Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more ➡
Download
Standard view
Full view
of .
Add note
Save to My Library
Sync to mobile
Look up keyword
Like this
1Activity
×
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
opnieuw beginnen (2008)

opnieuw beginnen (2008)

Ratings: (0)|Views: 693|Likes:
Published by Paul Craenen

More info:

Published by: Paul Craenen on Aug 13, 2010
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See More
See less

10/07/2010

pdf

text

original

 
Onderstaand artikel werd geschreven in opdracht van November Music, ingaand op de stelling dat 'de noten op zijn' endat de belangrijkste innovaties in de eigentijdse muziek niet langer plaats vinden binnen de discipline zelf.
Opnieuw beginnen
1 Inleiding 
Het valt moeilijk te zeggen wanneer het streven naar een uitbreiding van de muzikale middelenomsloeg in een gedeeld besef dat het muzikale domein niet af te grenzen valt; dat al wat hoorbaar is, muzikaal ingezet kan worden. Wanneer het over deze ultieme expansie van het muzikalemateriaal gaat, valt al snel de naam van John Cage. ‘Everything we do is music’, is één van zijnvaak geciteerde uitspraken, gemakkelijkheidshalve soms nog verkort tot: ‘alles ismuziek’.Hoewel in deze uitspraak van Cage een bevrijding lijkt te weerklinken, is het een stelling diein zijn radicaliteit genomen elke vorm van muzikale creativiteit overbodig maakt. Immers, wanneer alles en overal reeds muziek is, kunnen we beter de experimentele manipulatie en ordening vanklanken achterwege laten en in plaats daarvan de aandacht richten op het experiment van hetluisteren. Het werk van Cage zelf echter wijst er ons op hoe problematisch het is te bepalen waar het luisteren stopt en het componeren begint. Als het Cageiaanse gedachtengoed vandaagonderschreven wordt, dan gebeurt dat meestal met de nuance dat ‘alles is (al) muziek’ moet wordenopgevat als: ‘alles kan muziek worden
onder bepaalde omstandigheden
’. Deze interpretatie laat alwat meer ruimte voor initiatief. Het gaat dan niet meer om een radicaal samenvallen van leven enkunst, maar om het aanduiden dat er voor alle geluiden bepaalde situaties mogelijk zijn waarin diegeluiden als muzikaal ervaren
kunnen
worden. Het muzikale experiment richt zich dan voortaan ophet onderzoeken en bedenken van omstandigheden waarin iets 'voor het eerst op die manier' alsmuziek kan gaan weerklinken. De mogelijkheden om klanksituaties en klankculturen te combinerentot een nieuw geheel met een eigen identiteit zijn eindeloos groot, al was het maar omdat elkeherkenbare identiteit weer nieuwe combinatiemogelijkheden biedt. De kunst van het variëren enhercombineren lijkt daarmee een levensverzekering te bieden voor toekomstige generatiesmuziekmakers.En toch. De uitspraak dat 'de noten op zijn' of de constatering dat alles al wel eens isuitgeprobeerd, getuigen beide van een zekere vermoeidheid. Samen met het radicale experimentlijkt immers iets van de levenskracht, de branie en het optimisme dat een deel van de 20
ste
eeuwsekunstmuziek kenmerkte, te zijn verdwenen. Misschien nog niet zozeer omdat er op materieel enstructureel niveau geen muzikale ontdekkingen meer mogelijk zijn - in theorie is het muzikalespeelveld grenzeloos – als wel door het besef dat er in de muziekpraktijk geen sonore of stilistischemuren meer te slopen zijn.Dat laatste besef is inmiddels tot een vooroordeel geworden. Het vooroordeel dat
in principe
alles mogelijk is, zorgt ervoor dat de geïnformeerde muziekliefhebber nauwelijks nog uit het loodgeslagen wordt door een ritme dat uit de haak ligt, een onverwachte kras of een minutenlange stilte.Deze gewenning werkt evengoed ook de andere richting uit: het postmoderne deuntje, of deintegratie van muzikale concepten uit jazz, rock of etnische muziek kunnen ons ook in dezogenaamd ernstige muziek allang niet meer verontwaardigen. Wat vroeger nog journalistiekeaandacht kreeg als een ‘weerbarstig, gedurfd of ontregelend experiment’, krijgt vandaag in het bestegeval het etiket 'verfrissend' mee, en in het slechtste geval het label 'slaapverwekkend'.Veel ruimte tussenin lijkt er voor het vernieuwingsgezinde muzikale experiment niet meer tezitten. Sommigen zullen beargumenteren dat daarmee, na een periode van te hooggestemdeambities, de muziekpraktijk tot zijn ware proporties en kerntaken is herleid. Inventiviteit,vakmanschap, virtuositeit, sensualiteit, intensiteit... ja, dat alles is meer dan ooit mogelijk. Maar degrootsheid van een nieuw, radicaal gebaar, met de belofte die daarin vervat zit, die grootsheid lijktde nieuwe muziekmakers voorgoed te zijn ontnomen. Zij schijnen veroordeeld tot de
 
spreekwoordelijke variaties op bekende of minder bekende thema's.Uiteraard legt de experimenteel ingestelde muziekmaker zich hierbij niet zomaar neer. Nude muzikale schattentocht op eigen bodem nog slechts kleine vondsten oplevert, zoekt de wareavonturier van vandaag alternatieve paden op. Al dan niet bepakt met de nodige muzikale bagageonderneemt hij of zij trektochten tot ver over de grenzen van Muziekland, in de hoop daar andereculturen te ontmoeten, gesprekken aan te kunnen knopen en bij te kunnen leren. En misschienkoestert hij of zij bovendien de vage wensdroom zich ergens te kunnen vestigen. Op een plek liefstwaar zijn of haar aanwezigheid het verschil kan maken, in een voor creatieve geesten gunstiger klimaat. Dat zijn redenen genoeg om in dit essay na te gaan wat de reisbestemmingen kunnen zijn,waar ontdekt kan worden.
2 Remix+
Wie vandaag ‘muzikaal avontuur’ zegt, denkt niet in de eerste plaats aan een nieuw soort ordeningvan tonen, ritmen en harmonieën, maar aan
 spannende situaties
. Aan muziektheaters of klankinstallaties in fabriekshallen en metrostations; aan muziekprojecten waarin sociale beslissingen het resultaat mede vormgeven (het symfonieorkest dat verzoeknummertjes speelt). Aaneen oneigenlijk of onverwacht gebruik van mensen, middelen en instrumenten; of aaninterdisciplinaire producties die uniek en (bijna letterlijk) grensverleggend worden genoemd. Hetmuzikaal experiment lijkt zich met andere woorden naar buiten te keren. Het zoekt nieuweraakpunten voorbij de grenzen van de eigen discipline, zonder daarbij te willen raken aan de kernvan het musiceren zelf. Het gaat niet meer om het deuntje, maar om het verrassingseffect van datdeuntje in een specifieke context.Dit alles betekent dat er van de muziek zelf niks nieuws meer wordt gevraagd: 'de noten' blijven dezelfde. Maar een en ander impliceert ook dat de sleutels voor het verrassingseffect nietmeer in handen liggen van een muziekmaker, maar van een regisseur. De verrassing wordt op eenhoger niveau gezocht, op het niveau namelijk van de situatie waarin de muziek zich bevindt, en nietmeer op het niveau van het klankrecept. Wat spannend is, schijnt zich af te spelen in deontmoetingen tussen verschillende media en disciplines, in projecten die kunnen wordenvoorgesteld als een samenwerking.Geen interne revoluties dus, maar plustekens en mediale schaalvergrotingen. Een estheticavan de
remix
, maar dan toegepast op een grotere schaal dan de muzikale, op de multimedialiteitnamelijk van situaties waarin muziek voorkomt met andere media of kunstvormen. Laten we dezetoestand gemakkelijkheidshalve
remix+
noemen.
 Remix+
staat dan voor een cultuur van deherinrichting, voor het voortdurend hercombineren en verschuiven van de condities waarbinnenmuzikale
events
kunnen plaatsvinden. De muziekpraktijk volgt daarbij een maatschappelijketendens waarin flexibiliteit en schaalvergroting - en de drang daarbij steeds meer omgevingsfacettente betrekken – cruciale factoren zijn.
 Remix+
doet denken aan binnenhuisarchitectuur, maar evengoed aan
wellness
arrangementen.Het succes van het
remix+
verhaal in muziekland is opmerkelijk. Nog opmerkelijker is hetgebrek aan kritische weerbaarheid ten opzichte van de wijze waarop het in demuziekprogrammaring is binnengesijpeld.
3 Cross-over als vernieuwing?
De sleutel van het succes van
remix+
ligt in de tegemoetkoming aan twee ogenschijnlijk tegengestelde verlangens. Langs de ene kant bevredigt het de honger naar vernieuwing. Langs deandere kant garandeert het toegankelijkheid, omdat het eindresultaat bestaat uit een herverschuivingvan elementen die elk op zich en in hun wisselwerking herkenbaar blijven.
 Remix+
teert daarmee op beproefde succesformules.
Cross-over 
,
 fusion
,
wereldmuziek 
en
 
remix
hebben al eerder gezorgd voor grensvervagingen binnen het muzikale veld. Om eenconstructieve kritiek van
remix+
te kunnen ontwikkelen, is het interessant naar dezevoorgeschiedenis terug te keren. Ik laat daarbij
remix
als solistische DJ-praktijk buiten beschouwing. Ik vat
remix
veeleer in brede zin door het te typeren als een interpersoonlijke
crossover,
als een ontmoeting van verschillende muziekculturen. Pas dan wordt een problematiek zichtbaar die vertaalbaar is naar de situatie waarin de deelnemers zich bij
remix+
 bevinden.Het bijeen plaatsen van muzikanten met muzikaal uiteenlopende achtergronden (klassiek, jazz, rock, etnisch, elektronisch...) is een beproefd procédé. Om dergelijke
cross-overs
te latenslagen, moet er aan twee voorwaarden zijn voldaan. In de eerste plaats moet er eengemeenschappelijke grond gevonden worden die de ontmoeting legitimeert. En in de tweede plaatsmoeten er spelregels worden bedacht waarmee het oorspronkelijke vakmanschap van elkedeelnemende discipline zoveel mogelijk gegarandeerd kan blijven.De gemeenschappelijke grond wordt dikwijls thematisch ingevuld. Het kan een bepaaldesfeer of gemoedstoestand zijn, maar evengoed een plaats, een archetypisch model of een historischegebeurtenis. De benoeming van een gemeenschappelijk thema schijnt meestal een voldoendelegitimatie om ontmoetingen plaats te laten vinden, zelfs wanneer het thema als ontmoetingsgrondgeen enkele rol in het musiceren speelt. Dat is bij voorbeeld het geval wanneer de ontmoetingeerder wordt vormgegeven als een afwisseling van genres, dan als een vermenging.Spannender wordt het wanneer de confrontatie
 zelf 
als grond voor de ontmoeting wordtaangeduid. In dat geval klinken de verschillende muziekdisciplines niet slechts afwisselend in eengezamenlijk format, maar gaan ze daadwerkelijk samen spelen. Op dat ogenblik wordt het behoudvan vakmanschap cruciaal. Dat behoud is nodig om een dergelijke ontmoeting - die dikwijlseenmalig en occasioneel is - in een aanvaardbare tijdsspanne tot een bevredigend einde te brengen.Indien sommige deelnemers zich teveel moeten plooien naar de spelcultuur van anderen, is hetrisico op frustraties en een ongebalanceerd geheel reëel. Om elkaar voldoende ruimte te geven,wordt daarom meestal de toevlucht genomen tot stilzwijgende compromissen. Wanneer  bijvoorbeeld een
cross-over 
 project met etnische muziek en westerse jazzmuziek uniek engrensverleggend wordt genoemd, wordt daarbij even gemakkelijk verzwegen dat elke deelnemendemusicus in dezelfde beat, met hetzelfde soort klankvolume en in dezelfde - meestal westerse -stemming zal spelen. Dat zijn zodanig cruciale en cultureel voorgekauwde parameters, dat hetinnovatieve karakter van dergelijke muziekpraktijken in twijfel kan worden getrokken. Veeleer kunnen we stellen dat herkenningspunten die refereren aan verschillende stijlen en contexten(inflecties of verbuigingen, articulaties, patronen...) hier in een traditioneel en doorgaans westersmuzikaal kader zijn samengebracht. Indien er in de muzikale
cross-over 
al van vernieuwing kangesproken worden, dan lijkt deze zich af te spelen op een hoger niveau dan het niveau van demateriaalsoort of de speltechniek. Het innovatieve karakter van dergelijke projecten ligt dan in deheterogene identiteit die wordt gesuggereerd en in de nieuwe relaties die tussen de aanwezigeidentiteiten ontstaan. Maar belangrijk is dat de gekoesterde heterogeniteit van
cross-overs
slechtskan bestaan bij gratie van het meeresoneren van bestaande muziekculturen. Wanneer dezeresonanties verzwakken ten voordele van het ontstaan van een nieuwe en autonome identiteit - eennieuwe muziekstijl zo men wil - verliest het
cross-over 
 project in esthetisch-politiek opzicht één vanhaar belangrijkste motivaties.Het typische muzikale
cross-over 
 project heeft iets sympathieks. Het organiseert eenontmoeting en laat daarbij de herkenbaarheid van de deelnemende muziekdisciplines intact.Anderzijds teert het op de bestaande verschillen en neigt het dus naar consolidatie. Tenzij je
crossover 
opvat als een samenkomst waaruit op termijn een nieuwe stijl moet ontstaan: de tijdelijkegrensvervagingen die Dick Higgins 'intermediaal'
heeft genoemd. Het voorzichtig herverplaatsenvan de meubelen in een woonkamer waar muren niet mogen worden geraakt, is niet vernieuwend,maar enkel gemakzuchtig. Werkelijke vernieuwing uit zich niet alleen in een nieuw soortsamenklank of veelstemmigheid, maar in de productie van nieuwe kennis en de ontwikkeling van
1
1http://ubu.clc.wvu.edu/papers/higgins_intermedia.html

You're Reading a Free Preview

Download
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->