Welcome to Scribd, the world's digital library. Read, publish, and share books and documents. See more
Download
Standard view
Full view
of .
Look up keyword
Like this
4Activity
0 of .
Results for:
No results containing your search query
P. 1
1104 De bolwerken van de Protestantse Kerk

1104 De bolwerken van de Protestantse Kerk

Ratings: (0)|Views: 348 |Likes:
Lezing, gehouden voor de classis Alblasserdam, januari 2011, gepubliceerd in Kerk en Theologie, april 2011.
Lezing, gehouden voor de classis Alblasserdam, januari 2011, gepubliceerd in Kerk en Theologie, april 2011.

More info:

Categories:Types, Research
Published by: Revd Dr Theo Pleizier on Apr 26, 2011
Copyright:Attribution Non-commercial

Availability:

Read on Scribd mobile: iPhone, iPad and Android.
download as PDF, TXT or read online from Scribd
See more
See less

11/08/2012

pdf

text

original

 
(Gepubliceerd in
 Kerk en Theologie
, 62 (2011), 110-122)T
HEO
P
LEIZIER 
,
 Langerak 
De bolwerken van de Protestantse Kerk 
Consequenties van synodebeleid voor kleine gemeenten in een krimpende kerk 
1
 Inleiding 
De afgelopen 4 jaar heeft de synode van de Protestantse Kerk in Nederland in een aantal rapportenaandacht gevraagd voor wat wel is gaan heten, ‘de problematiek van de kleinere gemeenten’. Eentoenemend aantal (wijk)gemeenten zal de komende jaren moeten inleveren op de bezetting van de predikantsplaats. In veel gevallen betreft dat dorpen en kleinere plaatsen die altijd een voltijds predikant konden betalen. Maar ook lagere bezettingsgraden, van 80, 60 of zelfs 33 procent, zullenhet de komende jaren moeilijker krijgen. Nu is dat op zichzelf nog niet verwonderlijk, wantkerkbreed is er sprake van krimp. Daarmee speelt de vraag naar de continuering van de predikantsplaats ook in grotere (wijk)gemeenten. Toch is het van belang afzonderlijk te kijken naar de situatie in kleinere gemeenten.
Schets van de problematiek 
In de aanloop is het goed om te beseffen dat we niet met een typisch Nederlands probleem te makenhebben. De grote nationale kerken in Duitsland (
 Evangelische Kirche in Deutschland 
) en Groot-Brittanië (
The Church of England 
) hebben met soortgelijke vragen te maken, al zijn context enkerkstructuur volstrekt verschillend. Hoewel de versnippering in kleine
 parishes
op het Engelse platteland veel groter is dan in Nederland en de episcopale structuur een andere verhouding kenttussen gemeente en ambt, heeft de Engelse kerk met projecten als ‘Faith and Future of theCoutryside’ goed oog voor het eigene van kleine gemeenschappen en de vragen die dat aan het predikantschap stelt. Dat is ook voor ons van belang, omdat we zullen zien dat het kerkelijk gesprek over de toekomst van de kerk zich te weinig differentieert naar het eigene van kleine gemeenten.Terecht merkt een Duits [111] theoloog op, vanuit de specifieke Duitse situatie, dat één van deklippen die we moeten vermijden is, dat we alle problemen in de kerk terugbrengen tot financiële problemen.
2
De drie meest genoemde factoren moeten dus afzonderlijk en in hun onderlingesamenhang bezien worden: de terugloop van het ledental, de demografische ontwikkelingen, en het bekostigingsmodel van de predikantsplaatsen.
3
Het ledental van de Protestantse Kerk in Nederland is in 2010 opnieuw met ruim 50.000afgenomen. Een bekend cijfer, onthutsend en verhullend tegelijk. De kerk krimpt gestaag en raaktin de samenleving steeds meer gemarginaliseerd. Het feit dat de snelheid van de daling iets afneemt,doet daar niet veel van af.
4
 Toch moeten we iets specifieker kijken naar deze cijfers. Als welandelijke trends vergelijken, dan blijkt dat ontkerkelijking op het platteland en in gemeenten met
1Dit artikel is voortgekomen uit een lezing, gehouden voor de classis Alblasserdam, 27 januari 2011: “de ProtestantseKerk in de polder. Geestelijk leiding geven in een krimpende kerk als tijden veranderen”. Ik dank hen die in deaanloop hebben meegedacht en eerdere versies van commentaar hebben voorzien: J.H. van der Giessen, B.A. van Noord, G. Oosterwijk, L.J. Koffeman, L. Plug, H.J. Oortgiessen, M.J. Schuurman, W.M. Stougie, L.A. vanWingerden en de leden van de Raad voor het Beroepingswerk.2Günter Thomas, ‘10 Klippen auf dem Reformkurs der Evangelischen Kirche in Deutschland - oder: Warum dieLösungen die Probleme vergrössern’,
 Evangelische Theologie
67 (2007), 361-87.3Hoewel dit edele drietal in bijna alle analyses naar voren komt, wil ik de aandacht vooral richten op het specifiekevan deze factoren voor kleinere gemeenten.Vgl. ook Hilde de Gelder-Starrenburg, Lennart Hoftijzer en JanDomburg,
Geroepen in een dorp: een onderzoek naar de situatie en verwachting van kleine dorpsgemeenten.
Afstudeeropdracht voor de opleiding GPW aan de Christelijke Hogeschool Ede 2010), p. 8.4Statistische jaarbrief, PKN 2010, p. 8.
 
minder dan 20.000 inwoners relatief het kleinst is. Berekeningen van het Sociaal-CultureelPlanbureau maken inzichtelijk dat kleinere gemeenten wel met ontkerkelijking te maken hebben,maar dat de mate ervan opvallend minder groot is dan in grotere plaatsen.
5
De gedachte dat het platteland de grote steden na verloop van tijd vanzelf volgt in de trend van ontkerkelijking lijkt tochminder vanzelf te spreken. In 2006 merkt het SCP op dat de gemeenten tot 50.000 inwoners op wegzijn “om de ‘bolwerken’ van de kerkelijkheid te worden”.
6
De cijfers suggereren een positief verband tussen kleinere gemeenschappen en kerkelijkheid. Wanneer we beseffen dat veelgemeenten de constructen van schaalvergroting zijn en feitelijk bestaan uit agglomeraties van eengroot aantal kleinere plaatsen, dan zou dat verband nog wel eens veel sterker kunnen zijn.Aan deze empirische gegevens verbind ik de volgende overwegingen. De cijfers met betrekking tot de grotere plaatsen pakken mogelijk gunstiger uit vanwege de aanwezigheid vanmigrantenkerken in grotere plaatsen en de bijzondere missionaire aandacht die de afgelopen jarenuitging naar ‘kerk-zijn in de stad’. Kleinere gemeenten zijn bovendien veel pluraler vanwege hetontbreken van (modalitaire) wijkgemeenten en een aanzienlijk deel van de ingeschreven leden bestaat uit zogenaamde ‘randleden’. Hoewel kleinere plaatsen een traditioneel en conservatief imago hebben, zijn zij prachtige voorbeelden van wat in de literatuur wordt aangeduid als een‘fluïde vorm [112] van kerk-zijn’.
7
 De lijn tussen binnen- en buitenkerkelijk is in kleineregemeenschappen vaak vloeiend. Het ledental blijft langer constant, onder meer omdat het sacramentvan de doop en de causalia van huwelijk en begrafenis ook sociaal gemotiveerd worden. Het hoorterbij, en daarom blijf je erbij. Kleinere gemeenten vertonen daarmee een grote mate van stabiliteitals het gaat om kerkelijkheid. Ontkerkelijking is als specifieke factor in de zogenaamde problematiek van de kleine gemeenten dus nauwelijks relevant. De voor kleinere gemeententyperende ‘vloeiende randen’ rechtvaardigen bovendien meer aandacht dan doorgaans bijmissionaire experimenten het geval is. Niet alleen de kerk krimpt, maar in bepaalde streken krimpt ook de bevolking. Dezekrimpregio’s bevinden zich met name in het noorden en zuiden van ons land. Maar veel breder hebben plattelandsgebieden te maken met een dalende bevolking. Dit wordt versterkt door hetverplaatsen van voorzieningen, als winkels, servicepunten van banken, en scholen naar grotere plaatsen. Maatschappelijk krijgt dit fenomeen steeds meer aandacht. In 2009 werd er een ‘nationalekrimptop’ gehouden en in de media duikt het woord ‘spookdorp’ op.
8
Nu speelt dat bijvoorbeeld inde Alblasserwaard (mijn eigen regio) niet zo dramatisch als in Groningen of delen van Limburg.Toch zijn ontgroening en vergrijzing voor de meeste kleinere gemeenten een gevreesd duo. Ter vergelijking, de bevolkingsgroei van Zuid-Holland is bijna omgekeerd evenredig aan de krimp in bijvoorbeeld Liesveld, de (burgerlijke) gemeente waar ik predikant ben.
9
Van de vijf huwelijken dieik de afgelopen jaren heb ingezegend, is één stel vanuit een buurgemeente blijven meeleven metonze gemeente. De inwoners van het dorp worden gemiddeld ouder, terwijl de mogelijkheden voor  jongeren om zich op het dorp te vestigen zeer beperkt zijn, vanwege het ontbreken vanuitbreidingen en nieuwe starterswoningen. Demografische ontwikkelingen en factoren diesamenhangen met ruimtelijke ordening, hebben daarmee een belangrijk negatief effect op devitaliteit van de kerkelijke gemeente.Beide vormen van krimp, ledenverlies in mindere mate, demografische druk in meerderemate, dragen bij aan een verlies in inkomsten en een toenemend probleem om bestuurlijkevrijwilligers, leidinggevenden en ambtsdragers te vinden. De zorgen over de toekomst drukkensoms zwaar op ambtsdragers om hun ambt met vreugde te blijven vervullen. Naast krimp, is er echter een andere factor die de problematiek van de kleinere gemeente versterkt. Dat heeft te maken
5Vgl. Jos Becker en Joep de Hart,
Godsdienstige veranderingen in Nederland. Verschuivingen in de binding met dekerken en de christelijke traditie
(Den Haag 2006), p. 48.6Ibid., p. 49.7Vgl. Pete Ward,
 Kerk als water. Pleidooi voor een vloeibare manier van kerk-zijn
(Kampen 2003).8Vgl. ‘Gevecht om het geld voor de krimpregio’s is begonnen’ (
Trouw
, 18 juni 2009) en onlangs de reportage-serievan het radioprogramma
 Dit is de dag 
(Radio 1) ‘Help! Het dorp loopt leeg’.9
Gemeente op maat. Liesveld 
(Centraal Bureau voor de Statistiek 2009), p. 11. De gemeente Liesveld heeft eennegatieve bevolkingsgroei van 4,4%, terwijl heel Zuid-Holland een positieve groei van 5,8% heeft.
 
met de manier waarop de predikantsplaats wordt bekostigd. [113]
 De nieuwe traktementsregeling 
Het plan van aanpak bij het laatst verschenen rapport berekent dat in 2017 een groot aantalgemeenten fors moet inleveren op de bezetting van de predikantsplaats als direct gevolg
van hetnieuwe bekostigingsmodel van de predikantstraktementen. Ondanks nuancerende geluiden vanuitde dienstenorganisatie
, ligt hier mijns inziens het grootste knelpunt voor kleinere gemeenten. Datis voldoende reden om hier meer aandacht aan te geven.Sinds 2005 is een nieuwe traktementsregeling van kracht. Volgens deze systematiek betaaltelke gemeente evenveel voor de predikant, afhankelijk van het bezettingspercentage van de predikantsplaats. Dit in tegenstelling tot de oude (hervormde) regeling, waarin gemeenten wareningedeeld in vier klassen. Grotere gemeenten konden een hoger traktement opbrengen dan kleineregemeenten. Predikanten met ervaring die een beroep kregen naar een kleinere gemeente, zoudendus genoegen moeten nemen met een lager traktement. Op deze manier ontstond een natuurlijkespreiding van kleinere gemeenten met een proponent (vandaar de benaming ‘kandidaatsgemeenten’)en grotere gemeenten met een ervaren predikant. De nieuwe regeling heeft deze verschillengenivelleerd. De inkomsten spelen voor een predikant dus geen enkele rol meer bij het verhuizennaar een andere gemeente. Voor gemeenten is elke predikant even duur, ongeacht de grootte van degemeente. Dit, zo was de gedachte, zou de mobiliteit van predikanten in het beroepingswerk  bevorderen. Financiën spelen bij het uitbrengen of aannemen van een beroep immers geensignificante rol meer.De regeling heeft het voordeel dat de ruimte in het beroepingswerk groter is geworden. Tochheeft deze regeling een zeer nadelige werking op de betaalbaarheid van de predikantsplaats inkleinere gemeenten. Voor kleinere gemeenten zijn de kosten voor de predikant sterk gestegenvanwege een verhoogde afdracht naar de centrale kas voor predikantstraktementen.
Deze afdrachtwordt bepaald op basis van het aantal periodieken dat gemiddeld moet worden opgebracht. Op ditmoment betalen alle gemeenten een afdracht die is vastgesteld op ruim 17 periodieken.
Dit zijningewikkelde [114] rekensommen. Waar het om gaat is, dat in de nieuwe regeling de stijging van dekosten voor kleinere gemeenten relatief veel sterker is, dan de daling voor grotere gemeenten. Omde overgang naar de nieuwe regeling goed te kunnen maken, is er een compensatieregeling in hetleven geroepen die stapsgewijs wordt afgebouwd en afloopt in 2017. Kleinere gemeenten hebben zomeer tijd om zich in te stellen op de nieuwe situatie. Dit houdt in, dat als kerkrentmeesters er niet inslagen extra financiële middelen aan te boren, dat de gemeente dan moet ‘kiezen’ voor een (lager) parttime-percentage. Het zal duidelijk zijn dat dit geen echte keuze is.
 De kerk hanteert een ‘norm’ van ongeveer 1000 gemeenteleden op één fulltime predikant.
15 
Dit is niet absoluut en houdt de vrijheid van de gemeente overeind: als een gemeente het kan bekostigen, kan zij gewoon een fulltime predikant beroepen, ongeacht het aantal leden. Overigenswordt hier in de communicatie in het land verschillend mee omgegaan. Ik kreeg een presentatie
10‘Direct gevolg’ is niet een interpretatie mijnerzijds, maar komt voort uit de koppeling die wordt gelegd tussen destandaardbezetting en de afbouw van de compensatieregeling in de voortgangsreportage, april 2010. Zie ook hieronder.11Ik verwijs in dit verband slechts naar enkele ingezonden brieven die verschenen zijn in
 De Waarheidsvriend 
(8 juli2010), p. 19.12Over de vraag in hoeverre hier verschil bestaat tussen Gereformeerde kerken of hervormde gemeenten die vanoudsher ‘kandidaatsgemeente’ zijn, heb ik geen nadere gegevens. In beide situaties komt het voor dat de kosten voor een voltijdsbezetting van de predikantsplaats onder de nieuwe regeling verdubbeld zijn.13Cijfers gebaseeerd op de circulaire 17 september 2010 door J. Runherd, predikantstraktementen en -pensioenen2011. Te vinden op http://www.pkn.nl/traktementenenpensioenen. Ter vergelijking: grotere gemeenten zoudenanders 20 periodieken moeten bijdragen, maar voor kleinere gemeenten misschien 5 of nog minder.14Het is dan ook ten onrechte dat de kerk dit als een beleidsinstrument presenteert. Vgl. de genoemde brief: ‘eenkleinere gemeente die
moet 
kiezen voor een lage bezetting’ (cursivering, TP). Kiezen blijft een beetje vreemd woordin dit verband.15Hierbij wordt een bedrag van €85 gehanteerd als vrijwillige bijdrage of bijdrage aan de aktie Kerkbalans per lid.

Activity (4)

You've already reviewed this. Edit your review.
1 thousand reads
1 hundred reads
zebiredacteur liked this

You're Reading a Free Preview

Download
/*********** DO NOT ALTER ANYTHING BELOW THIS LINE ! ************/ var s_code=s.t();if(s_code)document.write(s_code)//-->