd niet gemaakt.En dat terwijl het toch echt aannemelijk isdat die 100.000 extra auto’s per dag tussenRotterdam en Den Haag de nodige CO
2
 uitstoten.
gidsland
Ten aanzien van het vertalen van energieen
 klimaatvraagstukken naar ingrepen in deruimtelijke structuur van de Randstad is dusnog wat werk te verzetten. Denemarken is in
dat opzicht een bijzonder gidsland. Hier heeft
 de helft van de gemeenten zich vrijwilliggecommitteerd aan ambitieuze klimaat-doelstellingen. De Deense Vereniging voorNatuurbehoud (Danmarks Naturfrednings-forening) trekt dit ‘Climate Communities’initiatief. Gemeenten worden in vier stappenzo’n ‘Climate Community’. De burgemeestertekent een verklaring om de CO
2
uitstoot vanzijn of haar gemeente terug te brengen met2% per jaar tot en met 2025. De gemeentebrengt haar eigen CO
2
productie in kaart.De gemeente maakt een plan van aanpak. Degemeente implementeert dat plan en moni-tort de vooruitgang.
9
Kopenhagen is één vande gemeenten die vrijwillig een dergelijkeverplichting is aangegaan. Kopenhagen heeft
uitvoeringsalliantie klimaatbestendige steden
Het klimaatbestendig inrichten van het stedelijk gebied is één van de ruimtelijke opgaven
 in de structuurvisie Randstad 2040. De alliantie klimaatbestendige steden, die momenteelin oprichting is, werkt deze opgave uit. Het aanpassen van het stedelijk gebied aan het
veranderende klimaat staat daarin centraal. Oplossingen op het gebied van klimaatadaptatie
 liggen in de ruimte. In een dichte binnenstedelijke omgeving staat een integrale aanpakcentraal. De alliantie wordt gevormd met de grote steden. Zij hebben een duidelijk verbin-dend element. Het zijn stedelijke centra met grootstedelijke opgaven en hoge ambities ophet vlak van binnenstedelijke verdichting. Gerelateerd aan deze verdichting hebben zij
vergelijkbare opgaven op het gebied van klimaat. VROM en de grote steden willen gezamenlijk
 bestaande kennis en ervaring bij elkaar brengen op het gebied van klimaatbestendigheidom (innovatieve) oplossingen te ontwerpen voor actuele opgaven en om blokkades bij
uitvoering aan te pakken. Binnen de alliantie klimaatbestendige steden staat de uitvoerings-praktijk centraal.
 
NovaTerra/ speciale editie / januari 2010 / 53
 
NovaTerra/ speciale editie / februari 2010 / 53
zich zelfs tot doel gesteld om als eerstehoofdstad ter wereld klimaat neutraal teworden. Men is van mening dat dat doel alin 2025 bereikt kan worden.
10
 De Deense gemeenten kennen sinds de
bestuurlijke herindeling van 2007 een relatief 
 forse gebiedsomvang die we in Nederland alsnel regionaal zouden noemen. In een aantalgemeenten komt de gemeenschap jaarlijksbijeen om te besluiten over het pakket tenemen maatregelen en/of de te volgen stra-tegie. Opvallende elementen in die strate-
gieën zijn de energieefficiëntie van gebouwen,
 het stimuleren van fietsverkeer en openbaarvervoer en het op grote schaal benutten van
biomassa en wind voor de energievoorziening.
De Structuurvisie Randstad 2040 doet metname op dat laatste terrein opvallend weiniguitspraken. Windenergie is met name voor-handen in het kustgebied, precies waar deRandstad gesitueerd is. De spanning tussenruimtegebruik, ruimtelijke kwaliteit en eenduurzame energievoorziening is iets datnadrukkelijk om een visie vraagt. Stilzwijgenop dit punt is niet gepast. Ook ten aanzienvan zonne-energie liggen er meer kansen inde kustzone vanwege een hogere lichtinten-siteit dan elders in het land. Aardwarmte,restwarmte van glastuinbouw en industriebieden reële kansen voor een duurzameenergievoorziening en hebbenelk gebieds-gebonden kenmerken waarop ruimtelijkeordening kan inspelen. Een energiegestuurdegebiedsvisie is eigenlijk een onmisbarecomponent voor een duurzame kijk op eengebied als de Randstad. Daarbij kan men
voortbouwen op soortgelijk werk dat verricht
 is voor de provincie Groningen.
11
opwarming stedelijk gebied
Dan de adaptatie: Nederland heeft vanoudsher veel ervaring ontwikkeld met devraag hoe zaken als polders, kustverdedigingen ruimte voor rivieren zich vertalen in ruim-telijke opgaven, ontwerpen, allianties enfinancieringsconstructies. De strijd tegen hetwater is diep verankerd in de Nederlandse
samenleving en de ruimtelijke ordening.Draagvlak
voor beleid en handelen op datterrein zijn bijna vanzelfsprekend.
Een belangrijk aspect van klimaatverandering
 dat om adaptatie vraagt, blijft nog onder-belicht in de Structuurvisie Randstad 2040.Naast een stijgende zeespiegel, meer dyna-miek in het rivierengebied en hevigere
buien,wordt het ook warmer. De temperatuur
zalvooral in de stedelijk gebieden oplopen,terwijl die hoge temperaturen tevens langeraanhouden dan we gewend zijn.Uit de internationale wetenschappelijke
literatuur is bekend dat er grote tempera-tuur-
verschillen optreden tussen stad enland. Temperaturen zoals die in Nederlanddoor het KNMI gemeten worden, betreffennog altijd de temperaturen in het buitenge-bied, niet de temperaturen in de stad. Hetverschijnsel dat de stad warmer wordt enmet name ‘s nachts ook warmer blijft, staatbekend als het ‘urban heat island’ effect, hetstedelijke warmte-eiland effect. Het gaathier om aanzienlijke effecten. Het tempera-tuurverschil tussen stad en land kan metname ‘s nachts oplopen tot wel tien gradenCelsius.
12
Dergelijke stedelijke warmte-eilan-den ont
staan door een combinatie van het
Y

Activity (3)

You've already reviewed this. Edit your review.
1 thousand reads
1 hundred reads
adrieotte liked this

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->