Het gebeurde op 23 mei 2009Mijn vriend Bart deed mee aan een rally in België en crashte op de elfde en voorlaatsteklassementsproef zijwaarts, aan zijn kant, op een boom. Na een aantal onzekere uren was duidelijkdat hij hersenletsel had opgelopen. Anderhalve week coma en zeven weken in ziekenhuizen in Belgiëen Nederland volgden. Daarna ging hij revalideren en nu, augustus 2010, is hij nog steeds hard aanhet werk om weer terug te keren in de maatschappij. Twee dagen na zijn crash begon ik met hetschrijven van blogs om familie en vrienden op de hoogte te houden.Hopelijk geven deze blogs, in een geredigeerde vorm, steun aan mensen die in dezelfde situatieverkeren. Het belangrijkste dat ik mee wil geven: blijf geloven in een goed herstel. Vooral als partner isdat ongelooflijk belangrijk. Had ik het opgegeven, dat had Bart het waarschijnlijk ook opgegeven.
Terugblik op zaterdag 23 mei
Het was een zonnige dag in mei. Samen met de jongen bij wie ik zelf navigeer, Timo, en nog tweevrienden stond ik die zaterdagavond om een uur of acht bij de laatste proef van de wedstrijd, KP 12, tekijken. Bart deed mee met René en kon elk moment langskomen.Nadat de eerste deelnemers langs waren gekomen belde een vriendin: “Hoe is het met Bart?”“Prima, het gaat goed. Hij zit nu denk ik nog op proef elf, maar kan elk moment hier langskomen.“Stilte. “Eh. Miek, ik hoorde dat hij heel hard gecrasht is en dat hij er erg slecht aan toe is. Vandaar mijntelefoontje.”Nuchter als ik ben zei ik dat ik dan wel gebeld zou zijn door het team of door Bart zelf. Over hetalgemeen is het zo dat als iemand aan de ene kant van de service zijn vinger stoot, aan de anderekant van de service het verhaal gaat dat zijn vinger eraf ligt. We bleven dus gewoon staan kijken tot ikmeer zou horen van het team. Waarschijnlijk weer een loos gerucht.Een collega-navigator stond bij ons en hield op zijn telefoon de live tijden bij. “Annemiek, ze komeninderdaad niet door op proef elf.”Om meer duidelijkheid te krijgen belde ik de teammanager.“Ja Miek. Bart heeft inderdaad een ongeluk gehad, maar wij weten verder ook niets. We wilden je pasbellen als we concrete informatie hadden.”“Oké. En nu?”“John (bevriend teamlid dat na René en Bart startte) is nu bij hem. Bel hem maar.”Dus belde ik John. Hij was inderdaad met zijn navigator Henk-Jan achter René en Bart gestopt en wasbij ze, bij de auto. John vertelde dat het voor hem ook niet duidelijk was wat er met Bart aan de handwas.“Hij heeft in ieder geval last van zijn schouder, geloof ik. Ze halen hem nu uit de auto, als ik weet naarwelk ziekenhuis hij wordt gebracht, bel ik je.”Even later belde de teammanager om te vertellen waar Bart precies gecrasht was, zodat ik naar hemtoe kon gaan. Omdat ik ook niet als een kip zonder kop rond wilde rennen, belde ik John om te vragenof ik inderdaad die kant op moest en kon komen.“Nee, blijf daar maar. Anders wordt hij misschien net weggebracht terwijl jij nog onderweg hier naartoebent. Ik bel je zodra hij in de ambulance zit en vertrekt.”Uiteindelijk belde John weer: “René wordt nu naar het ziekenhuis in Maaseik gebracht, ik ga met Renémee in de ambulance. Henk-Jan blijft bij Bart. Ga jij ook maar vast naar Maaseik.”Ik vroeg Timo of hij mij naar mijn auto in Bocholt wilde brengen, dan kon ik zelf naar Maaseik rijden enkonden zij naar huis gaan. De wedstrijd was immers bijna afgelopen. Timo wilde daar gelukkig nietsvan weten en bood aan met mij mee te gaan naar het ziekenhuis. In ieder geval tot ik meer zou weten.In Maaseik aangekomen, kwam René na een minuut of tien binnen. Daar constateerden ze dat hij eenzware kneuzing bij zijn longen en een hersenschudding had en dat er een splintertje van zijn knieschijfwas geschoten. 's Nachts hebben ze hem naar Hengelo gebracht en zondagochtend is hij alweerthuisgekomen.Na 20 minuten kregen wij te horen dat Bart in plaats van naar Maaseik, naar Genk werd gebracht. Dushup in de auto, richting Genk, een afstand van 30 kilometer. Halverwege werden we gebeld dat hijtoch naar Maaseik zou gaan. Dus Timo keerde weer om. Bijna in Maaseik gekomen, werden wegebeld dat we naar Genk moesten. Lekker, hoe de spanning dan op wordt gebouwd. Terwijl het doormij heen bleef schieten dat het toch wel vreemd was dat Bart met een lichte verwonding naar eengroter ziekenhuis, dat in Genk, werd gebracht.