Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Look up keyword
Like this
5Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
1119-Mommen Over Vietnam[1]

1119-Mommen Over Vietnam[1]

Ratings: (0)|Views: 46 |Likes:
Published by andre_mommen
Vietnam Globalization Communism
Vietnam Globalization Communism

More info:

Categories:Topics, Art & Design
Published by: andre_mommen on Mar 24, 2011
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

03/26/2012

pdf

text

original

 
I60VLAAMS MARXISTISCH TIJDSCHRIFT
De integratie van Vietnam in de kapitalistische wereldeconomie
André Mommen
Noord-Korea en Vietnam
In 1986 lanceerde Vietnam een program-ma van economische hervormingen onder de vlag van de Vernieuwing
(doi moi)
.Deze politiek wordt tot op heden voort-gezet. De resultaten liegen er niet om. Delaatste tien jaar is het Bruto BinnenlandsProduct (BBP) meer dan verdubbeld. Dit dank zij een gemiddelde jaarlijkse econo-mische groei van meer dan 7 procent. Met China is Vietnam één van de snelst groei-ende economieën in de wereld. Men hoopt in 2020 reeds de basis te hebben gelegd voor een moderne geïndustrialiseerde sa-menleving. Deze snelle economische groeiis te danken aan het toestromen van bui-tenlands kapitaal dat investeert in de ver-werkende industrie en vooral proteert van de extreem lage lonen om zo met winst industrieproducten naar het westen te kun-nen exporteren. Dat betekent uiteraard niet dat er, ondanks naar buiten geprojecteerdestabiliteit, geen problemen zouden zijn.
*Vandaag staat Vietnam aan de vooravondvan diepgaande economische hervormin-gen. Alles wijst er op dat het voorbeeldvan China zal worden gevolgd en dat depolitiek van liberalisering en exportgeleideeconomische groei zal worden voortgezet.Zonder dat de communistische leiding af-stand zal doen van het politieke machtsmo-nopolie. De snelle economische groei zalVietnam voorts tot een belangrijke spelerbinnen de regio maken, vooral dan met be-trekking tot buurlanden als Cambodja enLaos.
‘Doi moi’
Samen met China wordt Vietnam genoemdals een voorbeeld voor een succesvolle
gradualistische
benadering bij het invoe-ren van een socialistische markteconomie.
1
 Men kan zelfs stellen dat Vietnam, netzoals China, het neoliberalisme in eenstaatsgeleide economie heeft “ingebed” omde marktwerking deels te temmen en deexportgeleide groei op gang te brengen.
2
 Tussen 1976 en 1978 namen in China her-vormers onder Deng Xiaoping de leidingover de economie in handen en ze hiel-pen bij de zuivering van het apparaat vande maoïstische kliek. In 1978 werden deVier Moderniseringen afgekondigd. Pas in1986 volgde Vietnam deze trend. In 1979-’80 had Vietnam als gevolg van de tweedeoliecrisis ernstige economische problemenmeegemaakt, waarna zich in de Commu-nistische Partij van Vietnam (CPV) eenfractie vormde die wilde afstappen van decentraal geleide planning. Op het ZesdePartijcongres in december 1986 werd be-sloten tot hervormingen waardoor de markteen rol kon spelen in het proces van com-mercialisering. Privatisering speelde eenmarginale rol in deze. Want de basisindu-strie en de bankwereld bleven in staatsbeziten onderworpen aan het plan. De in 1986afgekondigde Vernieuwing of doi moi hadhoofdzakelijk tot doel om de socialistischeeconomie te revitaliseren, waarbij er vanhet scheppen van een ontwikkelde multi-sectoriële warenproducerende economie of een integratie in de wereldmarkt nog geensprake was.Vanuit Vietnam keek men wel naar Chinadat inmiddels belastingvrije zones had in-gericht om buitenlandse investeerders telokken. De schok van 1989, waarbij deontbinding van het Sovjet imperium zichaftekende en in Peking de oppositie zichop straat vertoonde, leerde de Vietnameseleiders dat enige voorzichtigheid was ge-boden. De samenvoeging van Noord- enZuid-Vietnam was een lang, pijnlijk enonvoltooid proces geweest. Heftige debat-ten in de partijleiding waren het gevolg vandeze schok. In maart 1990 werd de refor-mistische leider Trân Xuân Bách uit hetPolitburo gezet en met hem verloren an-dere reformistische leiders en opinieleidershun positie. Op het Zevende Partijcongresin juni 1991 werd de macht door de con-servatieven, die door het leger en het vei-ligheidsapparaat, werden gesteund, overge-nomen. Đô Mųòi werd secretaris-generaal.Maar op het Achtste Partijcongres in 1996werd hij al weer vervangen door Lê KháPhiêu die als conservatief de
doi moi
-koerswel weer wilde voortzetten. Het was dusniet de bedoeling dat het marxisme-le-ninisme en het denken van Hô Chi Minhzouden ter zijde worden geschoven, maarwel geïntegreerd in een campagne tegenbureaucratie, corruptie, ondoelmatigheiden verspillingen. In feite was de hier aan-genomen congresresolutie niets anders daneen compromistekst waarrond de diversefracties zich konden verzoenen: politiekestabiliteit behouden, de economie openenvoor buitenlandse handel en investeringen,en het langzaam invoeren en uitproberenvan hervormingen op Vietnamese wijze.
3
 Het onopgeloste probleem was hoe men hetplan in overeenstemming met de markt konbrengen. De conclusie luidde dat beide metelkaar in balans zouden moeten zijn. Hetplan zou dan de algemene richting voor deontwikkeling van de economie aangevenen de markt zou dan dienen als hulpmotorin de richting van het socialistische eind-doel. Zo hoopte men het stadium van dekapitalistische ontwikkeling te kunnenoverslaan. Voorts zou Vietnam zijn eigennationale identiteit niet opgeven.
Men kan zelfs stellen datVietnam, net zoals China, hetneoliberalisme in een staatsgeleideeconomie heeft “ingebed”om de marktwerking deels tetemmen en de exportgeleidegroei op gang te brengen.
 
61I JAARGANG45NUMMER1ILENTE 2011
De integratie van vietnam in De kapitalistische werelDeconomie -
André Mommen
Ontwikkelingsproblemen
Vietnam blijft uiteraard nog altijd eenagrarisch land. Ongeveer 70 procent vande bevolking leeft op het platteland en 68procent leeft van de landbouw. Het Viet-namese platteland staat voorts bloot aanallerlei natuurrampen, vooral dan overstro-mingen. Een groot deel van de industrie isin staatshanden gebleven. Maar het beleidis de laatste jaren duidelijk in de richtingvan verzelfstandiging en dus privatiseringgegaan ten einde zo buitenlands kapitaalte kunnen aantrekken. De staat wil ech-ter in die bedrijven aanwezig blijven, ookal zijn ze nu op winst maken gericht. Zozijn de staatsbedrijven bevoordeeld als hetop kredieten verkrijgen aankomt of hetverwerven van grondstoffen. Probleem isdat veel kredieten toegekend aan de dezestaatsbedrijven in feite bevroren schuldvor-deringen van de banken zijn, wat in feiteneerkomt op een verborgen schuldenlastvoor de staat.Via de opening op de buitenwereld is Viet-nam steeds meer afhankelijk geworden vanbuitenlandse kredieten en handelsstromenmet de Verenigde Staten en de EuropeseUnie (EU). Voorts vertegenwoordigen deexporten vandaag ongeveer 65 procentvan het BBP, tegen nog maar 34 procentin 1994. De belangrijkste exportproduc-ten zijn aardolie, kolen, textiel, schoeisel,zeevruchten, landbouwproducten, hout,elektronische onderdelen, die samen on-geveer tweederde van de totale exportuitmaken. Deze exporten zijn weer sterkafhankelijk van ingevoerde uitrusting enintermediaire goederen.De problemen met de traditionele expor-ten veroorzaken ook een groeiend tekortop de handelsbalans met de landen van deASEAN
4
, met China en Zuid-Korea. Dezetekorten kan Vietnam dan weer compense-ren door exportoverschotten met de EU ende Verenigde Staten te boeken. De belang-rijkste exportproducten naar de Aziatischelanden zijn grondstoffen en basisproduc-ten. Naar de Verenigde Staten en naarde EU worden vooral industrieproductenuitgevoerd, zoals textiel en schoeisel. Metuitzondering van de ASEAN is China voorde invoer de belangrijkste handelspartner,gevolgd door Japan, Zuid-Korea en de EU.Hierbij verliest de EU wel voortdurendterrein.Ondanks alle problemen heeft Vietnamgrote successen geboekt bij het verdrin-gen van de armoede onder de bevolking.Tot voor een tiental jaren leefde 58 pro-cent van de bevolking onder de absolutearmoedegrens. Dat wil zeggen dat meerdan de helft van de bevolking niet in staatwas om er een “gezonde” levenswijze opna te houden. In 2004 bleek dat percen-tage al tot 19,5 procent te zijn gedaald.De doelstelling is om de armoede op zeerkorte termijn totaal uit te roeien. Hiermeezou men de Millenniumdoelstellingen vande Verenigde Naties ruim overtreffen. Pro-bleem is echter dat de armoede op het plat-teland hardnekkig is en de tendens heeftom iets sneller in de steden af te nemen.Vooral de meisjes zijn het slachtoffer vande armoede en de onderontwikkeling vanhet platteland. Zij gaan in de regel niet of nauwelijks naar school, verwerven geenenkele beroepskwalicatie en hebben geentoekomst in een zich ontwikkelende markt-economie. Vooral de etnische minderhe-den op de hoogplateaus in het noorden vanVietnam en in de bergen in het centrumworden door de armoede zwaar getroffen.Zij zijn ver verwijderd van de meest essen-tiële sociale diensten (onderwijs, gezond-heidszorg). Dat leidt niet alleen tot analfa-betisme en hoge kindersterfte, maar ook totwerkloosheid. Door de armoede versprei-den de besmettelijke ziektes zich gemak-kelijk en neemt het drugsgebruik toe. Omdeze problemen te bestrijden heeft Vietnameen plan voor het lager onderwijs aangeno-men (
Fundamental School Quality Level
).Men wil er o.a. de situatie in de bergstrekenmee verbeteren.Het scheppen van meer arbeidsplaatsenis een andere uitdaging om de armoede tebestrijden. Gemiddeld worden er wel elkjaar vele honderdduizenden nieuwe ba-nen geschapen.
5
Zowat 90 procent van dienieuwe banen komt voor rekening van desnel groeiende privésector. Maar van deandere kant gaat het hier vooral om veelprecaire arbeid. Arbeidskrachten verlatendan ook Vietnam op zoek naar werk. Datzijn veelal de meest ondernemende en debeter geschoolde arbeidskrachten. Intussenblijft de werkloosheid in de dorpen noch-tans hoog (ongeveer 20 procent). Ze neemtsoms toe in de steden als gevolg van her-structureringen in de industrie of tijdenseen periode van vertraagde economischegroei. Toch worden vacatures niet altijdingevuld wegens onderkwalicatie van dearbeidskracht.
Ontwikkelingsstrategie
In april 2001 werd ofcieel het programmaaangenomen voor “Een strategie voor eenversnelde socialistische industrialiseringen modernisering om vanaf nu in 2010 degrondslagen te scheppen opdat Vietnamwerkelijk een geïndustrialiseerd land zou
Tabel 1:
Vietnam - Buitenlandse handel in 2009
USD miljoenenIntra-ASEAN export 8.554,80 15,10%Extra-ASEAN export 48.136,20 84,90%Totaal 56.691,00 100,00%Intra-ASEAN import 13.566,70 19,60%Extra-ASEAN import 55.664,20 80,40%Totaal 69.230,90 100,00%
Bron:
ASEAN
 
I62VLAAMS MARXISTISCH TIJDSCHRIFT
worden”. Dit programma dat door hetNegende Congres van de CPV werd goed-gekeurd omvatte een sociaal-economischeontwikkelingsstrategie die als doel had omtijdens de vijfjarenplannen van 2001-’05en 2006-’10 het volgende te bereiken:- Vietnam uit de onderontwikkelingverlossen;- Het verbeteren van de levensvoorwaar-den van de bevolking op materieel, cultu-reel en geestelijk vlak;- De basis scheppen voor een geïndustriali-seerd en modern land in 2020;- Het potentieel van menselijke, weten-schappelijke, technologische, infrastruc-turele en economische hulpmiddelenaanboren;- De instellingen van een socialistischemarkteconomie scheppen;- Het bevorderen van het scheppen vanarbeidsplaatsen en het verbeteren van decompetenties en de productiviteit van dearbeidskracht;- Het versterken van de positie van Viet-nam op de internationale scène.In Vietnam bepaalt de CPV, die op alle po-litieke niveaus aan de macht is, de werkingvan de instellingen, inclusief de rechter-lijke macht. Vietnam wordt nu geleid dooreen triumviraat met Nong Duc Manh (se-cretaris-generaal van de CPV
6
), NguyênMinh Triêt (Staatspresident), en NguyênTân Dung (eerste minister) in samenwer-king met een Politburo van 15 leden en eenCentraal Comité van 150 leden). In april2006 kwam het Partijcongres samen en injanuari 2011 werd het volgende gehouden.Evenals de CPC (Communistische Partijvan China) wordt de CPV door diversefracties en stromingen gedomineerd, waar-tussen altijd een wankel evenwicht moetworden bewaard. Er zijn de “hervormers”die naar een verdere economische libera-lisering streven, al of niet aangevuld metpolitieke hervormingen en persvrijheid,en de “conservatieven” die de macht vande Partij ongeschonden willen bewaren envooral vasthouden aan het centraal eco-nomisch plan met de leidende rol van deindustrie die in staatshanden moet blijven.De marktwerking wordt door de laatstenliefst alleen in de landbouw en de kleineindustrie en de lokale handel getolereerden wordt door hen gezien als een mid-del om aan allerlei onvolkomenheden teverhelpen. Maar inmiddels is de markt welin vele sectoren zo niet dominant, dan tochprominent aanwezig, zeker voor wat dekapitaalsaccumulatie betreft. Winst makenis immers het belangrijkste criterium voorhet doorvoeren van investeringen en hetaantrekken van buitenlandse kapitaal of hetaangaan van leningen.
Exportgeleide groei
De groei van de private sector is niet meerte stuiten als gevolg van de gevolgde ex-portgeleide industrialisatie. Om de inves-teringen te betalen worden buitenlandsedirecte investeringen aangetrokken, wor-den grondstoffen en landbouwproductenop de wereldmarkt verkocht en worden eenaantal industriële conglomeraten in de ba-sissectoren (energie, mijnbouw, chemie).gevormd. De grote staatsbedrijven trekkendaarom kapitaal aan om hun primaire taakvan ontwikkelingsmotor te kunnen spelen.De banken moeten hen hierbij te hulp ko-men of ze halen buitenlandse investeerdersvia hun lialen binnen. Dit proces wordtversneld door de vrije beweging van hetkapitaal.
Tabel 2:
Vietnam Economische indicatoren (prognoses)
Gemiddeldevoor 2005-’092009 2010 2011
BBP (% reële groei) 7,8 5,3 5,3 6,3Inatie (% op het einde van het jaar) 11 7 11,6 9,9Financieringstekort (% van het BBP) - 4,6 - 9 - 10 - 7,2Uitvoer (% groei) 24,9 - 7,9 13,3 13,5Invoer (% groei) 19,1 - 12,2 13 10,6Lopende rekening (% van het BBP) - 5,3 - 6,6 - 7,3 - 6,5Reserves (in maanden invoer) 3,3 3 3 3,2Buitenlandse schuld (% van BBP) 33,8 30,5 36,9 37,9Ratio van de schuldendienst 2 1,6 1,5 1,7Wisselkoers (in USD op het einde van het jaar 16.611 18.472 19.000 20.149
Bron:
EDC Canada, mei 2010

You're Reading a Free Preview

Download
scribd
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->