Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Save to My Library
Look up keyword
Like this
2Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
1INHOUDSSTOFFEN DOC1

1INHOUDSSTOFFEN DOC1

Ratings:

4.0

(1)
|Views: 3,051 |Likes:
Published by B_Realistic

More info:

Published by: B_Realistic on Nov 29, 2010
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

11/21/2011

pdf

text

original

 
Inhoudstoffen doc
documentenmap voor de opleiding ‘Herborist’samengesteld door Maurice Godefridi
Inhoud
AcetylcholineAescineAlcaloïdenAlfa-linoleenzuurAllantoïneAllicineAlizarineAnetholAnthocyanenAntrachinonenApigenineApiolArbutineArctiineAsaronACTHAtropineAzuleenBenzaldehydeBeta-glucanenBlauwzuur – glycosidenBeta-caroteenBitterstoffenCarotenoïdenCarvacrolCarvoneCineolCitralCocaïneCoenzyme Q-10CostunolideCoumarineCurcuminCynarineCytochroom P450DiosgeninDopamineEchinaceinEstragolEthanolEugenolFenolen en fenolcarbonzurenFlavonoïdenFormononetinFructo-Oligo-Saccharides (FOS)FytosterolenGenisteïneGeraniolGlucosinolate / MosterdolieglycosidenGlycerolGlycoalkaloïdeGlycosideGinsenosideGlycyrrhizineHumulonenHypericineHyperforineIndigoIndole-3-CarbinolInuline (zie ook fructanen, FOS)IridoidenIsoflavonenLecitineLectinenLentinan, beta-glucaan polysaccharideLignanenLimoneenLinaloolLinalylacetatLuteineLycopeenMelatonineMenthol / LevomentholMSM (Methylsulfonylmethane)MyristicineNeurotransmittersOmega-3 Vetzuren EFAOPC / Oligomere ProcyanadinenOxalaten / OxaalzuurPapainPolicosanolPolyfenolen / Flavonoiden / OPCPolysacchariden immuunmodulerendeRicineRosavineRozemarijnzuurRutineSafrolSalicylzuur / SalicylatenSalidrosideSaponinenSerotonineSilicium / KiezelzuurSilymarineSinigrineSolanineSynephrineTanninen / LooistoffenTerpenenThymolTryptofaanValepotriatenVerbenonVitexine,flavonoïdeWithanolides
1
Inhoudstoffen doc. Maurice Godefridi
 
 A 
Acetylcholine
(vaak afgekort tot ACh) is een neurotransmitter, die vooral betrokken is bij deprikkeloverdracht van de zenuw naar de skeletspiercellen. Het actiepotentiaalmaakt in het uiteinde van een zenuwcel acetylcholine vrij. Dit acetylcholinediffundeert door de ruimte tussen deze cel en de volgende cel (deze ruimte heetde synaps) en activeert de laatste door zich te binden aan de acetylcholine-receptor. Na activatie hiervan wordt, als dit een tweede zenuwcel is,weer eenelektrisch signaal opgewekt; als het een spiercel is, wordt door dereceptoractivatie de spiercontractie (samentrekking) geïnduceerd. Na korte tijdwordt het acetylcholine in de synaptische ruimte door het enzym acetylcholine-esterase razendsnel afgebroken tot de metabolieten choline en acetaat dat in deoriginele zenuwcel weer tot acetylcholine hergebruikt wordt.Diverse stoffen en farmaca kunnen dit proces op verschillende manierenbeïnvloeden:1. Agonisten: dit zijn stoffen die de werking van ACh nabootsen, de afgiftevan ACh stimuleren of de afbraak van ACh remmen. Bekende ACh-agonisten zijn dezenuwgassen TABUN, SARIN en SOMAN. Hoewel deze stoffen in beginsel de werkingvan ACh versterken doordat ze de afbraak remmen, werken ze toch op termijnspierverslappend omdat ze een zogenaamd depolariserende verslapping induceren.Daarnaast hebben ze effecten op meerdere andere orgaansystemen.2. Antagonisten: dit zijn stoffen die de werking van ACh remmen of tegengaan.Belangrijke stoffen zijn atropine (in Wolfskers, Doornappel) en spierverslapperszoals curare (pijlgif van Indianen) en analogen.De ACh-concentratie is hoog in het corpus striatum en de thalamus maar laag inhet cerebellum.Er zijn drie typen ACh-receptoren:1. Muscarinische (AChM). Deze zitten veel in de parasympatische eindsynapsen.2. Nicotinische (AChN). Deze zitten veel in de sympathische enparasympathische ganglia3. Nicotinische, met receptoren op de motorische eindplaten van skeletspieren(AChNm)
Aescine, triterpeensaponine
Aescine verbetert de bloedcirculatie in de aderen. Aescine zorgt voor eennormale wandspanning in de aderen, waardoor het bloed beter naar het hartterugstroomt. Aescine is ook ontstekingsremmend en vermindert oedeem (zwellingenmet veel vocht) na trauma's, zeker na sportblessures en operaties.Aescine, het belangrijkste bestanddeel van Aesculus hyppocastanum is eentriterpeenglycoside met anti-oedemateuze, anti-exsudatieve, anti-inflammatoireen venotoniserende eigenschappen.In dierexperimenteel onderzoek is gebleken dat het aescine een anti-exsudatiefen een vaatwandversterkend effect heeft. Het aescine remt de activiteit vanbepaalde lysosomale enzymen, waarvan de activiteit bij chronisch veneusvaatlijden juist is verhoogd, waardoor de afbraak van mucopolysacchariden in decapillairwanden wordt geremd. De filtratie van laag-moleculaire eiwitten,electrolyten en water naar de interstitiële ruimte wordt geremd door een afnamevan de vasculaire permeabiliteit. In humaan-farmacologisch onderzoek is invergelijking met een placebo een significante reductie van de transcapillairefiltratie vastgesteld. Tevens is een significante verbetering waargenomen vande symptomen van chronische veneuze insufficiëntie (moeheid, gevoel van zwaarteen spanning in de benen, jeuk, pijn en zwelling van de onderbenen) inverschillende gerandomiseerd dubbelblinde of cross-over studies.
2
Inhoudstoffen doc. Maurice Godefridi
 
 Aescine 2: Antisecretory and gastroprotective effects of aescine in rats.
Author:Marhuenda, E : Alarcon de la Lastra, C : Martin, M JCitation:Gen-Pharmacol. 1994 Oct; 25(6): 1213-9Abstract:1. This study was designed to determine the antisecretory effects ofaescine in the perfused stomach of the anaesthetized rat. In addition, theeffects of aescine on mucosal lesions produced by intragastric instillation of 1ml of absolute ethanol, its action on the production of mucus and the possiblerole of PGs in aescine induced gastroprotection were also studied. 2.Pretreatment of aescine (10 and 50 mg/kg) inhibited the increases in acidsecretion induced by histamine (5 mg/kg) and carbachol (10 micrograms/kg). Atthe highest dose used abolished nearly the increase induced by carbachol (P lessthan 0.001). 3. Aescine (10, 25 and 50 mg/kg) was found to be effective in theprevention of gastric ulceration induced by absolute ethanol in rats. The degreeof gastroprotection decreased with time, the optime effects occurring 60-120 minafter oral administration. Pretreatment with indomethacin (10 mg/kg) partiallyinhibited the gastric protection but the PGE2 determination did not show anincrease in prostanoid levels. Furthermore, the protective effect was notassociated with an increase in the amount of gastric mucus and glycoproteincontent. 4. These results indicate that aescine exerts an antisecretory actionwhich could play a possible role in its antiulcerogentic activity. Also it showsa marked protective mucosal activity which could be partly explained throughnon-prostaglandin dependent mechanisms involving its antiinflammatory andvasoactive properties.
Alcaloïden / Alkaloïden
Een alkaloïde is een stikstof bevattende plantenbase, met in het algemeen eeningewikkelde chemische (heterocyclische) structuurformule die vaak een sterkefysiologische of farmacologische werking heeft. Sommigen worden als genotmiddelgebruikt. Enkele voorbeelden van alkaloïden die in de geneeskunde wordentoegepast zijn: atropine, cafeïne, morfine en codeïne, cocaïne en neostigmine.Een aantal farmacochemici hanteren een nauwere definitie voor alkaloïden. Naastde hierboven genoemde criteria, stellen zij ook de eis dat de stoffen in zuiverevorm vast moeten zijn, en dat het stikstofatoom deel van de heterocyclische ringmoet uitmaken. Op deze wijze gedefinieerd behoren een aantal farmaca vanplantaardige oorsprong die ook een sterke farmacologische werking hebben, danniet tot de alkaloïden. Enkele voorbeelden hiervan zijn colchicine (heeft geenstikstof bevattende heterocyclische ring), nicotine (is een vloeistof) enefedrine (is niet heterocyclisch).De geschiedenis van de alkaloïden begint in 1806 met de isolatie van morfine uitopium door de apotheker Friedrich Sertürner uit Paderborn. De grote doorbraakhierbij was dat men aanvankelijk naar zure plantaardige stoffen zocht, maaruiteindelijk bleek dat alkaloïden basen waren. De naam alkaloïde werd in 1819door de apotheker Wilhelm Meissner geïntroduceerd. De naam verwijst naar hetfeit dat de verbindingen oplosbaar zijn in waterige oplossingen van zuren - zekunnen zuur neutraliseren - maar niet in waterige alkalische oplossingen.Vaak hebben planten behorend tot dezelfde familie of hetzelfde geslacht eenaantal chemisch verwante alkaloïden. De nachtschadefamilie, verwanten van deaardappel, kent veel soorten die alkaloïden bevatten, zoals de doornappel, hetbitterzoet, de zwarte nachtschade, de wolfskers en de groene delen van deaardappel zelf.Men kan de alkaloïden in een aantal families indelen, waarvan een aantal weerkunnen worden onderverdeeld:* Fenylalanine familie1. benzylisoquinoline alkaloïden: papaverine, curare (pijlgif)2. aporfine alkaloïden: apomorfine
3
Inhoudstoffen doc. Maurice Godefridi

Activity (2)

You've already reviewed this. Edit your review.
1 thousand reads
1 hundred reads

You're Reading a Free Preview

Download
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->