Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Save to My Library
Look up keyword
Like this
8Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
11113-Mommen Over Spinoza[1]

11113-Mommen Over Spinoza[1]

Ratings: (0)|Views: 1,055|Likes:
Published by andre_mommen
Spinoza Carp Fascism Netherlands
Spinoza Carp Fascism Netherlands

More info:

Categories:Topics, Art & Design
Published by: andre_mommen on Mar 24, 2011
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

06/11/2014

pdf

text

original

 
I86VLAAMS MARXISTISCH TIJDSCHRIFT
Van spinozist tot nationaal-socialist: de Nederlandse rechtsfilosoof Johan HermanCarp (1893-1979)
André Mommen
Links en rechts over Spinoza
En réalité, la collaboration est un fait dedésintégration, elle a été dans tous les casune décision individuelle, non une positionde classe. Elle représente à l’origine unexation par des formes collectives étrangè-res d’éléments mal assimilés par la com-munauté indigène.
Jean-Paul Sartre
1
De in het interbellum aan de weg timme-rende Nederlandse spinozist en staatsrecht-geleerde Johan Herman Carp koos na mei1940 openlijk voor het lidmaatschap van deNationaal-Socialistische Beweging (NSB)van Anton Mussert. Voor de meeste col-lega’s moet die eindbestemming geen ver-rassing zijn geweest. Reeds jaren voordienwas hij al voor zijn fascistische sympa-thieën uitgekomen. Carp was ook een ty-pische vertegenwoordiger van de revolutievan rechts. Hij bestreed de losoe van deVerlichting.In dit artikel wordt
niet 
vertrokken van devraag of Carp ook Spinoza heeft vervalst,wel of hij de vernietiging van de rede heeftnagestreefd
2
en hoe hij bij het fascismeeindigde.
3
Voorts wordt gekeken welkevarianten van spinozisme toen bestonden.Grofweg bestonden er toen welgeteld tweevarianten van het spinozisme. De eerste va-riant die zich rationalistisch en zelfs mate-rialistisch noemde, koos voor een verderemodernisering en democratisering van desamenleving. De tweede variant ging opzoek naar meer spiritualiteit, wat in het ge-val van Carp uiteindelijk bij het nationaal-socialisme zou eindigen.
De familie Carp
Johan Herman Carp werd op 19 juli 1893 teDen Haag geboren als oudste zoon van deeerste luitenant E. A. D. E. Carp
4
en van dekoopmansdochter Jeanne Henriette Bezoetde Bie.
5
Johan Herman studeerde samenmet zijn twee jaar jongere broer Eugènein 1913 af aan het gymnasium van Breda.Beiden gingen meteen in Leiden studeren.Johan Herman zocht het in de rechtenstu-die, zijn broer Eugène in de medicijnen.Eugène Carp werd een internationaal be-kende psychiater. Hoewel geen orthodoxfreudiaan, groef hij toch graag in de mense-lijke psyche. Hij ging na zijn huwelijk overnaar het katholieke geloof om zijn Belgi-sche echtgenote te plezieren.
6
 Hoewel de familie Carp niet tot de geldadelbehoorde, was zij toch respectabel. Eenbroer van Johan Herman Carps vader wasbij voorbeeld superintendant van de suiker-fabrieken van de
Nederlandsche Handel-maatschappij
(NHM) in Nederlands-Indië.Diens twee zonen, Bernard
7
en Joop Carp,verwierven faam als olympische zeilers.
8
 Andere leden van de familie Carp maaktenfortuin in de Rotterdamse wijnhandel of met een garenspinnerij in Helmond. Voortswas er nog de Duitse staalbaron WernerCarp uit Hahnerhof bei Ratingen die viade
Phönix AG
in de
Vereinigte Stahlwerke
9
 actief was en soms wel eens bij de Neder-landsche Hoogovens en StaalfabriekenN. V. langskwam
10
of overlegde met dekolenhandelaar F. H. Fentener van Vlis-singen over investeringen in een Duitsestaalfabriek.Hoewel de familie Carp vooral protestantsepredikanten voortbracht, was ze nauwelijksmet de intellectuele bourgeoisie gelieerd.
11
 Ze behoorde eerder tot kringen die behalvein de kerk, ook in de handel en het legeractief was. Opvallend was dus dat zowelJohan Herman Carp als zijn broer Eugènein Leiden gingen studeren. Johan HermanCarp studeerde rechten tussen 1913-1917,alwaar hij in de ban van de staatsrecht-losoof Hugo Krabbe (1857-1936) kwam.Deze laatste had de theorie van de rechts-soevereiniteit ontwikkeld en naam gemaaktin het staats- en administratief recht, watdan weer maakte dat Johan Herman Carpzijn heil in de ambtenarij zou zoeken. Hijvond na zijn afstuderen in 1917 meteenemplooi aan het Haagse provinciehuis.Snel een baan vinden was allicht toen in-eens nodig, want op 1 december 1915 washij met de protestantse notarisdochter Ma-ria Kerkhoven uit Werkendam gehuwd.
12
 Volgens Carps biograaf Jaap Kerkhovenwas er geenszins sprake van een “spoedhu-welijk”. Vader Carp kon immers de onder-houdskosten van het jonge gezin betalen.
13
 Op 17 oktober 1916 werd te Leiden danzoon Johan geboren
14
, drie jaar later, op 25december 1919, dan gevolgd door dochterGeorgette, Johanna, Wilhelmina. Maar danwel in Den Haag, alwaar het echtpaar eenwoning aan de Blankenstraat 73 had be-trokken. Men hield het bij twee kinderen.
De rechtslosoe van Carp
In 1921 promoveerde Carp bij Hugo Krab-be te Leiden tot doctor in de rechten op eenproefschrift over het bolsjewisme.
15
Carpkweet zich daarbij consciëntieus van zijnwetenschappelijke plicht. Zowel Krabbeals Carp waren allicht zeer begaan met hetverschijnsel der radendemocratie. Voor derechtstheorie was dat in elk geval een “ex-periment” dat goed paste in Krabbes theorievan de rechtssoevereiniteit. Die stelde im-mers dat het recht in het rechtsbewustzijnvan de individuen wortelde en niet door deoverheid zelf mocht worden opgelegd. In
De politieke tweedeling tussenrechts en links in het spinozismewas nu zichtbaar geworden nu Carpmet zijn geschiedenislosoe naar rechts was afgedreven. Hegelsdialectiek verschafte hem de sleutel“tot het goddelijk Mysterie.”
 
87I JAARGANG45NUMMER1ILENTE 2011
Van spinozist tot nationaalsocialist: de nederlandse rechtsfilosoof Johan herman carp (18931979) -
André Mommen
alle ontwikkelde staten was aldus Krabbeeen levend rechtsbewustzijn voorhandenen dat rechtsbewustzijn moest zich in deorganen van de rechtsordening manifeste-ren. De bron ervan kon alleen een hogerezedenleer zijn.
16
Krabbe beriep zich hierop Immanuel Kant, want hij meende datde staat niet alleen maar een belangenge-meenschap, maar ook een rechtsgemeen-schap moest zijn.
17
Hoe dat alles concreetin elkaar moest grijpen, liet hij graag in hetongewisse.Hoewel Carp in zijn proefschrift de uit-sluiting van de bourgeoisie als klasse uitde politieke besluitvorming ten scherpstekritiseerde, was hij toch gecharmeerd doorde ingestelde vormen van directe democra-tie. Hij vond immers dat het parlementa-risme wel een “vreedzame partijstrijd”
18
 mogelijk maakte, maar ook dat dit systeemaan het volk “onvoldoende invloed op hetuitvoerend staatsbestuur”
19
garandeerde.Door de radendemocratie werd het volknauwer bij de besluitvorming betrokkenen daardoor “opgevoed”. Carps staats-rechtelijk vertoog was door Hans Kelsen(1881-1973) en diens Sozialismus undStaat
20
ingegeven. Voorts bouwde Carpverder op de rechtslosoe van Rudolf Stammler (1856-1938). Zo keerde Carpzich in zijn betoog tegen het egoïsme vande mens. Die mens was niet van nature“goed, onbaatzuchtig, of hoe men het noe-men wil”.
21
Wilde een socialistische sa-menleving een kans maken, dan moest zetot een “zeer krachtig ontwikkeld gemeen-schapsgevoel” komen, met een rechtsordedie steunde op “het rechtsbesef der ge-meenschapsleden.”
22
Ook dit lag volledigin de lijn van hetgeen Krabbe had onder-wezen. De laatste had het overheidsgezagniet als een “gegeven” beschouwd, maarwel “als eeuwig proces in het bewustzijnvan de individueele onderdanen”. Daar-bij had Krabbe, aldus Carp, een “nieuwegezagsidee ontworpen, ontsproten aan demonistisch-immanente wereld- en levens-beschouwing van onzen tijd.”
23
Vooral hetconcept “monistisch-immanente wereld”mag hier worden genoteerd, omdat ditdoor de positivistisch ingestelde rechts-geleerden werd verworpen. Zij konden deidee van de “innerlijke waarde” van de wetniet aanvaarden omdat dit tot rechtsonze-kerheid moest leiden.Bij Krabbe treft men eveneens elemen-ten uit de losoe van Kant aan.
24
Kantscategorische imperatief is immers eenrechtsbron. De rechtsleer behoort tot hetdomein van de praktische rede, dus daarwaar de vrijheid en de autonomie van demens in feitelijke handelingen hun grond-slag vinden. Handelingen zijn dan pas echtlegaal als ze met het zedelijk voorschriftin overeenstemming zijn. Een wet valtdaardoor altijd onder een categorische im-peratief. Een probleem ontstaat pas als erconicten of discrepanties tussen de wet ende wil optreden.
25
Volgens Krabbe warenconicten onvermijdelijk geworden nadatmen het kiesrecht had uitgebreid, waardoorde klassenbelangen inzet van de politiekestrijd konden worden. Vandaar dat refe-renda geen oplossing konden bieden omtot rechtsvorming over te gaan. Krabbemeende echter wel dat iedereen van zijnnatuurlijk recht moest kunnen genietenzonder een ander schade te berokkenen,maar dan moesten de mensen wel volgenshun verstand leven. Zich baserend op Spi-noza’s
Ethica
, dacht Krabbe dat de mensop grond van het onvergankelijke natuur-recht de heerschappij van de staat mochtbreken indien het verdrag tussen burgers enstaat niet werd geëerbiedigd. Immers, in-dien de staat er alleen maar op was gerichtom de mensen te onderwerpen en te doengehoorzamen, dan ontbeerde die staat elke“zedelijke grondslag”
26
daartoe.In zijn juridisch vertoog nam Carp detheorie van Krabbes rechtssoevereiniteitover. Die theorie deed immers beroep op“het rechtsbewustzijn, als een tot de men-schelijke gesteldheid behoorende psy-chische qualiteit, hetwelk zijn oordeelennaar immanente vaste regelen bepaalt.”Zoals Krabbe dacht Carp ook dat het par-lementaire systeem defecten vertoondena de afschafng van het censuskiesrechten het districtenstelsel. Daardoor kondenzich willekeurige meerderheden vormen,waarbij de vele politieke partijen, “iedergedragen door eigen bijzondere belangenen inzichten”, het gevaar van anarchie metzich meebrachten, omdat die partijen ieder“eigen maatstaven”
27
aanlegden die metdie van anderen niets of weinig gemeenhadden. Carp koos op zuiver pragmatischegronden alsnog voor het door hem zo ge-wantrouwde parlementarisme, omdat dittoch niet tegen te houden was.
28
De oplos-sing voor de “ontaarding” ervan lag in hetsamenbrengen van mensen die hun oorde-len konden matigen. In navolging van HansKelsen en diens politiek relativisme pleitteCarp daarom voor “de uitbanning van hetpolitische dogmatisme ten gunste van een
 
I88VLAAMS MARXISTISCH TIJDSCHRIFT
politisch relativisme.”
29
In navolging vanKrabbe vond Carp dat de wetgever nietde enige ontstaansbron van het recht konzijn en dat achter de wetgever een subject(overheid, staat, volk, gemeenschap) moestworden gedacht. Naast de begrippen over-heid en staat wees Carp ook op begrippenals “volk” en “gemeenschap” die “een meermodernen klank hebben” en die een een-heid van gedragsregels en oordeelsnormenveronderstellen “welke niet anders is danhet begrip rechtsorde zelf”.
30
Carp kooshier voor de beoefening van de historisch-politieke methode. Hij wees de conserva-tieve rechtsschool af, omdat die slechts be-schouwingen over het rechtsinstituut gaf.Hij wenste geen ander onderscheid meerte maken tussen publiek- en privaatrecht temaken, dan uit een oogpunt van algemenerechtssystematiek, “gelijk de onderschei-ding tusschen burgerlijk- en handelsrechthet geval is.”31 Dat Carp trouw bleef aanKrabbes theorie van de rechtssoevereini-teit, bleek al snel. Hij deed dat bijvoorbeelddoor in een pamet de Amsterdamse hoog-leraar staatsrecht F. G. Scheltema aan tevallen, omdat die in zijn inaugurale rede
32
 de psychologische opvattingen
33
in de the-orie van de rechtssoevereiniteit had gekri-tiseerd.
34
Die oefening deed hij nog eensover in een artikelenreeks in het
Neder-landsch Juristenblad 
, waarin hij tevens deempirisch-analytische methode van de Am-sterdamse hoogleraar R. Kranenburg
35
opde hak nam.
36
Carp was inmiddels ook opde jaarvergaderingen van de
Vereenigingvoor Wijsbegeerte des Rechts
verschenen.In 1926 hield hij er een lang en gloedvolbetoog over de “tijdgeest en de staats-rechtswetenschap”, waarbij hij meteen forsuitpakte tégen de zelfoverschatting van hetrechtspositivisme en tégen de historischeschool en daarna vóór de “transcendenteen immanente beschouwingswijze”. Zijnbronnen waren niet alleen Georg Jellineken Hans Kelsen maar ook Carl Schmitt. Hijbrak hier een programmatische lans vóórde “organische democratie” en een “demo-cratische gedachte” met een “monistischestaatsleer, waarbij de voorstelling van eenten opzichte van het Volk transcendenteOverheid is vervallen”.
37
Met Spinoza
Krabbe verfoeide Hegel in de persoon vanzijn antisemitische Leidse collega GerardBolland.
38
Dat moet bij Carp aanvankelijkook het geval zijn geweest. Zijn keuzevoor Spinoza kan niet alleen van Krabbeafkomstig zijn geweest, maar ook van deNederlandse “volksopvoeders” en predi-kanten die toen al via talloze verenigingenen volkshogescholen aan de weg tim-merden. Spinoza’s
Ethica
was in nieuwevertaling naast de bijbel op de protestantseboekenplank verschenen. Drie pioniersvan de Spinoza-revival komen hier inzicht, nl. Willem Meijer
39
(1842-1926),J. D. Bierens de Haan
40
(1866-1943) enNico van Suchtelen
41
(1878-1949). Ie-mand als de jonge domineeszoon HermanGorter had zich ook op Spinoza geworpen,maar hij ging echter al snel naar het mar-xisme over.
42
Spinoza werd nu ook doorrechtslosofen bestudeerd.
43
Carp legdezich alsnog niet vast. Het “subjectivisme”droeg zijn voorkeur weg, maar hij voeldezich ook aangesproken door de neokanti-aan Wilhelm Windelband
44
die samen metRudolf Hermann Lotze (1817-1881) dachtdat de tijd van de alomvattende lososchesystemen voorbij was. Lotze wilde zelfs delosoe tot het domein van de logica, deethica en de esthetica beperken.Carp meende dat de
principia
van de kriti-sche wijsbegeerte geen aanspraak kondenmaken op zijn onvoorwaardelijke erken-ning.
45
Dit kritische dogma stelde Carptegenover het spinozistisch dogma “datde substantie met het in haar samentref-fen van subject en object van denking, aanhet uitgangspunt der beschouwingswijzestelt”.
46
Hij meende voorts dat in het spi-nozisme het cognitieve denken nog weleen rol speelde “waar het betoog bewij-zend verloopt”, maar dat in de denitieswel “het emotioneele denken tot uiting”kwam.
47
Verwijzend naar Nietzsche endiens
Der Wille zur Macht 
meende Carpdat het streven naar kennis en inzicht naarzijn wezen ten slotte oneindig is en dusnimmer een rustpunt kan vinden. De ken-niskritiek leerde volgens hem ook dat vol-gens Windelband een “positief begrip vanhet absolute niet mogelijk is, omdat hetmenschelijk kenvermogen zich niet vaneindige vormen kan losmaken”.
48
Zichberoepende op de
Philosophie des Als Ob
 (1911) van Hans Vaihinger
49
(1852-1933),de oprichter van het
Kant-Gesellschaft 
,stelde Carp dat de modernste verklaringvan Kants kenniskritiek tot de slotsom wasgekomen dat “zelfs de kritisch gezuiverdekennis de toets van het waarheidskriteriumniet kan doorstaan, omdat het aprioristischbezit van het denken, dat eerst de kennismogelijk maakt, zelf een ctie is.”
50
 Uit de correspondentie tussen Spinoza enHugo Boxel (en daarna met Hendrik Ol-denburg, Simon de Vries en Albert Burgh)had Carp begrepen dat Spinoza God nietin zijn volle omvang had begrepen, “maarslechts in eenige zijner attributen en nieteens in het meerendeel daarvan.”
51
In te-genstelling tot Boxel stond Spinoza im-mers met zijn godsbegrip op een niet-re-ligieus standpunt: God kan men zich nietvoorstellen, want anders vervalt men in an-tropomorsme. De idee van God was vol-gens Spinoza nu datgene wat door zich zelf wordt begrepen, dus de waarheid, het be-stendige. Volgens Carp kon een “waarach-tig” spinozist slechts “door de gedachte aande oneindigheid geëmotioneerd”
52
worden.Carp wilde dus een verband leggen tussenhet emotionele denken, d.w.z. het denkendat evidente ideeën vormt, en Spinoza’s
scientia intuitiva
, ook al omdat Spinoza dieterm had gebruikt, maar in engere zin danhet emotioneel denken in het algemeen.Voor Carp knoopte Spinoza’s wijsbegeerteaan bij het emotionele denken, terwijl de“klaarblijkelijkheid van de geometrischestelling getoetst wordt aan als objectief gedachte gegevens.”
53
Volgens Carp hadSpinoza God als de metafysische realiteitgedacht, omdat hij in die realiteit geloofde.Onder verwijzing naar Goethe meendeCarp dat die laatste het spinozisme beterzou hebben begrepen door te stellen “Spi-noza beweist nicht das Dasein Gottes, dasDasein ist Gott.”
54
In wezen wilde Carp

Activity (8)

You've already reviewed this. Edit your review.
1 thousand reads
1 hundred reads
andre_mommen liked this
andre_mommen liked this
andre_mommen liked this
andre_mommen liked this
andre_mommen liked this
andre_mommen liked this

You're Reading a Free Preview

Download
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->