Read without ads and support Scribd by becoming a Scribd Premium Reader.
 
Eindverslag Kenniskring ‘Zelfsturing in de loopbaan’
Marinka KuijpersMarja van den DungenLiesbeth Hassing
Inleiding
Zelfsturing van de loopbaan staat centraal bij vernieuwingen die momenteel gaande zijn in hetberoepsonderwijs, stellen de leden van de kenniskring ‘loopbaanzelfsturing’. Volgens de door hetministerie van OCW ingestelde Commissie Doorstroomagenda Beroepsonderwijs (naar haar voorzitterveelal de cie. Boekhoud genoemd)
1
, staat het beroepsonderwijs voor de taak om onderwijs totstand te brengen dat aansluit bij de persoonlijke ontwikkeling van de leerling. Deze ontwikkelingkan slechts door intensieve (studie)loopbaanbegeleiding in kaart gebracht worden, aldus de OECD ineen recent rapport.
2
In de kenniskring ‘zelfsturing van de loopbaan’, één van de kenniskringen uitde Innovatiearrrangementen HPBO, zijn verschillende baanbrekende projecten op dit gebiedgeanalyseerd en vergeleken om effectieve interventies en condities ter bevordering van zelfsturingvan de loopbaan in kaart te brengen
3
. In de kenniskringbijeenkomsten in 2006 heeft reflectieplaatsgevonden aan de hand van het verslag hierover en zijn verschillende effectieve interventiester bevordering van de loopbaanzelfsturing van leerlingen verder uitgewerkt als validering van deresultaten uit 2005.Uit de ervaringen van de verschillende projecten blijkt dat het inrichten van een leeromgeving,waarin loopbaanzelfsturing door leerlingen mogelijk wordt, zeer ingrijpend is. Alle projecten zijnofwel op weg naar of staan nog aan de start van het vormgeven van een dergelijke leeromgeving.Niet alleen de afstand naar het vormgeven van loopbaanleren verschilt per project, maar ook deweg er naar toe kent verschillen. Door het uitwisselen van kennis en ervaringen hierover binnen dekenniskring is een gemeenschappelijk referentiekader ontwikkeld over een loopbaanleeromgevingen loopbaanleren. Er is in de loop van de kenniskringbijeenkomsten eensgezindheid ontstaan overde vraag ‘waar hebben we het over bij een term als: de loopbaan van de leerling centraal?’. In deeerste bijeenkomst waren er nog grote verschillen in de kennis over en perspectieven voorloopbaanleren; in de laatste bijeenkomst was er een gedeelde betekenis over loopbaanleren en deleeromgeving die hiervoor nodig is. Een begin van een concept over loopbaanleren is gevormd. Eenbegin, want hoewel de ‘wat-dimensie’ van het loopbaanleren zich uitkristalliseerde, bleek de ‘hoe-dimensie’ nog een zoekproces. Paradoxen en dilemma’s doen zich voor waar geen eenvoudige
1
Commissie Doorstroomagenda Beroepsonderwijs (2001).
 Doorstroomagenda beroepsonderwijs.
Zoetermeer:OCenW
2
OECD (2002).
OECD Review of career guidance Policies
. Netherlands. Country note. Visit april 2002. Reviseddraft june 2002. http://www.oecd.org
3
M. Kuijpers. Verslag kenniskring: Zelfsturing van de loopbaan. Oktober 2005.
1
 
oplossingen voor zijn. Het antwoord op de ‘waarom-vraag’ was voor de kenniskringleden duidelijk;,betere keuzes (voor leerlingen) beter gemotiveerde leerlingen en minder uitval (voor de school),leerlingen die beter voorbereid zijn voor de arbeidsmarkt (voor bedrijven) en voor ‘levenslangleren’ (voor de maatschappij). Echter, voor het management van de scholen bleekloopbaanontwikkeling van leerlingen niet altijd een belangrijk thema; een visie is nauwelijksgeëxpliciteerd en het heeft vaak weinig prioriteit. Het beste voorbeeld hiervan was dat het projectvan Da Vinci is stopgezet.In de verdiepingsslag zijn dilemma’s aan de orde geweest en is gezocht naar bewijzen datinterventies op het gebied van loopbaanleren werken.In dit verslag wordt ingegaan op verschillende dilemma’s en worden indicatoren van eenleeromgeving voor loopbaanleren beschreven. Tot slot wordt een aantal leerervaringen vankenniskringleden genoemd; mogelijk herkenbaar voor mensen die zich bezig (gaan) houden met hetvormgeven van een loopbaanleeromgeving.
Dilemma’s en knelpunten
Dilemma’s en knelpunten, die zijn geformuleerd op basis van het kenniskringrapport 2005, zijngebruikt om meer zicht te krijgen op het innovatieproces naar loopbaan leren. Dilemma’s op hetgebied van loopbaanzelfsturing hebben betrekking op zelfsturing van leerlingen, de begeleidinghiervan, de organisatie van het onderwijs en het instrumentarium dat kan worden ingezet.
Sturing van zelfsturing
Het eerste dilemma dat zich aandient is sturing van zelfsturing. Loopbaanzelfsturing kentbeperkingen en belemmeringen. Zelfsturing van leerlingen gebeurt niet vanzelf, hiervoor is sturingnodig in de vorm van begeleiding. Leerlingen die binnenkomen op een ROC komen vaak uit eensituatie waarin sturing vanuit school plaatsvindt. Leerlingen ondervinden problemen op het momentdat van leerlingen zelfsturing wordt gevraagd. Leerlingen worden aanvankelijk enthousiast vanonderwijs waarin zelfsturing mogelijk is, maar gaandeweg ook onzeker en daardoor mindergemotiveerd. Een aantal leerlingen vaart een eigen koers, maar een groot deel loopt op eenbepaald moment tegen hun eigen onmogelijkheden in zelfsturing en gebrek aan inzet op. Leerlingengeven aan dat zij van mening zijn dat de school moet zien wanneer zij vastlopen in de zelfsturing.In coachingsgesprekken kunnen leerlingen hiervan bewust worden. Coaches ondersteunen leerlingenbij het ontplooien van initiatief en bij het veranderen van ‘volger’ naar een actieve,ondernemende, sturende leerling. Een belangrijke leerervaring is dat leerlingen de mogelijkheidmoet worden gegeven om bewust te kiezen voor een zelfsturingstraject. Zij stellen voor omleerlingen drie maanden de gelegenheid te geven tot verkenning en laten leerlingen dan een keuzemaken voor het zelfsturingstraject, dan wel een traject waarin vooral sturing door de school
2
 
geboden wordt, ofwel: traditioneel, aanbodgericht onderwijs. Deze keuzes staan sterk tegenoverelkaar, omdat het onderwijs hier als zodanig is ingericht. Echter, het principe van afnemende sturingdie situationeel en individueel is, helpt de leerlingen in het ontwikkelen van zelfsturend gedrag.De sturing van zelfsturing is een tegenstelling, die alleen opgelost kan worden door het zoeken naareen evenwicht tussen sturing door de school en zelfsturing op basis van de zelfsturingscapaciteitendie een leerling op een bepaald moment heeft van de leerling. Er wordt een verschuiving in ganggezet van vooral sturing naar meer zelfsturing op basis van de ontwikkeling van de leerling. Devraag is of en in welke mate zelfsturing mogelijk en gewenst is voor (w)elke leerling. Een probleemdat zich hierbij kan voordoen is dat op het moment dat de begeleiding gaat sturen, leerlingen nietlanger zelf gaan sturen; sturing van boven af, houdt gebrek aan zelfsturing in stand. Eén van deROC’s laat leerlingen een begeleidings- of coachingsgesprek zelf aanvragen. Hun uitgangspunt is:wanhoop leidt tot gesprek, tot behoefte aan coaching. Je moet dus niet ingrijpen, niet sturen opzelfsturing, maar de mogelijkheden bieden om zelf begeleiding aan te vragen. “Het gaat om hetervaren van de eigen pijngrens; frustratie maakt dat je om hulp vraagt.” Deze grens wordt echteralleen onder condities bereikt (bv in een situatie dat deelnemers verplicht aanwezig moeten zijn).Ondanks de verschillende uitgangspunten en aanpak zijn de leden van de kenniskring het er overeens dat scholen en begeleiders de verantwoordelijkheid hebben om de leerlingen aan te zetten omzelf keuzes te maken, hen zelf verantwoordelijkheid te geven en om te reflecteren op kwaliteitenen motieven. Dit gebeurt niet vanzelf.
Loopbaanzelfsturing, maar naar welke richting?
Om loopbaanzelfsturing mogelijk te maken, zullen leerlingen moeten leren om een persoonlijkerichting te bepalen en te geven. Het uitgangspunt bij de ondersteuning (sturing) vanuit debegeleiding is dat de leerling zich bewust moet zijn van wat hij wil en wat hij kan om stappen tekunnen zetten op het gebied van de studie, om een richting uit te gaan. De ervaring is datleerlingen soms geen idee hebben dat ze zelf een toekomst kunnen kiezen. De school zet deleerlingen aan tot nadenken, zodat ze zich realiseren dat ze daadwerkelijk een keuze hebben. Insamenspraak met anderen ontdekt de leerling de eigen kwaliteiten. Daar komt hij nietvanzelfsprekend achter en toekomstperspectieven leven vaak niet. Leerlingen worden gestimuleerdom verschillende ervaringen op te doen, ook al lijken deze in eerste instantie niet aantrekkelijk.Leerlingen leren kiezen op basis van hun ervaringen en gesprekken over hun ervaringen en niet opbasis van sturing van ouders of leerkrachten.
Organiseren van loopbaanzelfsturing van leerlingen of in de gehele organisatie
Het effect van Loopbaanorntatie en begeleiding (LOB) is beperkt door gebrek aanloopbaandialoog. Uit ervaringen van projecten blijkt dat docenten het moeilijk vinden om eendialoog te voeren met leerlingen over hun loopbaan. Docenten/begeleiders zijn hiervoor
3
Search History:
Searching...
Result 00 of 00
00 results for result for
  • p.
  • More From This User

    Notes
    Load more