door de bespreking van Ter Braak van
Cultuurhistorische verkenningen
zes jaareerder (Het al eerder genoemde
Huizinga voor de afgrond
). In dit stuk wijst TerBraak op tegenstrijdigheden binnen
Cultuurhistorische verkenningen
. Volgens TerBraak erkent Huizinga dat geschiedenis geen natuurwetenschap is, met wettenen exacte normen, maar dat wil niet zeggen dat Huizinga afstapt van zijn"godsdienstig respect voor objectieve normen."
Een pagina verder stelt hijtwee elkaar tegensprekende citaten van Huizinga tegen over elkaar
.Ik heb het idee dat Huizinga Ter Braak nu een koekje van eigen deel wougeven, mede door wat hij hem in het tweede deel van de brief verwijt.Huizinga verwijt Ter Braak dat zijn omkering van "hoger" en "lager" en zijn"immoralisme" erg goedkoop is
. Ter Braak reageert hier tamelijk fel op. Hijgeeft de goedkoopheid niet toe, omdat het boek een zeer langevoorbereidingstijd heeft gehad en het geen haastige uitverkoop is geweest. Hijvraagt zich af waarom de omkering goedkoop is, aangezien Huizinga daar in zijnbrief geen antwoord op geeft. Hij vraagt of dat komt, doordat Huizinga deuitvallen van Ter Braak niet kan rijmen met zijn stelingname tegen het nationaal-socialisme. (Huizinga schrijft in zijn brief letterlijk: "Wat heeft U weerhouden, eenvurig nazi te worden?"
) Ter Braak is geen nazi, omdat het nationaal-socialisme voor hem geen"Umwertung aller Werte" is, zoals Huizinga suggereert. Volgens Ter Braak is hetnationaal-socialisme een "corruptie der oude waarden"
.Een belangrijk deel van de brief van Huizinga gaat over de "houding" van Ter Braak. De belangrijkste verwijten die hij hem maakt zijn halfslachtigheid enbehoedzaamheid. Ter Braak kan nooit eens iets helemaal doen:"(...) zelfs Uw terugkeer in het dier is maar van halver harte."
Het andere verwijt dat Huizinga Ter Braak maakt is behoedzaamheid:"Ge houdt uw argument altijd zo, dat ge het, zo nodig, nog een slag kuntomdraaien."
Huizinga geeft aan dat hij de behoedzaamheid die Ter Braak bij Huizinga zokarakteristiek vindt, ook in Ter Braak zelf terug te vinden is.Dit zou je weer kunnen opvatten als een koekje van eigen deeg. In
Cultuurhistorische verkenningen
verwijt Ter Braak Huizinga behoedzaamheid:"Huizinga kiest: het veilige leven."
Ter Braak vindt in zijn reactie dat Huizinga te veel wijst op al het negatieve in
P.z.p.
, terwijl er ook wel iets positiefs in zit. Hij geeft toe dat het niet veel is, maarer zit iets positiefs in. Hij doelt hiermee op de "honnête homme"
die hij vanPascal leende. Ter Braak geeft aan dat deze "honnêteté" zijn ambiguïteit tenopzichte van Huizinga verwoordt. Hij deelt Huizinga's afkeer van vals heroïsme,maar is tegen een apologie van het behoud.
Ter Braak's ontmaskering van deGeest diende ook alleen maar om de "Honnête homme" mogelijk te maken.Het is niet zo vreemd dat Huizinga hier niets over zegt. Hij schrijft:"In Uw laatste hoofdtsuk vind ik veel belangrijks over genie enhumor, dat mij zeer aantrekt, maar ge hebt te lang aan mijnhersens geschud, en ik verslap in aandacht..."
Waarschijnlijk heeft hij het laatste hoofdstuk maar half gelezen.Maar Ter Braak zegt ook nog iets interessants over het laatste hoofdstuk.Hij geeft toe dat het positieve niet in het boek is uitgewerkt."
P.z.p.
eist een toepassing van de individueel verworvengrondslagen op de
maatschappelijke situatie
;(...)"
Hij geeft toe dat de "hiërarchie van het avontuur" uit het laatste hoofdstuk eendooddoener is! Toen hij het voorlaatste hoofdstuk af had, voelde hij dat hij nogniet toe was aan een toepassing van zijn theorie van de "honêteté" op de
Add a Comment